Nieuws Onderzoeksgeld

Spanning rond verdeling extra geld voor wetenschappelijk onderzoek

Sociale wetenschappers hebben bedenkingen bij de voorgenomen verdeling van 70 miljoen euro extra voor research onder regie van een nieuwe staatscommissie. De sociale- en geesteswetenschappen kunnen bij die zogeheten sectoraanpak op slechts 10 miljoen extra rekenen, tegen 60 miljoen voor bèta en techniek, als het aan minister Ingrid van Engelshoven van OCW ligt.

Volgens minister Ingrid van Engelshoven van OCW kunnen de sociale- en geesteswetenschappen rekenen op slechts 10 miljoen euro extra. Foto ANP

‘Voor een volledig sectorplan in de breedte van de sociale- en geesteswetenschappen is dat te beperkt’, zegt hoogleraar politieke communicatie Claes de Vreese van de Universiteit van Amsterdam. Hij zit het zogeheten SSH-beraad voor van de Koninklijke Akademie KNAW, wetenschapsorganisatie NWO en decanen van Nederlandse universiteiten. De sociale- en geesteswetenschappen beslaan een kwart van de Nederlandse wetenschap, verdeeld over meer dan vijftig faculteiten.

De laatste weken is er in Den Haag intensief gelobbyd over de verdeling van de zogeheten sectorgelden voor de wetenschap. Daarvoor is volgens de kabinetsplannen 70 miljoen beschikbaar, strategisch te verdelen via een staatscommissie, maakte de minister eerder al bekend.

Jaren geleden verdeelde de commissie Breimer volgens een soortgelijk sectormodel 20 miljoen euro in de exacte wetenschappen. Daarmee werden toen honderd nieuwe vaste aanstellingen voor onderzoekers aan universiteiten gefinancierd op toonaangevende plekken in het Nederlandse onderzoekslandschap. ‘Een bewezen bruikbaar model’, zegt secretaris Mark Boneschanscher van de Raad voor Natuur- en Scheikunde.

Nu er extra geld is voor investeringen in de wetenschap moet dat zo efficiënt mogelijk worden verdeeld, zegt wiskundige prof Frank van der Duyn Schouten, voorzitter van de Raad voor de Wiskunde en genoemd als mogelijk voorzitter van de nieuwe sectorraad bèta en techniek. ‘Maar geen verdelende rechtvaardigheid, waarbij elke universiteit een beetje krijgt. De minister moet optimaal waar krijgen voor haar geld.’

Brief

Het extra geld maakt deel uit van de 400 miljoen die het kabinet in het regeerakkoord toezegde voor de wetenschap. Dat is deels voor de Nationale Wetenschapsagenda NWA. Daarnaast is er 70 miljoen voor de zogeheten sectorplannen, waarin universiteiten samen moeten optrekken, in plaats van concurreren om schaars geld.

In een brief aan de vaste Kamercommissie liet de minister onlangs doorschemeren dat ze daarvan 60 miljoen voor de bèta-sector (natuur- en scheikunde en wiskunde) wil oormerken, en 10 miljoen voor de sociale- en geesteswetenschappen. Die commissie vergadert vandaag over deze voornemens.

Volgens voorzitter Robbert Dijkgraaf van de Raad voor Natuur- en Scheikunde is 60 miljoen alleszins rechtvaardig. ‘Dit is een manier om de financiering van de exacte vakken net weer wat meer op een internationaal aanvaardbaar peil te brengen’, zegt hij.

Halverwege wereldniveau

De Nederlandse investering in bèta- en techniekresearch is volgens cijfers van de natuurkunderaad in tien jaar tijd weggezakt naar halverwege het wereldniveau. ‘Landen als China gaan er vol in en hier daalt het. Dat moet nodig gerepareerd’, zegt fysicus Dijkgraaf, in het dagelijks leven directeur van het Institute of Advanced Study in Princeton en universiteitshoogleraar aan de UvA.

Volgens Dijkgraaf moet de Nederlandse wetenschap meer nog dan al gebeurt onderling samenwerken. ‘Een beetje als de universiteit van Nederland.’ De staatscommissie zou vooral overlap en blinde vlekken in onderzoeksplannen moeten onderkennen, die gemakkelijk optreden bij alleen onderlinge concurrentie.

Minister Van Engelshoven schreef eerder op Kamervragen over de verdeling dat het kabinet prioriteit wil geven aan investeringen in bèta en techniek. Bovendien is het exacte onderzoek veel kostbaarder, aldus de bewindsvrouw.

Volgens communicatiewetenschapper De Vreese is het goed dat er meer geld naar de universiteiten gaat en is ook niet onredelijk dat daarbij meer geld naar de bèta-faculteiten gaat. ‘Maar wees wel reëel: met 10 miljoen voor alles van rechten tot sociologie, economie en talen kom je niet ver. Dan kan slechts een begín zijn voor een potentieel goed instrument als een sectorplan.’

Meer over