De NZa onderzocht de acute zorg na signalen dat de druk op de spoedeisende hulp is toegenomen, onder meer door de komst van steeds meer ouderen
De NZa onderzocht de acute zorg na signalen dat de druk op de spoedeisende hulp is toegenomen, onder meer door de komst van steeds meer ouderen © ANP

Stedelingen onnodig vaak naar de spoedeisende hulp - wat is er mis met de huisarts?

Inwoners van de grote steden gaan in vergelijking met de rest van het land twee keer zo vaak met lichte klachten direct naar de spoedeisende hulpafdeling van het ziekenhuis. Dit terwijl de meesten met een huisartsenbezoek geholpen zouden zijn.

Door een nauwere samenwerking in de stedelijke gebieden van de huisartsenposten en de ziekenhuizen kan het aantal onnodige bezoeken aan de spoedeisende hulp worden teruggebracht. Dat is hoognodig om de groeiende groep kwetsbare ouderen met complexe medische problemen te kunnen blijven helpen op de afdeling spoedeisende hulp. 

Dit concludeert de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), de toezichthouder op de gezondheidszorg, in een rapport over acute zorg, dat maandag naar de Tweede Kamer is gestuurd. Het gaat om zorg die onverwacht nodig is, na bijvoorbeeld een ongeluk of een hartinfarct.

De NZa onderzocht de acute zorg na signalen dat de druk op de spoedeisende hulp is toegenomen, onder meer door de komst van steeds meer ouderen. Het totaal aantal bezoeken aan een spoedeisende-hulpafdeling is tussen 2012 en 2015 gedaald, maar het aandeel van ouderen en mensen met complexe problemen nam toe.

Ondanks de toegenomen druk is de acute zorg is nu nog voldoende toegankelijk, concludeert de NZa. Maar om deze toegankelijkheid ook voor de toekomst te garanderen, is meer samenwerking nodig.

De cijfers

- Jaarlijks gaan 2,4 miljoen mensen naar het ziekenhuis voor acute zorg.
- Er zijn 89 afdelingen voor spoedeisende hulp.
- Kleine kinderen (0-4 jaar) en 65-plussers maken relatief het vaakst gebruik van de spoedeisende hulp. Van de bezoekers is 67 procent tussen de 0 en 64 jaar, 14,1 procent tussen de 65 en 74 jaar en 18,9 procent ouder dan 75 jaar.

Het percentage bezoekers op de spoedeisende hulp met lichte klachten nam af van 30 procent naar 25 procent. Opvallend zijn de regionale verschillen. De 24 ziekenhuizen waar maar 16,5 procent van de bezoekers met lichte klachten kwam voor acute zorg, staan vooral in landelijk gebied. De 23 ziekenhuizen waar 30 procent van de bezoekers van de eerste hulp lichte klachten bleek te hebben, staan vooral in de steden.

Als dit percentage kan worden teruggebracht tot het niveau van dat in het landelijk gebied, kan het aantal bezoekers aan de spoedeisende hulp met 11 procent worden teruggebracht, berekent de NZa. Hierdoor zou meer ruimte ontstaan voor zwaardere behandelingen.

Een permanent geopende huisartsenpost in het ziekenhuis is volgens de zorgautoriteit de effectiefste manier om het aantal onnodige bezoeken aan de spoedeisende hulp terug te brengen. Dit wordt in steeds meer ziekenhuizen zo geregeld, als een voorportaal van de eerstehulpafdeling. Wat tegenwerkt is dat huisartsen niet extra betaald krijgen als zij meer patiënten zien, terwijl ziekenhuizen per verrichting worden betaald. Voor de patiënt is een huisartsenbezoek financieel gunstiger dan een bezoek aan de spoedeisende hulp, dat van zijn eigen risico afgaat.

Als verklaring voor de regionale verschillen suggereert de NZa dat in landelijke gebieden de relatie met de huisarts mogelijk sterker is dan in de stad. Ook zijn de posten voor spoedeisende hulp in de stad dichterbij dan in de landelijke gebieden. Daarbij zouden toeristen en expats, die geen huisarts hebben, eerder met medische klachten naar de spoedeisende hulp gaan.

Volgens de NZa zou het goed zijn als de huisartsen meer aandacht schenken aan patiënten die vaker dan een keer per jaar de eerste hulp bezoeken. Daarbij moeten er meer 'herstelbedden' beschikbaar komen voor ouderen die tijdelijk te zwak zijn om op zichzelf te wonen.

Opvallend is het stijgende aantal bezoekers van huisartsenposten die open zijn buiten kantooruren. Dit komt, zegt de NZa, doordat meer mensen ook met niet-spoedeisende klachten buiten de werktijden van hun huisarts medische hulp verlangen. Ook zijn niet alle huisartsen altijd goed bereikbaar. 


Inzet toename ambulancevervoer

Het ambulancevervoer neemt toe. In 2016 voerden ambulances 633 duizend spoedeisende ritten uit - 16,9 procent meer dan in 2013. 340 duizend keer reden ze een iets minder spoedeisende rit, 23,7 keer vaker dan in 2013. Volgens de NZa kan dit te maken hebben met de toename van het aantal thuiswonende ouderen. Betrokkenen zeggen in interviews dat soms ten onrechte om een ambulance was gevraagd. De stijging van het aantal ritten hield geen gelijke tred met de toename van het van aantal beschikbare ambulances. Maar toch duurde het gemiddeld niet langer voor de ambulance er is, aldus de NZa. 93,4 procent van de spoedambulances is binnen 15 minuten ter plaatse.