Slegs vir eie plante

Ze zuipen veel water, bevorderen brand en verstikken de inheemse flora: de planten in Zuid-Afrika van buitenlandse komaf. Daarom is het land een grote campagne begonnen om ze te bestrijden....

DE bramenstruiken liggen er treurig bij, aan de oever van de Impalarivier bij Nelspruit. Ontworteld, gemangeld, vertrapt en verworpen; ziedaar het lot van de braam in Zuid-Afrika. Deze sympathieke, zij het wat stekelige struik, in Nederland gewaardeerd om zijn smakelijke vruchten, is hier een opdringerige buitenlander die uitgeroeid moet worden.

'De braam is een exoot die Zuid-Afrikaanse planten en struiken wegdrukt', verklaart Fiona Ross. 'Dergelijke soorten willen we kwijt uit de vrije natuur, omdat ze de oorspronkelijke biodiversiteit van ons land bedreigen en vaak veel water gebruiken.'

Ross is een van de managers van het Werken voor Water-programma in de provincie die vroeger Transvaal heette en die in het nieuwe Zuid-Afrika de mooie naam Mpumalanga draagt, wat 'Land waar de zon opkomt' betekent.

Alleen al in deze streek, gelegen tussen de hoofdstad Pretoria en de grens met Mozambique, trekken dagelijks achttienhonderd mannen en vrouwen de natuur in, gewapend met kapmessen, zagen en bestrijdingsmiddelen. Hun taak: het terugdringen van de alien invaders, de agressieve planten, struiken en bomen van elders die de autochtone flora het leven zuur maken.

'Je haalt de exoten er zó uit', zegt Ross, terwijl we met stevige pas over een pad lopen door het natuurreservaat van Nelspruit. We zijn op zoek naar de kapploeg die ergens in het dichte struikgewas verderop op de heuvel aan het werk moet zijn. 'Zuid-Afrikaanse soorten hebben smalle, kleine bladeren, omdat ze zuinig met het schaarse water moeten zijn. Alles wat groot en diepgroen is komt niet van hier.'

Onderweg wijst ze voortdurend boosdoeners aan. Daar: een Indiase mahonieboom, inmiddels chemisch behandeld op een afgeschild deel van de bast. 'Die sterft nu vanzelf langzaam af.'

Ross houdt even de pas in. 'Zie je al die klimplanten daar in die doornbomen? Dat is Lantana camara uit Zuid-Amerika. Wanneer je die zijn gang laat gaan, heb je echt een ramp. Die plant zich namelijk voort als de ziekte, en is erg moeilijk uit te roeien. Lantana is zo agressief dat hij bomen van tien meter hoog kan wurgen. Donkergroene, ruwharige bladeren, nog giftig ook.' Er klinkt bijna haat in haar stem.

Opdringerige vreemde planten vormen een serieus probleem voor Zuid-Afrika. Ze hebben inmiddels tien miljoen hectare veroverd, ruim 8 procent van het land, en veroorzaken een behoorlijke schade aan het milieu en de economie, al zijn weinig Zuid-Afrikanen zich ervan bewust. Want wat voor kwaad kan er nu schuilen in, zeg, een pittoresk bosje wilgen bij een zacht kabbelend stroompje?

Het probleem is dat die wilgen water slurpen en zich snel vermenigvuldigen, waardoor ze het riviertje droog kunnen leggen. En dat is wat een land als Zuid-Afrika, waar het water betrekkelijk schaars is, wil voorkomen. Biologen van het ministerie van Water en Bosbouw hebben uitgerekend dat vreemde planten en bomen bij elkaar 3300 miljoen kubieke meter water per jaar gebruiken, bijna evenveel als de waterconsumptie in alle steden van het land samen.

De grootste lastposten zijn een kleine groep bomen en struiken uit Amerika en Australië die in de loop der jaren werden binnengehaald, eerst door koloniale overheersers, meer recentelijk door brave burgers die hun tuin wilden verfraaien. De Top-10 wordt gevormd door drie soorten acaciabomen (waaronder Acacia saligna), een naaldboom, een cactus met de bijnaam stekelige peer, de Hakea, de mesquite, de Syringa, Lantana en bugweed: Solanum mauritianum.

De naaldboom diende - en dient - als bouwhout, de Hakea als heggestruik, acacia's als duinversteviging, beschutting en brandhout, de mesquite als veevoer en brandhout, Lantana, Syringa en bugweed zijn tuinplanten.

De overlast is ontstaan door het overwaaien van de zaden naar de vrije natuur. De grootste concentraties indringers worden aangetroffen in de kustprovincies Westkaap, Oostkaap en KwaZulu Natal, in het binnenland hebben vooral Mpumalanga en de aangrenzende Noordprovincie ermee te maken. In de Westkaap is het probleem het omvangrijkst. Hier komt ruim eenderde van het totale watergebruik op conto van de dorstige uitheemse flora.

Het is overigens niet zo dat het grootste deel van de exoten nu voor bestrijding in aanmerking komt. Zuid-Afrika kent ongeveer 750 boomsoorten en achtduizend andere planten die uit het buitenland stammen. Slechts 161 soorten worden als agressief beschouwd, en van die groep zijn er tot dusverre 31 op de zwarte lijst gezet, wat betekent dat hun verspreiding in de vrije natuur moet worden tegengegaan.

Hiervoor heeft de regering vijf jaar geleden het Werken voor Water-programma opgezet. Het dient meteen als werkgelegenheidsproject voor arme gebieden, waardoor tienduizenden werklozen een bescheiden inkomen - ongeveer een tientje per dag - kunnen verdienen in een van de kapploegen die actief zijn in de driehonderd gebieden die zijn geselecteerd. Het programma biedt zwarte kleine aannemers ook de kans een eigen bedrijfje te beginnen.

Voorlopig is er werk zat. Het Werken voor Water-programma heeft zelfs een twintigjarenplan opgesteld, dat ervan uit gaat dat er elk jaar driekwart miljoen hectare gezuiverd moet worden om het probleem de kop in te drukken.

Tot dusverre is het de regering niet gelukt hiervoor voldoende geld bij elkaar te sprokkelen. Volledige uitvoering van het programma zou minstens tweehonderd miljoen gulden per jaar gaan kosten, en ondanks bijdragen van donoren zoals Nederland lijkt dit moeilijk haalbaar.

'We moeten de problemen die de opdringerige buitenlandse vegatie veroorzaakt, snel aanpakken. Hoe langer we ermee wachten, hoe meer het gaat kosten', zei minister van Water en Bosbouw Ronnie Kasrils onlangs ter gelegenheid van Nationale Kapdag, die in het leven is geroepen om de bevolking bewuster te maken van de kwestie. Kasrils hoopt dat de introductie van biologische bestrijding, zorgvuldig geselecteerde insecten die de boosdoeners opvreten maar van de inheemse flora afblijven, de bestrijding de komende jaren geleidelijk efficiënter kan maken.

Het onderzoeksinstituut CSIR, het Zuid-Afrikaanse TNO, is met proeven bezig die al enig resultaat hebben laten zien. De optie van biologische bestrijding is vooral interessant voor grote gebieden en voor de taaisten onder de indringers, die zich lastig met mensenhanden laten bestrijden.

Het geld lijkt in ieder geval wel besteed. Werken voor Water levert niet alleen waterbesparing en armoedebestrijding op, maar ook behoud van biodiversiteit en minder kans op bosbranden. Zuid-Afrika staat bekend om zijn grote rijkdom aan flora en fauna, die als een belangrijke toeristische trekpleister geldt. Volgens biologen worden bijna tweeduizend inheemse plantensoorten met uitsterven bedreigd door agressieve soorten van overzee. En ook de natuurlijke habitat van sommige dieren komt in het gedrang, als de uitheemse opmars niet wordt gestuit.

Wat het brandgevaar en bijbehorende gronderosie betreft, gaven de felle bosbranden die begin dit jaar de omgeving van Kaapstad teisterden, een doeltreffende waarschuwing. Negenduizend hectare werd in de as gelegd, en het waren vooral de grote uitheemse bomen die de praktisch oncontroleerbare vlammenzee voedden. Voor de plaatselijke autoriteiten genoeg reden om een paar weken later operatie Ukuvuka - 'Stop het vuur' - te beginnen; een intensieve kapcampagne die de hellingen van de Tafelbergketen in vier jaar moet verlossen van de overdaad aan brandgrage exoten.

De Westkaap, als provincie met de meeste uitheemse flora, heeft beloofd dat het geen xenofobe klopjacht zal worden op alles wat van overzee komt. Karakteristieke locaties als het Newlands bos met zijn dennen en gombomen zullen worden gespaard, al zijn dit eigenlijk wel 'foute' bomen. Het doel is alleen de gevaarlijkste locaties aan te pakken en zo het brandgevaar en de na brand optredende erosie beter onder controle te krijgen.

Ook in Nelspruit hoeft niet iedere exoot te wijken. Aan de oever van de Impalarivier staat een eenzame Braziliaanse katoenboom. Je haalt hem er zó uit, deze buitenlander, met zijn diepgroene bladerdek tussen de vale lokale struiken en doornbomen.

Kappen, deze schoonheid?

Nee, zegt Fiona Ross. 'Deze Braziliaan mag dan niet uit Zuid-Afrika stammen, hij plant zich niet snel voort. Het is geen agressieve boom. Al gebruikt hij wel aardig wat water, hij kan blijven.'

Maar de Australische zilvereik, aan de andere kant van het pad, kan binnenkort wel de tanden van de motorzaag in zijn bast verwachten.

Agressief baasje, die zilvereik.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden