NieuwsWindmolensterfte

Te veel vogels krijgen klap van de windmolen, maar wieken verven kan helpen

Er wordt nogal eens onderschat hoe schadelijk windmolens zijn voor vogelpopulaties, stellen Wageningse onderzoekers. Valt daar niks aan te doen? Noorse wetenschappers denken van wel: verf een wiek zwart. 

Een zwerm spreeuwen vliegt voorbij een windmolen. Volgens Wagenings onderzoek hebben spreeuwenpopulaties te lijden onder windmolens.Beeld Universal Images Group via Getty

Windmolens leveren duurzame energie, maar voor veel (trek)vogels en vleermuizen zijn het gehaktmolens. Zij vliegen zich te pletter tegen de draaiende wieken, omdat ze die niet goed zien. Een kind had het kunnen bedenken, maar nu is het ook de laatste stand van wetenschappelijk inzicht: verf één witte wiek van windmolens zwart en het scheelt een hoop slachtoffers.

Volgens nieuw onderzoek van het Noorse Institute for Nature Research in Trondheim zou het verven van de wieken meer zichtbaar contrast opleveren, wat de vogels eerder afschrikt. Het idee daarvoor is afkomstig uit Amerikaanse laboratoriumproeven, waaruit bleek dat de Amerikaanse torenvalk het best reageert op contrast met zwart.

De Noorse wetenschappers zien dat bevestigd na experimenten in het Noorse windmolenpark van Smøla. Daar kwamen jaarlijks zes tot negen zeearenden om het leven door aanvaringen met een van de 68 windmolens, een gevoelige tik voor de populatie. Verven leidde daar tot wel 70 procent minder vogelaanvaringen.

Knooppunt

Naar aanleiding van het experiment verkent het Nederlandse energiebedrijf RWE samen met enkele overheden momenteel de mogelijkheden om deze methode te testen op windmolens in de Eemshaven, waar veel vogelslachtoffers vallen. Niet onbelangrijk: voor veel trekvogels is Nederland een knooppunt op hun route tussen noord en zuid.

Jonne Kleyheeg-Hartman van ecologisch adviesbureau Waardenburg bekijkt in opdracht van RWE hoe het effect van het verven van wieken het best kan worden onderzocht. Later dit jaar hoopt RWE uitsluitsel te hebben. Geld is een factor: ‘Nieuwe windturbines worden veelal wit geproduceerd, een zwarte wiek vraagt aanpassing van het productieproces. Bij bestaande turbines zit er niets anders op dan er met een grote kraan en een pot verf tegenaan te gaan. De kosten daarvan zijn nog niet bekend.’

Een vermeend ‘stroboscoop-effect’ – waarover omwonenden van windmolens weleens klagen – hoeft bij deze ingreep niet te ontstaan. Dat effect wordt vooral ervaren door draaiende wieken die de lichtval in een ruimte steeds kort onderbreken. De kleur van een wiek heeft daar geen invloed op. Het verven van wieken zou ook alleen hoeven plaatsvinden op locaties in de natuur, waar veel vogels voorkomen, doorgaans niet bij woonwijken.  

Het Noorse onderzoek komt op een moment waarop onderzoekers van de Wageningen Universiteit net concludeerden dat vaak onderschat wordt hoe desastreus de gevolgen van aanvaringen met windmolens kunnen zijn voor sommige vogelpopulaties, bij gebruik van de huidige normen voor ‘acceptabel geachte sterfte’. Vooral voor de spreeuw, de bruine kiekendief en de visdief zijn de effecten van windmolensterfte volgens de geldende ‘1-procentmortaliteitsnorm’ groter dan gedacht, zegt ecoloog Ralph Buij, onderzoeker bij de Wageningen Universiteit en mede-auteur van het nieuwste onderzoek.

Zeer gevoelig

Tot nog toe werd meestal aangenomen dat de effecten voor vogelpopulaties verwaarloosbaar zijn als maar 1 procent extra sterfte per jaar optreedt boven de natuurlijke sterfte. Dat is onterecht, vinden Buij en collega’s. Hun onderzoek toont dat de populatiegrootte zeer gevoelig kan zijn voor een kleine toename van de jaarlijkse sterfte. 

Een extra sterfte van 1 procent per jaar kan volgens het onderzoek binnen tien jaar leiden tot een populatie-afname van 2 tot 24 procent, afhankelijk van de soort. Vooral bij spreeuwen kan het hard gaan: een jaarlijkse extra sterfte van 5 procent door windmolens kan binnen tien jaar leiden tot een afname van de populatie met 77 procent.

Een veelgemaakte fout in Milieu Effect Rapportages over voorgenomen windmolenparken is volgens Buij dat vooral wordt gekeken naar lokale sterfgevallen, en onvoldoende naar totale sterfte in een populatie. ‘Een zeearend of een bruine kiekendief vliegt maar incidenteel door een park. En dus concluderen onderzoekers vooraf vaak dat sterfte incidenteel of verwaarloosbaar zal zijn. Maar al die incidentele sterfte telt wel op. Omdat in Nederland onvoldoende naar slachtoffers wordt gezocht, ziet niemand de totale sterfte. Die kan best groot zijn, en potentieel belangrijk voor een populatie, zoals van de langlevende en relatief traag reproducerende zeearend.’

Hoeveel vogels op jaarbasis omkomen door een klap van de molen, is niet bekend. De sterfte laat zich moeilijk meten in absolute aantallen, mede doordat veel windmolens in het water staan, waar de kadavers meteen verdwijnen.

Andere oplossingen voor vogelsterfte

Vogelsterfte door windmolens is al jaren onderwerp van discussie en onderzoek. Er zijn verschillende oplossingen voorgesteld. Enkele voorbeelden:

Stopzetten
Windmolens stopzetten zodra vogels aankomen. Dat gebeurt onder meer in Spanje. Bij windparken houden wachters permanent in de gaten of er vale gieren naderen. Wanneer dat het geval is, worden de molens tijdelijk stilgezet. Efficiënt, maar bewerkelijk en kostbaar, oordeelt onderzoeker Ralph Buij. Tijdelijk stopzetten van windmolens gebeurt in Nederland overigens ook al op sommige plekken, zoals in Zeeland.

Hogere molens
Hogere windmolens zouden minder slachtoffers maken, volgens sommigen. De Partij voor de Dieren heeft dat zelfs in het partijprogramma staan. Een moeilijk punt: ‘Hoge turbines kunnen juist méér slachtoffers maken dan lagere. Maar omdat ze per turbine meer energie opleveren, heb je er minder van nodig. En dus is het aantal slachtoffers per opgewerkte kWh energie gemiddeld lager dan bij kleinere turbines’, zegt Buij.

Volgens Jonne Kleyheeg-Hartman van Bureau Waardenburg kan het voor sommige soorten en in bepaalde situaties helpen. ‘Bijvoorbeeld op het water, zodat vogels die laag boven het water vliegen niet in de rotoren terechtkomen. De moeilijkheid is dat veel trekvogels juist weer in hogere luchtlagen vliegen.’

Onaantrekkelijk maken
Het gebied rond windturbines ongeschikt maken voor vogels. Volgens onderzoeker Buij wordt vaak geopperd om rond windmolenparken natuur aan te leggen, bij wijze van compensatie. Dat is net verkeerd: natuurontwikkeling kan gunstig zijn voor muizen en dat trekt roofvogels aan. ‘Je kunt onder de turbines beter zonneparken aanleggen, en natuurontwikkeling daar achterwege laten.’

Bij elkaar zetten
Windmolens zoveel mogelijk bijeenzetten. Onderzoeker Ralph Buij: ‘Uit Zwitsers onderzoek met rode wouwen bleek al dat er minder slachtoffers vallen bij clusters van windmolens dan wanneer je de molens verspreidt over het land.’

Totaalaanpak
Tot slot de beste oplossing, volgens Buij: een totaalaanpak. ‘Eerst de kwetsbaarste soorten identificeren. Dan kijken waar die precies zitten, en die plekken waar mogelijk vermijden. Dan het effect van de huidige sterfte onderzoeken en kijken wat eraan te doen is. Bijvoorbeeld een wiek verven. Dat hoeft lang niet overal en ook niet voor alle vogels, maar specifiek op die plekken en voor die soorten waarvan we weten dat ze negatieve effecten ondervinden.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden