Taalunie dreigt uiteen te vallen

Bij de Nederlands-Vlaamse organisatie Taalunie woedt een hevige richtingenstrijd. Het draagvlak onder de organisatie kalft in ijltempo af. Ruim twee jaar na het begin van een vernieuwingsproces keren medewerkers en partnerverenigingen zich van de organisatie af. Ze hekelen de autoritaire stijl en de ondoordachte beslissingen van de directie. Dat blijkt uit gesprekken met tal van betrokkenen.

De 44 man sterke Taalunie is vooral bekend als uitgever van het Groene Boekje.Beeld ANP

In de afgelopen weken lag de Taalunie, die het gezamenlijke taalbeleid voert van Nederland, Vlaanderen en Suriname, zwaar onder vuur. Partnerorganisaties stuurden boze brieven naar de Taalunie, 176 neerlandici steunden een protestactie en verschillende Taalunie-medewerkers trokken bij de Volkskrant aan de bel.

De 44 man sterke Taalunie is vooral bekend als uitgever van het Groene Boekje, maar werkt achter de schermen als een soort loodgieter van het Nederlands. Ze houdt de spelling- en grammaticaregels bij, beheert digitale databanken die tot woordenboeken en taalsoftware kunnen leiden, bedenkt beleid om het Nederlands in het hoger onderwijs of in migratiebuurten te versterken en ondersteunt het onderwijs van het Nederlands in het buitenland.

Reconstructie

Waar ging het mis bij de Taalunie? 'Er gaat kennis van de taal verloren', zegt neerlandicus Hans Bennis.

Reorganisatie

De Taalunie, in 1980 opgericht als een soort hoeder van de Nederlandse taal, leek de voorbije jaren wat ingedut en kreeg daarom van de Nederlandse en Vlaamse overheid de opdracht haar zichtbaarheid en maatschappelijke relevantie te vergroten. In januari 2013 werd de Vlaming Geert Joris als algemeen secretaris aangesteld om de unie 'meer smoel' te geven. Hij voerde een reorganisatie uit en begon tegelijk een vernieuwings- en bezuinigingsoperatie.

De nieuwe Taalunie, zo staat in het beleidsplan, moet 'meer als een bedrijf' werken. De organisatie moet 'flexibel, efficiënt, vraaggericht en herkenbaar' zijn en 'als een makelaar organisaties met elkaar verbinden'. De nadruk moet ook meer komen te liggen op communicatie: 'Alles wat de Taalunie naar buiten brengt, moet begrijpelijk, laagdrempelig en aantrekkelijk zijn.'

Volgens veel betrokkenen legt Joris een te grote nadruk op communicatie en verwaarloost hij het inhoudelijke werk. Daardoor dreigt het Erasmus Taalcentrum in Jakarta te moeten sluiten, ligt de Taalunie overhoop met het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) - een belangrijk kennisinstituut - en zijn er ondoordachte ingrepen aangekondigd in het onderwijs van het Nederlands in het buitenland, die onder neerlandici een storm van protest veroorzaakten.

Autoritair

De leiding van de Taalunie erkent dat er fouten zijn gemaakt bij de ingrepen in het onderwijs van het Nederlands in het buitenland, maar zegt dat dit niet representatief is voor het algemene beleid van de unie. Het Erasmus Taalcentrum in Jakarta ziet zij niet als een kerntaak en de moeilijke relatie met het kennisinstituut INL wijt zij aan een bezuiniging van overheidswege.

Medewerkers van de Taalunie, die een zwijgplicht hebben en daarom anoniem willen blijven, klagen daarnaast dat de nieuwe leiding autoritair is en niet openstaat voor kritiek. Ze vinden dat het oude beleid wordt afgebroken zonder dat er iets voor in de plaats komt. Het bestaande beleidsplan werd in 2013 meteen verworpen, maar het duurde bijna twee jaar voor er een nieuw plan kwam.

'De Taalunie was een weinig zichtbare club, er moest iets gebeuren', zegt neerlandicus Hans Bennis van het Meertens Instituut, dat de Nederlandse taal en cultuur onderzoekt. 'Maar de huidige algemeen secretaris is precies de verkeerde weg ingeslagen. De basis van zijn organisatie is deskundigheid, maar hij heeft de vakmensen tegen zich in het harnas gejaagd. Hij heeft de zaken erger gemaakt.'

Bezuinigingen

De leiding van de Taalunie en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap erkennen dat er onrust is op de werkvloer en onder de partnerorganisaties, maar wijten dit aan de vernieuwingen en bezuinigingen. Volgens de leiding van de Taalunie zijn enkele medewerkers teleurgesteld over de reorganisatie en voelen zij zich daarom miskend.

Ook minister Jet Bussemaker (PvdA), die voorzitter is van het Comité van Ministers van de Taalunie, ziet geen reden tot ongerustheid. 'Onze ervaring is dat onvrede bij veranderingen en bezuinigingen eerder regel is dan uitzondering', aldus een woordvoerder. 'Het ministerie laat zich uitvoerig informeren over de gang van zaken en constateert dat de Taalunie haar uiterste best doet om de veranderingen in goede banen te leiden. Dat vraagt enige tijd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden