Stuiptrekkingen van het Jiddisch

Bij de stichting van de staat Israël werd het Jiddisch opgeofferd aan het Hebreeuws. Tot verdriet van vooral Israëli's uit Oost-Europa die, verenigd in clubs, de taal proberen te redden....

door Theo Koelé

Ietwat verlegen leest Moshe Lemster (53) een gedicht in het Jiddisch voor. Hij is letterlijk en figuurlijk het jongste lid van de Vereniging van Jiddische Schrijvers en Journalisten in Tel Aviv. Net aangekomen uit de vroegere sovjetrepubliek Moldavië, heeft Lemster zijn eerste proeve van poëzie in Israël gewijd aan wat hij zijn thuiskomst noemt.

Het is een sentimenteel gedicht, De bel van de diaspora. De titel refereert aan de bellen waarmee schapen in zijn geboorteland rondlopen. 'Ik heb de bel van de diaspora opgehangen aan een boom', zo begint het gedicht. Als Lemster het heeft voorgedragen, uit het hoofd want de inkt is nog maar net droog, knikken enkele collega-dichters instemmend. 'Het geeft de gevoelens van veel mensen weer. Je laat een leven achter je, en stort je in een nieuw bestaan', zegt Rivka Basman Ben-Haim (75), een immigrant uit Litouwen. Moshe Sachar (72), afkomstig uit Polen, noemt het gedicht heel persoonlijk en tegelijkertijd 'een symbool voor het hele joodse volk'. De collega's toasten met zoete rode wijn op de nieuweling. Een schaal met koekjes gaat rond. Bij het afscheid wensen de schrijvers, niet meer dan een handvol, elkaar Gai gezunterhait, een goede gezondheid.

Het zijn vooral Israëli's uit Oost-Europa die, naar eigen zeggen, pogingen doen 'het Jiddisch als levende taal te redden'. De taal werd bij de stichting van de staat Israël opgeofferd aan het Hebreeuws. In de jaren veertig en vijftig waren het niet alleen joden uit Europa, overlevenden van de holocaust, die naar de prille staat trokken, maar ook Marokkanen, Irakezen, Jemenieten. Het Hebreeuws was een bindmiddel voor al die bevolkingsgroepen.

Jiddisch, eeuwenlang gesproken door joden van Europese herkomst, is gebaseerd op het Middeleeuwse Duits. 'In Nederland kwam het Jiddisch tot grote bloei', zegt prof. Gershon Winer in Jeruzalem, emiritus-hoogleraar in de Jiddische literatuur. 'De eerste Jiddische vertaling van de bijbel verscheen rond 1680 in Nederland. Daar werd ook de eerste Jiddische krant gepubliceerd.' Veel woorden hebben hun weg gevonden in het Nederlandse taalgebruik, al dan niet verbasterd: drek, dumkop, chochem, tsores, meshugeh, nebbish.

Jarenlang heeft Winer gevochten voor een vooraanstaande positie van het Jiddisch in Israël. Naar schatting spreken een half miljoen Israëli's de taal - vooral orthodoxe joden, die een geïsoleerde bevolkingsgroep vormen. Voor de meeste landgenoten is het een dode taal, net als Latijn en Grieks, aldus Winer.

'Aan universiteiten was het docenten verboden Jiddisch te spreken. Toen ik vijftien jaar geleden een leerstoel kreeg aan de Bar-Ilan Universiteit bij Tel Aviv, eiste ik dat ik Jiddisch als een levende taal mocht onderwijzen. Die eis werd na lang aandringen ingewilligd, en binnen een paar jaar had ik 250 studenten.'

Winer zette zijn activiteiten ten gunste van de taal voort als voorzitter van de Wereldraad voor Jiddische Cultuur, die vooral buiten Israël succes boekt. 'Honderden mensen nemen elke zomer deel aan seminars in Kiev, Minsk en Moskou.' Winer (76), sinds kort voorzitter-af, vestigt zijn hoop op immigranten uit de voormalige Sovjet-Unie, die Israël overspoelen. 'Hun invloed is een zegen.' Hoewel dictator Josef Stalin vrijwel alle Jiddische schrijvers in 1952 liet ombrengen, behield de taal een sterke aantrekkingskracht als 'hét vehikel voor het jodendom in de Sovjet-Unie.'

Bijvoorbeeld in de toenmalige sovjetrepubliek Litouwen, waar dichteres Ben-Haim opgroeide in een klein dorp. Zij én haar gedichten overleefden een concentratiekamp in de buurt van Riga. 'Ik maakte een klein pakketje van mijn poëzie en verborg dat in mijn mond.' Ze noemt die gedichten haar kinderen, haar schatten.

Twee jaar na de Tweede Wereldoorlog ging ze met haar man, een schilder, naar het toenmalige Palestina, dat onder Brits gezag stond. Het echtpaar belandde in een kibboets, waar Hebreeuws dé taal was. Rivka werd lerares Hebreeuws, 'maar mijn ziel bleef Jiddisch'. Ze vertaalde Hebreeuwse teksten in het Jiddisch, en andersom. 'Ik leef in twee talen.'

Verbrande bijen, heet een recent gedicht. Beter kan ze haar gevoelens ten aanzien van haar kindstaal niet onder woorden brengen, zegt ze, voordat ze op dicteersnelheid voorleest: 'Je beseft niet hoe gelukkig we zijn/ de Jiddische wezen/ zij die hun pijn verwoordden in het Jiddisch/ als stenen in een ruïne/ waar engelen zingen bij de muren/ het gezang bereikt de hemel/ je beseft niet hoe gelukzalig het is om met de engelen te zingen/ de melodieën omringen ons/ als verbrande bijen/ op een dag zul je honing vinden in een Jiddisch woord.'

'Voor de meesten van ons is het Jiddisch de taal van onze ouders en onze grootouders. Het is de taal die we konden verstaan, maar niet spreken', zegt Ellis Shuman, een Israëli van Amerikaanse afkomst, die in zijn nieuwe vaderland cultuur propageert via internet. Dankzij dat medium is er volgens hem sprake van een opleving van het Jiddisch. Hij verwijst naar websites met overzichten van Jiddische woorden en wijsheden ('een gelukkig mens is een dood mens'), biografieën van schrijvers, en programma's van een door de Israëlische overheid gefinancierd theater en Jiddische muziekfestivals over de hele wereld. Yiddishkeit gaat niet verloren, meent Shuman.

Winer is sceptisch. Het gaat hem niet zozeer om kwantiteit als wel om kwaliteit, om status, 'om Jiddisch op hoog niveau' - in tegenstelling tot 'het Jiddisch van de grappen en vloeken'. Neem het theater dat stukken opvoert die 'niet origineel zijn', want vertaald uit het Hebreeuws, zij het op basis van een Jiddisch script. Winer, smalend: 'Het is zoiets als Shakespeare spelen in het Engels, vertaald uit het Nederlands.'

Gaat het Jiddisch een nieuwe bloeitijd tegemoet, of is het verval niet te keren? 'We hadden pas een wunderbare Abend met zangers en dichters', zegt Lev Berenski, voorzitter van de Vereniging van Jiddische Schrijvers en Journalisten. Toegegeven, op de wekelijkse bijeenkomsten van de club, kort voor het begin van de sabbat, komt soms niet meer dan een half dozijn mensen opdagen. 'Maar in het hele land zijn er wel 35, 40 clubs van mensen die proberen het Jiddisch levend te houden - al is het maar door elkaar brieven in die taal te schrijven.

Berenski is met zijn 61 jaar een Yänkele, een jonkie, onder de leden van het schrijvende gezelschap. Hij ontkent niet dat het lidmaatschap in hoge mate 'een kwestie van nostalgie en sentiment' is: 'De mensen praten hier soms urenlang over het leven in Warschau in de jaren dertig.'

Berenski wil zich per se niet afficheren als propagandist van het Jiddisch. 'Ik ben geen fanaticus.' Pas op 41-jarige leeftijd begon de immigrant uit Rusland te schrijven in de taal 'die door Hitler en Stalin doelbewust werd vernietigd'. Voorheen, al vanaf z'n 14de jaar, schreef hij gedichten in het Russisch. Satirische gedichten zijn nu z'n specialiteit. Berenski treedt op tijdens het poëziefestival in Rotterdam, dat vandaag begint. Trots: 'Ik geloof dat ik de tweede Jiddische dichter ben die dat voorrecht heeft.'

In Israël realiseerde Berenski zich welke 'machtige cultuur' verloren dreigde te gaan: 'Iedere grote schrijver ter wereld is in het Jiddisch vertaald.' Maar grote Jiddische auteurs, zoals Sholom Aleichem en Itzak Manger, zijn er niet meer. Hun boeken, borstbeelden en portretten sieren het gebouw van Berenski's schrijversclub in het drukke centrum van Tel Aviv. 'Een eiland', zeggen de vaste bezoekers - een plaats waar je kunt binnenvallen om te spreken met anderen voor wie Jiddisch méér is dan een taal.

'Ik hoor hier de woorden die ik thuis hoorde', zegt Sachar, dichter en dramaturg. 'Er zijn sommige dingen die ik alleen maar in het Jiddisch kan schrijven. Zeker als ik schrijf over het verleden. Ik herinner zoveel mooie uitdrukkingen. En dan de klank! Neem het Hebreeuwse woord mishpacha, familie. In het Jiddisch is het mishpoche.' Hij proeft het woord, zonder harde g, en zegt: 'Het klinkt zoet.' In zijn eigen familie wordt zowel Hebreeuws als Jiddisch gesproken. Dat wil zeggen: 'Ik vraag iets aan mijn kinderen in het Jiddisch, en zij antwoorden in het Hebreeuws.'

Een geestverwant valt binnen in het schrijvershuis. Een man met een zwierige hoed en wapperende haren. 'Aangenaam', zegt Zwi Kanar in het Nederlands met Vlaams accent. Mimespeler van beroep, maar welbespraakt. Razendsnel vertelt hij over zijn leven. De in Polen geboren Kanar woonde meer dan dertig jaar in het buitenland, onder meer in Antwerpen en de VS, trad daar op ('ook in Nederland trouwens'), en besloot een jaar of acht geleden naar Israël te gaan, naar huis.

'Hier begon ik in het Hebreeuws te schrijven, maar ik stapte al gauw over op het Jiddisch. Ik realiseerde me: ik moet in m'n moedertaal schrijven.' Decennialang viel hem dat te zwaar, als overlevende van het concentratiekamp Buchenwald: 'Ik associeerde de taal met de holocaust.' Kanar, bijna 70 nu, heeft inmiddels een boek in het Jiddisch over Buchenwald op zijn naam staan.

Het is de taal van de overlevenden, maar zal de taal zelf overleven? Het Hebreeuws is doorspekt met Jiddische woorden, maar er komen geen nieuwe bij. Dankzij de in Israël florerende hightech-industrie, en de sterke oriëntatie van het land op de VS, sluipen steeds meer Engelse woorden in het Hebreeuws, 'de taal van het zionisme'.

Weemoed kan het Jiddisch niet redden. Volgens Berenski is 'zijn' schrijversclub de enige ter wereld. De hoge leeftijd van de leden en het chronisch geldgebrek beloven niet veel goeds voor de toekomst.

Winer noemt de schrijversclub, die het ledental sinds de jaren vijftig zag dalen van tweehonderd tot tachtig, laatdunkend een 'gezelschap van mensen die bij elkaar komen om thee te drinken'. Erger nog: 'Vroeger was een levendige boel, nu is het een kerkhof.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden