Therape-mail

Hij heeft gehoord dat ik ook therapie doe via e-mail. Dat lijkt hem wel wat. Meestal zit hij namelijk in het buitenland, op plekken waar amper medische voorzieningen zijn, laat staan psychische hulp....

Jean-Pierre van de Ven

Ik voel me weleens een medicijnman in het bos, maar dat laat ik in het midden. We maken een nette westerse afspraak, in een behandelkamer van een groot stenen gebouw.

Drie weken later. Voor iemand met zo'n internationaal beroep ziet hij er weinig Camel Trophy-achtig uit. Grijs maatkostuum, haren keurig in de scheiding. Alleen doordat hij meer kleur heeft op de wangen, onderscheidt hij zich van de gemiddelde bankemployé. Ook zijn probleem klinkt oer-Hollands: een jaar geleden is hij overvallen op straat. Twee overvallers hebben hem met een mes bedreigd en van geld, koffer en schoenen beroofd. Nu heeft hij last van nachtmerries en angstaanvallen. Hij schrikt enorm van de kleinste geluidjes. En hij durft niet meer in een bepaalde buurt te komen, wat in zijn beroep nogal lastig is.

'Je beschrijving duidt op een posttraumatische stress-stoornis', zeg ik na een poosje. Dat had hij zelf ook al bedacht. In de afgelopen weken heeft hij namelijk een en ander gelezen over zijn probleem. 'En ik weet ook al wat ik moet gaan doen.'

'Je maakt het mij gemakkelijk. Nou, zeg het maar.' Ik leun comfortabel achterover.

'Ik heb gelezen over het verwerken van een trauma door erover te schrijven. Dat kan toch ook via e-mail? Ik stuur brieven en jij stuurt commentaar. Kijk, ik heb daar niet zoveel tijd voor. Als ik 's avonds een beetje kan schrijven is dat precies goed.'

Ik prijs hem voor zijn belezenheid. 'Maar als je het zo druk hebt, moet ik schrijven afraden. Schrijven vormt een te grote belasting om het erbij te doen in de avonduren. Je maakt de problemen dan alleen maar erger.'

Hij krabbelt terug. Plechtig belooft hij om voldoende tijd vrij te maken. In de volgende zitting stellen we een gedetailleerd schrijfschema op, waarna hij tevreden afreist naar de tropen.

Twee weken later. Zoals afgesproken ontvang ik elektronische post. Het valt tegen: vier korte briefjes waarin hij niet tot de kern van de zaak is doorgedrongen. In het commentaar dat ik terugmail, kom ik daarop terug. 'Ik wil lezen waarvan je wakker ligt. Over hoe onveilig en onzeker je je voelt op straat. Over het feit dat je niemand vertrouwt. Al die dingen heb je me wel verteld, maar je schrijft ze niet op.'

Twee uur later krijg ik weer post. Een spijtbetuiging. Hij heeft in die eerste weken weinig tijd vrijgemaakt om te schrijven. Mijn commentaar heeft hij zojuist zelfs even tussendoor gelezen, tijdens een vergadering. Maar al lezend was hij in tranen uitgebarsten. Dat kan zo dus niet. Hij neemt zich voor zorgvuldiger te werk te gaan.

U ziet: ik maak mensen aan het huilen op duizenden kilometers afstand. En dat voor een eenvoudige medicijnman.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden