Romeintje spelen is een serieuze zaak

Reportage

Het mag een verkleedpartijtje lijken, maar met hun streven naar perfectie dragen de deelnemers aan de vele re-enactments van het Romeinse leven bij aan de wetenschap.

Castellum Hoge Woerd, De Meern, afgelopen mei. Beeld Adriaan van der Ploeg

De centurio heeft het warm, de middagzon brandt genadeloos neer op de legerplaats. Daar staat hij, in volle wapenrusting: helm met wangplaten, pantserhemd, beenplaten, alles bij elkaar ruim 30 kilo. Het cohort moet exerceren, en hij is de drilsergeant. Zijn benen als onverzettelijke boomstammen op de grond geplant blaft hij zijn eerste bevel.

Castellum Hoge Woerd in De Meern, mei 2016. Dit soort historische shows is razend populair, alleen al in juni en juli staat er een heel rijtje op de rol. Kies maar uit: Romeinenfestival in Nijmegen, heropvoering van de Slag bij Bourtange tegen de troepen van Napoleon, Kaeskoppenstad in Alkmaar, een 'multi-periode-festijn' in kasteel Vorden, en dat is nog niet eens alles. Houden we dan met z'n allen zo van geschiedenis? Zeker. Vooral in gepopulariseerde vorm.

Niet meer dan een verkleedpartijtje

Zo op het eerste oog is het niet meer dan een verkleedpartijtje, die centurio met z'n soldaten. De blinkende helmen, de stoere schilden, de steekbewegingen van de zwaarden: een jongensfantasie. Maar er zit meer achter. De zwaarden bijvoorbeeld zijn zo echt dat er een wapenvergunning voor nodig is. En de pluim op de helm van de centurio, hoe prachtig ook, wordt binnenkort vervangen. Volgens de nieuwste inzichten waren zulke pluimen niet van paardenhaar, maar van veren.

Want ja, re-enactment is spel, maar het is ook ernst. De Romeinen die hier rondmarcheren zijn boekenwurmen, rapportensnuffelaars en ambachtelijke doe-het-zelvers. Sommigen zijn daar zo goed in dat ze zowaar echt wetenschappelijk nut hebben. Niet alleen bieden ze het publiek een vrij betrouwbaar beeld van de geschiedenis, ook lichten ze archeologen voor. En niet alleen testen ze op eigen houtje wetenschappelijke hypotheses, soms worden re-enactors daadwerkelijk bij experimenteel-archeologisch onderzoek betrokken.

Nederland telt enkele duizenden re-enactors, een klein deel speelt Romein. Er zijn pronk-Romeinen en fundamentalistische Romeinen, uitpluis-Romeinen en uitleg-Romeinen. De een is fanatieker dan de ander, maar allemaal zijn ze op zoek naar het onbereikbare - de perfecte Romein.

Wim van Broekhoven Beeld Adriaan van der Ploeg

Klassieke teksten

'Elke show begint hier', zegt Wim van Broekhoven van re-enactmentgroep Corbulo. Hij wijst op een boekenwand vol originele klassieke teksten en boeken over het Romeinse leger, over geneeskunde, sociale verhoudingen. Zelfs opgravingsrapporten staan erbij. 'Wij zijn dus die gekken die die dingen lezen.'

Van Broekhoven en zijn vrouw Hanneke zijn veteranen. Ze hebben elkaar zelfs re-enactend leren kennen. Zij deed toen nog prehistorie, maar voor de liefde heeft ze een tijdmachine naar de 1ste eeuw genomen. 'Sindsdien is het gierend uit de hand gelopen.' Lachend geven ze elkaar de high five.

Om maar even aan te geven hoever een hobby kan gaan: toen Wim een keer op de Eerste Hulp zat met een collega-Romein die per ongeluk een zwaardpunt in zijn been had gekregen, werd de lange wachttijd moeiteloos gevuld. Want 'wanneer krijg je nou de kans om de steekwond van een Pompeï-zwaard te bestuderen?'

Sieraden, helmen en vaandels

Wim en Hanneke hebben mooie spullen. Véél mooie spullen. De complete zolderverdieping van de Woerdense schakelwoning gaat eraan op. De overloop is ingericht als wapenkamer, inclusief een paar kleedpoppen die verschillende soorten harnassen dragen. De inloopkast is tot de nok toe gevuld met kleren, sieraden en attributen. En de zolderkamer zelf bevat een keur aan helmen, vaandels en hoorns.

Hoe begint zoiets? Met een bezoek aan themapark Archeon. Eerst was het: ik ga niet in zo'n gek pakkie lopen, zeg. Maar toen... 'Het leukst is nog op de punt van een tafel gaan zitten en iets uitleggen.'

Oudheidkundige Jona Lendering noemt re-enactment een unieke vorm van wetenschapsvoorlichting. 'Zij hoeven zich niet te beperken tot wat wetenschappelijk relevant is en kunnen de antieke cultuur in haar volle breedte tonen.'

Beeld Adriaan van der Ploeg

Dorpsgekken vs. adviseurs

Wim en Hanneke van Broekhoven onderwijzen niet alleen het grote publiek. Ook wetenschappers doen er hun voordeel mee. Hanneke gaf bijvoorbeeld een cursus kaartweven aan archeologen van de Universiteit Leiden. 'Vroeger waren we de dorpsgekken, nu zijn we adviseurs', zegt Wim.

Heel nuttig, dat soort kennisoverdracht, vindt archeologe Annemieke Verbaas. 'Wij zijn meestal niet zo goed met onze handen, terwijl het belangrijk voor ons is om echt inzicht te krijgen van hoe iets werkte.'

In de werkplaats van re-enactmentgroep Pax Romana isaspirant-lid Klaas van Gulick bezig een schild te maken. Tegen de muur van de werkplaats staat de mal waarmee het triplex in de juiste vorm is gebogen. Triplex? 'Ja, de Romeinen hadden al triplex.'

Authentiek

Pax Romana maakt zo veel mogelijk zelf. Omdat het een deel van de lol is, maar ook omdat de groep zo authentiek mogelijk wil zijn. Het zijn de details die het 'm doen, zoals voorzitter Frank Broeke zegt.

Aspirant Klaas is halverwege de sierschildering van zijn schild. Omdat daar niets over bekend is, voert Pax Romana een eigen compositie van elementen die de Romeinen vaak gebruikten. De schildvorm zelf is wel gebaseerd op een originele archeologische vondst. Met één afwijking: de uitsparing voor de handgreep is aan hedendaagse Hollandse knuisten aangepast.

Ondertussen houdt voorzitter Broeke zich onledig met de messing versiering voor een soldatenriem. Messing? 'Ja, de Romeinen hadden al messing.' Hij pakt een vlak plaatje en vertimmert dat in luttele minuten tot een sierplaatje, met behulp van bankschroef, drevel én een inbussleutel. Inbussleutel? 'Nee, díe hadden ze niet.'

Frank Broeke Beeld Adriaan van der Ploeg

Een droom

Sinds kort is Pax Romana het huisgezelschap van Castellum Hoge Woerd. Een droom die uitkwam voor stadsarcheoloog Erik Graafstal: de legerplaats komt zo tot leven, en 'het is een van de Nederlandse groepen die aansluit bij de internationale standaard'. In augustus bemant de groep zelfs een week lang non-stop de wachttoren. Voor het publiek, maar óók voor onderzoek.

Een mooi voorbeeld van hoe re-enactors een stapje verder gaan dan educatie. In hun verlangen te weten hoe het vroeger écht zat, proberen ze uit of wetenschappelijke veronderstellingen werkbaar zijn in de praktijk. Het wachttorenproject neemt onder andere een hypothese van Graafstal over de omvang van de bezetting onder de loep.

Graafstal adviseert, maar Pax Romana-lid en archeoloog Sander van den Brink doet het vooronderzoek, en zal ook het verslag schrijven. 'We doen natuurlijk concessies. Je kan bij dit soort onderzoek nooit aan alle voorwaarden voldoen.' Voorbeeldje: ze kunnen niet, zoals toen, water uit een rivier drinken, en ook geen rivier als wc gebruiken.

Het nabijgelegen kinderdagverblijf zal die week vaak Romeinen over de vloer hebben. 'Dat we er daarom een stukje voor moeten lopen is dan weer wél authentiek.'

Experimentele archeologie

Zelf een vorm van experimentele archeologie bedrijven vloeit bijna natuurlijk voort uit re-enactment. Maar het krijgt écht wetenschappelijke waarde als academici er gebruik van maken. 'De kennis en expertise van re-enactors zijn van groot belang voor het welslagen van archeologische experimenten', zegt archeologe Verbaas, die er in haar eigen prehistorische vakgebied ervaring mee heeft. Als het aan haar lag, zouden veel meer collega's er gebruik van moeten maken.

De Nederlandse archeologe Carol van Driel deed dat al. Met behulp van re-enactors te paard toonde ze aan hoe een cavaleriezadel er zal hebben uitgezien: de slijtplekken die re-enacters maakten op de reconstructie kwamen overeen met die van opgegraven zadelresten.

En ook de Duitse historici Christian Koepfer en Florian Himmler kunnen erover meepraten. Zij reconstrueerden een meerdaagse mars met behulp van re-enactment. Daarbij werden verschillende ideeën over de soldatenuitrusting aan de praktijk getoest. Welke zwaardophanging het best functioneerde. En hoe het schild zal zijn gedragen. Op antieke afbeeldingen als de Zuil van Trajanus houden Romeinse soldaten hun schild namelijk links vast, maar tijdens zo'n lange mars zal zo'n verdedigingspose veel te zwaar zijn geweest, en meestal niet eens nodig. De Duitsers kwamen tot een rug-ophanging die werkte, en niet in tegenspraak was met archeologisch bewijs.

Beeld Adriaan van der Ploeg

Belangrijke kennis

Het experiment leverde volgens Himmler belangrijke kennis op. Wel noemt hij in zijn onderzoeksverslag ook de beperkingen van deze werkwijze. 'Moderne reconstructies hebben zelden precies dezelfde eigenschappen als het antieke origineel.' Hetzelfde geldt voor de proefpersonen. Himmler, die zelf meemarcheerde, viel na drie dagen uit met een overbelaste knie.

Terug naar Castellum Hoge Woerd. De soldaten van re-enactmentgroep Gemina Project puffen uit in de taberna, oftewel het eetcafé. De pan met gekruide puls (een graangerecht met vlees en groenten) is net van het vuur gehaald. Gemina Project, volgens oudheidkundige Lendering 'heel serieus in hun onderzoek', vertelt hier een coherenter verhaal dan veel castellumbezoekers zich zullen realiseren.

Wim van Broekhoven Beeld Adriaan van de Ploeg

In Star Trek-pak

Kroegbazin Dalida van Dessel lééft van verhalen. Thuis heeft ze een Star Trek-pak hangen en doordeweeks werkt ze bij het Instituut voor Beeld en Geluid. Maar dit is haar verhaal van vandaag:


'Wie authentiek-Romeins wil koken, heeft meteen een probleem. Er is maar één kookboek overgeleverd, van Apicius, maar dan in een versie van eeuwen later. En de benodigde hoeveelheden staan er niet in.' Meer research was geboden en daar is ze jaren mee zoet geweest, met collega-Romein Oskar Jalink, haar man.


Ze bestudeerden onderzoeksresultaten van een opgraving in Velsen, waar onder meer de inhoud van latrines is bovengehaald. Ook onderzochten ze hoe de Romeinen in Nederland aan ingrediënten konden komen, en onder welke oosterse invloeden de Romeinse keuken zal hebben gestaan. 'Dan kom je op een heel andere smaakervaring dan men vaak denkt.'


En natuurlijk waren er de nodige test-rondes. 'Wat is eetbaar, wat is werkbaar?' Een voorbeeld: op basis van die Velsense vondsten bereidden ze een kleine haaiensoort - en toonden in één moeite door aan dat de Romeinen inderdaad schuurpapier maakten van het gedroogde vel.

Oskar Jalink Beeld Adriaan van der Ploeg

Van kookproject naar tabernaproject

'Inmiddels hebben we het Romeinse koken wel in de vingers.' Klaar dus? Niks klaar. Het Kookproject werd uitgebreid tot een Tabernaproject. Dat kwam door het recente wetenschappelijke vermoeden dat in Romeinse legerkampen taberna's hebben gestaan. Kwestie van combineren en deduceren: er zijn gebouwtjes gevonden die geen barakken waren, daar lagen dobbelstenen en keukenspullen in, keizer Hadrianus verklaarde zich tegen cafés in legerkampen, én er is een brief geadresseerd aan een vrouw in een legerkamp, wellicht een kroegbazin als Dalida nu.

Dat is dus Dalida's verhaal: niet alleen over louter koken, maar ook over een nieuw aspect van het leven in een legerkamp.

Hoezeer re-enactors ook hun best doen, kennishiaten zullen er altijd blijven. Textiel is nu eenmaal erg vergankelijk, en van exercerende Romeinen zijn nooit opnamen gemaakt. Dan zijn er ook nog allemaal praktische obstakels die de authenticiteit in de weg zitten. Hanneke van Broekhoven heeft prachtig echt-Romeins schoeisel - maar binnenin zitten orthopedische schoenen verwerkt. Klaas van Gulick beschildert een authentiek schild - maar gebruikt verf uit een Histor-blik. En Dalida van Dessels taberna is een nauwkeurige kopie van een exemplaar in Pompeï - maar dan van hout, in plaats van steen. Om van de ontbrekende bordeel-etage nog maar te zwijgen.

The Tunic Wars

In het re-enactmentwereldje gaat het soms serieus hard tegen hard. Niet fysiek, wel op internetforums als romanarmytalk.com. Een paar jaar geleden woedden daar de Tunic Wars - een inside joke die verwijst naar de Punic Wars, oftewel de Punische Oorlogen tussen Rome en Carthago, 3de en 2de eeuw voor onze jaartelling. Strijdpunt was de kleur van de tunica die de Romeinse soldaten onder hun harnas droegen, klassieke bronnen zijn daar niet duidelijk over. Het was de Roden tegen de Witten en vooral sommige Engelse forumleden gingen zo tekeer dat ze van het forum werden verbannen. Bij gebrek aan doorslaggevend archeologisch bewijs is de strijd nog steeds onbeslist.

Een startup-Romein

'Dat zijn breuken met de authenticiteit waar elke re-enactor tegenaan loopt, en waar steeds weer de middenweg gezocht moet worden', zegt zij.

Maar als het voor veteranen al zo is, hoe is het dan voor een startup-Romein?

Kom je in de bovenwoning van Joerie van Sister, dan ben je weer helemaal terug bij het spelletje. Op de huiskamertafel liggen Spiderman-onderzetters, aan de muur hangt een Doctor Who-kalender, en o ja, dan staat er nog een levensgrote Romein.

Toch is ook in dit geek-huishouden de ernst wel degelijk aanwezig. Van Sister is drie jaar geleden afgestudeerd als archeoloog en drijft sinds kort een historisch-educatief bedrijfje. De uitrusting die die Romeinse pop aanheeft, is zijn eigen kostuum.

Educatieve buitenkansjes

Hij zegt er eerlijk bij dat dat nog lang niet perfect is. Geen halszaak, vindt hij. 'Het moet tonen zoals het was. Het gaat erom dat het publiek leert hoe het eruitzag.' Hij ziet zelfs educatieve buitenkansjes in de mankementen. Dat zijn helm 2de-eeuws is, in plaats van 1ste-eeuws, grijpt hij aan om te vertellen hoe de Romeinse uitrusting evolueerde onder invloed van de wapens van de belangrijkste tegenstander.

Zo doet iedereen concessies, alleen de een wat meer dan de ander. Tegenover de krant houden re-enactors zich op de vlakte over de mate van elkaars 'Romeinsheid'. Frank Broeke: 'Iedereen probeert het goed te doen, en maakt daarin zijn eigen keuzes.' Wim van Broekhuizen: 'Iedereen werkt naar zijn budget.' Alleen Dalida van Dessel laat even haar tanden zien. Ze wijst naar een hoekje op het Castellumterrein: 'De vorm van die tenten daar, die klopt niet.'

Namen noemt ze niet. Want kijk, het zit gewoon zo: de perfecte Romein bestaat niet. Die bestónd.

Dalida van Dessel Beeld Adriaan van der Ploeg

Veldslagen

Re-enactment, de Romeinen zelf deden het al. In de arena speelden gladiatoren de meest glorieuze veldslagen na. Het moderne re-enactment ontstond een kleine vijftig jaar geleden in Engeland. Het gaat inmiddels niet meer alleen om het naspelen van roemruchte historische gebeurtenissen, maar ook om de reconstructie van de toenmalige manier van leven.

Naar schatting zijn er negentig Romeinse re-enactors in Nederland. Het aantal groeit gestaag. De meesten concentreren zich op de 1ste eeuw, toen Nederland deels bij het Romeinse Rijk hoorde. Andere tijdperken, zoals de Middeleeuwen en WO II, trekken meer re-enactors.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.