Soembawa, Pompeï van het oosten

Twee eeuwen geleden explodeerde de vulkaan Tambora op Soembawa, toen Nederlandsch-Indië. Journalist Philip Dröge schreef een boek over de grootste natuurramp sinds mensenheugenis, die lang bijna onopgemerkt bleef.

Rookwolken boven de vulkaan Sinanbung op Sumatra, oktober vorig jaar, die vierhonderd jaar inactief was geweest. Bij de explosie van de Tambora in 1815 kwamen zulke grote hoeveelheden zwavel in de atmosfeer dat er twee jaren zonder zomer volgden. Beeld Getty

Zo onvoorstelbaar als het klinkt, zo veelzeggend is het ook over de trage wereld van die tijd, waarin alleen wind de schepen voortstuwde en de telegraaf nog niet bestond. Laat staan radio of erger.

Op 10 april 1815 ontplofte op het eiland Soembawa, in wat de Nederlanders liefkozend de Gordel van Smaragd noemden, de vulkaan Tambora, in iets wat met gemak de grootste natuurramp in de geschiedenis kan heten. Groter dan de Vesuvius. Groter dan de Krakatau. De klap is tot honderden kilometers ver te horen. Andere eilanden worden door een tsunami getroffen. Een kegel van rook en as reikt tot 40 kilometer hoog, dwars door de ozonlaag heen. Wereldwijd kleuren zonsondergangen rood.

Herdenkingen

En toch duurde het aantoonbaar tot november van dat jaar voor de eerste berichten Den Haag bereikten over het ontplofte eiland in de Oost. Het veroorzaakt er weinig ophef. Verre berg. En naar men aanneemt één onfortuinlijke Nederlander dood.

'Terwijl de gevolgen van alle stof en zwavel in de atmosfeer dan al maanden het weer in Europa parten spelen', zegt de Nederlandse journalist Philip Dröge, tussen radio-optredens en boekhandellezingen door aan een Amsterdamse koffie verkeerd. Dezer dagen zijn er her en der wetenschappelijke congressen over de Tambora-explosie en in de regio zelf herdenkingen. Vandaag trekt een kolonne landrovers met notabelen de berg op, om daar in een speciaal gebouwd onderkomen de gebeurtenissen van destijds te markeren.

Dröge, medium-bekend als royalty-expert, schreef een boek over de ramp, De schaduw van Tambora, dat uiteindelijk vooral een boek over mensen zou blijken. Jarenlang speurde hij als bijna obsessief feitenjager in archieven naar ooggetuigenverslagen, berichten in kranten, officiële verslagen en berichten. En zeker ook naar ogenschijnlijk ongerelateerde feiten en verhalen uit de jaren na Tambora, tot aan de andere kant van de wereld toe. 'De vulkaanuitbarsting had een enorme wereldwijde invloed en haast niemand lijkt dat in die tijd te beseffen', zegt Dröge.

Grote klappers

De omvang van vulkaanuitbarstingen wordt doorgaans afgemeten aan de hoeveelheid gesteente en as die er wordt weggeblazen. De Tambora (1815) geldt als de grootste, met minimaal 150 kubieke kilometer weggeblazen gesteente. De Krakatau (1883, ook Indonesië) met 18 kubieke kilometer volgt. Mount Katmai (1912) staat met 12 kubieke kilometer op plaats 3. De Vesuvius in Italië, van de ondergang van Pompeï (in het jaar 79), blies 3 kubieke kilometer aan as en gesteenten de lucht in. Veel verder terug, een echte klapper: de supervulkaan Toba in Indonesië, pakweg 75 duizend jaar geleden, met 2.800 kubieke meter as en puin.

Barre tijd

Neem het verhaal van de Herrnhutters die een protestantse missiepost hebben in Nain, Canada, maar in de winter van 1816 haast van hun geloof vallen. Die winter is ongekend streng, zo streng dat de handelaren niet meer langskomen. De voedselvoorraden slinken en uiteindelijk rest de hongerende gelovigen nog slechts één conclusie: God heeft hen verlaten.

In een archief in Duitsland vond Dröge de aantekeningen uit die barre tijd van ene broeder Carl Schreiber, met ganzenveer genoteerd in een nu vrijwel onleesbaar Frakturhandschrift. Ze gaan over de onrust onder de geloofsgenoten en de groeiende 'geestelijke twijfel'. Iedereen, noteert Schreiber, zoekt in zijn hoofd naar zondige gedachten die het grote ongeluk wellicht zouden kunnen verklaren. 'Maar ze vinden niets', schrijft Dröge. 'De Heer is duidelijk niet tevreden.'

De gelovige Canadezen doen een wanhoopspoging en proberen voedsel te gaan halen bij een van de missionarisposten op Groenland. Bij aankomst blijken die nog wel iets te hebben, maar niet genoeg om als voorraad mee te geven. Tot in mei van dat jaar vriest het. In Europa dient zich daarna een zomer aan die wel winter lijkt. Zowel 1816 als 1817 gaan de boeken in als jaar zonder zomer.

Speling van het lot

Oorzaak daarvan, weten we nu, zijn de immense hoeveelheden zwavel die bij de explosie van de Tambora in de atmosfeer zijn beland. Die leggen een deken van smog om de aarde, waardoor minder zonlicht binnenkomt en er veel meer wolken zijn dan normaal. Overal ter wereld mislukken in 1816 oogsten en breken schaarste en hongersnoden uit door het gebrek aan licht en warmte.

Zonder, vertelt Dröge, dat men goed begreep waarom. Was dit alles toevallig, een speling van het lot? Of, suggereren anderen, kwam het door de kruitdampen van de Slag bij Waterloo in de zomer van 1815? Italiaanse geleerden voorspellen zelfs dat in 1817 de wereld zal vergaan. Het waarom is niet precies bekend, maar de onheilstijding wordt in kranten over de hele wereld gretig overgenomen. Dröges zoektocht naar de aanstichter van het gerucht in Italiaanse archieven loopt twee eeuwen later op niets uit. 'Niet althans op een naam. Ik weet bijna zeker wie het was, maar als je zo dicht op de archieven werkt, moet je niet speculeren.'

Dat de explosie van de Tambora immens was, staat vast en is aan het landschap van Soembawa, een eiland in het oosten van Indonesie, nog gemakkelijk af te lezen. Dröge zelf stond eind 2013 op de kraterrand en zegt moeite te hebben gehad om te bevatten wat hij zag. 'Het is zo groot dat je er eigenlijk niet eens een foto kunt maken. De krater gaapt 600 meter diep onder je, de overkant van de rand is nauwelijks te zien, de omtrek is iets van 22 kilometer. De beste beelden zijn eigenlijk de satellietfoto's van NASA, waarop je een eiland ziet met een immens oog.'

Satellietfoto van de Tambora-krater. Beeld NASA

Fatale nacht

Het lastigst om je voor te stellen, zegt Dröge ook, is dat de berg voor die fatale nacht van 10 april 1815 nog anderhalve kilometer hoger was dan waar hij sindsdien ophoudt. De kraterrand ligt nu circa 2.450 meter boven zeeniveau. Maar ooit was de berg Tambora 4 kilometer hoog. Een ongenaakbare Matterhorn die van grote afstanden over zee te zien was, veelal met zijn top in de wolken. Veel was er op het door dicht oerwoud overdekte Soembawa niet te halen. In een paar kleine koninkrijkjes woonden enkele duizenden mensen. Ze leefden er sinds mensenheugenis van landbouw en jacht.

Toen in 1815 die ene onfortuinlijke Nederlander Soembawa met zijn scheepje naderde, regende het al puimsteen. Jan Israëls heet hij, oud-militair en nu koloniaal ambtenaar die door de resident op pad is gestuurd om de onrustige vuurberg op het verre eiland te onderzoeken. In 1812 is er al een kleine uitbarsting geweest en de laatste tijd rommelt het als zelden eerder.

Dröge beschrijft hoe Israëls niet op een slechter moment had kunnen aankomen. Op de avond van de tiende april, als het al dagen stenen regent, volgt de explosie die de top van de berg blaast en op het eiland alles verwoest. Volgens hedendaagse schattingen vliegt 150 kubieke kilometer gesteente de lucht in en kolossale hoeveelheden zwavelsulfide. In de omgeving komen naar schatting tussen de 12- en 14 duizend mensen om door neervallend puin en withete gasstromen. Van Israëls wordt nooit meer iets vernomen.

Boze geesten

Tegenwoordig is duidelijk waarom uitgerekend de Tambora zo'n heftige vulkanologische plek kon worden. Pal onder Soembawa bevindt zich een kruispunt van liefst vier aardschollen, die over elkaar heen schuiven. Wat de diepte in wordt geduwd smelt en wordt relatief lichter, waardoor het opstijgt en zich een weg door de korst baant. Als de druk te hoog wordt, breekt de korst open en is een vulkaanuitbarsting een feit.

In de tijd van de Tambora had niemand daar nog enig idee van. Wetenschappers meenden hooguit dat water via scheuren in de hete aarde was beland, waardoor een grote explosie was opgetreden. Er waren ook verhalen over bliksemafleiders, toen een nieuwe technologie, die te veel energie in de aarde zouden pompen. Anderen meenden dat heftig kanonsvuur de aarde in trilling kon brengen. En dan waren er de inlandse verklaringen die teruggingen op boze geesten en wraakzuchtige goden.

Wolken witheet gas

De mooiste in die laatste categorie dient Dröge met evenveel gemak als smaak nog eens op. Het is het verhaal van de handelaar Seid Idrus die uit den vreemde aankomt en in de tempel een hond treft die hij als moslim onrein acht en een trap geeft, niet wetende dat het de hond van de koning is. Die laat de hond slachten en een geit en nodigt de vreemdeling te eten. Zelf eet hij de geit, de moslim krijgt hond. Als hij dat doorkrijgt, ontsteekt hij in woede en beledigt de koning zodanig dat hij in de boeien wordt geslagen en op de berg Tambora in een kloof geworpen. Zodra de soldaten tevreden afdalen begint de grond te trillen en komt een allesverzengend vuur de berg af dat de hoofdstad verbrandt en in zee doet zinken.

Dat verhaal sluit wonderwel aan bij het scenario dat moderne aardwetenschappers over de gebeurtenissen van 1815 hebben. De vulkaan is letterlijk geëxplodeerd, als een geschudde champagnefles waar de kurk vanaf vloog. Maar al voor die tijd stroomden zogeheten pyroclastische stromen met ongeveer de geluidssnelheid de hellingen af: wolken witheet gas en as die alles op hun pad direct verkolen.

Pompeï van het Oosten

De oude hoofdstad van het eiland is nooit meer teruggevonden en vermoedelijk onder water verdwenen. Rond 2005 werden bij geologisch graafwerk wel de eerste goed geconserveerde versteende lichamen gevonden. Een daarvan, een man, ligt tussen wat zijn hut was en een waterput, met een gesmolten glas in zijn hand. Sindsdien staat Soembawa in de reisgidsen als het Pompeï van het Oosten. Toeristen trekt het nauwelijks, merkt Dröge als hij er is. De locals lijkt de geschiedenis van hun eiland ook niet erg te interesseren.

Dröge schreef destijds als wetenschapsjournalist een aantal verhalen over de archeologische vondsten en raakte gaandeweg geïntrigeerd door wat zich op het Indische eiland moet hebben afgespeeld en wat dat in de rest van de nietsvermoedende wereld teweegbracht. Zijn bronnen voeren hem van het eiland zelf naar archieven en andere bronnen over de hele wereld, van het eiland zelf tot Groenland, Amsterdam en New York.

De les van Tambora

Bestaat er zoiets als de les van Tambora? Dröge denkt het wel. 'Er is geen enkele reden om aan te nemen dat zoiets niet nog eens kan gebeuren, terwijl de wereld voller is dan ooit. Een paar jaar geleden deed de Australische overheid een simulatie 'Tambora Now', om na te gaan wat een dergelijke natuurramp nu zou aanrichten. Een miljoen doden, minimaal en langdurige maatschappelijke ontwrichting, ook in Australië zelf.'

Natuurlijk is een natuurramp als in 1815 niet te voorkomen, beseft Dröge. Maar dat is niet de enige bedreiging voor de kwetsbare samenleving, ook klimaatverandering kan de mensheid parten spelen. 'Anderzijds is de les van Tambora ook wel dat we een klimaatverandering kunnen overleven als we maar slim genoeg zijn.'

Philip Dröge: De schaduw van Tambora; uitgeverij Spectrum; euro 19,95.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.