Interview

Slaven in Suriname en hun nazaten waren uitstekende botanici

De wouden van Suriname en Afrika verschilden sterk. Hoe wisten slaven dan welke kruiden konden helpen tegen ziekten die ze hadden meegebracht?

null Beeld Universiteit Leiden
Beeld Universiteit Leiden
null Beeld Universiteit Leiden
Beeld Universiteit Leiden

Afrikaanse slaven en hun afstammelingen in Suriname gebruiken vergelijkbare medicinale planten als Afrikanen in de regio's waar de slaven vandaan kwamen. Dit schrijven Nederlandse etnobotanici in het wetenschappelijke tijdschrift Plos One. De bevinding is opmerkelijk, want de oerwouden op de twee continenten zijn totaal verschillend van samenstelling. Tinde van Andel van het Naturalis Biodiversity Center in Leiden leidde het onderzoek.

Etnobotanici?
'Wij onderzoeken plantgebruik. Planten als voedsel, als medicijn, maar ook voor het vervaardigen van gebruiksvoorwerpen of woningen. Ik houd me voornamelijk bezig met plantgebruik in Suriname en West-Afrika. Maar ook het eten van boerenkool in Nederland is stof voor etnobotanici.'

Wat hebben jullie nu precies ontdekt in Suriname?
'Dat de slaven en hun nakomelingen heel goede botanici zijn en dat hun aanpassingsvermogen groot was. De ziekten die we hebben bekeken, zijn cultuurgebonden aandoeningen. Europeanen of indianen kennen ze niet, er bestond geen kennis over de behandeling ervan in Suriname toen de slaven daar aankwamen. Eigen planten hadden ze nauwelijks kunnen meenemen. Ze begonnen bij nul en het bos waarin ze waren beland was compleet anders dan in Afrika. Dat ze zich in korte tijd zo goed wegwijs wisten te maken, zegt veel over hun kennis van planten en zaden.'

Om welke ziekten gaat het bijvoorbeeld?
'We hebben oma's en moeders ondervraagd over kinderziekten. Zowel in Suriname als in Ghana, Benin en Gabon gebruiken vrouwen kruidenbaden en massages om hun kinderen snel te leren lopen. Ze kennen de mysterieuze stofwisselingsziekte 'zuurte', die in Suriname ook als atita bekendstaat en bij baby's een zure ontlasting en luieruitslag veroorzaakt. Verder smeren vrouwen plantenpasta op de fontanel van hun baby om te voorkomen dat er kwade geesten kunnen binnendringen en worden kinderen beschermd tegen het Boze Oog.

'We hebben juist naar deze aandoeningen gekeken omdat indianen ze niet kenden en dus geen kennis hierover konden uitwisselen met de marrons, de gevluchte slaven.'

Hoe weten de vrouwen welke planten ze waarvoor moeten gebruiken?
'Inmiddels gaat dat natuurlijk van moeder op dochter over, maar de kennis van planten is en was groot. De planten in de wouden van Suriname en die in de wouden van het Afrika waar de slaven door Nederlanders vandaan werden gehaald vertonen maar 1 procent overlap.

'Op basis van geuren en vormen hebben ze indrukwekkend snel vergelijkbare planten gevonden. Die zoektocht was niet willekeurig, want de planten die zij vonden, zijn vaak wel genetisch verwant en van dezelfde families als die in Ghana, Benin en Gabon.'

Heeft u ook onderzocht of deze kruidenmengsels werken?
'Nee, ik kijk als bioloog puur naar de planten. Om te weten wat deze middelen precies doen moet een farmacoloog of arts in het lab ernaar kijken. Wat niet onverstandig zou zijn, want heel jonge baby's krijgen allerlei kruidendrankjes te drinken waarvan we niet weten wat ze doen. Het viel me overigens op dat de kinderen daar met elf maanden allemaal lopen. Dat deden die van mij niet hoor.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden