Scheepsbouwer Willem Vos over zijn levenswerk

De Batavia werd bijna zijn ondergang. Scheepsbouwer Willem Vos werkte jarenlang aan de replica van dit VOC-schip. Nu de boot wellicht een tweede leven krijgt, blikt hij terug.

Scheepsbouwmeester Willem Vos op de Batavia. Beeld Marie Wanders

Het late middaglicht valt in diffuse strepen door de geschutspoorten en strijkt over het houtwerk binnenin: het dek, de spanten, de rolpaarden onder de kanonnenlopen van gietijzer, het enorme blok, de beting genaamd, waar het anker aan vast zit, het glanzende grenen van de hoofdmast. Willem Vos (76), scheepsbouwmeester in ruste, heeft plaatsgenomen op een stoel achter in het schip. Hier heeft hij het mooiste overzicht. 'Van bijna elke plank weet ik nog wie ermee bezig is geweest.'

Afgrond

Hij beklimt nog maar sporadisch de trap naar zijn levenswerk. Sinds 1995 ligt aan de Oostvaardersdijk in Lelystad de reconstructie van de Batavia, het spiegelretourschip van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Dat strandde in 1629 op zijn eerste reis roemloos op de Houtmankliffen aan de westkust van Australië, toen nog Zuydlandt. De laatste keer dat hij hier aan boord was, rook hij onder in het schip verrotting. Het zal paalworm zijn geweest, of schimmel. Hij heeft nog steeds moeite met de aanblik van de gekortwiekte masten. De stengen, de bovenste gedeelten, zijn verwijderd nadat een storm in 2012 de grote mast had geknakt.

Zie maar eens afstand te nemen van je schepping. De Batavia bracht hem meer dan eens zijn moments de gloire. Dat hij, uitgerust met wollige baard, toenmalig koningin Beatrix die in 1995 het schip kwam dopen, een zoen gaf, haalde voorpagina's en journaals. Hij werd ridder in de Orde van Oranje-Nassau. Er kwamen jaarlijks 300 duizend bezoekers op de werf af. Maar zijn magnum opus als scheepsbouwer heeft hem ook naar de rand van de afgrond gesleurd. Hij blikt terug op een leven vol ambitie, gevolgd door teleurstelling en diepe wanhoop. Maar, zegt hij, er is nu ook berusting. Bovendien, dat moet alvast ook worden gezegd, voor de Batavia gloort weer hoop aan de kim.

Tekst gaat verder onder de afbeelding.

Willem Vos in het ruim van de Batavia. Beeld Marie Wanders

Nóg spectaculairder

Dit was zo'n gloriemoment. Het is oktober 2000 en de Batavia, in dok naar Sydney gevaren om de Olympische Spelen op te luisteren, danst buiten de kust van Sydney op de deining van de Grote Oceaan. Voor het eerst op eigen kracht in volle zee. Willem Vos staat te glunderen op het campagnedek. Hij waant zich down under op de top van de wereld. De stagen kraken, de zeilen staan bol. Anderen zouden later zeggen dat ze de masten wel erg heen en weer zagen zwiepen - het hoort zo, is zijn verdediging. In een motorboot maakt hij een rondje, hij ziet hoe het schip zich op de schouders van de golven vlijt en het begint te schuimen voor de boeg. Alles functioneert! Opvarenden vertelden dat ze toen de Batavia hoorden zingen. Hoe klonk dat? Oenggg, oenggg, oenggg, hadden ze hem gezegd.

Hij moet eerlijk zijn, hier op zijn stoel op het kanonnendek: op dat moment voelde hij naast de euforie ook onbehagen. Hij bevroedde dat zijn rol, de grondlegger van Lelystads icoon, gaandeweg zou zijn uitgespeeld. Ze moesten 'm al niet meer, de geldschieters, de ambtenaren, de bestuurders. Er kwamen minder kijkers naar de Batavia, de inkomsten waren met 40 procent gedaald. Zeker zo rampzalig: op de werf lagen de kiel, wat spanten en de aanzet van een scheepshuid van wat een nog groter project dan de Batavia had moeten worden: een replica van de Zeven Provinciën, het vlaggenschip van zeeheld Michiel de Ruyter. Het schoot al jaren niet op. Te weinig geld. Te weinig geschikte werkkrachten. Twijfels over de bouwmethode. Hij had aan het begin, het was 1996, nog gewaarschuwd: je moet niet iets unieks proberen te herhalen. Toenmalig burgemeester Hans Gruijters van Lelystad, de man die Vos en zijn plan voor de Batavia in 1985 had verwelkomd, wist hem te overtuigen. 'Willem, het kan nóg spectaculairder!' Hij stemde toe. Ik kon niks anders, zegt hij. Het was zijn vak: hij was een 17de-eeuwse scheepsbouwer. De Zeven Provinciën zou nooit worden voltooid, de bouw is in 2014 definitief stopgezet - het geraamte ligt nog steeds tussen de bouwsteigers.

Verspeeld krediet

Tien jaar duurde de bouw van de Batavia. Vos, een gewezen zeeman op de grote vaart, bouwde daarvoor jollen en restaureerde woningen in Broek in Waterland en later botters in Jacobiparochie, Friesland. Maar zijn droom was een spiegelretourschip, de statige vaartuigen van zo'n 40 meter lang waarmee de VOC vracht en personen naar Azië vervoerde. Het was filmregisseur Paul Verhoeven die hem op het spoor zette met zijn aankondiging dat hij het wrede verhaal van de Batavia wilde verfilmen; een groep schipbreukelingen vermoordde na de stranding tientallen lotgenoten. Na vergeefse pogingen in onder meer Lemmer en Amsterdam, vond Vos gehoor bij Gruijters in Lelystad. Mede dankzij de inzet van jongeren die met behoud van hun uitkering ervaring konden opdoen op de werf, verrees aan de Oostvaardersdijk een kopie van de Batavia. Het werk op de werf voelde voor velen als verblijf in een familie, bleek uit het vorig jaar verschenen boek Willem Vos, biografie van een scheepsbouwmeester (WalburgPers) van journalist Wilfried Vonk. Willem was de bezeten aanjager, die al strijdend tegen scepsis telkens oplossingen vond als stagnatie dreigde. Zijn vrouw Mada was het luisterend oor voor de vastgelopen jongeren. Zoon Jan was Willems rechterhand op de werf. Ze woonden zelf op het terrein. Maar de dag dat Beatrix het schip doopte, 7 april 1995, zegt hij nu, had hij moeten opstappen. Dit was het, tabé allemaal.

Het gevoel van onbehagen op de Grote Oceaan bleek niet ten onrechte. De trip naar Australië was uitgemond in een deceptie. De Batavia was bijna een jaar uit Lelystad weggeweest, de bezoekersaantallen waren dramatisch gekelderd. Er was geen geld voor de terugkeer. De provincie Flevoland en de gemeente Lelystad moesten financieel bijspringen om de Batavia weer aan de Oostvaardersdijk te krijgen. Nadat hij tegen de zin van het bestuur opdracht had gegeven de bouw van de Zeven Provinciën stop te zetten, bleek het resterende krediet verspeeld. Op een vergadering beet een penningmeester hem toe: 'Wij kunnen jou niet meer gebruiken, jij hebt ons al genoeg schade bezorgd, ga jij maar van je oude dag genieten.' In maart 2002 werd hem door een nieuw bestuur formeel de wacht aangezegd. In Vonks biografie staat de tekst van de brief, waarin hem een positie als adviseur wordt aangeboden. 'Wij denken ook dat het beter is dat je in je nieuwe rol een zekere afstand tot de dagelijkse gang van zaken op de werf in acht neemt. Wij verzoeken je daarom om uiterlijk op 1 januari de dienstwoning op de werf te verlaten.'

De doop van de Batavia door Beatrix in 1995, ook dit keer staat Vos naast de koningin. Beeld anp

Verbanning

Het waren de dagen dat hij de ogen van de Batavia en het karkas van de Zeven Provinciën afwendde zodra hij naar buiten kwam. Op een meidag in 2003 zag hij helemaal geen uitweg meer. Mada vond haar echtgenoot ontredderd in het schuurtje achter het huis op de werf. Met een hakbeitel had hij geprobeerd zijn polsen door te snijden. Het was een psychose, zegt hij nu. 'Ik kon geen adem meer krijgen. Het was pure angst.' Waarvoor kan hij nog steeds niet benoemen. De diagnose, na een verblijf op een psychiatrische afdeling: frustratie, het gevoel gefaald te hebben, uitzichtloosheid en onverwerkte ervaringen uit zijn jeugd.

Als gevolg van juridische procedures en de nasleep van de zelfmoordpoging zou het nog twee jaar duren voordat Willem en Mada vertrokken naar een zelfgebouwde woning aan de rand van een industrieterrein buiten Lelystad - een woning van hout. Het voelde als verbanning.

Hij kwam niet los van het schip. Hij schreef twee boeken, Het Batavia verhaal en De bouw van een Oostindiëvaarder. Hij zag met lede ogen hoe het schip niet met de achtersteven wat dieper lag dan de boeg, wat nodig is om het lekwater te laten weglopen, en dat de masten verkeerd stonden. En hij rook dus verrotting. Toen in 2012 de storm de hoofdmast kraakte, kon hij het niet laten een nota op te stellen: Red de Batavia. Wil het schip niet ten onder gaan - dat het gebeurt is niet zo verwonderlijk, VOC-schepen hielden het ook maar vijftien tot twintig jaar vol - dan moet het op het droge worden getrokken. Hij schetste een overkapping voor het schip die het hart zou kunnen vormen van een VOC-centrum. Geschatte kosten: 30 tot 40 miljoen. Het bleef stil.

koningin Beatrix bezoekt de werf in 1988, geflankeerd door Willem Vos (met baard). Beeld Hollandse Hoogte

Afgunst

Op de vraag of hij begrijpt waarom het is gelopen zoals het is gelopen, antwoordt Willem Vos: 'Het moet afgunst zijn geweest. Ik weet niks anders. Ik kreeg voor elkaar wat bestuurders en ambtenaren niet is gelukt. De Batavia heeft Lelystad op de kaart gezet. Het was een slaapstad met grote leegstand toen we kwamen. Het outletcentrum Batavia Stad ernaast was er nooit gekomen zonder het schip. Maar gemeente en provincie hadden er nauwelijks een stuiver voor over. Ja, toen ik weg was. Dat zegt toch wel iets.' Heeft hij zelf fouten gemaakt? 'We hadden nooit aan de Zeven Provinciën moeten beginnen. Ik had wethouders meer moeten paaien, maar ja, ik ben nu eenmaal niet iemand die zijn pet afneemt. Ik was misschien soms te streng voor de jongens. Meer zou ik niet weten.'

Het ligt achter hem, zegt hij. 'Misschien houdt het schip het vol totdat ik de pijp uitga. Dat zou wel mooi zijn. Ik heb er vrede mee.' Het venijn is uit de verhoudingen verdwenen. Vorig jaar, aan de vooravond van de presentatie van de biografie en een reünie ter gelegenheid van het 30-jarig bestaan van de werf, kwam onder regie van Hans Maris, directeur sinds 2011, een verzoening met de scheepsbouwmeester tot stand. Hij is vooral blij dat hij veel 'jongens en meisjes' van toen weer heeft gezien.

Replica's

Naast de Batavia zijn er in Nederland nog twee replica's gebouwd van Oost-Indiëvaarders. Bij het Scheepvaartmuseum in Amsterdam ligt sinds 1991 'de Amsterdam'. Het origineel strandde op haar eerste reis in 1748 voor de kust van Hastings. In Den Helder lag vanaf 2003 'de Prins Willem', naar een model uit 1650. De kopie was eerder een attractie in het openluchtmuseum Oranda Mura in Japan.In 2009 verwoestte een brand het vaartuig vrijwel volledig.

Willem Vos, scheepsbouwmeester bij het schaalmodel van de Batavia. Beeld Marie Wanders

Gelukkig mens

Volgens Maris is Vos te somber over de toekomst van de Batavia. Er is zicht op redding. Hij deelt de visie van de scheepsbouwmeester: 'De Batavia moet eruit.' Hij ziet het al voor zich, het volledig opgetuigde spiegelretourschip op het droge in een atrium van zo'n 60 meter hoog. 'Je weet niet wat je gaat meemaken.' De bouw zou deel kunnen uitmaken van een nieuw complex, Batavialand, waarin naast de werf ook het huidige Erfgoedcentrum Nieuw Land en het maritiem depot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zullen opgaan. Hoewel de besluitvorming enkele keren is uitgesteld, is Maris, zelf ook directeur van de overkoepelende stichting, optimistisch. Geruststellend nieuws: de werf maakt weer winst. Het aantal bezoekers neemt toe, van nauwelijks 70- tot 85 duizend, onder meer het gevolg van activiteiten als zelf smeden en beeldsnijden, piratendagen en lezingen.

Er wordt nu gewerkt aan een replica van een zogeheten waterschip dat tussen 1500 en 1700 op de Zuiderzee voer; beter te behappen dan de Zeven Provinciën.

'Hé, daar heb je Willem!' De vrijwilligers die publiek rondleiden op het schip en de werf, zijn de scheepsbouwmeester niet vergeten. Vos schuifelt behoedzaam de trappen af, van dek naar dek. Hij opent de deur van de kombuis en stelt tevreden vast dat de loden blokken ballast in het ruim op latjes liggen en niet meer direct op de scheepshuid. 'Het ziet er eigenlijk best goed uit. De geur van rot is weg. Er zullen reparaties zijn geweest.' Op de weg terug naar de Flevopoort kijkt hij nog eens om. Hij ziet de masten, de fokkenmast, de hoofdmast, de bezaan. 'Dat het schip er is gekomen, is eigenlijk één groot wonder geweest. Ik kan er nu weer trots als een pauw op zijn. Willem Vos is een gelukkig mens.'

Wat gebeurde er met de Batavia?

Het was een van de meest spraakmakende incidenten in de maritieme geschiedenis van Nederland: de ondergang van de Batavia in 1629.

Is dat schuim, daar verderop? Een matroos wijst naar voren, de donkerte in.Schipper Adriaan Jacobsz aarzelt. Het wit kan ook het schijnsel van de maan zijn. Even later, in de vroege ochtend van 4 juni 1629 loopt het spiegelretourschip Batavia van de Verenigde Oost-Indische Compagnie met krakend geweld op de klippen van de Houtman Albrohos, een eilandengroep zo'n 80 kilometer buiten de kust van het toenmalige Zuydlandt, het huidige Australië. Benedendeks tuimelt de zieke bevelhebber en opperkoopman François Pelsaert uit zijn kooi.

Het zou een van de meest spraakmakende incidenten in de maritieme geschiedenis van Nederland worden. Veertig van de ruim driehonderd opvarenden verdronken, onder de overlevenden voltrok zich de weken erna een gruwelijke slachtpartij. Een groepje muiters - een plan om de Batavia te kapen was door de stranding voortijdig mislukt - bracht 120 schipbreukelingen om. Nadat Pelsaert met een sloep voor hulp naar Batavia was gevaren, sloegen de moordzuchtige samenzweerders met bijlen op de achterblijvers in, ze sneden anderen de keel door of verdronken ze. Toen het reddingschip Saerdam drieënhalve maand later terugkeerde, werden de muiters ter dood veroordeeld en terechtgesteld.

Scheepsarcheoloog Arent Vos, verbonden aan het maritiemdepot van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, heeft het handgeschreven verslag van Pelsaert, dat wordt bewaard in het Nationaal Archief in Den Haag, minutieus bestudeerd. Hij zocht naar details die de schipbreuk nog verder konden illustreren - de meeste aandacht ging altijd uit naar de muiterij. Zo'n originele bron, van de hoofdrolspeler notabene, is hoogst zeldzaam. Vos kreeg inzicht in de vergeefse pogingen in de eerste uren om het schip los te krijgen: ankers en kanonnen gaan overboord, de hoofdmast wordt gekapt. De bevelhebber laat nadrukkelijk noteren dat hij zich meteen bekommerde om het geld en de kostelijkheden aan boord; het lot van de medereizigers behandelt hij in de kantlijn. Hij vreesde de toorn van de Heren Zeventien, de bewindvoerders van de VOC, vermoedt Vos.

Uit het journaal valt ook van dag tot dag op te maken hoe de golven de Batavia uiteen rijten. Volgens Vos vallen er nog steeds lessen uit te trekken: een eeuwenoud wrak waarvan de opbouw nog in de buurt ligt, is het behoud waard. Bij de Batavia sloeg de branding bijna alles wat boven de romp was gemonteerd binnen enkele uren weg. Het wrak zou pas in 1963 worden teruggevonden.

Nog steeds haalt de Batavia het nieuws: vorig jaar kwam het bericht dat op Beacon Island twee skeletten zijn gevonden, vermoedelijk van opvarenden.

Scheepsarcheoloog Arent Vos houdt op 2 en 27/10 een lezing op de Bataviawerf in Lelystad. Aanvang 14.00 uur. Op 23/10 demonstraties re-enactmentgroep Leven aan boord op de Batavia van 10.00-17.00 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden