Surfgedrag blijft mistig

Kijk-luister-en oplagecijfers zijn over het algemeen vrij beschikbaar, maar de meeste internetsites houden hun bezoekcijfers geheim. En als al cijfers worden gegeven, zeggen die meestal weinig....

Door Francisco van Jole

'MSN neemt met minimaal verschil de 'koppositie over', maakte onderzoeksbureau Multiscope deze week bekend bij publicatie van het jaaroverzicht van best bezochte Nederlandse sites. Hoe minimaal dat verschil precies is, blijft echter gissen. Multiscope wil namelijk geen bijbehorende bezoekcijfers geven. 'Wij leven nu eenmaal van de verkoop van dergelijke gegevens', verklaart directeur John Kivit.

Die commerciële houding maakt het Nederlandse surfgedrag mistiger dan de benoeming van een nieuwe paus in Rome. Het is alsof er een kijkcijferoverzicht wordt gegeven zonder kijkcijfers: het Journaal is het meest bekeken maar u mag niet weten door hoeveel mensen. Dat is een groot en opmerkelijk verschil tussen internet en de rest van de media.

Terwijl kijk-luister-en oplagecijfers bij de media over het algemeen vrij beschikbaar zijn, houden de meeste sites en onderzoeksbureaus de bezoekcijfers geheim. En als ze al iets zeggen, dan levert dat nog niet veel wijsheid op.

Internet, het medium dat bij overheid en bedrijfsleven transparantie en openheid zou afdwingen, is zelf namelijk nogal ondoorgrondelijk. Zo kan bijvoorbeeld iedereen de bezoekstatistieken van Startpagina.nl bekijken en zien dat in november de site bijna 75 miljoen bezoeken telde, een stijging van 27 procent ten opzichte van vorig jaar.

Toch zakte de populaire bestemming in het jaaroverzicht van Multiscope van de derde naar de vierde plaats. Want bezoeken zijn iets anders dan bezoekers, of liever gezegd dan 'unieke bezoekers' en daarop richten de onderzoekers zich bij voorkeur. Startpagina is immers zo drukbezocht omdatnogal wat mensen de titel eer aan doen en de site als openingspagina van hun browser hebben ingesteld.

Dat levert weliswaar een imposant aantal bezoeken op, maar zegt nog niets over de werkelijke populariteit, als van dat laatste begrip überhaupt al een definitie te geven is. Multiscope meet daarom net als concurrent Nielsen/Netratings, eigendom van voormalig tijdschriftengigant VNU, de zogeheten unieke bezoekers. Dat wil zeggen het aantal verschillende mensen dat per maand een site bezoekt. In ouderwetse mediatermen zou het bereik heten.

De bureaus gebruiken daarvoor panels, samengesteld uit mensen die bereid zijn hun surfgedrag automatisch te laten vastleggen door speciale software. Dat gedrag wordt vervolgens geëxtrapoleerd voor de ruim negen miljoen Nederlandse internetgebruikers.

De resultaten zijn overigens niet te vergelijken, want Nielsen/Netratings brengt geen jaaroverzichten uit zoals Multiscope. Het bureau openbaart daarentegen een paar keer per jaar gegevens over de populariteit van deelgebieden, bijvoorbeeld voetbal. De werkwijze van de bureaus komt verder globaal overeen.

Dat lijkt dus een betrouwbare methode, maar opmerkelijk is bijvoorbeeld dat porno in de overzichten niet is terug te vinden. Volgens André Rewijk van Nielsen/Netratings ligt dat niet aan de populariteit van het onderwerp. 'Ruim een kwart van de gebruikers bezoekt sekssites. Als je in acht neemt dat het voornamelijk mannen betreft, dan betekent het dat grofweg de helft van hen online seks bekijkt.'

De afwezigheid van porno in de overzichten is dan ook geen kwestie van gebrek aan populariteit maar van kwantiteit. Er zijn juist vanwege de onverzadigbare hunkeringzo enorm veel sekssites, volgens schattingen meer dan een miljoen, dat de spoeling per site automatisch dun wordt. Dat leidt tot het merkwaardige fenomeen dat met de populariteit ook de waarneembaarheid in de statistieken verdwijnt.

Een soortgelijk verschijnsel doet zich voor bij weblogs, persoonlijke kronieken van het dagelijks leven. De vorm weblog is een grote rage, maar het aantal weblogs dat er in bezoekcijfers toe doet, is verwaarloosbaar. Wie louter kijkt naar populariteitsoverzichten weet niet eens dat er weblogs bestaan.

Op een andere manier geldt hetzelfde voor bijvoorbeeld Funda.nl, waar woningen te vinden zijn. De site behoort tot de meest afgegraasde plekken op het net, waar huizenkopers uren, zo niet hele dagen doorbrengen.

Maar ze zijn in absolute aantallen met te weinig om terug te keren in de statistieken. Anders dan bij televisiekijkcijfers nemen de onderzoekers de duur van het bezoek niet in acht. Wie bij het oproepen van een pagina meteen weer wegzapt wordt even hard meegeteld als een geïnteresseerde bezoeker.

Het roept de vraag of dergelijke overzichten niet net zo weinigzeggend zijn als een overzicht van populaire telefoonnummers. In de bovenste regionen zullen altijd de nummerinformatiediensten prijken, net als op internet de zoekmachines. Veel inzicht in de rol en de waarde van de telefoon biedt dat niet.

Er gaat wel meer verloren in de internetkijkcijfers. De kritiek van Nielsen/Netratings op de methode van Multiscope is dat alleen wordt gekeken naar Nederlandse sites. Populaire buitenlandse bestemmingen als Yahoo en CNN tijdens de Golfoorlog blijven uit zicht. De site van microsoft.com zou volgens Rewijk anders zeker de tweede plaats innemen, daar halen alle gebruikers immers hun noodzakelijke software-updates vandaan.

Wat de vraag oproept of een dergelijke min of meer gedwongen toepassing wel tot websurfen gerekend mag worden. Hetzelfde kan opgemerkt worden voor het gebruik van Hotmail, een van de belangrijkste populairiteitsgeneratoren voor leverancier Microsoft. Is dat e-mailen of websurfen?

De onderzoekers vinden het amper interessant daar een onderscheid in te maken. 'Dergelijke overzichten zijn per definitie vergelijkingen tussen appels en peren', zegt Kivit. 'Het gaat vooral om het waarnemen van trends.' Zo'n trend is bijvoorbeeld dat het bezoek aan krantensites terug is gelopen nadat registratie verplicht werd. Of dat de verzamelde sites van de publieke omroep het afleggen tegen Rtl.nl. En dat elektronisch bankieren in Nederland krankzinnig populair is, met de Rabobank op 11 en de Postbank op plaats 17.

Opvallend is dat geen van beide bureaus onderzoek doet naar het verschil tussen surfgedrag thuis en op het werk, iets wat bijvoorbeeld in de Verenigde Staten een standaard onderscheid is. In Nederland wordt alleen thuisgebruik gemeten. Volgens Kivit is geldgebrek de oorzaak van die beperking. 'De markt voor de gegevens is er gewoon te klein voor.'

Ook wordt geen onderzoek gedaan naar de ontluikende mobiele markt. 'De omvang daarvan is nog te gering.' En wat nu als het ooit nog wat wordt met het al zo lang aangekondigde huwelijk tussen internet en televisie: moet je dan kijkcijfers gaan meten of unieke bezoekers? Gaat het Journaal dan concurreren met de Microsoft-updates? Kivit: 'Ja, dan hebben we wel een probleem.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden