AchtergrondBurgerwetenschap

Speur mee, tel mee, denk mee: de burgerwetenschap is onmiskenbaar in opkomst

Beeld Marthe van de Grift

Vogel, vos of kikkerdril gezien? Meld het en draag bij aan de kennis over de natuur. De burgerwetenschap is in opkomst – en gaat nu ook al verder dan tellen en turven in de buitenlucht.

Je kunt het bestrijden van het coronavirus natuurlijk aan de geleerden overlaten, maar je kunt het ook zelf. Thuis, vanuit de luie stoel gamen voor (of beter: tegen) corona. Het ‘spelletje’ is te vinden op de website iedereenwetenschapper.nl, een Vlaams-Nederlandse samenwerking op het gebied van de burgerwetenschap.

Enige basiskennis van biologie is een voordeel, maar niet noodzakelijk. De spelregels: je downloadt een app en lost wat basispuzzels op over eiwitvouwen, oftewel het proces waarin een eiwitmolecuul zijn driedimensionale vorm aanneemt. Eitje voor de amateurwetenschapper. Daarna begint het grote coronapuzzelen: de speler kan een nieuw eiwit creëren dat zich aan de zijketens van het coronavirus bindt en zo de interactie met menselijke receptoren blokkeert. Van de site: ‘Bij een goede oplossing krijg je een heleboel punten en daarna kan je ook aan andere puzzels beginnen.’

Een game, maar geen kinderspel: de toepassing, ontwikkeld door biochemicus David Baker van de universiteit van Washington, moet bijdragen in de strijd tegen het virus. Zoals de site stelt: ‘Als onderzoekers een eiwit ontwikkelen dat zich bindt aan het corona-sleuteleiwit, kan de interactie met menselijke cellen geblokkeerd worden. Daardoor wordt een besmetting voorkomen.’ Aan de hand van de app kan iedereen een handje helpen; onderzoekers analyseren immers de oplossingen met de hoogste scores om het coronavirus te bestrijden, zegt de site.

Het is een van de honderden voorbeelden van een snel oprukkende trend: de burgerwetenschap. Of, een stuk hipper: citizen science, ook wel civic science genoemd. Het beginsel is dat iedere geïnteresseerde burger en amateur kan bijdragen aan de ontwikkeling van kennis, onder meer door het verzamelen van gegevens. Vaak gaat dat over natuur, maar ook op andere terreinen is burgerwetenschap in opkomst.

Wie baadt in de vrije tijd, of wie zijn vakantie eens anders wil besteden dan doelloos hangend op een zuidelijk strand, heeft steeds meer mogelijkheden zich actief te ontpoppen tot amateurwetenschapper. Zoveel, dat keuzestress het vrije gevoel bedreigt.

Van achter de computer meespeuren naar archeologische resten op de Utrechtse Heuvelrug, het kan sinds afgelopen maandag op de site Erfgoedgezocht.nl.

Een vogel gezien, of een vos, een plantje? Meld het op waarneming.nl, het grootste natuurplatform waar ieder zijn waarneming kan registreren. Zo ontstaat een gedetailleerd beeld van aantallen en ontwikkelingen in de natuur.

Vogels tellen is populair; het geeft – voor wie daarop zat te wachten – zin of betekenis aan een ogenschijnlijk ledige liefhebberij. De Nationale Tuinvogeltelling, jaarlijks goed voor nieuws over verschuivingen onder onze mezen en merels, is een bekend voorbeeld van burgerwetenschap. De vuistdikke Vogelatlas van Nederland vol gegevens over de verspreiding van alle vogels van Nederland had in 2018 nooit kunnen verschijnen zonder de tellingen van duizenden vrijwilligers van de Sovon.

Beeld Marthe van de Grift

Wie liever bijen telt, kan terecht op nederlandzoemt.nl. Met mollen kunt u terecht op tuintelling/mollentelling.nl Bent u meer van de waterdiertjes? Meld ze op – jawel, het bestaat – waterdiertjes.nl

Al jonge eendjes gezien bij de vijver om de hoek? Geef het door op kuikenteller.org, zodat Vogelbescherming Nederland kan achterhalen waar en waarom het niet zo goed meer gaat met die vogel. Intussen hoopte de Ravon, beschermingsorganisatie voor amfibieën, reptielen en vissen, dat u (tot vorige week zondag kon het) meteen even het kikkerdril inventariseerde.

Wie tijdens al die werkzaamheden tegen een gevalletje essentaksterfte aanloopt, kan dat mooi meteen even doorgeven op essentaksterfte.nu, een site waarop de Wageningen Universiteit – initiator van diverse sites voor waarnemingen – inventariseert waar in het land de schimmel essen aantast en bedreigt.

Vorig jaar haalde de Leidse evolutiebioloog Menno Schilthuizen het nieuws met de ontdekking van twee nieuwe insectensoorten in het Amsterdamse Vondelpark: een sluipwesp – Aphaereta vondelparkensis gedoopt – en een nieuwe keversoort. Dat was niet alleen de verdienste van hoogst geleerde biologen, maar mede van vrijwilligers die vooraf intekenden op het project van Schilthuizens organisatie Taxon Expeditions. Geïnteresseerde leken, die daar zo’n zin in hadden dat ze maar liefst 480 euro neertelden voor een paar dagen met training, lezingen en veldonderzoek. Op de site van Schilthuizens organisatie (‘You can be Darwin too!’) staan diverse internationale reizen aangeboden, van Borneo tot Montenegro, waarin de amateur de wetenschap kan dienen. Met succes: in zes expedities hebben Schilthuizen en zijn vrijwilligers al negentien nieuwe soorten ontdekt.

Insecten vangen in het Vondelpark in Amsterdam, een initiatief van de Leidse evolutiebioloog Menno Schilthuizen. Er werden vorig jaar twee nieuwe soorten ontdekt. Beeld Taxon Expeditions

Hoewel de bioloog dit zelf niet beschouwt als strikte ‘burgerwetenschap’ (‘Dat is in mijn ogen toch vooral onderzoek doen in je eigen omgeving’), ziet ook hij het fenomeen toenemen. Logisch: ‘Onderzoek doen en gegevens verzamelen en doorgeven wordt steeds makkelijker, dankzij apps en andere nieuwe technieken. Vroeger had je als wetenschapper een laboratorium en dure apparatuur nodig, nu worden de benodigdheden steeds bereikbaarder voor ‘gewone mensen’’, zegt Schilthuizen. Daarmee is de wetenschap in zijn ogen weer ‘terug’ in de 19de eeuw, toen die ook voornamelijk werd bedreven door bemiddelde amateurs. De professionele, betaalde fulltimewetenschapper zoals die nu op talloze instituten een alledaags verschijnsel is, dateert pas van de 20ste eeuw.

Schilthuizen hoort tot de voorlopers in de burgerwetenschap. Zijn eerste project dateert van 2009. Toen onderzocht hij met vrijwilligers de evolutie in de kleur van de huisjes van tuinslakken als gevolg van klimaatverandering. Dat beviel. Zozeer dat hij er een reis- en onderzoeksorganisatie voor oprichtte vol expedities naar de meest exotische oorden, onder leiding van biologen.

In de praktijk is Schilthuizen al een fase verder: die van de zogeheten extreme citizen science, een stroming die vanuit Engeland is overgewaaid. Daarin krijgt de amateur een grotere rol en wordt die nog meer bij het hele project betrokken. Hij is niet enkel meer verzamelaar van gegevens voor de wetenschapper, maar denkt van begin af aan mee over de onderzoeksopzet en schrijft mee aan de publicatie van de resultaten. Zo leren deelnemers niet alleen meer over het ene onderzoeksobject, maar ook over het functioneren van de wetenschap. ‘Dat ontbreekt er nu nog weleens aan’, zegt Schilthuizen.

Voor zijn nieuwste project heeft een team onder leiding van Naturalis een subsidieaanvraag lopen bij de Nationale Wetenschapsagenda. De vrijwilligers schreven mee aan het onderzoeksvoorstel. Als het gehonoreerd wordt, gaat de ploeg in steden als Groningen, Leiden en Amsterdam onderzoeken hoe de flora en fauna zich aanpassen aan de stedelijke omstandigheden en hoe die omgeving te verbeteren valt voor dier, plant en de mens.

Beeld Marthe van de Grift

Over reizen gesproken: varen naar Groot-Brittannië is mooi, maar duurt vele dulle uren in de taxfree-shop, de bios of aan de gokautomaat. Je kunt ook de wetenschap dienen. Zo meldt ferrymaatschappij DFDS dat passagiers van hun vaarten tussen IJmuiden en Newcastle en over het Kanaal al veertien jaar bijdragen aan waarnemingen van walvissen en dolfijnen. De maatschappij werkt daarbij samen met de ideële stichting Orca die onderzoek doet naar het mariene milieu.

Op de boten staan zogeheten wildlife officers van Orca, getrainde deskundigen die passagiers desgewenst begeleiden in het waarnemen van walvisachtigen.

De laatste vijf jaar registreerden de waarnemers 79.764 dieren, waarvan 75.544 walvisachtigen van twintig soorten.

Er bleek onder meer uit dat bruinvissen duidelijke voorkeuren hebben in de Noordzee. Het merendeel van de witsnuitdolfijnen, die de voorkeur geven aan koeler water, werd gezien aan de noordwestelijke kant van de Noordzee. Dwergvinvissen werden vaker aangetroffen in de noordelijke gebieden, langs de kust van Northumberland, Durham en Yorkshire.

De resultaten gebruikt Orca om snel gegronde beslissingen te kunnen nemen over gewenste beschermingsmaatregelen voor die dieren in de Britse en Europese wateren. Ook analyseren postdoctorale studenten van verschillende universiteiten de gegevens om veranderingen in de verspreiding, populatiedynamiek en -dichtheid te onderzoeken, zo meldt de organisatie. En dat allemaal dankzij de vakantie of liefhebberij van anderen.

Volksaard

Het blijft gissen hoeveel amateurs zich met de wetenschap bemoeien. Drie jaar geleden stelden drie onderzoekers van de Wageningen Universiteit het rapport Citizen science voor natuur in Nederland op. Het meest concrete getal dat zij toen, in 2017, vonden was 17 duizend deelnemers die bijdroegen aan het Netwerk Ecologische Monitoring. Dat waren grotendeels goed onderlegde deelnemers. Bredere, publiekstoegankelijker projecten trokken ook toen al veel meer deelnemers, niet allen even ervaren. Voor de jaarlijkse Nationale Tuinvogeltelling vinkten ook toen al zo’n 53 duizend tellers hun mussen en mezen af. Afgelopen januari waren dat er al meer dan 90 duizend. De site waarneming.nl, waarop ieder zijn vogels, vlinders, reptielen of andere aangetroffen organismen kan doorgeven, kent meer dan 110 duizend gebruikers. Vorig jaar gaven zij in totaal meer dan 68 miljoen waarnemingen door.

‘Dat is enorm’, zegt Arnold van Vliet, bioloog aan de Wageningen Universiteit en medeopsteller van het genoemde rapport over citizen science. Vooral op het gebied van natuurwaarnemingen is Nederland volgens hem koploper, naast Engeland. ‘Het sociale natuurnetwerk is van oudsher behoorlijk goed georganiseerd in Nederland. Dingen meten, vastleggen en systematisch werken, dat zit kennelijk in de Nederlandse volksaard.’

Verheugend vindt hij dat. Al jaren is hij initiator van projecten als natuurkalender.nlmuggenradar.nltekenradar.nl en essentaksterfte.nu. Allemaal websites waarop ieder zijn gegevens kan doorgeven, om bij te dragen aan een vat vol kennis.

Dat is bepaald niet zinloos. Hoe hobbyistisch misschien ook, de gegevens vormen een waardevolle bron voor fenologie. Soms leveren de resultaten groot nieuws op. ‘Nederland wordt te warm voor 40 procent van de plantensoorten’, luidde in 2018 het nieuws. Een zuiver staaltje van burgerwetenschap.

Hoe betrouwbaar de ‘amateurdata’ zijn, is altijd een vraag. Natuurlijk weet niemand of die waargenomen rode wouw niet een bruine kiekendief was, maar fouten worden in de statistiek weggevaagd door de grote hoeveelheid aan data. Opmerkelijke wijzigingen en grote bewegingen komen zo toch wel aan het licht, zeggen alle onderzoekers.

Voorinschrijving

Hoe populair burgerwetenschap geworden is, blijkt ook uit de jaarlijkse strandopruimdagen van de Stichting Noordzee. Sinds 2013 organiseert de stichting de Boskalis Beach Cleanup Tour, dit jaar weer van 1 tot 15 augustus. In die weken lopen wisselende groepen vrijwilligers in trajecten van zo’n 10 tot 15 kilometer de hele Nederlandse kust af om zwerfafval op te ruimen.

Wetenschap en activisme ineen: de strandopruimdagen van de Stichting Noordzee. Beeld Lize Kraan

De acties zijn de laatste twee, drie jaar zo geliefd dat de stichting De Noordzee onlangs een ‘voorinschrijving’ opende voor de komende editie. Een voorinschrijving, dat kenden we tot nog toe van marathons of de Elfstedentocht. Nu dus ook in de burgerwetenschap.

In een mum van tijd meldden zich duizenden vrijwilligers voor een etappe, zegt Mark Timmermans van de organiserende stichting. ‘Mensen kijken ernaar uit. Sinds zo’n drie jaar is het echt druk met aanmeldingen. De etappes die goed bereikbaar zijn, zitten meteen vol.’ Voorinschrijvingen zijn een noodzakelijk kwaad bij een luxeprobleem: ‘Er zijn eigenlijk te veel mensen die aan de slag willen. Op zeker moment heeft het geen zin meer om nog meer deelnemers toe te laten. Daarvoor ligt er niet genoeg afval, en we moeten wel altijd de veiligheid van deelnemers kunnen waarborgen.’

Vandaar dat op de drukke plekken, zoals badplaats Scheveningen, een maximum van 75 tot 100 deelnemers geldt. Op andere, moeilijker te bereiken plaatsen ligt dat tussen de 20 tot 50.

Wetenschap en idealisme of activisme gaan hier hand in hand. Betrokken burgers willen iets concreets doen aan het groeiende probleem van zwerfafval in de natuur. Dat zou ieder ook op eigen houtje kunnen, maar een georganiseerd groepsverband biedt voordelen. Het sociale aspect, en een wetenschappelijk doel: de stichting gebruikt het ingezamelde materiaal voor onderzoek naar de samenstelling en herkomst van het afval.

Uit de laatste gegevens: vorig jaar haalden de 2.568 vrijwilligers 10.991 kilo zwerfafval op. Onderzoeksthema van het jaar was wegwerpplastic. Uit de tellingen bleek dat op 100 meter strand gemiddeld 81 stuks plastic rietjes, vorken en lepels rondzwierven, in totaal zo’n 5.000 stuks. De rest van het plastic wegwerpafval bestond uit ballonresten.

Wetenschap en activisme ineen: de strandopruimdagen van de Stichting Noordzee. Beeld Stichting De Noordzee

Rivieroevers

Wie niet in groepsverband wil werken of voor wie het strand te ver weg is, kan sinds een kleine twee jaar zijn lol op aan de oevers van rivieren. Stichting De Noordzee inventariseert, samen met IVN Natuureducatie en de Plastic Soup Foundation, ook daar het opgeruimde afval, wat er helaas voldoende ligt. Om te kijken hoe groot het probleem is, moet je de bron onderzoeken. Zonder vrijwilligers is dat vrijwel ondoenlijk.

Die zijn er, steeds meer. De eerste twee jaar deden 354 vrijwilligers mee, die werden getraind tot ‘opgeleide rivierafvalonderzoekers’. Elk koppel van twee vrijwilligers kreeg een rivieroever toegewezen waar ze twee keer per jaar afval verzamelden aan de hand van richtlijnen. De vrijwilligers voerden de verzamelde data in een onlinedatabase in.

Vorig jaar vatte Stichting de Noordzee de resultaten samen van twee jaar ruimen op de oevers van de Maas en de Waal. Die zijn even ‘succesvol’ als verbijsterend. Een greep uit de bevindingen: er werden 152.800 stuks afval geturfd. Dat is gemiddeld 496 stuks afval per 100 meter rivieroever. 81 procent daarvan bestond uit plastic. Het meeste viel in de categorie ‘Ondefinieerbaar’. 25 procent van het afval was wegwerpplastic, in 43 procent van de metingen werden plastic korrels aangetroffen. De belangrijkste bronnen van rivierafval zijn de industrie, de binnenvaart, zandwinning, ‘verondieping’ en recreatie (vaak wegwerpplastic).

De inzichten bieden de grondstoffen voor gerichte actie richting overheid, bedrijfsleven en consumenten.

Pokémon Go

De jongste ontwikkeling in de burgerwetenschap lijkt het spelelement.

De ‘coronapuzzel’ uit het begin van dit artikel staat niet op zichzelf. In het rapport Citizen science voor de natuur verwezen de auteurs al naar het toen (in 2017) populaire Pokémon Go. Daar zagen zij kansen om de wetenschap mee te verbreden of populariseren.

Relatief nieuw is het fenomeen ‘Bioblitz’, onder meer te spelen op de site van waarneming.nl: deelnemers strijden in een vooraf bepaalde tijd en plaats om zo veel mogelijk soorten te ‘scoren’ en door te geven.

Van dezelfde orde: onlangs lanceerde de site naturetoday.nl een ‘spel’ waarmee de deelnemer op zijn smartphone kan zien welke soorten dieren en planten er zijn gemeld op zijn exacte locatie.

Het is een van de manieren om burgers actiever te betrekken bij het verzamelen van gegevens, zegt medeontwikkelaar Arnold van Vliet van NatureToday. Zo’n toepassing werkt stimulerend, weet hij: ‘Als een soort op de lijst ontbreekt, hebben deelnemers vaak sneller de neiging dat tekort aan te vullen, zodat de waarnemingen completer worden.’

Daarnaast vergroot burgerwetenschap de betrokkenheid met natuur, volgens Van Vliet. Dat vindt hij hard nodig ook: ‘Nederland loopt in de kwaliteit van de natuur ver achter op andere Europese landen. Burgerwetenschap toont dat aan en is tegelijk een manier om burgers meer bij natuur te betrekken, en zo te wijzen op het belang van bescherming.’

Gamen tegen corona?

Kan iedere burger werkelijk bijdragen aan het onderzoek naar het coronavirus, zoals met de puzzel uit het begin van dit verhaal? Eric Snijder, moleculair bioloog bij het Leids Universitair Medisch Centrum, noemt de aanpak op iedereenwetenschapper.nl een aardig middel voor geïnteresseerden om kennis te maken met de moleculaire biologie, maar vindt het project ook ‘kort door de bocht’: de game richt zich uitsluitend op het zogeheten Spike-eiwit en de eerste stap van het infectieproces. ‘Daarna volgen nog vele stappen van vergelijkbare moleculaire complexiteit. De meeste targets voor virusremmers bevinden zich in dat domein; het Spike-eiwit is slechts een van de 26 eiwitten van het virus.’

Het met de computer ontwerpen van een mogelijke virusremmer is volgens Snijder een lange weg: ‘Je moet eerst het benodigde molecuul (bio-)chemisch vervaardigen, dan vaststellen dat het werkt – in celkweek, in proefdieren, dan in mensen – en hopen dat er geen razendsnelle resistentie ontstaat in het virus. Dat vergt over het algemeen miljardeninvesteringen en vele jaren.’

Help! 

Wordt de thuisisolatie te saai? Wetenschappers zoeken volop hulptroepen voor hun onderzoeksprojecten. Op de website Zooniverse.org staan enkele voorbeelden.

De ruimte in? Aan het bureau ligt planeet Mars aan uw voeten, zelfs de rand van ons zonnestelsel is niet te ver. Wie toch verder wil reizen, kan via LOFAR Galaxy Zoo astronomen – onder andere van de Universiteit Leiden – helpen om superzware zwarte gaten en stervormende sterrenstelsels op te sporen en te identificeren.

Wie daarnaast ook van geschiedenis en kunst houdt, kan terecht bij Mapping Historic Skies. Het Adler Planetarium in Chicago digitaliseerde meer dan 4000 historische hemelkaarten uit de collectie. Samen zijn die kaarten goed voor 600 jaar aan geschiedenis over hemeltaferelen met sierlijk uitgedoste sterrenbeelden, geschilderd door kunstenaars van over de hele wereld. Er worden nog vrijwilligers gevraagd om op deze kaarten naar sterrenbeelden te speuren.

Ook over de werking van ons eigen lichaam valt voor wetenschappers nog veel te ontdekken. Zoals over de oogaandoening ‘diabetische retinopathie’, die voorkomt bij mensen met suikerziekte (diabetes). Voor dit project, Eye for Diabetes, zoekt u mee naar afwijkingen van bloedvaatjes in het oog, zoals kleine bloedingen of uitstulpingen van een bloedvat.

Vanuit de huiskamer de natuur in: verschillende projecten op Zooniverse maken gebruik van wildcamerabeelden. Zo kunt u wilde dieren tellen in Kenia, via Wildwatch Kenya, of in Cedar Creeks (VS), via Eyes on the wild. Nachtdieren van Australië tellen doe je via Western Shield - Camera Watch, uilen in San Diego (VS) via Wildwatch Burrowing Owl.

De wetenschappers die hun projecten op Zooniverse hebben gezet, zitten in een luxepositie: ze hebben ontzettend veel onderzoeksgegevens. Die komen bijvoorbeeld van telescopen, satellieten, wildcamera’s, archieven of museumcollecties. Het zou een eeuwigheid duren om al die gegevens zelf

door te spitten en de relevante informatie eruit te vissen. De hulp van burgerwetenschappers is meer dan welkom.

De projecten worden in elk geval in het Engels aangeboden. Van de bovenstaande voorbeelden zijn de projecten LOFAR Galaxy Zoo en Eye for Diabetes ook in het Nederlands beschikbaar. (Eva Kneepkens)

Principes voor burgerwetenschap

Burgerwetenschap maakte zo’n stormachtige ontwikkeling door dat er zelfs een Europese organisatie voor in het leven is geroepen: de European Citizen Science Association (ECSA), die de voortrekkers van deze beweging bijeenbrengt. Uit de cursus ‘Omgaan met teleurstellingen’: het tweejaarlijkse voorjaarscongres is vanwege corona uitgesteld tot september. Zo’n tweehonderd betrokkenen komen er maar liefst vier dagen bij elkaar om zich te buigen over de vele aspecten van burgerwetenschap.

Eerder stelde het genootschap tien principes op voor een kwalitatief goede burgerwetenschap. Zo moeten projecten burgers actief betrekken bij wetenschappelijk onderzoek dat nieuwe kennis of inzichten levert. Ook moet zowel de burger als de wetenschapper baat hebben bij deelname. De burgers moeten geregeld op de hoogte worden gehouden van de stand van het onderzoek waaraan zij deelnamen. De data moeten openbaar zijn, de burgers moeten erkenning krijgen in publicaties over het onderzoek. En er moet na afloop van het project een evaluatie zijn van de kwaliteit van de data die burgerwetenschappers aanleverden.

(Bron: iedereenwetenschapper.nl)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden