Column Ionica Smeets

Steeds vaker vraag ik me af wanneer het eigenlijk wél een goed idee is om anderen op hun fouten te wijzen

In de roman Antoinette van Robbert Welagen zit een echtpaar bij de dokter. De vrouw, Antoinette, is na een jaar proberen, hopen en dromen nog steeds niet zwanger. De arts legt haar uit dat er twee mogelijkheden zijn: ‘( U heeft) als u gewoon doorgaat zoals u al deed, over een jaar een kans van 25 procent dat u zwanger bent geworden. Als u zich laat behandelen is die kans iets hoger, zo’n 30 tot 35 procent.’ Waarop Antoinette vraagt: ‘10 procent maar? Verhoogt een behandeling onze kansen slechts met 10 procent?’

Terwijl ik dit lees, corrigeer ik haar automatisch: ‘Dat is slechts 10 procentpunt.’ Het verschil tussen 25 procent en 35 procent is namelijk 10 procentpunt. Je kunt ook zeggen dat een kans van 35 procent een toename is van 40 procent ten opzichte van 25 procent. 10 procent meer dan 25 procent is een kans van 28 procent. Enfin, dat alles komt er onmiddellijk in mij op als ik dit soort getallen zie. Ik besef weer eens hoe goed het is dat ik geen arts ben (zelfs geen fictieve in een roman). Want wat zou iemand hebben aan een arts die op zo’n wanhopige vraag komt met het verschil tussen procent en procentpunt? Gelukkig laat Welagen de arts een iets empathischer antwoord geven: ‘Mensen komen met hoge verwachtingen naar ons toe, maar het leven is niet zo maakbaar als we onszelf graag voorspiegelen. Dit is wat wij u kunnen bieden. Het is helaas niet anders.’

Ik vroeg me af of Welagen bewust Antoinette het onjuiste procent in plaats van procentpunt liet gebruiken. Omdat dit nu eenmaal is wat de meeste mensen in zo’n situatie zouden zeggen. Schrijver John Green liet in Een weeffout in onze sterren twee tieners filosoferen over oneindigheid, waarbij ze dingen zeggen die niet helemaal kloppen. Maar Green wist dat donders goed, hij vond het juist mooi om pubers onjuiste conclusies te laten trekken over ingewikkelde wiskundige concepten. Het was dan ook vrij grappig dat allerlei wiskundigen hem destijds pedant op zijn ‘fout’ wezen.

Steeds vaker vraag ik me af wanneer het eigenlijk wél een goed idee is om anderen op hun fouten te wijzen. Ruim twintig jaar geleden las ik Knap stom Over nitwits & allesweters van Jeroen van Merwijk en nu kan ik dat boek nergens vinden, maar ik meen me te herinneren dat hij daarin een paar handige richtlijnen gaf. Bijvoorbeeld dat je kinderen altijd mag corrigeren, maar dat je beter je mond kunt houden als iemand zegt ‘De chemo duurde langer als drie maanden.’ Je zult zien dat iemand die het boek nog wél heeft liggen deze herinnering ook weer corrigeert. Net zoals er steeds vaker op feestjes iemand begint met het factchecken van anekdotes en sterke verhalen.

Dingen die netjes kloppen zijn prachtig. Mensen die veel weten zijn fantastisch. Maar soms is het misschien beter om niet als een emotieloze Pavlov-hond op elke feitelijke onjuistheid aan te slaan en te luisteren naar wat mensen bedoelen in plaats van wat ze zeggen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden