Sluit uw ogen en denk aan een strand... Gebeurt er niets?

'Sluit je ogen en denk aan een strand.' 2 à 3 procent van de bevolking krijgt dan geen zon, zee en zand voor ogen. Onderzoekers krijgen langzaam inzicht in deze 'afantasie'.

Beeld Colourbox

Pas een jaar of vier geleden ontdekte Josjan Zijlmans (28) dat het er in zijn hoofd anders aan toegaat dan gemiddeld, toen hij een boek besprak met een vriend. 'Ik vond een lange beschrijving van een muurschildering heel saai. Die vriend zei dat hij dat juist een goed stuk vond, omdat hij daardoor die muur voor zich zag. Gaandeweg dat gesprek viel het kwartje: mensen bedoelen het letterlijk als ze zeggen 'ik beeld het me in'.'

Zijlmans, psycholoog en promotieonderzoeker bij VUmc Amsterdam, ziet helemaal niets voor zich dat niet daadwerkelijk voor zijn neus staat. Dat klinkt misschien vreemd, maar hij is niet de enige. Zo'n 2 à 3 procent van de mensen visualiseert niet, is de schatting uit meerdere studies. Zij kunnen best fantaseren over een strandvakantie of nadenken over een geliefde, maar zien daarbij geen mentale plaatjes. Ondertussen herkennen ze een strand of die geliefde zonder problemen. Of zoals Zijlmans als voorbeeld geeft: 'Als ik aan een varken denk, realiseer ik me prima dat dat roze is. Het is niet dat in mijn hoofd informatie ontbreekt.'

Afantasie, noemde neurowetenschapper Adam Zeman van de Universiteit van Exeter het fenomeen in 2015 na een verkennende studie onder 21 mensen. Hij bleek ermee in een gat te springen. Nadat Amerikaanse en Engelse media het onderwerp hadden opgepikt, stroomden duizenden e-mails binnen van mensen die zich erin herkenden. Velen waren dankbaar dat er eindelijk een woord was voor wat ze ervoeren. Het was vaak lastig aan anderen uit te leggen, nu konden ze naar onderzoek verwijzen. Maar ook beelddenkers bleken afantasie fascinerend te vinden. Zeman: 'Het maakt je bewust van hoe verschillend het innerlijk leven van anderen kan zijn, zonder dat dat opvalt.'

Dé afantast bestaat niet

De Engelse wetenschapper Francis Galton schreef al in 1880 over mensen die beweerden zich de ontbijttafel van die ochtend niet voor de geest te kunnen halen, maar daarna negeerde de wetenschap het onderwerp lange tijd. Alleen de Amerikaanse psycholoog Bill Faw, die zelf niet visualiseert, ondervroeg er afgelopen decennia zo'n 2.500 mensen over. Hij kwam tot de conclusie dat minstens 2 procent geen mentale beelden ziet. Zeman en zijn team gaan nog een stap verder dan constateren dat het fenomeen bestaat. Zij willen weten hoe het werkt.

De vele reacties - meer dan tienduizend inmiddels - gaven Zeman die kans. De analyse van zo'n tweeduizend ingevulde vragenlijsten is nog in volle gang, maar één ding is duidelijk: dé afantast bestaat niet. Zo zegt de een ook geen stemmen te horen, zoals wanneer je terugdenkt aan wat een bekende zei, terwijl de ander dat wel kan. En een groot deel droomt wel visueel. Zijlmans hoort niet bij die groep. 'Sporadisch heb ik beelden, maar die zijn vrij schimmig. Meestal droom ik abstract en conceptueel. Ik kan wel navertellen dat ik bijvoorbeeld in een boot zat, wie erbij waren en welke kleur de boot had. Al die visuele informatie is er wel, maar ik zie het niet voor me.'

Zeman vond ook opvallende links met prosopagnosie (gezichtsblindheid) en een slecht autobiografisch geheugen, bijvoorbeeld wat betreft details herinneren uit de kindertijd of vakanties. Verder had een deel een diagnose in het autismespectrum. Maar lang niet iedereen rapporteerde dat soort kenmerken, laat staan dat iemand zich in allemáál herkende. Zeman vermoedt daarom dat er subgroepen van afantasie zijn, waarbij op verschillende manieren iets merkwaardigs gebeurt in het brein. 'Dat is best logisch, want we weten dat visualiseren een netwerk van breingebieden activeert. Een netwerk kan op meer dan één manier verbroken worden.'

Beeld Arjen Born

Aandacht

Met visualiseren activeren we - in lichtere mate - dezelfde hersengebieden als bij zien. Als we ergens naar kijken, gaat informatie via de ogen naar de visuele cortex aan de achterkant van het brein. De visuele cortex stuurt die informatie door naar hoger gelegen breingebieden die betrokken zijn bij zaken als aandacht, controle, beslissingen nemen en geheugen. Bij verbeelden loopt de communicatie andersom, vertelt neurowetenschapper Nadine Dijkstra (Donders Instituut Nijmegen): de controle- en geheugengebieden sturen informatie naar de visuele cortex, waar het plaatje wordt gevormd. 'Het is een soort omgekeerde waarneming.'

Dat algemene proces is redelijk goed onderzocht, maar aan individuele verschillen besteedden hersenonderzoekers tot nu toe weinig aandacht. Terwijl die verschillen groot zijn. In zelfrapportages melden mensen allerlei gradaties in visualiseren, van vaag en schimmig tot haarscherp. Die laatste categorie, de tegenpool van afantasie, bestempelde Zeman tot 'hyperfantasie': beelden zien die bijna levensecht zijn, of op zijn minst zo helder als scherpe foto's. Een vrij grote groep, meer dan 20 procent, zegt zo levendig te kunnen visualiseren.

Hoe goed we verbeelden kan ook van moment tot moment verschillen, blijkt uit onderzoek van Dijkstra. Tijdens anderhalf uur durende experimenten fluctueerde de levendigheid waarin proefpersonen letters en gezichten voor zich zagen. Dijkstra denkt dat dat ermee te maken heeft dat visualiseren veel aandacht vraagt. 'Het is best moeilijk. Probeer het maar eens terwijl je iets leest én muziek luistert.'

Waarschijnlijk dwaalden de gedachten van Dijkstra's proefpersonen de ene keer meer af van het verbeelden dan de andere keer. Die toe- en afname was ook zichtbaar in hersenscans. Hoe meer communicatie vanuit de hoger gelegen breingebieden richting visuele cortex, hoe levendiger proefpersonen rapporteerden dat hun verbeelding op dat moment was.

Meer breinwegen naar hetzelfde resultaat

Mogelijk ligt in die communicatie - of het gebrek daaraan - de sleutel tot de vraag hoe afantasie in het brein ontstaat. Onderzoekers van de universiteit van Exeter legden onlangs een aantal goede en slechte verbeelders onder de scanner. Bij die laatste groep zagen ze tijdens visualiseren minder activiteit in de visuele cortex, terwijl in de rest van het brein méér gebieden actief werden. Dijkstra: 'Het is nog maar een eerste studie, maar het lijkt erop dat bij mensen die slecht visualiseren het brein wat harder werkt bij verbeelden, terwijl het bij anderen meer een automatisch proces is.'

Het interessante is dat wat er ook gebeurt in het brein, mensen met afantasie daar weinig last van lijken te hebben. Zijlmans merkt er in het dagelijks leven weinig van: 'Ik heb niet het gevoel dat ik beelden nodig heb.' Ook anderen functioneren prima zonder. Een van de makers van internetbrowser Firefox, Blake Ross, heeft afantasie. Hij vertelde op Facebook hoe hij als dertiger ontdekte dat 'schaapjes tellen' meer was dan een metafoor.

Natuurlijk, verbeelding is nuttig bij allerlei vaardigheden. Dijkstra: 'Neem navigatie. Als je de weg aan iemand uitlegt, loop je die route waarschijnlijk in je hoofd na. En als je een bepaald boek in je kast zoekt, is het handig als je je voor de geest kunt halen hoe de kaft eruitziet.' Maar het is niet zo dat mensen die niet visualiseren continu verdwalen of spullen kwijt zijn. Blijkbaar leiden er meer breinwegen naar hetzelfde resultaat.

Zelfs voor fantasie en creativiteit lijkt visualiseren geen essentieel ingrediënt. Mensen met afantasie kunnen ook boekwurmen zijn en Zeman kent tientallen kunstenaars die niet in beelden denken. Komend jaar wil de onderzoeker een kunstexpositie opzetten met werk van mensen met afantasie én hyperfantasie.

Die hyperfantasten kunnen zich er ondertussen waarschijnlijk weinig bij voorstellen, dat je fluitend door het leven kunt zónder visualiseren. De Australische schrijfster en sounddesigner Michelle Child bijvoorbeeld was ontdaan toen ze ontdekte dat zoveel mensen 'de magie van mentale beelden' missen, schrijft ze in een blog. Zelf geniet ze van haar dagdromen en levendige inbeelding, zelfs al kan het haar enorm afleiden bij boeken lezen. 'Ik word zo opgewonden van het verkennen van een andere wereld in mijn hoofd dat het soms maanden duurt om een boek uit te krijgen.'


Hoe goed/slecht kunt u verbeelden? Doe de test!

Hoe goed/slecht kunt u verbeelden? Doe de test

Bent u een ijzersterke beelddenker of juist helemaal niet? Test het door onderstaande scenario's zo goed mogelijk in te beelden. Geef bij elk van de acht vragen een cijfer van 1 tot 5 voor de helderheid van het plaatje in uw hoofd:

1. Geen enkel beeld, je 'weet' alleen dat je aan het object of de situatie denkt
2. Onduidelijk en vaag
3. Redelijk helder en levendig
4. Helder en levendig
5. Haarscherp, zo levendig als zien in het echt

Neem een winkel waar u vaak komt in gedachten. Hoe helder ziet u het volgende voor zich?
A. De algemene indruk van de winkel, vanaf de overkant van de straat.
B. Een etalage, inclusief kleuren, vormen en specifieke producten die in de aanbieding zijn.
C. De kleur, vorm en details van de deur, terwijl je voor die deur staat.
D. Je gaat de winkel in, naar de balie. Een medewerker helpt je, je geeft geld.

Denk aan een landschap met bomen, bergen en een meer. Hoe helder is uw beeld van:
E. De contouren van het landschap
F. De kleuren en vormen van de bomen
G. De kleur en vorm van het meer
H. Een sterke wind die over het meer waait, waarbij golven ontstaan.

Tel uw scores bij elkaar op. Wat betekent de eindscore?

8 - 14 Uw visuele verbeeldingskracht is laag, of u visualiseert zelfs helemaal niet. Zeker een score dicht bij 8 suggereert dat je afantasie hebt. Zo'n 4,5 procent van de mensen valt waarschijnlijk in deze laagste categorie.

15 - 20 U visualiseert minder levendig dan gemiddeld, maar heeft geen afantasie. Dit lijkt te gelden voor zo'n 9 procent van de mensen.

21 - 27 Uw mentale plaatjes zijn iets minder scherp dan gemiddeld, maar u scoort niet opvallend laag. 24 procent zit in deze groep.

28 - 33 Dit is de grootste groep, zo'n 40 procent valt in deze categorie. De helderheid waarmee u visualiseert is dus redelijk gangbaar: niet zwak, maar ook niet opvallend sterk.

34 - 40 U visualiseert levendiger dan gemiddeld. Zo'n 23 procent blijkt zo hoog te scoren. Als u heel dicht op de maximale 40 punten zit, is de kans groot dat u 'hyperfantasie' heeft: uitzonderlijk sterke inbeeldingskracht.

Dit is een verkorte versie van de Vividness of Visual Imagery Questionnaire die wetenschappers van de Universiteit van Exeter gebruiken in hun onderzoek naar visualiseren. De percentages zijn gebaseerd op de eerste resultaten. Momenteel verzamelen en analyseren ze data van een nog grotere groep mensen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden