Schippers wil macht farmaceutische industrie inperken

De macht van de farmaceutische industrie moet worden ingeperkt. De torenhoge prijzen die farmabedrijven vragen voor nieuwe medicijnen moeten met tal van maatregelen aan banden worden gelegd. Dit kondigt minister Edith Schippers (VVD) van Volksgezondheid aan in haar zogenoemde medicijnvisie die zij vrijdag na de ministerraad naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Ze spreekt van 'een radicale koerswijziging in het geneesmiddelenbeleid'.

Minister Schippers wil macht farmaceutische industrie aan banden leggen. Beeld anp

Patiënten moeten sneller toegang krijgen tot nieuwe, baanbrekende medicijnen, tegen een aanvaardbare prijs, aldus Schippers. Bovendien wil de overheid, die via subsidies aan wetenschappelijk onderzoek meebetaalt aan de ontwikkeling van nieuwe medicijnen, daarvan mee profiteren als de middelen uiteindelijk op de markt komen. 'Dat kan alleen als we de discussie openen over zaken die tot nog toe onbespreekbaar waren, zoals de machtspositie van de farmaceutische industrie', aldus Schippers.

Er komen steeds meer nieuwe medicijnen beschikbaar voor kanker en voor kleine groepen ernstig zieke patiënten, die soms genezen of de kwaliteit van leven verbeteren. Deze geneesmiddelen zijn echter ongekend duur, tot enkele honderdduizenden euro per patiënt per jaar. De nieuwe geneesmiddelen volgen elkaar zo snel op, dat Schippers de kern van het probleem wil aanpakken: 'Het huidige systeem is niet houdbaar en moet veranderen. Niet alleen in het belang van patiënten, artsen en premiebetalers, maar ook in het belang van de industrie zelf. Als wij hun producten niet meer kunnen betalen, houdt het voor hen ook op.'

Schippers schrijft dat bij farmabedrijven niet altijd de grootste nood van patiënten of een duurzame innovatie leidend lijken te zijn, maar soms de hoogst mogelijke winst. Om de inkoopmacht te versterken stelt ze een platform in voor de gezamenlijke inkoop van geneesmiddelen waarin ziekenhuizen en zorgverzekeraars samenwerken.

De regels eisen dat de werkzaamheid en de meerwaarde van een nieuw middel bij grote groepen patiënten is onderzocht. Dat is bij geneesmiddelen die voor heel kleine groepen patiënten worden ontwikkeld een probleem. Om patiënten sneller toegang te geven tot deze geneesmiddelen, wil Schippers in Europees verband de toelatingsregels voor veelbelovende producten flexibeler maken, zonder dat de veiligheid in het geding komt.

Nederland betaalt 'hoofdprijs' voor medicijnen tegen kanker

Nederland betaalt vaak veel meer voor nieuwe, dure kankergeneesmiddelen dan andere Europese landen. De verschillen lopen op tot meer dan 50 procent, blijkt uit internationaal onderzoek onder leiding van het Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis. Lees hier het artikel.

Een werkgroep van vooraanstaande kankerspecialisten schreef in 2014 in een rapport van KWF Kankerbestrijding dat er een prijsplafond moest komen voor nieuwe, dure kankermedicijnen. Lees hier het artikel.

Beschermende maatregelen

Schippers hekelt de regelingen die de farmaceutische industrie beschermen: maatregelen die ooit bedoeld waren om innovatie te stimuleren, maar nu door de industrie worden gebruikt om het monopolie op nieuwe geneesmiddelen en daarmee de hoge prijzen zo lang mogelijk te behouden. Ook vindt zij het onaanvaardbaar dat de industrie geen inzage wil geven in de opbouw van de prijzen.

Het moet niet langer mogelijk zijn, vindt Schippers, dat farmabedrijven beschermende maatregelen misbruiken als het patent op een medicijn afloopt. Nu gebeurt het regelmatig dat fabrikanten dan de structuur van een middel minimaal veranderen waardoor ze het alleenrecht op een medicijn 'creatief verlengen' en opnieuw hoge prijzen kunnen vragen.

Ook wordt misbruik gemaakt van de beschermingsmaatregelen voor zogeheten weesgeneesmiddelen, medicijnen voor een kleine groep patiënten met een zeldzame aandoening. Die middelen profiteren, bovenop de gebruikelijke bescherming, van tien jaar marktexclusiviteit. Het komt steeds vaker voor, schrijft Schippers, dat fabrikanten een geneesmiddel registreren voor allerlei bijkomende klachten van een bepaald ziektebeeld. Door dat 'opknippen' wordt de patiëntengroep kleiner en krijgt het middel de status van een weesgeneesmiddel, met een langere monopoliepositie en navenante prijzen tot gevolg.

Schippers wil ook voorkomen dat 'de burger twee keer betaalt': de overheid, dus ook de belastingbetaler, investeert nu in de ontwikkeling van medicijnen, maar bij gebleken succes moet opnieuw worden betaald, en vaak veel ook, voor de aanschaf ervan. Daarom wil zij voortaan voorwaarden stellen aan investeringen in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen: als het middel een succes wordt, moet een deel van de opbrengst worden terugbetaald.

Tot slot wil ze 10 miljoen euro investeren in onderzoek naar methoden om medicijnen effectiever in te zetten. Bij veel nieuwe kankermedicijnen is het onduidelijk bij welke patiënten de middelen aanslaan.

Minister Edith Schippers. Beeld anp

Voorbeeld 1: Dubbel betalen

Glybera is een succesvol medicijn tegen een erfelijke ziekte waarbij vet in het bloed niet wordt afgebroken. Het wetenschappelijk onderzoek dat eraan ten grondslag lag, werd gefinancierd met subsidie van de overheid. De fabrikant vraagt voor het geneesmiddel 1,1 miljoen euro per behandeling. De overheid ziet daar niets van terug. Het geneesmiddel Myozyme, effectief tegen de ziekte van Pompe (een zeldzame ernstige spierziekte) is ontwikkeld dankzij fundamenteel onderzoek aan de Erasmus Universiteit, dat werd gefinancierd met publieke middelen. Hoewel het Erasmus Medisch Centrum bij de overdracht van de technologie aan de fabrikant een vergoeding heeft ontvangen, pakt de farmaceut de grootste winst: het middel brengt jaarlijks alleen al in Nederland zo'n 50 miljoen euro op. Het zijn twee voorbeelden van geneesmiddelen die dankzij een Nederlandse subsidie tot ontwikkeling zijn gebracht, daarna succesvol door private partijen op de markt zijn gebracht, tegen torenhoge prijzen. Ze leiden, schrijft Schippers, tot de vraag: betalen we hier niet dubbel?

Voorbeeld 2: Ongemak

In 2014 kwam er een nieuw geneesmiddel op de markt voor de behandeling van patiënten met chronische hepatitis C: Sovaldi. Behandelkosten per patiënt: 48 duizend tot 96 duizend euro voor een eenmalige kuur. Die prijs leidde wereldwijd tot een storm van kritiek. Sovaldi, schrijft Schippers, werd symbool voor het groeiende ongemak over de steeds hogere prijzen van nieuwe geneesmiddelen. Het bedrijf verweerde zich door te schermen met zogeheten value based pricing: de prijs was vastgesteld door te kijken naar de waarde voor de patiënt (genezing, kwaliteit van leven) en de economische waarde voor de maatschappij. De prijs is dus gebaseerd op wat de maatschappij over heeft voor een gewonnen levensjaar, schrijft Schippers, en niet op de werkelijke kosten van de ontwikkeling en investering. Nederland telt zo'n 20 duizend chronische hepatitis C patiënten. Als die allemaal behandeld zouden worden, zouden de totale kosten kunnen oplopen tot 1,3 miljard euro. Schippers: 'Dit roept vragen op over het verdienmodel van de leverancier, en over de ontwikkelingskosten en de prijsonderbouwing van het geneesmiddel.' Het geneesmiddel werd in Nederland, maar ook in andere landen, pas vergoed, nadat de fabrikant korting had beloofd.

Schippers wil de macht van de farmaceutische industrie aan banden leggen. Beeld archieffoto ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden