Ruzie

Het oudere echtpaar tegenover mij heeft al jarenlang ruzie. Ze zijn ook al eerder onder behandeling geweest. Drie keer, zegt meneer, terwijl hij me doordringend aankijkt....

- Daar kreeg jíj ruzie mee, verduidelijkt mevrouw.

En de derde keer, dat was zo'n muggenzifter. Moesten ze een afwasmachine kopen omdat ze steeds ruzie hadden over de vraag wie 's avonds de afwas zou doen. Nu hebben meneer en mevrouw ruzie over wie de afwasmachine moet inruimen. En komen ze bij mij. Nummer vier.

Het lijkt me verstandig om niet hun volgende hulpverlener te worden. Dat kennen ze nu wel.

- Ik kan weinig voor u doen, concludeer ik dus halverwege het eerste gesprek. Want voor zover ik dat kan zien, zit er geen enkele speling meer in uw verhouding tot elkaar. U maakt overal ruzie over en al heel lang. Elke keer dat één van u een voorstel doet om uit dat ruzie-achtige patroon te komen, gebruikt de ander dat als een aanleiding om ruzie te maken. Als ik u nu een voorstel ga doen, zou dat voor u beiden ook niet meer zijn dan een volgende aanleiding tot ruzie. Dat doe ik dus maar niet.

Verbouwereerd staren meneer en mevrouw mij aan. Zo zout hadden zij het nog niet gegeten; ze moeten het duidelijk even verwerken. De stilte dreunt minutenlang voort.

Het spannendste moment in een therapiezitting is aangebroken als datgene waar cliënten het liefst aan voorbij zouden gaan, naakt op tafel ligt. Geen gepraat meer over hij zus, of zij zo; het dode moment in de relatie is bijna tastbaar aanwezig in de spreekkamer. Alleen dan kan de bereidheid om daadwerkelijk iets te veranderen ontstaan.

Aan de andere kant van de tafel schuift men onrustig heen en weer in de stoelen. Net als ik denk dat ze zullen opstappen, schraapt mevrouw de keel.

- Maar denkt u dan dat wij altijd maar zo moeten doorgaan?

Het huilen staat haar nader dan het lachen. Meneer mompelt ondersteunend dat er inderdaad wel wat moet gebeuren. Hij vermijdt daarbij zijn vrouw aan te kijken. Ik kies mijn woorden zorgvuldig.

- Het heeft geen zin om uw situatie langzamerhand te veranderen. Het enige wat u kunt doen is zonder pardon heel anders met elkaar omgaan dan u gewend bent. Natuurlijk heb ik wel wat suggesties over hoe u dat zou kunnen doen, maar u moet het thuis doen, u allebei.

Gretig horen meneer en mevrouw mijn woorden aan. Graag hadden zij al wat suggesties mee naar huis genomen. In hun ogen lees ik de bereidheid die ik nodig heb. Ze gaan het zelf doen, zegt meneer. Het is genoeg geweest, de bijl gaat erin. We maken een afspraak voor de volgende week. Een werkafspraak, want dan gaat het beginnen. Als we al afscheid hebben genomen, draait mevrouw zich met een ruk weer om, alsof ze iets is vergeten. Plotseling staat er weer twijfel te lezen op haar gezicht. Aarzelend zegt ze:

- Maar meneer Van de Ven, wie van ons moet nou komende week de afwasmachine inruimen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden