INTERVIEW

Twente wist wat met Joden gebeurde

Interview Froukje Demant, sociaal psycholoog

De Jodenvervolging, net over de grens, was voor Twentenaren lange tijd iets wat hen niet daadwerkelijke bedreigde. Dat veranderde vanaf de bezetting, blijkt uit Demants promotie.

Joden keren na de Tweede Wereldoorlog terug in Amsterdam. Beeld Maria Austria Instituut

Hoe leefden Joden en niet-Joden in Twente en net over de grens in Duitsland samen voor en na de Tweede Wereldoorlog? Politicologe en sociaal psychologe Froukje Demant wilde weten wat de Jodenvervolging met alledaagse relaties deed. Hoe gingen buren met elkaar om, of klasgenoten? Mensen waren bevriend of werkten samen, wat gebeurde er met hen? Ze zocht het uit aan de hand van interviews. Vorige week promoveerde ze bij het Duitsland Instituut van de Universiteit van Amsterdam op haar onderzoek.

In de periode na de machtsovername van Hitler stond het alledaagse leven van de dorpelingen bol van de tegenstrijdigheden. Demant vond foto's van een kinderfeestje waar de Joodse en niet-Joodse kinderen samen spelen. Maar in diezelfde periode liet een leraar zijn niet-Joodse leerlingen door de straten marcheren en antisemitische leuzen scanderen.

Beeld UvA

Waren de verschillen tussen de Twentse en Duitse zijde groot?

'Duitse Joden werden in de loop van de jaren dertig door steeds meer bekenden geïsoleerd, vernederd en uitgebuit. Aan Nederlandse zijde werden Joden na de bezetting ook steeds verder gesegregeerd, maar de directe omgeving bleef neutraler. Nederlandse niet-Joden én Joden zagen de vervolging vooral als een kwaad van buiten.'

U heeft veel interviews afgenomen. Wilde iedereen met u spreken?

'Eén Joodse mevrouw die ik benaderde niet. Ik heb haar uiteindelijk wel aan de telefoon gehad. Ze had Duitsland verlaten en woont inmiddels in New York. Ik praat hier niet meer over, ik wil er niets meer van weten, zei ze. Aanvankelijk dacht ze dat ik Duits was, toen wilde ze niet eens aan de telefoon komen.

'Uiteindelijk wilden mensen wel praten. Maar er kwam niet altijd iets uit. Vooral de gesprekken met de niet-Joodse Duitsers waren lastig. Voor hen is het nog steeds een taboeonderwerp. Dus in gesprekken hielden zij het heel algemeen. Dan probeerde ik het concreet te maken. Hoe zei je gedag of kwam je nog bij je buurmeisje thuis? Één meneer brak na drie uur. Hij zei geëmotioneerd: we wisten niet van het vergassen, maar ik wist wel dat ze in ons dorp werden belaagd en in een Jodenhuis opeen werden gepakt. In Nederland hoorde ik nog wel eens rare uitspraken over Joden. Zo van, die Joden zijn ook best irritant hè. Zoiets zal een Duitser nooit zeggen.'

Hoe veranderde het alledaagse leven na de machtsovername van Hitler in Duitsland?

'Antisemitisme bestond natuurlijk al, maar in die jaren nam het extreme vormen aan: Joden werden niet meer als gelijkwaardige mensen beschouwd. Veel niet-Joodse Duitsers probeerden zich relatief neutraal op te stellen. Ze deden niet mee aan scheldpartijen of geweld, maar zeiden elkaar bijvoorbeeld opeens geen gedag meer. Joodse mensen snapten dat tot op zekere hoogte. 'Ze konden niet anders', zeiden ze. Het abnormale werd de nieuwe normaliteit.

'Maar er was ook veel geweld, dus veel Joden zijn in die tijd gevlucht of probeerden dat in elk geval. Het echte breekpunt kwam met de Kristallnacht in 1938: toen was het voor iedereen duidelijk dat de Joden niet meer zeker van hun leven konden zijn.

'In Twente ging het anders. Iedereen wist wat er in Duitsland gebeurde, want het was vlakbij. Maar men ervoer het niet als iets wat Nederland daadwerkelijk bedreigde. Pas vanaf de bezetting werd het anders. Ineens leefden Joodse en niet-Joodse buren en collega's niet meer 'gewoon' samen. Joodse kinderen moesten naar een andere school en Joden mochten allerlei dingen niet meer. Men vond het erg wat er met de Joden gebeurde, maar veel mensen zagen het als een kwaad van buitenaf waar verder weinig tegen te doen viel.'

Hoe ging dat in de periode na de oorlog? Keerden Duitse Joden überhaupt terug naar hun dorpen?

'Veel Duitse Joden gingen uiteindelijk naar Amerika of Israël. Maar sommigen bouwden toch weer een bestaan op in hun vroegere woonplaats. Zij hadden het gevoel: we wonen tussen potentiële moordenaars. En dan bedoel ik niet alleen de fanatieke nazi's, maar juist die grote groep waarvan je het niet precies wist. Ik sprak de dochter van een Joodse veehandelaar. Zij vertelde dat haar vader alle contacten verbroken had en een sociaal geïsoleerd leven leidde. Maar met zijn zaken ging hij door. Een andere Joodse man ging gewoon weer naar de dorpsfeesten en de kegelclub, maar zijn vrouw zei: we hadden geen vrienden. Zwijgen over de recente vervolging en uitroeiing was het smeermiddel dat samenleven weer mogelijk maakte.'

Was dat anders in Nederland?

'Voor de Nederlandse Joden kwam de echte klap pas na de oorlog. Net als in Duitsland werd er gezwegen. Nederlandse niet-Joden kampten niet met een schuldgevoel, want het leed was de Joden door de moffen aangedaan. Er was veel onbegrip en onverschilligheid. De teruggekeerde Joden moesten niet klagen, alle Nederlanders waren slachtoffer van de Duitse overheersing geweest. Soms kregen mensen te horen: je moet blij zijn dat je de hongerwinter niet hebt meegemaakt. Veel huizen en spullen werden niet teruggegeven. Maar er zijn ook mooie verhalen van mensen die er alles aan doen om een bewaarde ring bij nabestaanden te krijgen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.