Tjerk vermaning en de Steen des Aanstoots

Er was eens een scharensliep in Drenthe die Tjerk Vermaning heette. Grasmaaimachines waren zijn specialiteit, en oude stenen. Dat wil zeggen, stenen die tienduizenden jaren geleden bewerkt waren om bijvoorbeeld een mammoet te slachten en die door Vermaning werden gevonden in spectaculaire hoeveelheden....

Zijn ouders waren binnenvaartschippers en deden regelmatig Gorredijk aan. Daar, in de Oudheidkamer, is de kleine Tjerk bezeten geraakt van die oude stenen. Daar heeft hij niet te tellen keren zo vaak staan kijken naar de vuistbijl van Wijnjeterp, die tot dan toe het enige bewijs was dat in de Midden-Steentijd mensachtigen zo noordelijk in Europa leefden.

Wie weet heeft de kleine Tjerk bij die vitrine zijn eerste visioen gehad van Neanderthalers die met een stenen bijl in de vuist jacht maakten op wolharige neushoorns, mammoeten en wisenten. En die, zoals hem later geregeld zou overkomen in visioenen, zich omdraaiden en hem, Tjerk Vermaning, aankeken en wezen naar een plek in landschap dat hij herkende, namelijk Drents landschap.

En als hij dan de volgende dag op de plek uit het visioen ging graven, vond hij er tientallen, soms wel honderden schrabbers, afslagen, klingen, spitsen en vuistbijlen. En allemaal van een ouderdom die nog ongekend was in Nederland. Zodat de kranten schreven: 'Vaderlandse geschiedenis met 400 eeuwen verlengd.' Want ook de wetenschap, in de persoon van professor H. T. Waterbolk, directeur van het Biologisch-Archeologisch Instituut in Groningen, erkende de echtheid en de betekenis van de vondsten van amateurarcheoloog Tjerk Vermaning.

Tjalling Waterbolk, geboren in 1924 in Havelte, waar zijn vader gemeentesecretaris was, deed zijn eerste prehistorische ervaringen op in de twee hunebedden bij zijn geboortedorp. Ter voorbereiding op het toelatingsexamen tot het gymnasium ging hij een paar jaar in Meppel naar school, naar School C, waar in de wintertijd ook vrijgevochten schipperskinderen enig onderwijs kregen toegediend, onder wie de vijf jaar jongere Tjerk Vermaning.

Meppel was een belangrijk kruispunt van waterwegen in Noord-Nederland. Het schip van de Vermanings lag er vaak. Tjerk ging er drie winters naar school. Het was al het onderwijs dat hij genoot. Door zelfstudie en met de hulp van de conservator van het Drents Museum Diderik van der Waals, bij wie Vermaning zich met zijn eerste prehistorische vondsten vervoegde, leerde Tjerk Vermaning het nodige over de Steentijd. En vooral over de Oude Steentijd, de periode van tienduizend jaar voor Christus en daarvoor, want die interesseerde hem het meest en daarvan wist men toen in Nederland het minst.

Een van de weinige specialisten, de enige in Noord-Nederland, was Assien Bohmers, die eigenlijk Johan Christiaan heette maar zich in 1937, toen hij in dienst trad van de aan de SS gelieerde organisatie Ahnenerbe, met de meer Germaanse voornaam Assien had getooid. Ahnenerbe probeerde op alle mogelijke manieren nazi-Duitsland aan een oer-Germaans verleden te helpen.

Door Ahnenerbe werd Bohmers in 1941 bij de Rijksuniversiteit Groningen als archeoloog aangesteld. Omdat hij in een verzetsgroep gezeten zou hebben en vanaf een gegeven moment voor de Britse geheime dienst had gewerkt, aldus zijn eigen verklaring, mocht hij na de oorlog na een kortstondige internering weer als expert Oude Steentijd aan het werk op de universiteit in Groningen, waar in 1954 Tjalling Waterbolk hoogleraar werd en directeur van het archeologisch instituut.

Maar het bleef een vreemde kerel, die Bohmers, over wie veel vreemde verhalen de ronde deden. Hij legde een grote belangstelling aan de dag voor Friese volkskunst en oud-Fries verleden. Hij was voorzitter en inspirator van een club van houtsnijders, de Ikelbeam, waarvan hij de op oud-Germaans verleden teruggrijpende scheppingen tot ver in Europa verkocht tijdens tochten in een tot kampeerwagen omgebouwd Volkswagenbusje.

Hij bezat een zeewaardige woonboot. En Bohmers was ook degene die de contacten onderhield met amateur-archeologen, 'de ogen en oren van de archeologische wetenschappers' – die de contacten monopoliseerde, zou men later vaststellen. En bij hem vond de politie in zijn bureaulade op het instituut en op zijn schip in het Boterdiep een revolver en enkele automatische vuurwapens. In 1965 was dat.

Toevallig op dezelfde dag waarop de politie huiszoeking bij hem deed, zat Assien Bohmers in de roef van het scheepje van Tjerk Vermaning in de Smildervaart te kijken naar de oude stenen die Vermaning gevonden had op het diepgeploegde land van boer Vos bij Hoogersmilde. 'Verrek', had Bohmers op zeker moment geroepen, 'dat is een vuistbijl!'

De wapens had hij gekocht van zijn assistent, verklaarde Bohmers tegenover de politie, om zich beter beschermd te weten op zijn buitenlandse archeologische reizen. Diezelfde assistent had, zo kwam ook aan het licht, stelselmatig een groot aantal stenen en bronzen voorwerpen uit de collectie van het archeologisch instituut ontvreemd en verkocht om zijn drankzucht te bekostigen benevens de mai*tresse die hij er in Eindhoven op nahield.

In deze tijd ook begonnen geruchten de kop op te steken over een Duits onderzoek naar de geschiedenis van de organisatie Ahnenerbe, waaruit een veel 'bruiner' oorlogsverleden van Assien Bohmers opdoemde. Het kostte het universiteitsbestuur dan ook niet al te veel moeite Bohmers te bewegen tot eervol ontslag op eigen verzoek.

Het gevolg van de affaire was dat bij gebrek aan een andere specialist professor Waterbolk zelf de sensationele vondst van Tjerk Vermaning moest onderzoeken op echtheid en waarde. Waterbolk verbond ook zijn naam aan de wetenschappelijke publicatie die daaruit voortvloeide, waarna Tjerk Vermaning een beroemde Nederlander werd, lieveling van de media. Met grote graagte berichtten die over hoe een 'eenvoudige ambachtsman bestaande wetenschappelijke opvattingen omver had geworpen'.

Vermaning verkocht de stenen schat aan de provincie Drenthe, die hem in 1966 eerde met de Culturele Prijs van Drenthe en hij kocht van dat geld een nieuw schip, dat hij tot museumboot inrichtte.

Een jaar later deed Vermaning weer een geweldige ontdekking, dit keer op een akker bij Hijken, waar hij ruim vierhonderd vuurstenen werktuigen en afslagen uit de grond haalde. En in 1973 begon de kwestie-Eemster, die meer dan twintig jaar op gezette tijden de gemoederen van archeologisch Nederland zou verhitten.

Het draaide opnieuw om een grote hoeveelheid stenen werktuigen uit de Oude Steentijd, opgeraapt door zijn vrouw Grada op aanwijzing van Vermaning, die herstelde van een lichte hartaanval maar wel een visioen had gehad. Meer dan dat het in de buurt van Eemster was, wilde Vermaning niet kwijt over de vindplaats.

Want inmiddels waren de verhoudingen tussen Tjerk Vermaning en 'de gevestigde wetenschap van Waterbolk en kornuiten' behoorlijk verziekt. Vermaning vond dat hem veel meer eer toekwam dan hij van 'de geleerden' kreeg. Een eredoctoraat was wel het minste, vond hij. En verdiende hij ook niet een baan of deel van een baan bij een museum?

Er werd ook wel iets voor hem geregeld door de provincie, maar dan raakte de stemming weer bedorven doordat 'de gevestigde wetenschap' zijn bewering in twijfel trok dat de oude schedel die Vermaning gevonden had van een Neanderthaler afkomstig moest zijn.

Zo was er telkens wat en van elke ruzie maakte Vermaning gewag op radio, tv en in de krant, en daar raakten Waterbolk en de zijnen dan weer van in een stuip. Waarna Vermaning dreigde zijn collectie in Oost-Duitsland, de DDR toen nog, te gaan verkopen en zelf naar Denemarken te emigreren, waar de academische archeologie hem wel naar waarde schatte.

Inmiddels ook was professor Waterbolk in Groningen er eindelijk in geslaagd een opvolger te vinden voor zijn 'verdwenen' Oude Steentijd-expert Assien Bohmers. Dat werd Dick Stapert, die voor zijn promotie-onderzoek onder meer heel nauwkeurig naar vondsten van Vermaning had gekeken en daaraan van alles ontdekte wat niet deugde. Vervalsingen waren het, namaak, op eigentijdse machines geslepen om ze op honderddertigduizend jaar oude werktuigen van Neanderthalers te doen lijken.

In eerste instantie werd Vermaning in 1977 door de rechtbank in Assen veroordeeld voor vervalsing en oplichting; en een jaar later in hoger beroep vrijgesproken: gebrek aan bewijs, concludeerde het gerechtshof in Leeuwarden. Wetenschappelijk mocht vaststaan dat de prehistorische werktuigen vervalst waren, juridisch niet dat Vermaning dan ook de vervalser was.

De stemming in het land was het best getypeerd met deze krantenkop boven een Vermaning-reportage: 'Geleerden ”pakken” amateur'. Zeker driekwart van de amateur-archeologen koos, al of niet in georganiseerd verband, partij voor de scharensliep uit Drenthe en tegen het geleerde establishment van Waterbolk c. s. En tot op de dag van vandaag zijn er die zich nog druk maken over Tjerk Vermaning en zoeken naar bewijs voor de echtheid van zijn oude stenen, in elk geval bewijs voor de voosheid van de geleerde beschuldiging tegen de Drentse 'praktijkarcheoloog'.

De stenen van Vermaning doen er voor de archeologische wetenschap niet meer toe. Op andere plekken vonden wetenschappers later ook stenen werktuigen van vóór de laatste ijstijd. Dus konden de Vermaning-aanhangers stellen dat hij het in elk geval (in zijn visioenen) goed gezien had dat in deze contreien Neanderthalers op mammoeten hebben gejaagd.

Tjerk Vermaning is al dood. Tjalling Waterbolk is geen hoogleraar meer maar leeft nog wel en heeft een boek geschreven over de affaire die een groot deel van zijn wetenschappelijk leven vergalde en hem onder professoren voorwerp maakte van gesmiespel en besmuikt leedvermaak. Scherpe stenen op mijn pad, heet het.

Het is niet alleen een van-zichafschrijven geworden, maar ook een Krimi. Want Waterbolk is ervan overtuigd geraakt dat de oude stenen niet vervalst zijn door Vermaning. Het schoolgenootje uit Meppel was net als hij slachtoffer in de affaire.

Maar wie heeft hem, de wetenschap, Vermaning, de Nederlandse geschiedenis, de publieke opinie van die jaren dan wel die loer gedraaid?

Het moet Bohmers zijn geweest, de ex-nazi. Waarschijnlijk in samenwerking met zijn maatje Ad Wouters, een vanwege de erotische liefde uitgetreden kloosterling en bekend amateur-archeoloog uit het zuiden des lands. Zij hebben èn de stenen vervalst èn ze vervolgens in Drentse akkers verborgen om ze daar door Tjerk Vermaning te laten ontdekken!

Als Inspector Morse in zijn beste dagen onderzocht Waterbolk de motieven en belangen, de tijdstippen, locaties en coïncidenties, en hij weet zijn complottheorie met feiten te staven en aannemelijk te maken op den duur. Maar een bekentenis zal hij niet meer te horen krijgen. Behalve Tjerk Vermaning zijn ook Assien Bohmers, die eigenlijk Johan Christiaan heette, en Ad Wouters dood.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden