Sporttalent geen zaak van scouten maar van scoren

Jong sporttalent opsporen kan eenvoudiger en efficiënter. Simpele oefeningen in balgevoel en motorische vaardigheid lijken beter te voorspellen of kinderen potentie hebben dan het oordeel van een coach. Dat blijkt uit promotieonderzoek van bewegingswetenschapper Irene Faber aan het Radboudumc Nijmegen en hogeschool Saxion.

Voetbalclub FC Twente organiseert een Vrouwenvoetbal Talentendag. Beeld anp
Voetbalclub FC Twente organiseert een Vrouwenvoetbal Talentendag.Beeld anp

De oefeningen die Faber gebruikt meten onderliggende vaardigheden, zoals balgevoel, coördinatie en behendigheid (zie kader). Zo wordt oog-handcoördinatie getest door kinderen binnen dertig seconden zo vaak mogelijk een balletje tegen een wand te laten gooien dat ze met de andere hand opvangen.

Balgevoel en motorische vaardigheden worden op de proef gesteld in een test waarbij kinderen met bal door een parcours dribbelen.

Die test werkt beter dan kijken naar de prestaties van kinderen in een specifieke sport, zegt Faber. 'Het toont of kinderen echt talent hebben, omdat trainingservaring minder meespeelt.' Daardoor kunnen ook talenten met weinig sportervaring worden opgespoord.

Daarnaast zijn de resultaten betrouwbaarder dan de inschatting van coaches. 'Die zijn subjectief. Ik wilde hun meningen vergelijken met mijn resultaten, maar ze bleken onderling vaak verschillend te oordelen over dezelfde kinderen.'

Faber testte de oefeningen bij 6- tot 10-jarige tafeltennissende kinderen. Hun vaardigheden en niveau hingen sterk samen. Ook over een periode van vier jaren vormen de testjes een goede voorspeller van tafeltenniskwaliteiten, maar het is nog niet duidelijk of de kinderen op termijn de top halen.

Om de langetermijneffecten te meten, moeten kinderen langer worden gevolgd. Probleem daarbij is dat veel kinderen op den duur met de sport stoppen en dat factoren als training en doorzettingsvermogen een grote rol spelen.

De onderzoekster kwam als tafeltenniscoach met de oefeningen in aanraking. In het tafeltennis worden ze sinds 1998 gebruikt, maar ze waren tot dusverre niet wetenschappelijk onderbouwd.

Talenten testen

sprint
naar een balletje rennen, oppakken en terugbrengen
behendigheid

een obstakelkoers met gymnastiekkast en hindernisjes afleggen
springen
zo hoog mogelijk springen
dribbelen
dribbelend een zigzagparcours voltooien
mikken
een tafeltennisbal met batje op een doel mikken
balvaardigheid

een bal via een wand vanuit twee richtingen naar een doel werpen
gooien
een bal zo ver mogelijk gooien
oog-handcoördinatie

een bal tegen een wand gooien en met de andere hand opvangen.

Het NOC*NSF is positief over manieren om talent meetbaar te maken. Zelf organiseert de sportkoepel onder meer talentendagen om vaardigheden te meten die niet sportspecifiek zijn, stelt woordvoerder Geert Slot.

'Op die manier kunnen we zien of kinderen geschikt zijn voor een sport, of dat hun talent beter tot uiting zou komen in een andere sport.'

Zo zou Nederland succesvoller kunnen worden in minder populaire sporten als roeien. Maar het herkennen van potentiële topsporters mag niet het enige doel zijn, waarschuwt Faber. 'We moeten sport niet ontmoedigen bij kinderen die weinig talent blijken te hebben.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden