Analyse Biodiversiteit

Sterft het leven nou echt wel zo erg uit?

Eén miljoen plant- en diersoorten dreigen voorgoed te verdwijnen door onze leefstijl, bleek deze week uit onderzoek van het biodiversiteitspanel IPBES. Alleen dachten wetenschappers dat in 1987 ook, en toen gebeurde het niet.

Gladneusvleermuis. Beeld Iconographia Zoologica: een papieren dierenrijkGeheugen van Nederland

Het was, hoe je het ook bekijkt, afschuwelijk nieuws. Als de mens zijn leefstijl niet onmiddellijk drastisch verandert, dreigen één miljoen soorten planten en dieren voorgoed te verdwijnen. Zelfs de mensheid loopt dan gevaar, zeiden de wetenschappers die de voorspelling deden er voor de duidelijkheid meteen maar bij.

Er is eigenlijk maar één probleem: bovenstaande prognose is niet van afgelopen week – hij prijkte ook in 1987 al prominent in de kranten. En de datum waarop die één miljoen soorten levende wezens zouden zijn uitgestorven, ligt inmiddels achter ons: de studie in kwestie noemde het jaar 2000 als het jaar waarin het grote uitsterven in volle gang zou zijn. In werkelijkheid sterven er geen 40 duizend soorten per jaar uit, zoals de studie voorspelde. Volgens de registraties van de wereldunie voor natuurbehoud IUCN waren het er vorig jaar vijf, al is dat ongetwijfeld een onderschatting.

Natuurlijk is het oneerlijk om één onderzoek van dertig jaar geleden te vergelijken met de bundeling van honderden bestaande onderzoeken die het biodiversiteitspanel IPBES deze week presenteerde. Maar het voorval maakt één ding wel duidelijk: de ecologie heeft geen denderend trackrecord als het gaat om prognoses.

Begrijpelijk, ergens wel. Ecologen zijn, haast per definitie, wetenschappers die het behoud van de natuur nastreven. En als je zoals de meeste ecologen die natuur in hoog tempo weggevreten ziet worden door oprukkende wegen, bebouwde kommen, bosbouwers en boeren, is pessimisme bijna onvermijdelijk.

Keerzijde

Maar het pessimisme heeft ook een keerzijde: het geeft kleuring aan het woud van ecologische studies waarop samenvattende rapporten zoals dat van het IPBES zich baseren. Zo gaan biodiversiteitsstudies alleen maar uit van soorten die verdwijnen. Terwijl er paradoxaal genoeg ook soorten bij komen. Doordat de mens dier- en plantensoorten heen en weer zeult over de planeet, ontstaan er nieuwe kruisingen, nieuwe ecosystemen, en nieuwe soorten. In sommige gebieden is zelfs eerder sprake van een soortenexplosie dan van een uitsterfgolf, zoals Oxford-ecoloog Chris Thomas betoogt in zijn boek Erfgenamen van de aarde.

Ja, maar die nieuwe soorten zijn invasieve exoten die de biodiversiteit verpesten, klinkt op dit punt steevast de onheilstrompet. Op kwetsbare eilanden is dat inderdaad het geval (vraag maar na bij de dodo), maar op het vasteland ligt dat anders. Zo werden in Groot-Brittannië de afgelopen paar eeuwen liefst tweeduizend nieuwe soorten geïntroduceerd. Maar uitsterven door toedoen van al die exoten, dat deed geen enkele inheemse soort – geen enkele. Kennelijk is de natuur veerkrachtiger dan velen veronderstellen.

Nog zoiets. Veel ecologische studies maken onderscheid tussen de ‘echte’ natuur en door de mens geïntroduceerde soorten. Maar waarom zou het een minder zijn dan het andere? Zo leven er, cynisch maar waar, dankzij de landbouw tegenwoordig meer grote zoogdieren op aarde dan in de hoogtijdagen van de mammoet, de sabeltandtijger en het oerhert.

Ontsnappen

In andere gevallen zit het pessimisme al ingebakken in de onderzoeksaannames zelf. Om een beruchte te noemen: veel ‘uitsterfprognoses’ zijn gebaseerd op analyses van wat er gebeurt op eilandjes, omdat die nu eenmaal een overzichtelijk studieobject vormen. De echte wereld is bovendien ook net een eilandenrijk, betogen ecologen soms, omdat de natuur versnipperd is door wegen, steden en landbouw. Maar die aanname gaat er wél aan voorbij dat je van een eiland niet kunt ontsnappen en uit een bos soms wel: de natuur zit vol voorbeelden van planten en dieren die, toen hun leefomgeving in gevaar kwam, wisten over te stappen van plek A naar plek B

Zo is er meer. Veel ecologische studies waaruit het IPBES put, worden gefinancierd door het Wereldnatuurfonds – vorig jaar alleen al waren het er 166 – of andere natuurorganisaties. Clubs die er direct belang bij hebben de problemen van de natuur extra te benadrukken. En er is zoiets als een ‘zieligheidsbias’. Wie de neergang van de biodiversiteit beweent, is een lieverd die begaan is met de dieren; wie kritische vragen stelt de bad guy die het vast slecht voorheeft met de natuur. In het debat om de natuur zijn emoties de grootste verstoorder.

Op dit punt past een moment stilte voor de gouden pad van Costa Rica, de gladneusvleermuis van Kersteiland en de witte dwergorchidee van de Seychellen. Soorten, die voorgoed van onze planeet zijn verdwenen. In totaal 872 uitgestorven soorten telde het IUCN tot dusver, en dat is alleen op basis van de soorten waarvan men het weet. Vast staat dat aan de sterfte nog lang geen eind is gekomen. Een afzichtelijke ramp, die zich inderdaad voltrekt voor onze ogen, en waarvoor geen noodkreet schril genoeg kan zijn.

Vertrouwensbreuk

Aan de andere kant: het activisme waarmee het IPBES schermt – de mensheid sterft uit tenzij we de ‘relaties met de natuur grondig transformeren’ – kan zich ook tegen het natuurbeleid keren. Zie het klimaatdebat, waar activisme en wetenschap ook vaak hand in hand gingen, totdat in 2010 aan het licht kwam dat het IPCC wel erg vrijelijk citeerde uit niet-wetenschappelijke publicaties uit milieuactivistische hoek. Het leidde tot een vertrouwensbreuk met grote delen van de samenleving die nog altijd niet is hersteld.

Is de natuur in crisis? Ja, natuurlijk. Precies wat je mag verwachten nu de wereld wordt bewoond door 7,5 miljard luidruchtige, ruimte opeisende, rechtoplopende apen. Is dat erg? Ja, dat is verschrikkelijk.

Maar is dat een reden om de stormbal te hijsen, alle hoop te laten varen en dreigend met de apocalyps op hoge toon het einde van de menselijke beschaving te eisen? Dat ook weer niet. Zeker nu er zoveel op het spel staat, is de wereld gebaat bij een wetenschap die realistisch, pragmatisch en nuchter is, zich onafhankelijk opstelt van welk belang ook, en zich niet laat leiden door emoties.

Voor de gouden kikker is het te laat. Maar de 5.914 planten en dieren die volgens het IUCN op het randje van uitsterven staan, hebben zo’n betrouwbaar wetenschapsfundament keihard nodig.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden