Schepper van een goddelijke bouillabaisse

ZIJN STANDBEELD staat al een eeuw op de Campo di Fiore in Rome. De paar keer dat ik het heb gezien, was het al bijna avond....

Het beeld is te statisch voor deze zwerver en bevlogene. Zijn gezicht kon ik moeilijk zien in het donker. Ik hoop dat het lijkt op het enige portret dat ik van hem ken: een Italiaanse gravure uit de 16de eeuw, tijdens zijn leven dus gemaakt. Een heel magere kop, scherp gesneden, ingevallen wangen, bijna zwarte ogen, die voor zich uitstaren: hij is in gedachten. Dat laatste klinkt rustiger dan verantwoord: hij was een gedreven denker.

Officieel heet hij filosoof, hij was ook theoloog, maar hij was ook kunstenaar en niet alleen omdat hij gedichten en toneelstukken heeft geschreven. Hij heeft de kunstenaarsmentaliteit en de vanzelfsprekende hoogmoed ervan: hij is niet alleen een schepper, hij werd ook door zijn eigen scheppingen meegesleept. Hoe kan men van een schepper eisen dat hij onder dreiging met de dood zijn eigen scheppingen verloochent?

De gravure roept in herinnering een uitspraak van een Engelsman (door hemzelf geciteerd): 'Al kan ik je ziel niet zien, uit de straling die die verspreidt, maak ik op dat in jou de zon is of een nog grotere lichtbron.' Die 'grotere lichtbron' had een goddelijke betekenis, hij wist het zelf. Hij moet een even mysterieuze als magische indruk hebben gemaakt. Ik stel hem mij voor als een ook heel magere man: het lichaam is door de brandende geest gevormd. Er is ook over hem gezegd: 'Mensen als Giordano Bruno zijn immuun geworden voor het gevoel van gevaar door hun zendingsdrang of hun grootheidswaan of de toestand van euforie, grenzend aan krankzinnigheid, waarin zij voortdurend leven.' Overmoed en een misschien wat naïeve hoogmoed gaan samen.

Hij werd in 1548 geboren in Nola, bij Napels. Als 14-jarige treedt hij in bij de dominicanen, een leeftijd toen niet ongewoon. Hij bleek een genie. In 1576 wordt hij doctor in de theologie. Twee jaar later ontvlucht hij het klooster: hij wordt van onorthodoxe opvattingen verdacht: de twijfel, dat begin van alle zekerheid, was begonnen. Twijfel is een naar beneden rollend rotsblok: het sleept alles mee. (In het Napelse klooster waar hij woonde, lag Thomas van Aquino, dat monument van orthodoxie, begraven).

Hij trekt door Italië, komt in Genève, maar het calvinisme ligt hem niet en hij de calvinisten niet: staal verdraagt geen vervorming door de verbeelding. Hij verblijft in Engeland, in Duitsland, overal opzien barend, maar zich nergens helemaal thuis voelend. Overal schrijft en publiceert hij. In Engeland laat hij in 1585 zijn sonnettencylus Degli erotici furori verschijnen, 'De heldhaftige hartstochtelijken'. Het kan typerend zijn dat hij bij elk gedicht zelf een commentaar schreef: de liefdesgedichten, naar de stijl van Petrarca, blijken de buitenkant - de diepste betekenis is die van een filosofische of mystieke liefde. Dat is geen spel van vernuft: het al, en dat is de goddelijke liefde, is in het kleinste deel volmaakt aanwezig. Hij draagt het boek op aan Philip Sydney, zelf groot dichter, maar ook hoveling, politicus en een der voornaamste mensen van Engeland. Waar hij ook komt, hij mengt zich in de wetenschappelijke strijd en dat was die van de filosofie en de theologie, maar niet minder van de politiek. In de tweede helft van de 16de eeuw lopen die onontwarbaar dooreen, op een uiterst fascinerende manier.

Maar hij keert toch terug naar Italië, en dat wordt hem fataal: hij komt in handen van de inquisitie. En hij dacht nog zijn werk over de zeven vrij kunsten te overhandigen aan paus Clemens VIII, welke grote hervormer hem zou laten verbranden.

Was Bruno een ketter? Hij is daar eigenlijk te groot voor. Zijn denken omspande het universum en hij streefde alleen het universele na. Hij zag het goddelijke zich op verschillende wijzen op verschillende plaatsen manifesteren. Hij schiep, als een eclecticus, zijn eigen heelal. Hij had de grote greep en de drijfkracht van de kunstenaar. Ketters zijn altijd eenzijdig. Hij was alleszijdig en zal zichzelf goddelijke, zeker messiaanse allures niet hebben ontzegd. Hij was natuurlijk geen eenling.

Als velen leerde ik Bruno kennen in die begeesterende studie Giordano Bruno and the Hermetic Tradition van Frances Yates. Zij beschrijft in het boek de hermetische traditie in de renaissance en plaatst Bruno daarin. Niet het minst haar stijl maakt Bruno in het boek een onvergetelijke figuur. Het portret dat je van hem krijgt, verdwijnt nooit meer uit je geheugen. Dat hermetisme, door zijn hybridisch karakter nauwelijks te omschrijven, komt bij Yates naar voren als een tegencultuur in de 16de en 17de eeuw. Tegen die visie is onlangs geopponeerd door de Amsterdamse hoogleraar in de geschiedenis van de hermetische filososofie en verwante stromingen, Wouter J. Hanegraaff. Hij deed dat in zijn inaugurale rede Het einde van de hermetische traditie. Volgens hem is het hermetisme veel meer verweven met hoofdstromingen in de westerse cultuur en dus geen aparte traditie.

Bruno kreeg in de 19de eeuw de verkeerde medestanders. Hij werd de schutspatroon van de anticlericalen; zij richtten ruim een eeuw geleden zijn standbeeld op. Ze moeten haast geen weet hebben gehad van die bijna ondraaglijke religiositeit van de man, van het universele karakter van zijn leer, die tenslotte alles kerstende, althans binnen het christelijk geloof bracht, en dat is een traditie die de kerk nooit vreemd is geweest. Zijn filosofie is wel eens een 'goddelijke bouillabaisse' genoemd. Zijn leer, die ik alleen uit samenvattingen ken, is een mengelmoes van vele leren, alleen door een kunstenaar voort te brengen. Had hij maar geschilderd, hij was niet verbrand. (Dat kerk en geloof zelf een culturele bric à brac zijn, kwam bij de inquisitie niet op: die hanteerde de leer en die is de logische abtractie, uit een schitterende mengelmoes afgeleid. Tegen die logica heeft de verbeelding geen verweer).

Op het voetstuk van het standbeeld staat in het Italiaans de tekst 'Aan Bruno - het tijdperk door hem voorzien - hier waar de brandstapel laaide.' Nu zouden ze er misschien alleen 'de eerste postmodernist' opzetten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden