Start wereldwijde handel in broeikasgas

Zorg dat emissierechten wereldwijd verhandeld kunnen worden, betoogt Henk Folmer. Zo verdeel je de lasten van klimaatverandering eerlijk over rijke en arme landen....

Met de beste voornemens zullen delegaties van 192 landen in december naar Kopenhagen reizen om de onderhandelingen over een nieuw klimaatverdrag af te ronden. Meer dan ooit zijn de aangesloten landen overtuigd van de noodzaak om de gemiddelde temperatuurstijging op aarde te beperken tot maximaal 2 graden Celsius ten opzichte van het begin van de industriële revolutie rond 1780.

De mate en gevolgen van klimaatverandering zijn omgeven met grote onzekerheid. Desondanks bestaat er wereldwijd consensus dat het klimaat aan het veranderen is en dat de mens daarvoor (mede) verantwoordelijk is. Toch is de aanstaande top een netelige onderneming. Het komt er namelijk op aan het eens te worden over de verdeling van de kosten van emissiereductie.

Vanwege hun aandeel in de huidige en toekomstige uitstoot van broeikasgassen is een substantiële reductie door de grote ontwikkelingslanden, China en India voorop, onontbeerlijk om de reductiedoelstelling van 50 procent in 2050 te halen. Hoewel de ontwikkelingslanden het kwetsbaarst zijn voor de gevolgen van klimaatverandering, zullen zij desondanks proberen hun aandeel in de emissiereductie tot een minimum te beperken en wel op basis van steekhoudende argumenten.

Zij stoten in totaal wel veel uit, maar hun bijdrage per inwoner is een fractie van wat de geïndustrialiseerde landen per inwoner uitstoten. Dit geldt in nog sterkere mate als de emissie over de jaren heen in ogenschouw wordt genomen. De meeste broeikasgassen hebben een lange levensduur in de atmosfeer, CO2 bijvoorbeeld tussen de 50 en 200 jaar.

Omdat de ontwikkelde landen al rond 1780 met hun industriële ontwikkeling begonnen, is slechts een klein deel van de emissies in de atmosfeer afkomstig van de ontwikkelingslanden. Een ander bezwaar dat de ontwikkelingslanden zullen aanvoeren is dat zij het zich niet kunnen permitteren een substantieel deel van hun inkomen te besteden aan de bestrijding van klimaatverandering.

De ontwikkelde landen zullen ook niet staan te springen om het leeuwendeel van de reductielasten op zich te nemen. Op de eerste plaats is reductie in de geïndustrialiseerde landen zeer duur, omdat de meest vervuilende productietechnieken al zijn vervangen door schonere. Verdere emissiereductie op korte termijn betekent productiebeperking of snelle ontwikkeling van nog schonere technieken wat met grote kosten bij overheid en bedrijfsleven gepaard zal gaan.

Daarnaast is er de economische crisis, waarvan de gevolgen op de overheidsbudgetten nog lang voelbaar zullen zijn. Voor substantiële hulp aan de ontwikkelingslanden ter beperking van hun emissies, zoals India en China bepleiten, is daardoor weinig ruimte. Het zal bovendien op grote weerstand stuiten bij producenten en consumenten in de geïndustrialiseerde landen. De pijn kan aan beide zijden van de ontwikkelingslijn worden verzacht als de reductiedoelstellingen worden omgezet in vergunningen voor bedrijven om broeikasgassen uit te stoten. Een bedrijf dat zijn vergunningen heeft opgebruikt, moet ofwel de productie stopzetten, ofwel vergunningen bijkopen van andere bedrijven, die daardoor minder kunnen uitstoten.

Met verhandelbare emissierechten wordt in Europa al gewerkt en ook in de VS wordt het ontwikkeld. Wanneer een dergelijk systeem wereldwijd wordt ingevoerd, zoals de Europese Commissie heeft voorgesteld, kunnen bedrijven in het ene land emissievergunningen bijkopen bij bedrijven in andere landen. Potentiële verkopers zijn vooral bedrijven in de ontwikkelingslanden vanwege hun verouderde en vervuilende productiemethoden die relatief goedkoop kunnen worden vervangen door schonere.

Handel in emissievergunningen zal aan beide zijden van de ontwikkelingslijn innovatie in schonere productiemethoden stimuleren, omdat hiermee geld valt te verdienen: emissievergunningen kunnen worden uitgespaard. Uiteraard zal de verdeling van de emissievergunningen tussen de diverse landen nog veel hoofdbrekens kosten, maar als hierover een principeakkoord kan worden bereikt, mag Kopenhagen een succes worden genoemd. Immers, een dergelijk akkoord biedt uitzicht op een effectief, efficiënt en innovatiestimulerend systeem, waar zowel de arme als de rijke landen baat bij hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden