Strijd tegen de kwakzalverij is van alle tijden

De Vereniging tegen de Kwakzalverij is opgericht in 1880 maar heeft nog steeds bestaansrecht. De negentiende-eeuwse doelstelling is inmiddels aangevuld met 'het evalueren van alternatieve behandelwijzen'....

Van onze verslaggeefster Ineke Jungschleger

De Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft vorige week haar bestaansrecht weer eens bewezen. Voorzitter C. Renckens, drager van de fakkel die in 1880 werd ontstoken door de gebroeders Bruinsma, mag van de president van de Amsterdamse rechtbank oud-internist A. Houtsmuller uitmaken voor kwakzalver. Houtsmuller, de uitvinder van een omstreden anti-kankerdieet, verloor het kort geding dat hij aanspande tegen gyneacoloog Renckens, die hem in een interview een 'kwakzalver' en een 'leugenaar' had genoemd.

Er zijn in Nederland tienduizend geregistreerde alternatieve genezers en ten minste twee keer zoveel ongeorganiseerde. Volgens de definitie van de Vereniging tegen de Kwakzalverij zijn dat allemaal kwakzalvers. 'Maar een oud kruidenvrouwtje of een analfabete Chinees is veel minder gevaarlijk dan een kwakzalver met een artsendiploma', zegt Renckens, als vrouwenarts verbonden aan het Westfries Gasthuis in Hoorn.

'In een arts hebben de mensen vertrouwen omdat hij medicijnen heeft gestudeerd. Hij ontleent zijn autoriteit aan het bouwwerk van een paar eeuwen medische wetenschap, waarin de werking van ingrepen en geneesmiddelen bewezen is. Alles wat in de officiële geneeskunde wordt toegepast, is bewezen. Als een arts dingen gaat toepassen die niet bewezen zijn, parasiteert hij op de geneeskunde en ondermijnt hij het vertrouwen in de hele beroepsgroep.' Ongeveer duizend artsen, minder dan 3 procent van de totale begroepsgroep, houden zich bezig met alternatieve geneeswijzen.

Sinds de wet BIG (Beroepsuitoefening Individuele Gezondheidszorg) in 1994 van kracht werd, kan iedereen in Nederland de 'geneeskunst' uitoefenen. Behoudens een aantal in de wet beschreven handelingen als opereren, kan de 'genezer' ongecontroleerd zijn gang gaan. En ongestraft, behalve als de patiënt de rechter kan overtuigen dat hem ernstige schade is berokkend door de 'genezer'. Renckens ziet niet veel heil in juridische procedures tegen alternatieve genezers. 'In de zaak die Roel van Duyn aanspande, is nog niet eens een aanklacht geformuleerd.'

Van Duyns vrouw overleed vorige zomer aan kanker na behandeling door een macrobiotische kwakzalver. Renckens: 'Het blijkt onder de nieuwe wetgeving erg moeilijk te zijn zo'n man aan te pakken.'

Onder de oude wet uit 1865, nog van Thorbecke, was het beoefenen van de geneeskunst voorbehouden aan degenen die als arts waren afgestudeerd. Die wet werd massaal overtreden. Het archief van de Vereniging tegen de Kwakzalverij herbergt een bonte verzameling gelovigen en oplichters die voor het gerecht werden gesleept. In Medici contra kwakzalvers (uitgegeven door Het Spinhuis, 1991) beschrijft de socioloog G. van Vegchel anderhalve eeuw conflicten tussen medici en 'kwakzalvers'. De eerste petitie tegen de wet van Thorbecke kwam van de magnetiseurs, die rond 1950 de strijd aangingen tegen het artsenmonopolie.

'Meer vrijheid gaat altijd ten koste van de bescherming', zegt Renckens. 'Dat zie je nu gebeuren.' Maar omdat de nieuwe wet Kamerbreed is aangenomen, ziet de Vereniging nu het meeste heil in 'het opvoeden van de bevolking'.

Ook de doelstelling van de Vereniging tegen de Kwakzalverij is aangepast aan de tijdgeest: 'Het evalueren van alternatieve behandelwijzen' werd toegevoegd aan de aloude 'bestrijding van de kwakzalverij'.

Het predikaat 'kwakzalver' gaat in de loop van de achttiende en negentiende eeuw over van de rondtrekkende heelmeester op fabrikanten van omstreden geneesmiddelen.

Tegen deze 'moderne kwakzalvers' ageerden in de vorige eeuw de oprichters van de vereniging. 'Een gewetenlooze bende, welke het slechts te doen is geld te maken uit het lijden hunner natuurgenooten' noemt oprichter en arts dr. G. W. Bruinsma, later inspecteur voor de volksgezondheid, deze fabrikanten in 1881 in het Maandblad tegen de Kwakzalverij.

Aan het einde van de negentiende eeuw was ongeveer 25 procent van de artsen en 35 procent van de apothekers lid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. De onbevoegde genezers waren concurrenten die bestreden moesten worden. Nu is dat nog slechts 2 procent van de artsen lid: eind vorig jaar telde de vereniging 1060 leden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden