Toe dan, Ariane

Europa probeert zijn positie in de ruimte veilig te stellen door een vernieuwde raket omhoog te sturen. De eerste test mislukte....

De nieuwe Ariane-5 knalde tijdens de allereerste lanceerpoging in december 2002 al na een paar minuten uit elkaar, maar een mislukking mag die ontploffing niet heten. 'Als een testvlucht mislukt, kan de test toch gelukt zijn', zegt een medewerker van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA cryptisch. 'Daarom heet het een testvlucht', verduidelijkt raketdeskundige ir. Berry Sanders van TNO.

Vrijdag probeert de Europese rakettenbouwer Arianespace het opnieuw. De tweede zogeheten kwalificatievlucht van de Ariane-5 ECA, een opgevoerde versie van de al langer bestaande 'gewone' Ariane-5, moet Europa's plek in de ruimte veiligstellen.

Dat is zowel een commerciële als strategische positie. Zonder eigen raketten zou Europa zijn satellieten met de Amerikanen of de Russen mee moeten sturen. Die zouden eisen kunnen stellen om te voorkomen dat nationale commerciële of militaire belangen worden geschaad. Europa beschouwt 'onafhankelijke toegang tot de ruimte' als een belangrijke pilaar van het defensiebeleid.

Maar wat als de benodigde raketten maar blijven ontploffen? Ook bij de 'gewone' Ariane-5 ging de lancering twee keer helemaal mis, en één keer deels. Is het tegenwoordig zo moeilijk om een raket te lanceren? Waarom gingen de Saturnusraketten - veel groter dan de huidige generatie - in de jaren zestig en zeventig wel keurig richting maan? Wat is er aan de hand met de spreekwoordelijke rocket scientist, het slimste jongetje van de klas?

Sanders denkt dat het zeker niet slechter gaat dan dertig, veertig jaar geleden. 'Van de Vanguardlanceringen in de jaren vijftig gingen er drie van de vijftien goed. Toch werd dat een succesvol programma genoemd. Het verschil tussen toen en nu zit hem eerder in de manier waarop tegenwoordig tegen fouten aan wordt gekeken. Die worden niet meer getolereerd.' Daarbij komt dat raketten tegenwoordig stukken goedkoper moeten worden gebouwd. Ten tijde van het maanprogramma was ruimtevaart een nationaal programma, met onbeperkt budget. Sanders: 'Toen vroegen ze: maak dit, en vertel me wat het kost. Nu krijg je een vastgesteld budget, en daar moet je het mee doen.'

Daardoor zijn raketten wel degelijk efficiënter geworden, zegt Sanders. 'Het kost ongeveer twee keer zo weinig om een kilo in de ruimte te krijgen.'

De kleinere budgetten betekenen echter dat een rakettenbouwer niet alle grondtesten kan uitvoeren die hij of zij wil. Dat brengt risico's met zich mee. 'En financiers willen wel risico lopen', zegt Sanders, 'maar alleen zolang dat geen consequenties heeft.'

Risico's hebben echter wel degelijk gevolgen, blijkt uit de mislukte lancering van de Ariane-5 ECA. De nieuwe Vulcain-2 motor had volgens bronnen bij ESA idealiter langdurig in vacuüm moeten worden getest. Omdat dat te duur bleek, werd de test opgesplitst. Eerst een langdurige proef bij normale druk, en dan een korte test in vacuüm. Opgeteld zouden de resultaten in de buurt komen van de werkelijkheid.

Maar de belastingen die de uitlaat van de motor tijdens de kwalificatievlucht in december 2002 te verduren kreeg, kwamen als een volslagen verrassing. Door de combinatie van onverwachte wrijvingskrachten, die van buiten op de raket drukten, en de stuwkracht die er van onderen tegenaan duwde, werd de kegelvormige uitlaat als het ware samengeknepen, waardoor hij knikte. De stuwstraal spoot niet meer recht naar achteren, en de raket raakte uit koers. Zeven minuten en 36 seconden na de lancering werd de raket uit voorzorg opgeblazen.

Het ongeluk heeft in totaal aan onderzoek, verbeteringen en een nieuwe testvlucht 550 miljoen euro gekost, zegt Franco Bonacina van ESA's hoofdkantoor in Parijs.

Hij maakt zich geen zorgen over het vervolg van het Ariane-5 programma. 'De laatste elf lanceringen gingen goed.' De raket heeft nu twintig keer gevlogen, en komt met vier mislukkingen op een betrouwbaarheid van 80 procent. Dat is vergelijkbaar met zijn voorganger, die bij de eerste twintig vluchten ook vier keer faalde. Terwijl diezelfde Ariane-4 nu wordt geprezen om zijn betrouwbaarheid van 95 procent: in totaal liepen slechts zeven van de 144 lanceringen slecht af.

Nog meer zekerheid kost geld, zegt Sanders. Een klein beetje extra betrouwbaarheid, bijvoorbeeld van 95 naar 96 procent, betekent dat het aantal ongevallen twintig procent omlaag moet (van vijf naar vier). Dat kost geld.

'Want het wordt nooit routine. Een nieuwe raket is altijd net iets anders dan zijn voorganger. Net zoals bij nieuwe auto's. Autofabrikanten maken eerst een voorserie, die uitgebreid wordt getest voordat de echte auto op de markt komt. Dat is tamelijk onzichtbaar. Bij raketten is het veel beter te zien als het misgaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden