interviewspinozapremies

Spinozapremiewinnaar Nynke Dekker ziet op moleculair niveau hoe een virusremmer een virus stopt

Nynke Dekker onderzoekt het leven op de vierkante nanometer. Dankzij haar vernieuwende blik op de biologische machinerie in alles van gistcellen tot virussen ontvangt ze nu de Spinozapremie, de hoogste wetenschappelijke eer van Nederland.

Nynke Dekker thuis. Na twaalf jaar in de VS kwam ze terug naar Europa. ‘Het leven in Amerika sprak me toch minder aan.’Beeld Ivo van der Bent

Nee, wat ze in sciencefictionfilms zoals Innerspace (1987) doen, waar mensen in een sterk gekrompen onderzeeër letterlijk in het binnenste van een mens ronddobberden - zó stelt biofysicus Nynke Dekker (49) van de TU Delft zich haar werk nooit voor. ‘Ik heb me nog nooit ingebeeld dat ik kon rondlopen in het binnenste van een cel’, zegt ze lachend. ‘Ik denk dat het er erg chaotisch uit zou zien, vol bewegende moleculen.’

Liever vergelijkt ze haar werk met een ander voertuig: de auto. ‘Wanneer je die over de weg ziet rijden, snap je hoe hij beweegt. Maar dat vertelt je nog niets over wat er onder de motorkap gebeurt. Dat wil ik ontdekken.’

Met haar onderzoek ontrafelt ze de geavanceerde choreografie van samenwerkende en in elkaar grijpende moleculen in het binnenste van onder meer gistcellen en virussen. Zo zag ze tot in detail hoe antivirale middelen onderdelen van virussen verstoren en hoe middelen gebruikt bij chemotherapie moleculen aanpakken die je kunt vinden in kankercellen. Dat werk levert haar nu de jaarlijkse Spinozapremie op, in de wandelgangen van de wetenschap beter bekend als ‘de Nederlandse Nobelprijs’.

Hoe belangrijk is deze prijs voor u?

‘Ik ben erg blij en trots, maar het is vooral ook een opluchting. In de wetenschap is geld krijgen erg lastig. Als hoofd van mijn eigen lab moet ik bijvoorbeeld bedenken hoe ik mijn technische staf kan blijven betalen. Dat deed ik uit een grote Europese beurs. Straks kan dat uit het prijzengeld van de Spinoza (2,5 miljoen euro, red.)’

Als dochter van een staflid bij de VN was u veel in het buitenland. U studeerde en promoveerde in Amerika. Koos u daarna bewust voor Nederland?

‘Wel voor Europa. Toen ik de biofysica koos als onderzoeksterrein, kon ik naar Berkeley in Californië en naar Parijs. Ik dacht: ik zit al twaalf jaar in de VS, als ik voor Berkeley kies, zal ik hier wel altijd blijven. Dat was niet erg geweest, maar het leven in Amerika sprak me toch minder aan. Steden zijn er niet zo sfeervol. Ik had daar al in de suburbs gewoond, een heel snobistische, individualistische omgeving. Daar wilde ik niet permanent in belanden. Toen koos ik voor Parijs. Als Nederlander was de stap naar hier vervolgens klein.’

In Delft heeft u nu een eigen lab. Veel van de apparatuur moesten u en uw collega’s zelf bouwen. Is dit onderzoek zó specialistisch?

‘We willen in realtime zien hoe de moleculen in cellen hun werk doen. Hoe dna wordt gekopieerd. Apparatuur daarvoor bestaat vaak niet. Ik schat dat we van alle opstellingen in ons lab 80 procent zelf hebben gebouwd. De rest  wel een groeiend aandeel, overigens – komt van commerciële partijen.’

Zijn er apparaten waarvan u zegt: als dát zou bestaan, kan ik doorbraken boeken?

‘Ik zou erg graag een geïntegreerde fluorescentie- en elektronenmicroscoop willen. Met een fluorescentiemicroscoop kan je heel goed zien dat moleculen bewegen. Maar je ziet het niet op de kleinste schaal – of een molecuul ‘armpjes’ heeft waarmee het over dna kruipt, bijvoorbeeld. Met een elektronenmicroscoop zie je die kleine details wel, maar zie je weer geen beweging. Aan een combinatie wordt hier in Delft, en elders, wel gewerkt. Maar dat is nog niet toegespitst op ons soort onderzoek. Het duurt jaren voordat je zoiets hebt in het lab.’

U doet ook onderzoek naar het moleculaire gedrag van virussen. Komt daarvoor sinds corona meer aandacht?

‘Ik ben nu een jaar of tien bezig om in kaart te brengen hoe het erfelijk materiaal van virussen, het rna, zich precies kopieert. Ik kijk daarbij nog niet naar het huidige coronavirus, SARS-CoV-2. Dat komt misschien nog. Toch merken ook wij zeker dat er meer aandacht komt voor dit werk. 

‘De laatste paar jaar was dat wel anders. Het was moeilijk om geld te krijgen voor virusonderzoek, ik heb zelf ook meerdere financieringsaanvragen ingediend die werden afgekeurd. Dat was frustrerend, al helemaal voor virologen, met wie we tegenwoordig veel samenwerken. Dat je zo’n gigantische crisis nodig hebt voordat er geld vrijkomt, is natuurlijk dramatisch.’

Wat hebben virologen eigenlijk aan jullie onderzoek?

‘Dat vroegen zij zich in het begin soms ook af, haha. Dan denken ze toch: daar heb je die natuurkundenerds met hun apparaten, waar zal dat nu goed voor zijn?

‘Kijk, wij leveren fundamentele kennis, maar wel belangrijke kennis. Een voorbeeld: we hebben in kaart gebracht hoe polymerase, een eiwit, rna kopieert van het ene virus naar het volgende. Een virus moet snel evolueren om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden. Wij zagen dat polymerase daarom veel ‘foutjes’ maakt tijdens het kopiëren van het rna, veel meer dan wanneer dna wordt gekopieerd in onze cellen. Maar dat luistert nauw: maak te veel fouten en het virus is niet meer levensvatbaar. Maak te weinig fouten, en het kan zich onvoldoende aan omstandigheden aanpassen.

‘We kunnen tegenwoordig zelfs op moleculair niveau zien hoe een virusremmer die kopieermachine verstoort. Zo’n studie naar één antiviraal middel duurt nog wel lang, een jaar ongeveer. Dat willen we graag versnellen. Dan kun je ineens de werking van veel meer potentiële middelen in kaart brengen. Dat zou nu, met SARS-CoV-2, bijvoorbeeld heel handig zijn.’

Zij wonnen ook een Spinozaprijs

De Spinozapremie is in Nederland de hoogste wetenschappelijke onderscheiding. Winnaars ontvangen naast de eeuwige roem een prijs van 2,5 miljoen euro die zij naar eigen inzicht aan onderzoek mogen besteden. Naast biofysicus Nynke Dekker winnen dit jaar nog drie anderen de Spinoza. Twee onderzoekers ontvangen bovendien de tegelijk uitgereikte Stevinpremie (eveneens 2,5 miljoen) voor bijzonder succes op het gebied van maatschappelijke impact van het onderzoek. 

Winnaars Spinozapremie

Hoogleraar bio-organische chemie Jan van Hest (TU Eindhoven) smelt zelfontworpen moleculen samen met biologische onderdelen en bouwt zo bijvoorbeeld nieuwe onderdelen van cellen. Daarmee kan hij onder meer medicijnen door het lichaam transporteren. 

Pauline Kleingeld, hoogleraar ‘ethiek en haar geschiedenis’ (Rijksuniversiteit Groningen), wint voor haar frisse blik op het werk van filosoof Immanuel Kant, en de manier waarop ze die inzichten toepast op onder meer de vrije wil, racisme en seksisme. 

Chemisch immunoloog Sjaak Neefjes, hoogleraar aan de Universiteit Leiden en werkzaam aan het Leids Universitair Medisch Centrum, wint voor zijn beschrijving van de processen in één enkele cel, de inzichten die dat oplevert over ons afweersysteem en de behandelmethoden die dat kan opleveren voor kankerpatiënten. 

Winnaars Stevinpremie

Hoogleraar Ton Schumacher, onder meer verbonden aan het Nederlands Kanker Instituut, wint voor hoe hij zijn wetenschappelijke ontdekkingen over de manier waarop je het lichaam tumoren kunt laten aanvallen, vertaalt naar behandelingen voor patiënten.

Linda Steg, hoogleraar omgevingspsychologie (Rijksuniversiteit Groningen), wint voor haar onderzoek naar hoe je milieuvriendelijk handelen kunt bevorderen, en de invloed die dat heeft op het internationale klimaatbeleid. 

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden