Snoepen uit de dokterstrommel

Verslavingen onder huisartsen

Ze wordt een van de eerste deelnemers aan het vijfjarenplan voor (ex-)verslaafde dokters van de artsenfederatie KNMG. Hoe kon het zover komen dat deze gedreven huisarts haar werkdagen afsloot met een dosis morfine?

Stethoscoop bestaande uit 3 soorten Medicijnen: blauw - Morfine, rood - Oxazepam, groen/wit - Temazepam. Foto Gina Borsje

Keiharde cijfers over verslavingen in verschillende beroepsgroepen zijn schaars, om maar te zwijgen over onomstotelijke causale verbanden tussen werkdruk en verslaving. Volgens een ruwe schatting van artsenorganisatie KNMG, geëxtrapoleerd op basis van Amerikaans en Canadees onderzoek, is tussen de 9 en 12 procent van de Nederlandse artsen verslaafd.

Andere risicogroepen zijn onder meer bankiers, advocaten, muzikanten en piloten, zegt Arnt Schellekens, verslavingsarts en wetenschappelijk directeur van het in verslavingszorg gespecialiseerde instituut Nispa, verbonden aan de Radboud Universiteit. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het gebruik van stimulerende middelen, van ritalin tot cocaïne, om ondanks de vermoeidheid toch te blijven doorgaan. Dat is iets wat ook onder studenten toeneemt, zegt Schellekens. Anderen gebruiken juist dempende middelen, zoals alcohol of benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen), om de stress en angst van het werk te verdoven. Schellekens ziet het gebruik van benzodiazepinen de laatste jaren toenemen, omdat ze dankzij internet veel makkelijker zijn te verkrijgen dan vroeger.

Het komt zelden voor dat artsen geschrapt worden uit het BIG-register wegens een verslaving. Het College van Medisch Toezicht schrapte in 2015 drie artsen, van wie een wegens alcoholmisbruik en een wegens een drugsverslaving. Daarvoor meldde de Inspectie voor de Gezondheidszorg jarenlang geen enkele arts aan bij het college voor doorhaling uit het register.

Uit artsenregister schrappen

Een huisarts ging zo gebukt onder de stijgende werkdruk in haar beroep dat ze zich buiten werktijd begon te verdoven met medicijnen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg dreigt haar nu uit het artsenregister te schrappen, ondanks dat ze zich heeft laten behandelen in een verslavingskliniek en niet meer gebruikt. Ook is ze bereid zich dagelijks te laten testen op sporen van medicijnen, om te bewijzen dat ze clean is.

Wie wil weten hoe ze aan de medicijnen verslaafd raakte, zou kunnen beginnen bij het moment dat een ex-gedetineerde, net vrij na vier jaar cel, haar vastgreep in zijn flat op de vierde etage en zei dat hij haar uit het raam ging gooien. Hij ging springen en zou de huisarts meesleuren in zijn val, kondigde hij aan - een psychotische dertiger van 1,90 lang, onder de drugs en de tatoeages, tegenover een vrouw van 1,70 meter. Nooit de patiënt kwaad doen, zegt de eed van Hippocrates. Maar wat als de patiënt de arts kwaad wil doen?

Nooit een patiënt weigeren

De crimineel was na zijn vrijlating meteen aan de drugs gegaan. Hij wilde zijn ex en zijn zoontje zien, maar zijn ex had hem een straatverbod laten opleggen. Toen zijn buren de politie belden, was hij zijn meubilair uit het raam van zijn flat aan het gooien. Maar de politie had het druk en was sowieso bang dat de man bij het zien van een politieauto helemaal zou doordraaien. De melding kwam terecht bij de huisartsenpost, sinds de bezuinigingen op de geestelijke gezondheidszorg meer en meer een vergaarbak van maatschappelijke ellende. En dus rukte de huisarts uit. Nooit een patiënt hulp weigeren, zegt de eed van Hippocrates.

De huisarts trof hem aan terwijl hij buiten in zijn onderbroek, totaal in de war, een gestolen fiets probeerde te verkopen. Ze wist de man te kalmeren en naar zijn flat op de vierde etage te praten. Maar daar flipte hij opnieuw, over zijn zoontje en zijn ex die hij niet mocht zien. En toen greep hij de huisarts vast en zei dat hij haar uit het raam ging gooien. Het had haar laatste ziekenbezoek kunnen zijn als ze niet op tijd een foto van zijn zoontje had zien staan. Ze besloot op zijn gemoed in te gaan praten: dat het zo erg was dat hij zijn kind al zo lang niet had gezien, en dat ze daar snel iets aan moesten doen. Het lukte haar om de man een injectie met een kalmeringsmiddel toe te dienen. 'Shakend' ging ze terug naar de huisartsenpost. Volgende patiënt.

Doodsbedreigingen

Je zou ook kunnen beginnen bij de vele euthanasieverzoeken waarbij de zaken niet goed geregeld waren. Dan ontbrak er bijvoorbeeld een euthanasieverklaring of was oma niet meer bij kennis. Toch verwachtte de rond het sterfbed verzamelde familie dan dat de huisarts oma terstond een spuitje zou geven, ook al zou ze daarmee een strafbaar feit plegen. 'Zelfs een hond laat je nog niet zo lijden', kreeg ze dan toegebeten. Soms bleken de nabestaanden in spe een bijbedoeling te hebben: hun wintersportvakantie zou dan bijvoorbeeld in duigen vallen als oma niet op tijd tussen zes planken lag.

Je zou ook kunnen beginnen bij de doodsbedreigingen door patiënten als ze hun zin niet kregen, of bij de almaar stijgende werkdruk voor huisartsen omdat iedereen meer en betere zorg verwacht voor minder geld. Of gewoon bij het feit dat ze 's avonds om half twaalf thuiskwam, stijf van de adrenaline nadat ze om elf uur nog iemand had staan reanimeren, en merkte dat ze niet meer kon ontspannen, als een apparaat waarvan de standby-knop weigert.

Van euforie naar verdoving

Dus werden pillen de standby-knop: temazepam, een slaapmiddel. Eerst alleen af en toe, na een heel stressvolle dag, maar allengs in hogere doseringen. Ze leed zo onder de stress van haar werk dat ze in haar slaap de uitdrukking 'tanden op elkaar en doorbijten' letterlijk begon te nemen. Dan deed ze 's ochtends haar ogen open met een pijnlijk gevoel in haar mond, en dan bleek er een tand los te zitten of een stuk kies afgebroken.

Ze nam haar toevlucht tot de sterkste pijnstiller: morfine, vaak toegediend aan terminale of ernstig benauwde patiënten. In het begin gaf het haar een euforisch gevoel als ze de morfine na een afmattende werkdag inspoot in de badkamer. Maar hoe vaker ze gebruikte, des te meer ze nodig had om zich te verdoven.

Ze wist haar verslaving verborgen te houden voor haar man en twee kinderen. Het viel hun wel op dat mama zo afwezig oogde, maar dat kwam waarschijnlijk omdat ze het zo druk had, dachten ze. De huisarts kwam voortdurend met zichzelf in strijd; ze besefte dat ze te ver ging. Maar zoals veel artsen met een verslaving hielden schaamte en angst om haar baan te verliezen haar tegen om hulp te zoeken.

Angstdromen

Haar apotheker rook onraad. Hij confronteerde haar ermee dat ze veel meer medicatie voorschreef dan andere huisartsen. Ook was het vreemd dat ze de medicijnen steeds zelf ging ophalen bij de apotheek, terwijl huisartsen ze meestal gewoon laten bezorgen op de praktijk. Bovendien ging ze er steeds slechter uitzien.

Het was alsof ze wakker werd geschud. Van het ene op het andere moment stopte ze met gebruiken. Ze kreeg ontwenningsverschijnselen: braken, zweten, angstdromen, waanvoorstellingen. Ze hallucineerde dat er Marokkanen door haar slaapkamer liepen. Haar man en kinderen dachten dat ze een zware burn-out had. Uiteindelijk moest ze haar verslaving wel opbiechten, ze zag in dat ze zich er niet op eigen kracht van zou kunnen bevrijden. Ze lichtte ook haar collega-huisarts in, met wie ze in een maatschap zat. Haar collega deed melding bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Sinds ze tegen de lamp liep bij de apotheker, in januari 2015, heeft ze niet meer als huisarts gewerkt. Haar verslaving had een jaar geduurd.

Naar België

Haar situatie was nu rooskleuriger geweest als ze vorig jaar niet twee weken lang een terugval had gehad. Dit keer, toen het braken en de hallucinaties weer van voren af aan begonnen, kwamen haar man en dochters er wel snel achter. Tijdens haar terugval reed ze een aantal keer naar België om morfinepreparaten te halen bij de apotheek. Dat is de reden dat de Inspectie nu aangifte tegen haar dreigt te doen bij het Openbaar Ministerie wegens overtreding van de opiumwet.

'Onmenselijk', noemt psychiater Bram Bakker de opstelling van de inspectie. Bakker is de hoofdbehandelaar van de huisarts in verslavingskliniek Rodersana, waar ze zich in december liet opnemen. Juist het dreigement van de inspectie om haar voor schrapping uit het BIG-register aan te melden bij het College van Medisch Toezicht vormt nu de grootste bedreiging voor haar gezondheid, zegt Bakker. 'Ze is tot alles bereid om weer aan het werk te gaan, al moet ze elke dag een drugstest doen. Dat maakt het des te onmenselijker dat de inspectie zegt: eens verslaafd, blijft verslaafd. Als er geen perspectief is, kan ze niet verder. Ik voel die dreiging - niet als manipulatie van haar kant, maar omdat haar werk haar leven is. De inspectie lijkt zich van dit gevaar niet bewust, maar over de veiligheid van welke patiënt hebben we het hier nu?'

De Inspectie voor de Gezondheidszorg laat in een reactie weten geen uitspraken te kunnen doen over deze casus omdat er nog een onderzoek naar loopt. De positie van de inspectie is ingewikkeld, omdat ze een evenwicht moet vinden tussen twee soorten patiëntveiligheid: die van de gewone patiënten, en die van de arts als patiënt. Drie jaar geleden haalde de inspectie zich nog de kritiek van een meerderheid van de Tweede Kamer op de hals omdat ze een Zoetermeerse huisarts met een zwaar drankprobleem niet op non-actief had gesteld. Wel moest de Zoetermeerder van de inspectie elke werkdag een blaasproef afleggen.

Anonieme Dokters

In gesprekken met de huisarts uit dit artikel heeft de inspectie de zorg geuit dat de arts weer kan terugvallen in haar medicijnverslaving, en dan patiënten in gevaar zou kunnen brengen. De huisarts zelf vindt dit een oneerlijk argument, omdat ze zich niet kan verdedigen tegen misstappen die ze nog niet heeft begaan, en misschien wel nooit zal begaan.

Ze zweert dat ze haar patiënten tijdens haar verslaving nooit in gevaar heeft gebracht. Ze gebruikte sowieso nooit tijdens werktijd, alleen 's avonds of in het weekeinde, en ook nooit als ze kon worden opgeroepen. Ze was een gewaardeerd huisarts, blijkt ook uit de negens en tienen die ze van haar patiënten kreeg op de beoordelingssite zorgkaartnederland.nl. 'Deze dokter is van het pad geraakt doordat ze te veel aandacht had voor haar patiënten en te weinig voor zichzelf', zegt Bakker. 'Zo raakte ze overspannen en toen is ze uit de dokterstrommel gaan snoepen.'

De huisarts gaat meedoen aan het vijfjarenplan voor (ex-)verslaafde dokters van de artsenfederatie KNMG, waarin artsen vijf jaar onder controle van een bedrijfsarts staan en regelmatig worden getest op middelengebruik. Ondertussen houdt ze haar vakliteratuur bij, gaat naar bijscholingen en bezoekt regelmatig de bijeenkomsten van Anonieme Dokters, een zelfhulpgroep voor artsen.

'Mijn grootste angst is dat ik niet meer terug aan de slag mag als huisarts', zegt ze. Ze wil uit zelfbescherming niet meer zoals voorheen 60 uur per week werken, maar hooguit drie dagen, en dan niet meer in een eigen praktijk, maar samen met andere huisartsen, die op de hoogte zijn van haar situatie. 'Ik heb een enorme drive om mensen te helpen. Ik heb altijd heel veel plezier gehad in mijn werk, maar ik weet nu ook dat het evenwicht tussen werk en vrije tijd op het laatst verstoord was. Het is twintig jaar goed gegaan, in het 21ste jaar ging het mis.'

Temazepam is een slaapmiddel. De huisarts in dit verhaal nam de pillen in steeds hogere doseringen om te kunnen ontspannen.

Oxazepam is een benzodiazepine, een dempende middel dat ook door artsen wordt gebruikt tegen stress en angst.

Morfine, de sterkste pijnstiller, is het middel waar de huisarts uiteindelijk haar toevlucht tot nam. Ze reed ervoor naar België.

Artsen zelden uit register geschrapt

Keiharde cijfers over verslavingen in verschillende beroepsgroepen zijn schaars, om maar te zwijgen over onomstotelijke causale verbanden tussen werkdruk en verslaving. Volgens een ruwe schatting van artsenorganisatie KNMG, geëxtrapoleerd op basis van Amerikaans en Canadees onderzoek, is tussen de 9 en 12 procent van de Nederlandse artsen verslaafd.

Andere risicogroepen zijn onder meer bankiers, advocaten, muzikanten en piloten, zegt Arnt Schellekens, verslavingsarts en wetenschappelijk directeur van het in verslavingszorg gespecialiseerde instituut Nispa, verbonden aan de Radboud Universiteit. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het gebruik van stimulerende middelen, van ritalin tot cocaïne, om ondanks de vermoeidheid toch te blijven doorgaan. Dat is iets wat ook onder studenten toeneemt, zegt Schellekens. Anderen gebruiken juist dempende middelen, zoals alcohol of benzodiazepinen (slaap- en kalmeringsmiddelen), om de stress en angst van het werk te verdoven. Schellekens ziet het gebruik van benzodiazepinen de laatste jaren toenemen, omdat ze dankzij internet veel makkelijker zijn te verkrijgen dan vroeger.

Het komt zelden voor dat artsen geschrapt worden uit het BIG-register wegens een verslaving. Het College van Medisch Toezicht schrapte in 2015 drie artsen, van wie een wegens alcoholmisbruik en een wegens een drugsverslaving. Daarvoor meldde de Inspectie voor de Gezondheidszorg jarenlang geen enkele arts aan bij het college voor doorhaling uit het register.

Meer over