3D-printer Wat moet je ermee?

Thuis 3D-printen, ja daar is de lol inmiddels wel van af

Marktplaats barst van de tweedehands 3D-printers. Wat is er misgegaan met die ooit zo veelbelovende techniek? We zouden toch alles voortaan zelf maken?

Beeld Iliya Cerjak

De jongste vroeg voor zijn 11de verjaardag een 3D-printer. Mooi idee, vonden we als ouders, want knutselen en creëren staan hoog in het vaandel. Het helpt dat 3D-printers goedkoop zijn geworden: je koopt tegenwoordig al een Chinees printertje voor nog geen honderd euro. Met wat extra geld van zijn grootouders kon de zoon meer richting het premiumsegment bewegen en koos hij de Creality Ender 3 voor 200 euro. Ik had nog nooit van dat merk gehoord, maar internet gaf vijf sterren en bovendien was het al versie drie, dus het ding was technologisch vast goed doorgeëvolueerd.

De website van de verkoper meldde dat het apparaat in onderdelen zou arriveren en dat het in elkaar zetten een halfuurtje zou vergen. Niets stond de jongste zoon in de weg om toegelaten te worden tot het legioen der Makers, het leger consumenten dat zelf spullen ontwerpt en print en niet voor elk wissewasje en afgebroken keukenkastjeshandvat naar de Action rent. De jonge Maker was overigens vooral geïnteresseerd in Fortnitepoppetjes en -maskers, zoals elk gezond kind van zijn leeftijd.

Op zijn verjaardag pakte hij de doos met metalen staketsels uit en zette zich met glanzende ogen aan de assemblage van zijn eigen 3D-printer. Hij maakt al sinds zijn derde complexe Legobouwwerken, dus met het in elkaar zetten van deze 3D-printer zou het dankzij de meegeleverde Quick Start Manual vast goed komen, en de ouders zetten zich aan de wijn.

Beeld Barrie Kas
Beeld Barrie Kas
Beeld Barrie Kas

Dat bleek toch tegen te vallen: na een half uur klooien met inbussleutels meldde hij dat het niet lukte. Ik bekeek de handleiding wat beter. Daar stond geen woord Chinees op, maar ook geen woord Engels. Het was de bedoeling de getekende aanwijzingen te volgen. Nu hebben we thuis weleens vloekend een Billy of Malm-kastje in elkaar gezet, maar vergeleken bij de aanwijzingen van de Quick Start Manual van Creality zijn de handleidingen van Ikea een baken van welluidendheid. Zo was het papiertje van de Ender 3 bezaaid met tekeningetjes voorzien van een groot rood kruis erdoor (ZO NIET!!!) met ernaast precies hetzelfde tekeningetje met een groen vinkje (MAAR ZO!!!). Na langdurige exegese vergezeld door wassende onzekerheid, kwam vader tot de conclusie dat hij er ook niet uitkwam.

Gelukkig is daar vriend internet. Op YouTube vonden we een gast die voor zijn lol 3D-printers in elkaar zet en toeschouwers stap voor stap begeleidt. Dus met een vinger op de pauzeknop deden we precies wat youtubeman deed, schroefje voor schroefje, servomotor voor servomotor. Gloeiend van dankbaarheid overwoog ik hem vijf euro te doneren, tot bleek dat 3D-man af en toe zelf ook de fout in ging en al zijn kijkers gedwongen werden óók opnieuw te beginnen. ‘Waarom heeft die gast zijn filmpje niet ge-edit?’, schreeuwde ik na de zoveelste vergissing naar het beeldscherm. Goede vraag, maar hij was al bezig het spuitmondje te monteren, dus we volgden maar gedwee. Die vijf euro kon hij mooi op zijn buik schrijven.

Beeld Peter Bults
Beeld Leon Zautsen
Beeld Leon Zautsen
Beeld Peter Bults

Na drie uur waren we klaar en konden we de rol filament monteren. Filament is een dunne kunststofdraad die in de spuitmond van de printer verdwijnt, om daar onder hoge temperatuur te smelten, zodat het vloeibare plastic laagje voor laagje op de tafel van de 3D-printer kan worden gespoten. Denk inderdaad aan een slagroomspuit, maar dan dus met plastic.

Nu kon het beginnen. De jongste zoon deed wat iedereen doet en begon met het printen van een object dat standaard op het geheugenkaartje staat. Het was een hondje. Juichend zag hij hoe de spuitmond zich in beweging zette en met de kenmerkende zeurzangerige piepgeluidjes zijn eerste rondjes over het tafelblad van de printer maakte. Na drie uur stond er een schattig plastic hondje. Daarna ging zoon op zoek naar objecten op internet en in een volgende stap begon hij zelf dingen te maken, zoals een sleutelhanger met #1 Best Dad (mooi ding), een mok met zijn naam erop en natuurlijk een penis, o nee toch niet, kost te veel filament.

Beeld Claudia Verstegen
Beeld Claudia Verstegen
Beeld Claudia Verstegen

De eerste dagen stond het apparaat 24 uur per etmaal zijn jengelende ding te doen en verscheen de ene na de andere creatie op de eettafel. Er waren tegenslagen, zoals het printmatje (een soort placemat waarop objecten worden geprint) dat door een verkeerde afstelling door de hete spuitmond werd vernacheld en er waren veelbelovende projecten die eindigden in een bosje kunstschaamhaar. Het zijn tegenslagen die elke Maker kent en overwint.

Maar nu, een paar maanden later, staat de printer al dagenlang stil, de rol filament halfleeg. Ergens na het zoveelste Fortnitepoppetje, sleutelhangertje, masker leek het aanvankelijke enthousiasme getaand. We zijn niet de enige: Marktplaats draait zowat op tweedehands 3D-printers, lijkt, vermoedelijk van Makers die net als wij tot de conclusie waren gekomen dat ze in het echte leven weinig nood hadden aan een apparaat dat reservedelen voor het hamsterhok kan maken. Het idee dat dankzij de 3D-printer een generatie van creatieve Makers was opgestaan die gezamenlijk de Derde (of was het al de Vierde) Industriële Revolutie zou beginnen, dat idee leek steeds meer gebaseerd op smeltend plastic. De 3D-printer is gewoon de broodbakmachine van onze tijd.

‘De consument is wel een beetje door de mand gevallen’, beaamt David Kemps, sectorspecialist bij ABN Amro, die voor de Nederlandse markt onderzoek doet naar 3D-printers. ‘We dachten een paar jaar geleden dat we allemaal makers zouden worden, dat we van alles zouden printen in eigen kleuren. Maar we blijken toch liever iets van Alessi te kopen dan zelf te klooien.’

De thuisprinter is niet geworden wat we er vijf jaar geleden van dachten, stelt Kemps. ‘Er is weinig bruikbare aanwending’, zegt hij eufemistisch. Anders gezegd: we hebben geen idee wat we ermee moeten.

‘De verwachtingen zijn destijds ook wel een beetje opgeblazen’, zegt Jouke Verlinden, hoogleraar productontwikkeling aan de Universiteit van Antwerpen. ‘Op zeker moment was het een enorme hype, waarin zogenaamd alles mogelijk was.’ Dieptepunt was wat Verlinden betreft een enthousiasteling die bij DWDD was uitgenodigd om een demonstratie te geven, ‘en bleek er aan het eind van de uitzending wéér dat vermaledijde scheidsrechtersfluitje uit dat ding te zijn gerold’.

Aan de andere kant, zegt Verlinden, nu kun je dus een ­Chinese 3D-printer kopen voor minder dan 100 euro. ‘En dat ding is niet eens zo slecht. Zonder de hype hadden printers nog steeds 10 duizend euro gekost.’

Met 3D-printers-voor-thuis gebeurt hetzelfde als met virtualrealitybrillen, zegt de hoogleraar. ‘Mensen kopen die en zeggen na tijdje: ik doe er niets mee. Je moet er tijd en moeite in steken en de grote vraag is inderdaad: wat moet je ermee?’

Verlinden was een verwoede thuisprinter: talloze objecten in zijn huis komen uit het apparaat, zoals de afstandsbediening van zijn auto die stuk was gegaan en een houdertje voor vier elektrische tandenborstels. ‘Dingen die je niet even ergens koopt. Aan de andere kant: bij de Action vind je dus precies de prullaria die vaak uit veel printers komt. Dus waarom al dat gedoe?’

Verlindens eigen printer staat, moet hij erkennen, inmiddels te verstoffen, na een werdegang door het huis. ‘Hij stond eerst in de kamer, toen verhuisde hij naar de keuken, zodat je tijdens het koken beter toezicht kon houden.’ Maar Verlindens huisgenoten begonnen te klagen over de herrie en de stank, dus toen ging het ding naar de bijkeuken. Zo verdween hij uit het zicht ‘en uit het hobbyhart’. Al werd het uitfaseren van de thuisprinter versneld doordat Verlinden in zijn universitaire lab toegang heeft tot professionele apparaten.

Beeld Iliya Cerjak
Beeld Leon Zautsen
Beeld Leon Zautsen
Beeld Baschz Leeft
Beeld Leon Zautsen

Hoewel Kemps van ABN Amro geen exacte verkoopcijfers heeft, denkt hij dat de consumentenmarkt niet zo veel meer voorstelt. Reden: de gebruiksvriendelijkheid valt tegen. Je moet er echt voor gaan zitten. Verlinden noemt ook het gebrek aan materiaalkeuze: de consument kan kiezen uit diverse soorten plastic, maar met name van het veelgebruikte PLA is de duurzaamheid beperkt: het breekt snel en dat is voor het altijd maar genoemde keukenkastjeshandvat nou net een slechte eigenschap.

Toen werd het plan: als je na drie weken je zoveelste Yodapoppetje hebt geprint, meld je je printer aan en kunnen ­anderen op jouw apparaat printen, zegt Verlinden. Zo ontstond het Nederlandse bedrijf 3DHubs, een platform dat printerbezitters in contact bracht met mensen met een printwens. ‘Een beetje de Airbnb van het printen’, aldus Verlinden. Maar ook dit idee bleek niet aan te slaan. Niettemin werd 3Dhubs wel een succes, omdat het tegenwoordig diensten aanbiedt van bedrijven met industriële printers van tienduizenden tot honderdduizenden euro’s, waar prachtige (en bruikbare!) werkstukken uit komen van kunststof, metaal of keramiek.

‘3Dhubs is verschoven van de deeleconomie naar hardcoredienstverlening’, zegt Verlinden. Zegt ook Kemps van ABN Amro: ‘Een paar jaar geleden dachten we dat je een machine moet bezitten om er gebruik van te maken. Maar dat hoeft dus niet. Je gaat naar Shapeways of Oceanz. Je laat je spullen ergens anders uitprinten in betere materialen en dan wordt het je toegestuurd.’ Net zoals mensen geen doka meer opbouwen in de badkamer, maar printjes gewoon online bestellen. Elders laten printen en opsturen is een ontwikkeling die ook te danken is aan internet, zegt Kemps, en die destijds niet meteen werd voorzien.

De 3D-wereld is dus veranderd, waarbij een producent van 3D-printers als het Nederlandse Ultimaker is opgeschoven richting professionelere gebruikers. ‘Dit is echt de Apple onder de 3D-printers qua gebruiksgemak’, zegt Kemps. ‘Vliegtuigbouwer Airbus gebruikt goedkopere Ultimakers om snel prototypen van onderdelen te maken, maar ze hebben ook dure professionele kunststof- en metaalprinters staan van Additive Industries uit Eindhoven.’ De iets betere en duurdere ‘gewone’ 3D-printers ziet de sectoreconoom vooral terug in het MKB, bij architecten en scholen, terwijl grote concerns gebruikmaken van centraal opgestelde tovermachines.

Irene Lakeman
Beeld Leon Zautsen

Kemps heeft een checklist gemaakt die de vraag beantwoordt wanneer een 3D-printer van pas komt. Eén, zegt hij, als het om ultiem maatwerk gaat. Denk aan de medische sector. ‘Een heup op maat. Zo’n 3D-geprinte heup is misschien vijf keer zo duur, maar vergt door de exacte pasvorm minder nazorg en is daarmee goedkoper.’ Andere toepassingen: een beugel die precies op het gebit van de klant wordt gemaakt. Zodra de tanden een beetje meer in vorm staan, wordt een volgende geprint die de zaak weer verder duwt tot perfectie is bereikt. Het tweede punt op de checklist: als het materiaal heel licht moet zijn, zoals in de lucht- en ruimtevaartindustrie. Maar ook bij chipmachinemaker ASML, waar onderdelen onder hoge belastingen moeten werken en waarbij elke besparing van pas komt. Doordat 3D-printers sterke, halfholle objecten kunnen maken, zijn ze in het voordeel. Tot slot, zegt Kemps, zijn 3D-modellen interessant als het onderdeel er supersnel moet zijn. Bijvoorbeeld in de olie-industrie. Als daar een onderdeel snel nodig is omdat de boortoren stilligt, wil je best tienduizenden euro’s betalen.

De 3D-printer is dus zeker niet mislukt. En er is nog altijd een fanatieke groep thuisgebruikers, blijkt ook uit de stroom zelfgemaakte objecten die de redactie afgelopen weken ontving na een oproep. Maar de golf creativiteit die we een paar jaar geleden zagen komen aanrollen, lijkt voortijdig uitgedoofd.

Ook thuis heeft de 3D-moeheid toegeslagen, al hoopt vader dat een goed productidee de zaak nieuw leven kan inblazen. Maar eindeloze piekersessies over bruikbare producten hebben vooralsnog niets opgeleverd dat de Derde (of Vierde) Industriële Revolutie kan vlottrekken. Dan toch dat rottige scheidsrechtersfluitje maar eens downloaden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden