'Schrijven over dood was intens bevrijdend'

Ze kunnen de pot op, zegt Marita van der Vyver over uitgevers die jongens en mannen in haar romans wilden hebben....

Door Fred de Vries

Oeff. . .: de laatste twee weken in het leven van een oude vrouw die aan kanker sterft. Er zijn sexier onderwerpen te bedenken. Ook de uitgever moet vreemd hebben opgekeken toen hij hoorde dat Marita van der Vyver dit thema had gekozen voor haar nieuwe roman, Vergenoeg. Zeker gezien haar vorige Griet-boeken, waarin het toch vooral draait om seks en relaties.

'Van mijn uitgever krijg ik volledig de vrije hand', zegt de Zuid-Afrikaanse schrijfster die in 1992 lokale opschudding veroorzaakte met haar onbevangen debuut Griet skryf 'n sprokie, dat inmiddels acht vertalingen telt, waaronder de eerste Chinese versie van een Afrikaner roman. 'Met mijn agent in Londen ligt het iets anders. Maar zij werkt inmiddels lang genoeg met mij samen om te weten dat ik zelfs de zwaarste onderwerpen van een lichte, geestige toets voorzie.'

Dat heeft ze met Vergenoeg, onlangs in Nederlandse vertaling verschenen, inderdaad gedaan. Het is een roerende, soms bitterzoete roman over de relatie tussen een stervende moeder, haar twee dochters en haar kleindochter. Opgefleurd met scheuten liefde, verlangen en hartstocht. En hoewel ze de lezer diep meesleurt in het stervensproces, slaagt Van der Vyver erin aan de goede kant van kitsch te blijven.

We drinken koffie in een bed & breakfast-gelegenheid in het trendy Melville te Johannesburg, waar Van der Vyver een paar dagen verblijft om haar boek te promoten. De muffins blijven onaangeroerd. 'Een schrijver mag geen taboes hebben', vervolgt ze. 'Zoals veel auteurs wilde ik schrijven over een onderwerp dat me bang maakt.' Glimlachend: 'Misschien dat ik tien jaar geleden seksscènes meer vreesde dan de dood. Maar wat me nu als schrijver en als mens de meeste angst inboezemt is sterven, en daarover schrijven. Het vergt ontzettend veel van je verbeelding. Niemand is daar geweest. Voor alle andere onderwerpen - met uitzondering van je geboorte - hoef je je verbeelding niet werkelijk te gebruiken. Je kunt de ervaringen van iemand anders gebruiken, je kunt erover lezen. Maar met sterven is dat onmogelijk.'

De bijna-dood-ervaring komt het dichtst in de buurt van de dood. Maar Van der Vyver heeft nooit op dat randje verkeerd. Ze had het probleem van de beschrijving van het sterven ook kunnen omzeilen door de scène vanuit het perspectief van de derde persoon weer te geven. Maar ze koos voor de eerste persoon, de ik-figuur, de moeder. Een enkele pagina had ze nodig, zonder gebruik te maken van gemeenplaatsen als 'licht aan het einde van de tunnel'.

'Ik heb er lang over nagedacht, maakte lange wandelingen, piekerend over hoe ik de twee grote gevaren, clichés en sentimentaliteit, zou kunnen vermijden. In die sterfscène speel ik een beetje met de titel ''vergenoeg'', genoeg is genoeg. De moeder heeft het moment bereikt waarop alles genoeg lijkt, waarop alle vragen verdwenen zijn, evenals de noodzaak van antwoorden. Genoegdoening.

'Maar de titel slaat ook op de vraag hoe ver je mee kunt gaan met iemand die sterft. Er komt een moment waarop je moet loslaten. De ander moet het laatste stukje zelf afleggen. Daar gaat het boek ook over: hoe ver is genoeg?'

Het idee voor het boek ontstond na de dood van haar moeder en van een vriendin. Beiden stierven aan kanker. 'Mijn moeder was tien jaar ziek. Dat gaf me voldoende tijd om het hele proces met haar te doorlopen. Voor ze stierf wist ik dat ik er op een gegeven moment over zou schrijven. Niet alleen over het sterven, maar ook over hoe het is om als volwassene een ouder te verliezen. Hoe vreemd het is om wees te worden. Ik wist dat ik niet zou kunnen schrijven toen mijn moeder pas was overleden, dat ik een paar jaar nodig zou hebben.'

Ze had verwacht dat schrijven een lijdensweg zou zijn. Het tegenovergestelde bleek het geval. Ze noemt de literaire reis een 'intens bevrijdende ervaring'. Onverwacht fel: 'Dat wil niet zeggen dat ik nu ineens vrede heb met de dood. Ik heb nog steeds angst te sterven, ik wil graag nog een poosje leven. Maar het rare was dat het 's avonds, als ik de hele dag had geschreven, voelde alsof ik yoga had gedaan. Een positieve ervaring. Een soort bevrijding.'

Het perspectief in het boek verschuift steeds van de moeder naar de twee zusters en later ook naar de kleindochter. De zussen zijn elkaars tegenovergestelde. De donkere Bella is wild, impulsief en op een onconventionele manier sexy. De blonde San is knap, zorgzaam en heeft een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Hoewel Van der Vyver beide typen kundig neerzet, lijkt haar voorkeur uit te gaan naar de ongeremde Bella. Ze grinnikt. 'Dat is interessant. Want als ik diep in mezelf kijk, ben ik waarschijnlijk de braverik. Ik heb een zus. En ook al gaat het boek niet over haar en mij, zij is de donkere en ik ben de blonde. Ik was de goede leerling. Ik ben de oudste, de verantwoordelijke. Tot een zeker moment. Eenmaal volwassen ben ik meer als Bella geworden, zij het minder exotisch.'

Net als Bella woont Van der Vyver in Frankrijk, in een dorpje in de Provence, niet ver van Avignon. Ze ging in 1996 naar Europa voor een verlofjaar, werd verliefd op een Fransman en besloot na veel wikken en wegen definitief naar Frankrijk te verhuizen. 'Ik was oud genoeg om heel cynisch over de liefde te zijn. Ik was bang dat de relatie niet zou werken. Het is nogal wat om je land op te geven voor een mens. Dus ik wist dat ik van het land zou moeten houden, zelfs als de relatie geen stand zou houden. Mijn zoon moest naar school. Ik kon niet zomaar mijn boeltje pakken en na een jaar weer weggaan. Maar het werkte.'

Zuid-Afrikaanse schrijvers hebben altijd een romantische fascinatie voor Frankrijk gehad, wellicht vanwege de Hugenootse wortels van veel Afrikaners. André Brink, Breyten Breytenbach, Dan Roodt, Ingrid Jonker, allen maakten Parijs geruime tijd tot een tweede thuis. Van der Vyver werd een kwarteeuw geleden verliefd op de Franse hoofdstad. De passie is gebleven. 'Breytenbach had daar wellicht mee te maken', beaamt ze. 'Ik was een heel romantische tiener, en las zijn poëzie. Ik heb ook Hugenotenbloed. Maar mijn liefde voor Frankrijk heeft waarschijnlijk meer met de Afrikaner literaire traditie te maken. En. . .' Ze twijfelt even. 'Kijk, ik geloof niet in vorige levens. Maar als ik daarin zou geloven, zou ik waarschijnlijk in Frankrijk hebben gewoond. Ik voelde me daar thuis, van meet af aan.'

Van der Vyver was een voorloper van de golf vrouwelijke schrijvers die zich de afgelopen tien jaar in Zuid-Afrika heeft gemanifesteerd. Afgezien van Nadine Gordimer werd de literaire wereld gedomineerd door mannen: Brink, Coetzee, Rabie, Breytenbach, Van Heerden, Plaatje, Ndebele, LeRoux.

In eerste instantie schreef Van der Vyver als een reactie op die mannelijke hegemonie. 'Vooral Griet en mijn jeugdboeken. Uitgevers zeiden dat het veel beter was om jongens en mannen in je boeken te hebben, want jongens lezen geen boeken over meisjes. Ze kunnen de pot op. Als die jongens niet willen lezen, dan maar niet - ik wil vrouwelijke hoofdpersonen. Voor Griet geldt hetzelfde. Destijds, twaalf jaar geleden, waren er heel weinig boeken geschreven vanuit een vrouwelijk perspectief. En de seks wilde ik op een lichte, ironische manier beschrijven, met wat grappen over het mannelijke geslachtsorgaan.'

Griet, dat in de Nederlandse vertaling aanvankelijk de oubollige titel Ik zoek een domme man kreeg, was een soort protestboek, een vrolijke aanklacht tegen de stereotiepe beschrijvingen van vrouwen. Inmiddels is de noodzaak van dergelijke rebellie weg, zegt ze. 'Er is zoveel veranderd in de Zuid-Afrikaanse literatuur. Zelfs Brink klinkt tegenwoordig als een feminist, met veel sterkere vrouwelijke karakters. Alleen als hij ze naakt beschrijft, zien ze er nog steeds allemaal hetzelfde uit, hahaha.'

We schenken nog wat koffie in. Het is altijd een beetje vreemd voor haar om weer terug te zijn in Zuid-Afrika, bekent ze. Haar Franse dorp is het summum van veiligheid. Je hoeft je deur niet op slot te doen, je kunt op ieder uur van de dag op straat lopen. 'Nu ik weer even hier ben, voelt het als een wurggreep als ik zie hoe mijn vrienden de deuren afsluiten, hun laptops onder de kussens verstoppen, de bewakingsbedrijven, de honden. Het is pas als je een ander perspectief hebt dat het je opvalt hoe abnormaal de Zuid-Afrikaanse situatie eigenlijk is.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden