Een zaalvoetbalproject voor kansarme jongeren in Nijmegen.
Een zaalvoetbalproject voor kansarme jongeren in Nijmegen. © Marcel van den Bergh

Sport kan probleemjongere helpen op rechte pad te blijven

Sport kan jongeren helpen op het rechte pad te blijven. Mits het morele klimaat op de sportclub goed is en de juiste coach zich over de jongeren ontfermt, constateert forensisch orthopedagoog Anouk Spruit.

Sporten zou goed zijn voor probleemjongeren. Het leert hun discipline, samenwerking of omgaan met autoriteit. Vanuit die gedachte maken gemeente en jeugdzorg gebruik van allerlei sportprojecten. Maar wetenschappelijk bewijs voor de redenering ontbrak tot op heden.

Nieuw onderzoek van promovenda Anouk Spruit laat zien dat sporten op zichzelf niet tot minder crimineel gedrag leidt. 'Jongeren kunnen er socialer van worden, maar agressie op het sportveld kan antisociaal gedrag ook juist in de hand werken', zegt Spruit.

'Dat fingerspitzengefühl is cruciaal. Helaas heeft niet elke coach dat.'

Een goede invloed staat of valt met het klimaat van de sportomgeving, volgens de promovenda. 'Draagt de trainer uit dat je respect voor hem moet tonen, voor elkaar en de scheidsrechter, of niet. Staan ouders langs te lijn agressieve teksten te roepen of niet.'

En misschien nog wel belangrijker: hoe is de coach. Is het een voorbeeldfiguur, weet hij de juiste aansluiting te vinden met de jongeren en geeft de coach of trainer voldoende individuele aandacht? 'Een goede coach vraagt hoe het thuis gaat, naar school of naar vrienden. Dat fingerspitzengefühl is cruciaal en helaas heeft niet elke coach dat.'

Hoogleraar reclassering Peter van der Laan (Vrije Universiteit), die niet bij het onderzoek betrokken is, herkent de bevindingen van Spruit. 'Een van de beginselen die doorslaggevend zijn bij elke vorm van interventie is de manier waarop de begeleider of coach het aanpakt.'

Van der Laan noemt het onderzoek van Spruit, die onder meer een grote overzichtsstudie maakte van reeds bestaand onderzoek naar sporten en risicojongeren, zorgvuldig. Wel heeft hij nog vragen. 'Hoe zit het met specifieke sporten, zoals vechtsporten?'

Spruit keek of er verschillen waren tussen contactsporten en andere sporten. Die waren er niet. Ze kon ook geen harde wetenschappelijke grond vinden voor de gedachte dat agressieve sporten agressie in de hand werken. 'Een vechtsport kan negatieve, maar ook positieve effecten hebben. Het hangt er echt vanaf hoe het wordt aangeboden. Hoe is de sfeer op de sportclub, lopen er schimmige types rond of niet, stimuleert de coach een jongen om op het rechte pad te blijven.'

In het laatste deel van haar onderzoek keek Spruit naar de resultaten van het sportproject 'Alleen jij bepaalt wie je bent' dat in Nederland wordt gebruikt ter voorkoming van jeugddelinquentie bij risicojongeren. De jongeren die meededen waren nog niet of in geringe mate met de politie in aanraking geweest. Een laag opleidingsniveau (praktijkonderwijs, vmbo-basis of -kader) en wonen in een achterstandswijk waren de criteria voor deelname.

Jongeren die meededen aan het project bleken iets minder vaak in aanraking met de politie te komen. 'Het effect was niet heel groot, maar ik ben voorzichtig enthousiast over het gebruik van sportinterventies.'

Hoewel hij sport 'niet het panacee voor alle gedragskwalen noemt' sluit hoogleraar Van der Laan zich bij de promovenda aan en is hij 'voorzichtig positief over sportinterventies'. Of het project 'Alleen jij bepaalt..' specifiek goed werkt, weet hij niet. 'Het klinkt mij wat te algemeen.'

Van der Laan noemt ook nog een andere reden waarom sport een positieve invloed kan hebben. 'Bewegen stimuleert de hersenen en heeft daarmee ook een mogelijk gedragseffect. Daar is in deze studie niet naar gekeken, maar ik zou graag weten hoe groot die invloed is.'