INTERVIEW

Tot de sterren en verder

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt V mensen naar hun inspiratiebron. Wis-, natuur- en sterrenkundige Hans de Rijk (90) was zó nieuwsgierig dat hij op zijn 11de begon te corresponderen met de auteur van zijn natuurkundeboek.

Beeld Marijn Scheeres

'Als u hoogtevrees heeft, dan hebt u hier een probleem, hoor! We zitten hier op de zeventiende verdieping, 70 meter hoog in het centrum van Utrecht. Bij helder weer kunt u Amsterdam zien. Hier beneden wordt de Catharijnesingel opengemaakt, in 2024 zou daar weer water moeten stromen. Ik zeg weleens: maak maar een brievenbus in mijn kist en stop daar de foto's in van hoe het geworden is. Want ik wil het natuurlijk wel zien, haha.

Handboek der natuurkunde

'Ik ben nieuwsgierig, altijd al geweest. Ik wilde zó graag kennis opdoen, dat toen ik als 6-jarige van school moest wisselen en de bovenmeester mij vroeg in welke klas ik zat - mijn moeder stond even op het schoolplein te praten - ik 'in de tweede' heb gezegd. Dat was natuurlijk interessanter dan de eerste. Zodoende heb ik nooit in de eerste klas gezeten.

'Mijn interesse vormt zich vaak heel plotseling, toevallig. Een vriendje liet me ooit een boek zien met een prachtige kleurenafbeelding van een panter op de kaft. Toen heb ik aan mijn vader gevraagd of hij ook niet een natuurkundeboek had. Nou, dat had hij, een 19de-eeuws Handboek der natuurkunde, iets heel anders dus. Dát was natuurkunde, dat had met de natuur en die panter niks te maken. Maar ik was meteen gegrepen door een uitspraak op de eerste bladzijde, dat 'twee lichamen niet op dezelfde plaats kunnen zijn'. Het was een fantastische, onbekende gedachtewereld waar ik in sprong. U zult verbaasd zijn dat ik het boekje nog heb. Op de eerste bladzijde staat in mijn jongenshandschrift de stelling van Archimedes geschreven: 'Een voorwerp in vloeistof gedompeld verliest schijnbaar zoveel aan gewicht als de verplaatste vloeistof weegt.' Dat fascineerde me als kind al, maar dan spelenderwijs. Ik had een teil voor regenwater waarin ik snoekjes hield, maar waarin ik ook probeerde om iets zwevend te maken. Stukje hout, spijker erin, nog een... zonk het, dan de spijker door een kleiner spijkertje vervangen, enzovoort.

Leuke, makkelijke vragen

'Er is nooit één bron, maar u wilt het natuurlijk in uw straatje hebben. Voor mij is de tegenwerking die ik mijn hele leven heb ondervonden minstens zo stimulerend geweest, want als ik een berg zie, dan wil ik eroverheen. Maar goed, het volgende is wel heel belangrijk geweest: voor mijn 11de verjaardag kreeg ik van mijn vader de boeken van professor Marcel Minnaert. De natuurkunde van 't vrije veld. Drie dikke delen, die waren toen net uit. Die gingen over alles wat je buiten meemaakte en kon waarnemen en waar je je over kon verwonderen. Hé, waarom spiegelt dat glas nu zo?, dat soort vragen. Leuke, makkelijke vragen in kleine paragraafjes.

'Ik begon met professor Minnaert te corresponderen. Als ik een probleem had, of ik had een vondst gedaan, dan schreef ik hem gewoon. En hij gaf me heel uitvoerig antwoord, elke zondag. Soms wel vier of vijf kantjes. Echt een knappe docent.

Mijn methode

'Wat ik hem vroeg? Mijn vragen gingen over passages uit dat boek, ik had er allemaal papiertjes in gestoken. Of over uitvindingen, bijvoorbeeld dit: ik wilde de hele hemel fotograferen, dus 360 graden rondom en 180 graden overdwars. Ik had al een bolle spiegel en daar had ik een camera boven gehangen die ik zelf gemaakt had, met een lens die ik ergens had opgeduikeld. Ik tekende hoe ik dacht dat grote beeld te krijgen en dat stuurde ik dan aan hem op. 'Nou en of!', schreef hij. 'Dat zou zo meteen werken.'

'Ik wist toen nog niet dat dit eigenlijk mijn methode zou worden. Als ik iets interessants zag, zocht ik op wie op dat gebied de beste was, de specialist. En daar ging ik dan te rade. Zo heb ik voor mijn onderzoek naar de zin en onzin van grafologie samengewerkt met vooraanstaande grafologen. En omdat ik een prent van de graficus Maurits Cornelis Escher had gezien die me interesseerde, heb ik contact met Escher gezocht, en heb hem toen een tijd lang wekelijks bezocht. Daaruit zijn drie boeken voortgekomen. Zo ging dat eigenlijk met elk vakgebied.

11245 Hansderijk

Ergens in het heelal zweeft 'Planetoide 11245 Hansderijk', vernoemd naar natuurkundige Hans de Rijk (Rotterdam, 1926). Oftewel Bruno Ernst, oftewel Ben Engelhart, of een van de andere pseudoniemen waaronder hij minstens 250 populair-wetenschappelijke boeken schreef. Bekend zijn De Rijks boeken over de graficus M.C. Escher, over het heelal (Atlas van het heelal, 1961) en over het schrift (50 eeuwen schrift, 1988). In 1961 richtte hij de eerste openbare Volkssterrenwacht Simon Stevin te Oudenbosch op, die vorig jaar als Sterrenwacht Tivoli heropend werd. Kort na de festiviteiten rond zijn 90ste verjaardag sprak V Hans de Rijk in zijn appartement en 'museum' op zeer grote hoogte in Utrecht.

Volkssterrenwacht

'Ambachten hebben ook altijd mijn belangstelling gehad. Waar ik ook kwam, ik zocht altijd handwerkslieden op. Die mensen beschikken over kennis en vaardigheden die in eeuwen tijd is opgebouwd. Steenhouwers, pottenbakkers, een boekbinder... en dan ging ik in de avonduren in de leer. En in de vakanties, ja.

'De correspondentie met professor Minnaert heeft zeker twintig jaar geduurd. Nee, ik heb dat niet bewaard, ik wist toen niet hoe bijzonder dat zou worden. Toen ik de Volkssterrenwacht in Oudenbosch oprichtte, was hij de inspirator. Ik heb hem gevraagd of hij de opening wilde verrichten; nou, dat wilde hij graag doen. Ja, nu u het zegt: ik geloof niet dat we elkaar voor die tijd in het echt ontmoet hadden.'


1670 Minnaert

Sterrenkundige Marcel Gilles Jozef Minnaert (Brugge, 1893 - Utrecht, 1970) deed baanbrekend onderzoek naar de zon in de jaren twintig, terwijl hij tegelijkertijd werkte aan een natuurkundeboek voor de jeugd het tekent zijn dubbele carrière als astrofysicus én vermaard didacticus. Zijn driedelige boekenreeks De natuurkunde van 't vrije veld kwam in 1937 voor het eerst uit en werd een groot succes. Hij promoveerde tweemaal, werd in 1937 benoemd tot hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht en werd hoofd van de sterrenwacht. Naar Minnaert zijn zowel een maankrater, een planetoïde (1670 Minnaert) als het Minnaert gebouw genoemd, waarin de faculteit natuur- en sterrenkunde van de Universiteit van Utrecht huist.

Astronoom Marcel Minnaert in 1949. Vooral in de Verenigde Staten is Light and Color in the Outdoors een klassiek boek geworden. Het inspireerde kunstenaars zoals de Amerikaan James Turrell, die in Kijkduin het landschapsproject Het Hemels Gewelf (1996) zou inrichten naar een idee van Minnaert. Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.