Stijgt zorgpremie als buffer verzekeraar slinkt?

De kans is aanzienlijk dat de zorgpremies sneller stijgen de komende jaren. De grote zorgverzekeraars zeggen verlies te lijden op deze polissen.

Beeld anp

Wat zijn de cijfers?

Bij de grote vier zorgverzekeraars - CZ, VGZ, Achmea en Menzis - heeft zo'n 90 procent van de Nederlanders een zorgverzekering. Menzis zat in 2016 netto 47 miljoen euro in het rood. Het boekte daarmee een slechter resultaat dan CZ, dat 15 miljoen euro verlies leed. VGZ deed het met 76 miljoen euro verlies nog slechter en Achmea, de grootste van de vier, spande de kroon met een min van 196 miljoen euro.

Het cijfer van Achmea is overigens niet goed te vergelijken met dat van de andere drie. Het moederbedrijf van onder andere Zilveren Kruis rapporteert geen nettowinst of -verlies, maar alleen het resultaat van de reguliere bedrijfsactiviteiten, dus exclusief eenmalige, bijzondere posten.

Hoe komt het dat de zorgverzekeraars verlies lijden?

Omdat ze liever niet te veel winst maken hebben ze weinig marge om verlies te vermijden. De verzekeraars hebben jarenlang van de politiek te horen gekregen dat ze meer geld verdienden dan nodig. De burger betaalde een hoge zorgpremie, terwijl de zorgverzekeraars flinke winst boekten, was het beeld. Omdat zorgverzekeraars geen winst mogen uitkeren, verdween het geld in de spaarpot van de verzekeraars. Tussen 2011 en 2014 verdubbelden de financiële reserves van de vier naar 6 miljard euro, berekende vergelijkingssite ZorgKiezer eerder. In 2015 maakten zij nog winst.

Vanwege alle kritiek besloot de sector vorig jaar van koers te veranderen. De grote buffers moesten af- in plaats van toenemen. De laatste twee jaar boden de zorgverzekeraars verzekeringen daarom iets onder de kostprijs aan. De tekorten vulden ze aan door in te teren op hun buffers. VGZ onttrok in 2016 bijvoorbeeld 335 miljoen euro aan zijn reserves om de zorgpremie voor de klanten laag te houden. Achmea zette zelfs 434 miljoen euro van de reserves voor dat doel in.

Minister Schippers van Volksgezondheid ziet de noodzaak om in te teren op de reserves niet zo. Ze stelde woensdag op radiozender BNR dat het verlies van de zorgverzekeraars niet per se tot een hogere premie hoeft te leiden. Schippers: 'De zorgverzekeraars hebben ook voorzieningen (een stroppenpot, red.) voor tegenvallers.' Schippers wijst erop dat de verzekeraars die stroppenpot bijna niet gebruiken. Als de inhoud van de stroppenpot wordt meegeteld, lijden de verzekeraars volgens haar geen verlies.

Als de zorgverzekeraars uit hun buffers blijven putten, zijn die op gegeven moment verdwenen. Hoe lang kan dit nog doorgaan?

Totdat de buffer van de zorgverzekeraars het minimumniveau heeft bereikt dat toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) vereist. Komen de zorgverzekeraars onder die grens, dan volgen strafmaatregelen. Daarom streven alle vier de grote zorgverzekeraars een wat hogere buffer na dan DNB vereist, meestal 120 of 130 procent van het minimum. Zo weten ze zeker dat ze altijd genoeg in kas hebben voor als het tegenzit, bijvoorbeeld wanneer het aantal declaraties op zorgpolissen hoger uitvalt dan verwacht.

Op dit moment zitten de reserves van de zorgverzekeraars nog een eind boven de 130 procent. De reserve van Menzis slonk in het afgelopen jaar van 154 procent naar 145 procent. Ook Achmea en VGZ komen net onder de 150 procent uit. De buffer van CZ is zelfs een paar procent gegroeid, naar 173 procent. In het huidige tempo kunnen de zorgverzekeraars nog een paar jaar verlies lijden voordat ze de 130 procent hebben bereikt.

Dus voorlopig hoeft de zorgpremie niet omhoog?

Helaas wel, waarschijnlijk. De verzekeraars willen voorkomen dat ze de zorgpremie sterk moeten verhogen als de buffer eenmaal is afgebouwd.

'We willen niet ineens een omslag. De zorgpremie moet geleidelijk stijgen, niet met grote sprongen', zegt woordvoerder Jaap de Bruijn van VGZ.

Over een verhoging in 2018 willen de meeste verzekeraars nog niet speculeren, maar de voortekenen daarvoor zijn er wel. Achmea zei tijdens de presentatie van zijn jaarcijfers in maart dat verdere premiestijging onvermijdelijk is. Een woordvoerder van Menzis laat weten dat de steeds stijgende zorgkosten de zorgpremie onder druk zetten. CZ-bestuursvoorzitter Wim van der Meeren waagde zich woensdag bij radiozender BNR wel aan een voorspelling: hij verwacht dat de maandelijkse premie in 2018 met 10 tot 13 euro verhoogd moet worden.

De andere zorgverzekeraars stellen dat er niet te veel waarde aan Van der Meerens schatting gehecht moet worden. De hoogte van de premie is moeilijk te voorspellen, omdat die afhankelijk is van veel variabelen. De Bruijn van VGZ: 'Het hangt af van het aantal verzekerden, van welke zorg er in de basispakketten blijft of komt, van de beheersing van de kosten en van het aantal ingediende declaraties.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden