INTERVIEW

'Spelregels van de wetenschap veel te algemeen en vaag'

Ruim acht jaar heeft hij klachten behandeld over schending van integriteit. Maar de procedure die daarvoor bestaat, zegt hij bij zijn afscheid, moet helemaal op de schop.

Kees Schuyt: 'De kwestie van wetenschappelijke integriteit is in twee geboden samen te vatten: gij zult niet liegen en zij gult niet stelen.' Beeld Jiri Buller
Kees Schuyt: 'De kwestie van wetenschappelijke integriteit is in twee geboden samen te vatten: gij zult niet liegen en zij gult niet stelen.'Beeld Jiri Buller

Hij was al geen lid meer van de Raad van State, maar sinds vandaag is prof. dr. mr. Kees Schuyt (71) echt vrij man in de zin dat hij ook geen voorzitter meer is van het LOWI. Bij dit Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit belanden klachten over vermeend wangedrag in de wetenschap als de universiteit en de betrokkenen er zelf niet uitkomen.

In 2003 stelden de universiteiten samen met de koninklijke academie KNAW en financier NWO het orgaan in, in aanvulling op hun eigen integriteitsprocedures. Inmiddels doen ook de kleinere universiteiten mee, het RIVM en bloedinstituut Sanquin.

'De positie van LOWI is solide', stelt Schuyt vast. Vorige week, op zijn afscheidssymposium, onderstreepte ook minister van Onderwijs Jet Bussemaker dat. Vandaag verschijnt zijn afscheidsessay Tussen Fout en Fraude (Leiden University Press).

Landelijk Orgaan Wetenschappelijke Integriteit

Achtenhalf jaar was Schuyt een kritisch, maar loyaal uitvoerder van een klachtprocedure van de wetenschap zelf. Een procedure die gebaseerd is op een eigen integriteitscode. Vanaf vandaag, vindt hij, mag de bijl ook naar de wortel: die code. De spelregels van de wetenschap, zegt hij in zijn rap duister wordende huiskamer in Voorburg, zijn welbeschouwd veel te algemeen en vaag geformuleerd.

Schuyt: 'De hele kwestie van wetenschappelijke integriteit kun je in twee geboden samenvatten: gij zult niet liegen en gij zult niet stelen. Een onderzoeker moet naar waarheid rapporteren en niet andermans werk gebruiken. In wezen is dat precies de Bijbel. Maar in juridische kwesties, zoals bij een aangifte van integriteitsschending, heb je meer aan een Wetboek van Strafrecht waarin niet alleen geformuleerd staat wat liegen of stelen is, maar ook wat de criteria zijn. Daar schort het aan in de omgang met wetenschappelijke integriteit in de universitaire wereld: duidelijkheid over wat een schending van integriteit is en wat gewoon slordig is, of onzorgvuldig, of onhandig of voor mijn part dom.'

U zegt: we hebben een systeem dat fouten niet van fraude kan onderscheiden?

'Ik stel vast dat er verwarring is van integriteit en kwaliteit. Dat hebben we in onze praktijk voortdurend zien gebeuren. Klagers die eigenlijk een studie onder de maat vinden en het meteen fraude noemen die erger is dan Stapel. En omgekeerd: fraudeurs die zich verweren met dat het slechts om een foutje gaat, een slordigheid.'

Als fraude-arbiter hebt u last van de begripsverwarring?

'Het systeem zit daardoor vol ruis en ketelmuziek. Terwijl je aan de remedies niet toekomt. Slecht onderzoek moet je als universiteit ondervangen met goed onderzoeksbeleid, waarin je mensen leert wat goed onderzoek is en waarin je elkaar scherp houdt. Fraude, van plagiaat tot datamanipulatie, vergt scherp integriteitsbeleid. Niet alleen met procedures en een sanctiesysteem, maar ook met bijvoorbeeld integrity officers bij wie mensen met kwesties terechtkunnen zonder dat het meteen een zaak is.'

In uw eerste jaren kreeg u vier tot zes zaken per jaar, lees ik in uw afscheidsboekje. Nu zijn dat er vijfmaal zo veel. Wordt er zoveel meer gefraudeerd?

'Ik vind dat je die vraag wetenschappelijk moet beantwoorden en dan weten we het niet. Ik stel vast dat er meer zaken zijn en dat er meer geklaagd wordt. Zeker sinds de zaak-Stapel hebben mensen de weg naar de integriteitsscommissies en dus het LOWI gevonden. Ik stel echter ook vast dat daarvan nog steeds vier tot zes zaken per jaar serieus zijn. De rest zijn collega's die iemand een loer willen draaien. Of buitenstaanders die onderzoekers om de een of andere reden aanpakken. Veel ervan wordt niet ontvankelijk verklaard of ongegrond. Doorgaans omdat het toch over wetenschappelijke kwaliteit en controverses blijkt te gaan, niet over wangedrag.'

Er wordt geregeld gezegd: de wetenschappers staan zo onder druk dat ze vast korter door de bocht gaan, of erger.

'Ook daar is zuiverheid vereist. Je ziet twee trends: de druk neemt toe, en er zijn meer fraudezaken. We weten in alle eerlijkheid niet of er een onderliggende oorzaak is, of dat er sinds 1960 viermaal zo veel onderzoek wordt gedaan. De meeste onderzoeken geven een percentage van ongeveer 1 aan van echt wangedrag als manipulatie of plagiaat. Ik heb in 2012 gepleit voor serieus onderzoek naar fraude in de wetenschap. Niet via zelfrapportage, zoals je vaak ziet. Maar met goede steekproeven, zoals de orde van advocaten doet. De universiteiten willen er niet aan.'

Opmerkelijk blijft dat u in alle gevallen de uitspraken alleen geanonimiseerd publiceert.

'Dat doen we bewust, juist omdat zelfs de beschuldiging van fraude een wetenschappelijke loopbaan kan knakken, zelfs als er niets aan de hand blijkt te zijn. We hebben trouwens bij een vrijspraak ook weleens een onderzoeker gehad die met naam en toenaam genoemd wilde worden omdat het hem zou vrijpleiten. Maar geanonimiseerd is geanonomiseerd.'

Van de bekende veroordeelde fraudeurs, Förster, Dhonukshe, Stapel, is achteraf vaak de vraag waarom hun werk niet al door de mand viel bij de beoordeling voor een tijdschrift.

'Ik denk dat er veel mankeert aan het peer review-systeem, waarbij vakgenoten anoniem vooraf artikelen beoordelen. Dat systeem is pas na de Tweede Wereldoorlog breed ingevoerd. Voorheen was het normaler dat een redactie iets beoordeelde en dat er in de bladen zelf veel meer ruimte was voor wetenschappelijk debat en discussie. Dat is weg en nu gaat men elkaar via klachten te lijf, lijkt het.'

U zegt dat de aanpak van wetenschappelijke integriteit bij universiteiten professioneler moet.

'Wetenschappers zijn heel goed in het beoordelen van de kwaliteit van onderzoek, maar ze zijn slecht in normatieve oordelen. Omdat ze denken in best practices, in wetenschap zoals het hoort. Als het anders gaat, wreekt het zich dat de integriteitscode niet expliciet is in wat er wel mag en wat niet. Er zijn wel procedures, maar iedere zaak wordt ad hoc afgehandeld, en dan zeg ik het netjes.

'Soms is er ronduit sprake van paniekvoetbal. Bijvoorbeeld toen het in de kwestie rond van VU-hoogleraar Peter Nijkamp opeens over zelfplagiaat ging. Dat is daarna aan de code toegevoegd, maar zonder precies te zeggen wanneer het een schending van de integriteit is.'

VU-hoogleraar Peter Nijkamp. Beeld Joost van den Broek  / de Volkskrant
VU-hoogleraar Peter Nijkamp.Beeld Joost van den Broek / de Volkskrant

Hoe moet het beter?

'Een scherper geformuleerde code dus, maar bijvoorbeeld ook meer ruimte voor het LOWI. Wij zijn geen openbaar ministerie, we hebben geen onderzoeksbevoegdheid, we kunnen niet iemands computer opvragen om data te controleren. Daarnaast adviseren we de universiteit bij haar besluiten. Ik ben voor een bindend advies.'

Minder vrijblijvendheid eigenlijk, op alle fronten?

'Ik heb geregeld met belangstelling naar de medische sector gekeken. Het medisch tuchtrecht is een model dat de universiteiten zouden kunnen overwegen voor wetenschappelijke integriteit. Ook dat is zelfregulatie, maar uitgevoerd door professionele rechters, bijgestaan door artsen. Met bindende adviezen en echte sancties. Dat is waar we ook voor de serieuze fraudezaken in de wetenschap heen moeten in Nederland.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden