Romantisch panorama van Nederland

De gisteren begonnen Boekenweek heeft dit jaar als thema 'Panorama Nederland', de rol van stad en platteland in de literatuur....

STAD en platteland zijn, zeker in Nederland, al eeuwenlang met elkaar verweven, met talloze harde en zachte draden - van de economie, het bestuur, de infrastructuur, de herinnering, het verlangen en het ressentiment. Hun verschillen zijn verschillen in gradatie, nuance, toon.

Het is het verschil tussen de Rabobank en de ABN Amro, banken met afwijkende tradities en eigen accenten in het sportsponsoringsbeleid, maar in het nationale en internationale geldverkeer doen die er nauwelijks nog toe, en voor een huizenkoper te Houten die twee hypotheekoffertes vergelijkt evenmin.

Wie stad en platteland als afzonderlijke entiteiten wil zien, kan dat alleen door dit complexe, rijke weefsel (of: dit netwerk van af- en aanhankelijkheidsrelaties) kapot te scheuren. Daarmee wordt een wezenlijk kenmerk van de Nederlandse verhoudingen vergeten. Veeleer verdient het weefsel zélf aandacht, analyse, discussie en behoedzaamheid.

In dit weefsel vormen de steden, ook al weer eeuwenlang, een dominante kracht. Het platteland wordt vanouds overheerst door de stad, het richtte zich naar de stad, produceerde voor de stad, profiteerde van de stedelijke infrastructuur, nam stedelijke innovaties over.

Droogmakingen en ontginningen vonden vaak plaats met stedelijk kapitaal. In veel opzichten is het Nederlandse boerenland dan ook al eeuwenlang stedelijk gebied. De laatste decennia is dat alleen nog maar versterkt.

Ook migratie heeft een rijk en ingewikkeld web geweven dat het onmogelijk maakt om stad en platteland simpelweg te scheiden. Het basispatroon van iedere grote migratieweging is de trek van het platteland naar de stad. De honderden mensen die in de loop der tijd uit bijvoorbeeld Jorwerd wegtrokken, lieten het dorp achter, maar dragen het tegelijkertijd met zich mee, waarheen ze ook gaan.

In Geert Maks boeken over Jorwerd en Amsterdam komen ze telkens éven ter sprake. Maar de essentie van hun ervaringen ligt niet in Jorwerd of Amsterdam, maar in de bewegingen daartussen, in een zacht, diffuus netwerk van herinnering, weemoed, afscheid en idealisering.

En daarin kan ook de stedelijke plattelandsromantiek gedijen die vooral het 'eigene' van het platteland wil koesteren. Maar 'net als de echte romantiek in wezen een reactiebeweging was op de beginnende industrialisatie', zo is ook deze romantiek 'vooral een reactie op een onderliggende cultuurstroom die precies de tegenovergestelde kant op gaat'. (Kuypers en Mak, tien jaar geleden, over een verwante eigentijdse vorm van romantiek, namelijk de mythe van de individualisering.)

Ook de natuurbescherming en, recenter, de strijd om de 'nieuwe natuur', is geen exclusieve plattelandsaangelegenheid - dat is het tweede misverstand. Ook oude en nieuwe natuur zijn bestanddelen van dat complexe weefsel waarin 'stad' en 'platteland' zich hooguit aftekenen als nuanceverschillen.

En dus is natuur evenzeer een kwestie van de stad en de stedelijke cultuur als van het platteland - of meer zelfs, gelet op de traditionele stedelijke dominantie. Stedelingen zijn geen toeschouwers bij een kooigevecht tussen de agrosector en de natuurboys, maar eerste betrokkenen in een veel bredere aangelegenheid.

De verhouding tussen stad en natuur is mogelijk minder zichtbaar dan die tussen de landbouw en de natuurbeschermers, indirecter, maar niet minder sterk. De natuurbeschermingsbeweging heeft een stedelijke oorsprong en een voornamelijk stedelijke achterban. De dominante natuurbeelden en morele waarderingen van de natuur kunnen niet worden losgezien van de stedelijke cultuur.

Natuurliefde gaat soms gepaard met weerzin tegen de stad (vaak van stedelingen zelf, overigens, uit ontevredenheid over hun natuurlijke cultuurlijke habitat), maar niet noodzakelijkerwijs. Natuur kan ook worden gezien als waardevol of zelfs onmisbaar bestanddeel van het stedelijk leven, vergelijkbaar met bijvoorbeeld openbare en minder openbare bibliotheken.

Zo'n stedelijke waardering van de natuur is niet nieuw; zie het werk van natuurbeschermer van het eerste uur Jac. P. Thijsse, van wethouders als S. R. de Miranda, van stedebouwkundigen als C. van Eesteren. Zij bieden een schat aan inzichten waarop nu, wellicht beter dan ooit, kan worden voortgebouwd.

Daarvoor moet er wel wat veranderen. Veel nieuwe-natuurplannen lijken met de rug naar de stad te zijn uitgedacht. Toen onlangs bij Schoorl een doorgang door de duinen werd gegraven om de zee vrijer spel te geven in het achterland, kwamen bij de eerste overstroming veel mensen kijken, zo zei de directeur van de Provinciale Dienst Ruimte en Groen van Noord-Hollland, M. van den Berg onlangs misprijzend op een discussiebijeenkomst over nieuwe natuur. Het was 'een ware sprinhanenplaag uit de stad die Bergen overspoelde'.

Zo miste hij de kans om dit massale natuurtoerisme te begrijpen als een intrigerend cultureel fenomeen, waarin de eeuwenoude Hollandse fascinatie met de zee en met de broosheid van de kustverdediging zich vermengde met een modern verlangen naar onvoorspelbaarheid en avontuur, en met de al even moderne invloed van de media - was het niet de provincie zelf geweest die Van Gewest Tot Gewest had ingeschakeld?

Nederland verstedelijkt verder. Ten behoeve van de industriële landbouw zijn twintig, dertig jaar geleden grote delen van het landschap rigoreus overhoop gehaald. Inmiddels zijn de eisen en behoeften weer veranderd, en opnieuw trekken ze hun sporen in het landschap. Zo gaat het al eeuwenlang.

Telkens is het landschap genadeloos aangepast, doorsneden, heringedeeld. Nieuw is alleen dat, naast waterbeheersing, wonen, werken en vervoer, nu ook natuur serieus wordt genomen als behoefte en als landschapsvormende kracht.

Dat is even wennen. Voor de 'makers' van nieuwe natuur die de subtiliteiten van deze nieuwe opgave in het ruimtelijk weefsel nog moeten leren. En ook voor de critici, bij wie de verwondering over de mogelijkheden en paradoxen van 'natuurtechniek' nog wat te gemakzuchtig omslaat in zelfgenoegzame mopperkonterij. Zie Henk Hofland in NRC Handelsblad van 2 maart: de mens die scharreleieren eet, wil nu zelf een 'scharrelmens' worden. Dat was lachen, wat een wereldvondst!

Het is veel boeiender om, in de geest van Thijsse, De Miranda en Van Eesteren, te onderzoeken hoe de inspanningen voor de natuur tegelijkertijd kunnen worden gebruikt voor betere vormen van ruimtelijke ordening en verstedelijking dan op basis van massale woningbouw en infrastructuuraanleg alleen mogelijk is.

Natuur moet dan geen los elementje zijn in het platteland, of in de stad, ze moet de gelegenheid krijgen om te gedijen in heel het ingewikkelde weefsel van land en water, functies en verlangen.

Natuurgebieden kunnen tegelijkertijd dienen voor de kust- en rivierverdediging, moerassen verzekeren tevens goed drinkwater (het vloeibare goud van de komende eeuw), tussen steden en dorpen slingeren natuur- en recreatiegebieden in wisselende gradaties van toegankelijkheid en 'natuurwaarden'. Dat het daarbij niet om 'oernatuur' gaat maar om door de mens geïnitieerde natuur, is evident. Ook dat geldt al eeuwen lang.

In de gedachtenvorming over oude en nieuwe natuur kan ook de stedelijke plattelandsromantiek à la Geert Mak een weldadige invloed hebben, als een van de tegengeluiden tegen al te kordate techno-, bureau- of ecocratische neigingen.

Maar die romantiek wint aan karakter als ze zichzelf als romantiek herkent, en ontdekt dat ze geen plaats heeft buiten, maar binnen het almaar voortgaande proces van ruimtelijke en culturele verstedelijking.

Want dat is de onderliggende cultuurstroom waarop de discussie hoe dan ook drijft.

Fred Feddes is mede-redacteur van Oorden van onthouding. Nieuwe natuur in verstedelijkend Nederland. NAi Uitgevers, Rotterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.