Spierziekte door een zombie-gen

Een ingrijpende erfelijke spierziekte wordt veroorzaakt door een 'dood gen' dat weer tot leven komt. Nu we dat weten, gloort er hoop.

Moeder Maureen en dochter Anouska Ramaker, beiden FSHD-patient. Beeld Ivo van der Bent

Als Anouska Ramaker vrolijk is, verdrietig of boos, dan laat haar gezicht dat niet zien. Kijk haar aan, zie hoe ze grapjes over zichzelf maakt of vertelt over de pesterijen op school, terwijl iedere vorm van mimiek ontbreekt. Zoals ze zelf zegt: 'Mijn blik oogt arrogant, of chagrijnig. En dat merk ik uiteraard aan de reacties. Van de caissière bij de supermarkt krijg ik een snauw en een grauw.'

Niet alleen haar aangezichtsspieren weigeren dienst. Ze laat zien hoe los haar schouderbladen zitten ('Ik doe even mijn trucje'), ze toont haar beide handen die ze wel kan dichtknijpen maar heel lastig strekt. En hoewel ze zelf de deur opende voor het bezoek, gaat lopen haar moeizaam af.

Futloos door spierdystrofie
Ze is net terug van haar eerste stagedag; voor de deur van haar ouderlijk huis staat haar auto met lift en rolstoel. Een opgewekte 20-jarige hbo-studente die heel graag ieder weekend met haar vriendinnen op stap zou gaan, maar dat niet kan, die ontzettend moet opletten dat ze aan het einde van de dag nog een beetje energie over heeft, die met haar zwakke kauwspieren geen hard pistoletje kan eten en altijd drinkt met een rietje omdat ze anders morst.

Dat haar spieren niet of slecht functioneren is het gevolg van een vorm van spierdystrofie, FSHD. De ziekte leidt tot een geleidelijke verzwakking en uiteindelijk uitval van skeletspieren, waarbij het lichaam meestal van boven (gezicht, schouders, bovenarmen) naar beneden (buik, benen) wordt aangedaan. FSHD is een van de meest voorkomende erfelijke spierziekten. Nederland telt 1.000 tot 2.000 patiënten. Ook Maureen, de moeder van Anouska, is getroffen.

Een behandeling is er niet. Hoe de ziekte verloopt, is volkomen onduidelijk en verschilt per patiënt.

Hoop aan de horizon
Maar er gloort een sprankje hoop en die hoop komt uit Nederlandse laboratoria. Want FSHD is, zogezegd, 'een Hollandse ziekte': het zijn genetici uit Leiden, die in samenwerking met neurologen uit Nijmegen al 35 jaar wereldwijd toonaangevend onderzoek doen. Vier jaar geleden beschreven ze in vakblad Science de genetische oorzaak van FSHD. Tot dan toe begreep niemand wat er in de spiercellen van patiënten misgaat.

Nu dat duidelijk is, wordt een zoektocht naar een medicijn in gang gezet. Silvère van der Maarel, hoogleraar medische epigenetica aan het Leidse LUMC, kreeg daartoe donderdagavond de wetenschapsprijs van het Prinses Beatrix Spierfonds uitgereikt: een miljoen euro, bestemd voor onderzoek naar een geneesmiddel.

Een dood gen
Niet dat er volgend jaar meteen al een kant-en-klaar medicijn ligt, waarschuwt Van der Maarel, want de ziekte wordt veroorzaakt door een van de meest complexe genetische mechanismen die er bestaan. Misschien zelfs wel de meest bizarre: het gaat om 'een dood gen', schreef The New York Times na de Nederlandse ontdekking. Dat komt bij patiënten opnieuw tot leven en veroorzaakt dan een ernstige ziekte.

Maureen. Beeld Ivo van der Bent

Dat alles speelt zich af aan het einde van chromosoom 4, legt Van der Maarel uit, in een gebied dat bestaat uit een enorme ketting van kopieën van een specifiek gen (DUX4). Lang niet alle genen worden altijd en in alle cellen afgelezen; soms gebeurt dat alleen waar dat nodig is. Zo ook bij het bewuste gen: bij gezonde mensen leidt dat gen in de spiercellen een slapend bestaan maar bij FSHD-patiënten wordt het daar juist wel afgelezen.

Misplaatst eiwit
De oorzaak is een complex samenspel van dna-veranderingen. Zo is de ketting van kopieën veel korter, waardoor het dna opmerkelijk genoeg wat gaat openstaan en opeens veel gemakkelijker kan worden afgelezen. Daardoor maken de spiercellen een eiwit aan dat daar niet hoort, een zeer schadelijk eiwit dat de spieren langzaam afbreekt, verzwakt en uiteindelijk verlamt.

Hoe ingewikkeld die genetische code is, blijkt uit het aantal wereldwijde hulpvragen dat bij Van der Maarel binnenkomt. Elke werkdag ontvangt hij vanuit de hele wereld dna dat zijn collega's in het buitenland voor problemen stelt. 'Zeker 250 keer per jaar krijgen wij een verzoek om te beoordelen of mensen al dan niet FSHD hebben.'

Voor de komende jaren is zijn doel duidelijk: hij wil een medicijn vinden dat voorkomt dat het specifieke gen in spiercellen wordt afgelezen, zodat er geen schadelijk eiwit meer wordt gevormd. Hoewel hij als geneticus vooral in het lab werkt, ziet hij op bijeenkomsten van patiënten hoezeer zij hunkeren naar een oplossing.

Niet dodelijk
Patiënten kunnen niet meer fluiten, niet meer lachen, praten moeilijk en sommigen kunnen hun ogen niet meer helemaal sluiten (en slapen dus met half-open ogen). Ze kunnen niet meer schrijven, de trap niet meer op, niet meer bukken, niets meer optillen. Ruim 20 procent wordt afhankelijk van een rolstoel. Dodelijk is de aandoening niet, omdat de hartspier en de ademhalingsspieren meestal niet worden aangetast.

Maureen en Anouska Ramaker zijn experts geworden in inventiviteit en vooral in zelfspot. Zet ze samen op de bank en de wrange voorbeelden buitelen over elkaar heen. De botte reacties als Anouska als jonge meid haar auto op een invalideparkeerplek zet, de opmerkingen in het zwembad, het staren van voorbijgangers op straat, ze zijn er mentaal weerbaar door geworden. Ze lachen het samen vaak weg, met grapjes die ze alleen tegen elkaar mogen maken. Moeder Maureen: 'Dan kan zij opeens tegen me zeggen: loop eens een beetje door, joh.'

Anouska. Beeld Ivo van der Bent

Bij Maureen openbaarde de ziekte zich 35 jaar geleden, in haar puberjaren. Niet zozeer in haar gezicht, want dat is minder aangedaan - nee, de neuroloog in Rotterdam herkende toevallig de uitstekende schouderbladen en deed een spierbiopt.

Erfelijke confrontatie
Bij haar dochter was ze gespitst op signalen: FSHD is erfelijk, 50 procent kans dat ze de ziekte had doorgegeven. Maar toen die signalen zich voordeden, wilde ze er aanvankelijk niet van weten. 'Te confronterend.'

Totdat Anouska op haar 12de zeker wilde weten waarom ze met gym en bij het buitenspelen nooit hard kon rennen. Haar moeder zei wel altijd dat haar spieren wat zwakker waren, maar hoe zat dat precies?

Bloedonderzoek voor de vorm
Neuroloog George Padberg, FSHD-deskundige, zag het meteen toen hij het meisje in Nijmegen onderzocht. Voor de vorm deed hij bloedonderzoek. Dat bewees niet alleen zijn gelijk maar maakte ook iets anders duidelijk: Maureen had de ziekte niet geërfd van haar ouders want die bleken gezond, maar had een spontane mutatie opgelopen. Dat gebeurt bij 10 procent van de patiënten, verduidelijkt geneticus Van der Maarel.

Nu, acht jaar nadat ook bij dochter Anouska de diagnose werd gesteld, heeft hun huis in Hendrik Ido Ambacht een traplift, gebruiken ze allebei een rolstoel en komt er binnenkort mogelijk een hulphond in huis. Anouska heeft een van de pezen uit haar wijsvingers naar haar duimen laten verplaatsen. 'Dat scheelt iets, dan kun je bijvoorbeeld net een pen vasthouden.' Haar uitdrukkingloze gezicht heeft één voordeel, zegt ze monter: 'Ik krijg later geen rimpels.'

Je mag best lachen hoor
En toch: het gedrag van buitenstaanders doet soms best pijn. Ooit vroeg ze op een Spieren-voor-Spieren-dag aan een profvoetballer of ze met hem op de foto mocht. Toen ze naast hem stond, zei hij: 'Je mag best lachen hoor.' Die opmerking doet sindsdien de ronde in huize-Ramaker. Maakt er iemand een flauwe grap, dan zegt zij steevast: 'Zie je mij lachen dan?'

Haar moeder zegt: 'Als je haar kent weet je wanneer ze verdrietig is en wanneer vrolijk. Haar ogen spreken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden