Röntgen en kunstgebitjes

Nog aan het eind van de jaren dertig was je ten dode opgeschreven als je nieren faalden. Maar zie: in de jaren veertig tijdens de Duitse bezetting bouwde de Nederlandse arts Willem Kolff (1911) in Kampen aan een apparaat dat het bloed kon reinigen als de nieren dat weigerden....

Het was een draaiende trommel met horizontale spijlen waaromheen 30 tot 40 meter cellofaan was gespannen. De onderste helft van de trommel draaide door een bak met water en spoelvloeistof. Het bloed van de patiënt werd uit een ader naar de machine geleid.

Bij elke omwenteling van de trommel zakte dat bloed het water met spoelvloeistof in. Daar gebeurde, via de halfdoorlaatbare cellofaanwand, de feitelijke dialyse voordat het bloed naar het lichaam van de patiënt werd teruggepompt.

Zo’n ouderwetse kunstnier is te zien op de expositie Medische techniek in opmars in het Leidse Museum Boerhaave. Twee zalen vol instrumenten, verreweg de meeste ouderwets maar niet zo oud, geven een beeld van wat de laatste paar eeuwen zoal aan apparatuur is uitgevonden om zieke mensen en dokters te helpen. Ze tonen hoe snel en veelomvattend die ontwikkeling is geweest .

Die van de röntgenstraling, bijvoorbeeld, die in 1895 door Wilhelm Röntgen bij toeval werd ontdekt. Straling die dwars door vaste objecten kon gaan. Het duurde enige tijd voordat diagnostiek met deze stralen algemeen werd geaccepteerd, mede als gevolg van onvolkomenheden aan de apparatuur. Een nieuw type röntgenbuis, dat vanaf 1915 veel scherpere opnamen mogelijk maakte, gaf de methode een betere reputatie.

In de tentoonstellingszalen staan verschillende röntgenapparaten te kijk, net als opvolgers ervan, zoals een echo-apparaat uit de jaren zeventig. Deze en diverse andere geëxposeerde toestellen zien er ondanks hun relatief jonge leeftijd erg plomp uit in vergelijking met het hedendaagse gereedschap. Dat geldt misschien wel het sterkst voor de gigantische ijzeren long van Philips uit 1925.

Diezelfde gedateerdheid glimlacht je toe vanuit vitrines met – kleinere – laboratorium-toestellen. Zoals een broedstoof uit de jaren zestig voor de kweek van bacteriën of weefsel, die lijkt op een vroege magnetron. Of de fotometer, die dertig jaar geleden nog de concentratie van stoffen in het bloed mat door de lichtintensiteit in dat bloed vast te stellen.

Het aardigst op de expositie zijn de vele vitrines met kunstmatige lichaamsdelen. Een ervan toont gehoorapparaten, waaronder een zilverkleurig kastje uit 1950, 8 maal 4 centimeter ongeveer, met oordopje. Hoorns liggen er ook, waaronder eentje met een slang (1850) en een met een tritonschelp (1875). En kunstgebitjes had je al in 1850.

Niet dat deze expositie een gedegen inzicht geeft in de technische en diagnostische ontwikkeling van de medische apparatuur. Daarvoor is de uitleg te summier. Maar aardig is het wel om veel van dat materiaal bij elkaar te zien waarmee medici, laboranten en patiënten moesten werken. Vaak nog maar een paar decennia geleden.

Eric Hendriks

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden