Sportpsychologie kruipt uit haar schulp

Wim Keizer, eigenaar van het eenmansbedrijf Keizerprestatieconsultancy, was zelf drie keer coach op een WK roeien en werkt nu al vijftien maanden als mentaal begeleider van de olympische roeiploeg....

HET TEAM de mission van NOCNSF wil hen er in Sydney nog niet bij hebben. De zeven Nederlandse sportpsychologen blijven thuis, omdat de leiding van de olympische ploeg ervan uit gaat dat zij, als de Spelen eenmaal beginnen, klaar zijn met hun werk.

Toch gloort in conservatief Nederland een toekomst voor de sportpsychologen, is de overtuiging van drs Wim Keizer, eigenaar van het adviesbureau voor topprestaties in sport en werk.

Hij sprak vorig jaar, bij zijn aanstelling als mentaal begeleider bij de roeiploeg, uitvoerig met olympisch sportdirecteur Joop Alberda. De bevlogen denker van het Tem de Mission was - niet alleen budgettair - zeer betrokken bij het aantrekken van Keizer.

'Ik heb in maart een offerte geschreven voor een totaal-concept en ben daarop aangenomen. Voor het roeiproject heb ik al mijn ideeën bij Alberda neergelegd. Ik ga dit olympisch jaar ook met hem evalueren. 'Voor de Spelen schrijf ik een stuk, met de conclusies over het project in het roeien. En hoe het de komende vier jaar, tot aan de Spelen van Athene, zou moeten. Dat zouden we niet alleen voor het roeien, maar voor alle sporten moeten doen.'

Keizer is trots op zijn eigen project. In zijn sport - hij roeide zelf matigjes maar coachte een vier van Nereus in '94 zelfs naar WK-brons - is geen sprake van hap-snap, geen tijdelijk recept van geval-per-geval. 'De mentale begeleiding is bij roeien verder vormgegeven dan in andere sporten', schrijft hij in zijn presentatie.

Keizer - populair onder roeiers leert de navraag - werd aangezocht, omdat iedereen hem kende en omdat hij er privé klaar voor was. 'Ik had als amateur al in de sport gewerkt, want dàt ben je als roeicoach. Nu was ik, ook met mijn gezinssituatie en de toestand op mijn werk, rijp om professioneel werk te doen met de ploeg.

'Ik werd aangezocht, omdat in de evaluatie van het WK van 1998, dat van Keulen, de mentale begeleiding ter sprake was gekomen. Daar viel nog winst te boeken was de overtuiging. Slechts een enkeling, Aardewijn en Van der Linden in '96, was tot dan psychologisch begeleid.'

Aanvankelijk zou hij voor bondscoach Jan Klerks werken. 'Maar toen is gezegd dat we het structureel zouden moeten aanpakken. Toen zijn ook de andere coaches, René Mijnders en Kris Korszeniowski, mee gaan doen.'

Keizer ontwikkelde een eigen model van aanpak. 'Ik ben begonnen met intake-gesprekken. Ik heb een sterkte-zwakte analyse gemaakt. Waar schuilt de kracht van een persoon? Zit daaraan al een begeleidingsvraag vast?

'En natuurlijk: wie is die mens? Ik ken ze allemaal. Vervolgens zijn we aan het werk gegaan. Als er wat is, bellen ze me. Ik ken zijn of haar achtergrond. Ik werk laagdrempelig. Soms is er een praatpaalvraag, dan weer een concrete vraag.

'Daarnaast adviseer ik de coaches. Ik kan me niet los maken van hen, want zij moeten het uiteindelijk doen. Verder doe ik aan interventie in groepsprocessen, laatst zelfs in Sevilla. Ik ben een teambouwer. Met die componenten werk ik, voorlopig alleen in het roeien. Het is ongeveer twintig procent van mijn tijd. De andere tijd breng ik nog door in bedrijven.'

De toekomstdroom is full-time actief te zijn in de sport. Maar daartoe zal een structurele stroom van opdrachten op gang moeten komen. 'Ik wil straks een eigen bedrijf hebben, waarin elke sportorganisatie zijn hoeveelheid mentale begeleiding inkoopt, of conflictmanagement en teambuilding. Ik wil zelfstandig blijven, al mag NOCNSF wat mij betreft aandelen kopen.'

Met zijn pilot-project wil Keizer de collega's overtuigen van een professionele aanpak. Er moet productontwikkeling komen, maar daarvoor is goed management nodig. En hebben die bevlogen mensen 'met glimmende oogjes' die kwaliteiten wel?

Keizer weet het: de aantrekkingskracht van de sport leidt snel tot hobbyisme. 'De schoorsteen moet wel blijven roken. Zelfs John Syer, de Schotse goeroe van de sportpsychologie, bekende dat hij uit armoe naar grote bedrijven was uitgeweken. Maar zijn hart klopte nog volledig oor de sport: dat kon ik merken bij zijn workshop. Ook ik heb nu nog een 80-20 verhouding in mijn opdrachten.'

Er moet in Nederland een beroepssfeer ontstaan die vergelijkbaar is met die in het buitenland. 'Ben ik goed bezig met mijn aanpak van prestatiemanagement als ik mijn werkwijze vergelijk met die van de collega's uit de VS? Ben ik de Van Gaal onder de sportpsychologen? Of ben ik de . . , laat ik verder maar geen namen noemen.

'En kunnen we de Nederlandse Van Gaal wel vasthouden? Loopt hij niet zoals Syer weg naar de beter betalende partijen? Als je met tien uur in een bedrijf de dubbele omzet haalt van je werk in de sport, dan ben je commercieel niet goed bezig.'

Om je de hele maand september vrij te maken om de roeiers te kunnen begeleiden, is voor de Olympische Spelen van Sydney nog een onoplosbare kwestie. Er zijn geen financiën voor, bij het team de mission leeft de opvatting dat de atleten op de vliegtuigtrap 'klaar' moeten zijn en aan vervangers thuis heeft Keizer nog niet durven denken.

'Ik ga niet naar Penrith Lake (olympische roeibaan). Behalve als daar een bom ontploft, dan zouden we nog kunnen zien. Mijn andere klanten hebben me ook nog nodig. Twee van de drie bondscoaches hebben wel gesuggereerd dat ik mee zou moeten gaan. Gezien de gebeurtenissen bij het laatste WK in Saint-Catharines zou ik van een toegevoegde waarde kunnen zijn en zou het een bespreekgeval kunnen zijn.

'Ik was niet in Catherines. Dat gebeurde volgens afspraak. In Canada gebeurden niettemin dingen waarvan je achteraf zegt: hé, het zou handig zijn geweest als ik ter plekke had kunnen interveniëren. Di mensen hadden iemand nodig die hen begeleidde, laten we maar zeggen, een gesprekspartner.'

Syer beweerde bij zijn spreekbeurt in Nederland dat een sportpsycholoog naar Sydney hoort mee te gaan om de spanningen in de staf te lijf te gaan. 'Daar heeft hij een belangrijk punt. Ook de staf komt heel veel barrières, irritaties en spanningen tegen.

'In hoeverre kan een coach zijn zenuwen in bedwang houden, rustig blijven, de juiste beslissingen nemen? Communiceren de stafleden wel goed? Ik zou me er niet mee bemoeien, maar ik zou wel waarnemen en waar het niet goed gaat bijsturen.'

Alberda heeft besloten dat in de begeleiders uit de tweede ring geen psychologen zullen worden opgenomen. 'Hij heeft gezegd: een psycholoog in de staf is niet aan de orde. Maar zijn argument dat ik vreemd zou zijn, klopt niet. Niemand zou van mijn aanwezigheid opkijken, de roeiers kennen me.

'Bij veel psychologen gaan de haren nog recht overeind staan als ze mij zien. Ze beschouwen me als psychiater en zielenknijper en vragen zich af of ik een Van Gaal ben of een pipo? Soms voelt de coach zich bedreigd. Hij was toch de duizendpoot!

'Pas als de sportpsycholoog een geaccepteerd, gestructureerd en geïntegreerd geheel vormt met de rest van de staf, dan moet je het doen. Daar heeft Alberda zijn punt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden