Rode wijn goed voor je? Onzin.

Rode wijn is niet gezond, wat ze ook zeggen. Dat inzicht komt uit steeds meer onderzoeken naar voren. Hoe we ons maar al te graag een gezond glaasje rode wijn lieten aanpraten.

Beeld Martin Dijkstra

Het moment waarop rode wijn een wonderdrank werd, is heel precies aan te wijzen. Op zondagavond 17 november 1991 keken ruim 20 miljoen Amerikanen naar het befaamde programma 60 Minutes over 'de Franse paradox'. Hoe kan het dat de Fransen zelden aan hart- en vaatziekten overlijden, terwijl hun dieet barst van de verzadigde (lees: verkeerde) vetten? 'Het antwoord', zei de presentator, terwijl hij de rode wijn in zijn glas liet rondwalsen, 'kan weleens in deze verleidelijke drank zitten. Rode wijn.'

Tot dan toe werd wijn, in elk geval in de VS, gezien als een potentieel gevaarlijk goedje waarvan steeds minder werd verkocht. Grote multinationals als Nestlé en Coca-Cola verkochten hun belangen in Californische wijngaarden. De uitzending over de Franse paradox maakte alles anders. In vier weken tijd sprong de verkoop van rode wijn in de VS met 44 procent omhoog. Iets lekkers dat tóch gezond was! De Amerikanen snakten naar zo'n troostende boodschap als tegenwicht voor de opkomende gezondheidsrage met al z'n geboden en verboden.

Wat de blijde boodschap extra vleugels had gegeven, analyseerde het Texaanse wijninstituut een paar jaar later, was dat de brengers van het goede nieuws geen wijnboeren waren of anderszins belanghebbenden, maar onafhankelijke wetenschappers in het raamwerk van een betrouwbaar tv-programma. De traditionele toost 'op je gezondheid' kreeg opeens een diepere betekenis. Ook al had de wetenschap geen idee waarom rode wijn bescherming bood tegen hart- en vaatziekten. Dat Fransen veel vaker aan leverziekten dood gingen, werd in de roes van het moment even helemaal vergeten.

Beeld Martin Dijkstra

De Franse paradox werd in Nederland tamelijk nuchter ontvangen. De geestelijk vader van de term, de Franse medisch onderzoeker Serge Renaud, werd niet zo serieus genomen nadat hij had gezegd dat hij altijd al 'instinctief had geweten dat wijn gezond is, omdat ik in Bordeaux ben opgegroeid'. Bovendien werden de vergelijkingen die Renaud in zijn onderzoek maakte tussen verschillende landen als te grofmazig gezien om iets zinnigs te zeggen over het effect van voeding op gezondheid. 'Broodje-aapverhaal', vond de toenmalige Volkskrant-columnist Ronald Plasterk, die er onder meer op wees dat in grote delen van Frankrijk juist heel gezond wordt gegeten.

De opmars van rode wijn als wonderdrank was in Nederland allang begonnen. Er was zelfs al vastgesteld welk ingrediënt van rode wijn vermoedelijk een heilzame versnapering maakte: alcohol.

De grote gangmaker op dit terrein was de Wageningse hoogleraar voeding Ruud Hermus, later directeur van het TNO-instituut Toxicologie en Voeding in Zeist. Hij rekende als een van de eersten af met het idee dat alcohol schadelijk en ongezond was en dus ontmoedigd moest worden.

Omarmde onderzoeksresultaten
De Amsterdamse hoogleraar voeding Jaap Seidell van de Vrije Universiteit herinnert zich dat Hermus 'een halve tot een fles wijn wel ongeveer het verstandigst vond'. 'En er waren toen nog niet zoveel voedingsprofessoren, dat maakte dat er goed naar hem werd geluisterd', aldus Seidell.

De drankenbranche, vooral de Koninklijke Branchevereniging van Wijnhandelaren, was blij met alle aandacht die Hermus genereerde voor de 'weldadige effecten van alcohol'. Op de webpagina van wijnhandelaar 'De Weinschenker' staat nog te lezen hoe de wijnbranche de professor in 1988 voor zijn inspanningen beloonde met de KVNW-wijnrank.

De overtuiging dat alcohol gezond was en rode wijn dus ook, baseerde Hermus - en vele andere voedingsdeskundigen na hem - op epidemiologisch onderzoek. Dat betekent dat de leefstijl van honderden, soms duizenden deelnemers in kaart wordt gebracht om na pakweg tien of twintig jaar te kijken wie is overleden en waaraan en wie welke ziekten heeft ontwikkeld. Steevast komen de matige drinkers als overwinnaars uit de bus: ze leven het langst en ze lijden minder vaak aan hart- en vaatziekten dan niet-drinkers en overmatige drinkers. De meest plausibele biologische verklaring tot nu toe is dat alcohol het 'goede' cholestorol verhoogt en het 'slechte' verlaagt. Ook zou alcohol de kans op bloedstolseltjes verkleinen.

Het grootste en beroemdste onderzoek uit die tijd naar de relatie tussen alcohol en gezondheid heet de Copenhagen City Heart Study. Van maar liefst 13 duizend Deense mannen en vrouwen werd tussen 1976 en 1988 bijgehouden wat ze dronken en wat hun kans was op hart- en vaatziekten en overlijden. De wedstrijd werd met kop en schouders gewonnen door de (matige) wijndrinkers. Ze leefden langer en gezonder dan niet-drinkers en overmatige drinkers, en langer dan de bier- of whiskyliefhebbers.

Officiële instanties trekken heel wat zuiniger conclusies uit dit soort onderzoek. De Gezondheidsraad bijvoorbeeld benadrukt in de Richtlijn Gezonde Voeding (1986) dat dit soort onderzoeken onvoldoende aanknopingspunten leveren om het gebruik van alcohol aan te raden. In de Richtlijn van 2006 waarschuwt de Gezondheidsraad bovendien dat het beschermende effect van matig alcoholgebruik hooguit geldt voor een subgroep van mannen boven de 40 en vrouwen na de menopauze.

Jacht op heilzame bestanddelen
Dat de Gezondheidsraad nergens melding maakt van de zegeningen van rode wijn, wordt genegeerd. De jacht op de heilzame bestanddelen van rode wijn wordt met extra ijver voortgezet.

De eerste kandidaten in de jaren negentig waren de flavonoïden, een groep anti-oxidanten in onder meer uien, thee, groente, fruit en wijn. De wetenschap had hoge verwachtingen van het geneeskrachtige en levensverlengende effect van deze stofjes, die schadelijke zuurstofradicalen uit het bloed wegvangen. Deze hoog reactieve zuurstofatomen gaan zo gretig reacties aan, dat ze daarbij weefsels kunnen beschadigen.

Deugdelijk bewijs (bij mensen) kwam er nooit, maar ondertussen begonnen ondernemende types, onder wie twee artsen uit het Amersfoortse ziekenhuis Eemland, met het isoleren van het wonderstofje uit wijn om het vervolgens in een pil te stoppen. Nog altijd verkopen natuurvoedingswinkels pillen met fijngestampte wijnbladeren of druivenpittenextract, maar de 'medische doorbraak' die de twee Amersfoortse medici - Van de Wiel en Van Golde - op een congres in Amerika aankondigden, is er nooit gekomen. Jammer, want wat is er mooier dan een pil die al onze slechte eetgewoonten neutraliseert?

Ondertussen - en dat is het gekke - was de vraag óf rode wijn het leven verlengt en beschermt tegen hart- en vaatziekten, helemaal van de agenda verdwenen. Die was bewust of onbewust onder het tapijt geschoffeld. Het draaide alleen nog maar om de vraag wat twee tot drie glazen rode wijn toch zo gezond maakte. Gezonder dan bier, jenever, whisky of een advocaatje met slagroom op zondagmiddag.

De flavonoïden verdwenen geruisloos van het toneel, om in 1997 plaats te maken voor de echte diva van de rode wijn-vertellingen: resveratrol. Resveratrol, ook een anti-oxidant, die in de velletjes van de druif zit, leek bescherming te bieden tegen (huid)kanker. Ook leek de stof een hartversterkend effect hebben door de gunstige invloed op cholestorol en het tegengaan van bloedklontering. In dierproeven, wel te verstaan.

Wijnwijsheid

Volgens de alcoholwaakhond STAP schiet de kennis van Nederlanders over alcohol tekort. Vrijwel iedereen (95 procent van de 1.000 ondervraagden) weet dat alcohol slecht is voor de lever. Ook het risico op hersenschade – bij zowel volwassenen als kinderen – is bij het overgrote deel van de bevolking bekend. Maar dat alcohol de kans op borstkanker verhoogt, weet slechts 10 procent van de ondervraagden. Ook van de negatieve relatie met andere kankers is Nederland slecht op de hoogte. Zo’n 12 procent denkt – ten onrechte – dat alcohol het risico op kanker verkleint.

Serieuze kranten bleven doorgaans met beide benen op de grond staan, dat moet gezegd. Op het hoogtepunt van de resveratrol-hype, in 2006, noemt de Volkskrant bij monde van Hans van Maanen de vermeende toverkracht van resveratrol 'de grootste flauwekul' waarvoor redacties hun kolommen niet vrij moeten maken. NRC Handelsblad sneerde in 2012 nog: 'Resveratrol werkt levensverlengend, bij gistcellen en bodem-aaltjes. Maar bij complexere diersoorten als de mens ontbreekt elk bewijs.'

Die boodschap bleef niet hangen in het collectief bewustzijn. Het is bijna een volkswijsheid dat een glaasje merlot of bordeaux de bloedvaten lekker doorspoelt. In een enquête van STAP, het Nederlands instituut voor alcoholbeleid, onder duizend Nederlanders zegt driekwart van de ondervraagden dat wijn het risico op hart- en vaatziekten verlaagt. Slechts 25 procent denkt hetzelfde van bier. Ten onrechte denken mensen dus dat rode wijn gezonder is dan bier.

Rode wijn is favoriet
De wijnbranche doet goede zaken. Per hoofd van de bevolking drinken Nederlanders in 1991 nog 15,3 liter wijn. In 2006 is dat gestegen naar 21,6. Rode wijn is favoriet, met 54 procent. Wit staat nummer twee met 34 procent. Rosé is goed voor 12 procent.

Ook rode wijn-, flavonoïde- en resveratrolpillen vinden gretig aftrek bij 'wie langer wil leven en bij de pinken wil blijven', aldus de advertenties. Alleen al in de VS bedraagt de jaaromzet aan resveratrolpillen 22 miljoen euro. De officiële ontmaskering van al die pillen door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid EFSA - die de gezondheidsclaims van deze voedingssupplementen onvoldoende of niet bewezen acht - maken weinig indruk op het publiek. Er wordt ook weinig ruchtbaarheid aan gegeven.

De doodsteek krijgt resveratrol uiteindelijk in mei van dit jaar als de resultaten van een langlopende studie onder 800 Italiaanse 65-plussers bekend worden. 'Stofje in wijn en chocola leidt niet tot langer leven', vat de Volkskrant de conclusies samen. Een degelijke studie, omdat dit keer niet de wijninname van de proefpersonen werd bevraagd, maar de hoeveelheid resveratrol in hun urine werd gemeten. De hoeveelheid van het stofje bleek geen enkel effect te hebben op de overlijdenskans of op het ontwikkelen van bepaalde ziekten.

De welles-nietesdiscussie over resveratrol had hetzelfde effect als die over de flavonoïden. De vraag of rode wijn gezond is, raakt op de achtergrond als rode-wijnboeren met elkaar twisten over welk druivenras de meeste gezonde stofjes bevat. Op een grote wijnbeurs in Bordeaux slaan de witte-wijnboeren in 2001 terug met: Le Paradoxe Blanc, een witte wijn die net zo beschermt tegen hart- en vaatziekten als rode. En de Schotse whisky-sector wil op het succes van de rode wijn meeliften en subsidieert onderzoeken om de zegeningen van vloeibaar malt in kaart te brengen. Tevergeefs trouwens.

Geniale slogan
In Nederland werd in 1990 de slogan: 'Geniet, maar drink met mate' bedacht. Meesterlijk, meent de Amsterdamse hoogleraar voeding Jaap Seidell. 'Iedereen vult voor zichzelf in wat dat is: met mate. Het is een vrijbrief voor iedereen om te blijven drinken wat hij al dronk - en zich er ook nog eens heel verstandig bij te voelen.'

Ook min of meer neutrale zegslieden nemen het op voor de alcoholconsumptie, van wijn in het bijzonder. Rudolf Pierik, hoogleraar plantenveredeling aan Wageningen Universiteit, schreef dertien wijnboeken waarin hij de positieve effecten van wijn toeschrijft aan alcohol. Wijn was zijn liefhebberij, niet zijn specialisme, maar zijn Wageningse achtergrond en zijn beroep gaf de boodschap van de 'wijnprofessor' wel extra gezag.

Ook TNO behoort bij de positivo's. Toen de Gezondheidsraad in 2007 de bevolking adviseerde niet meer te drinken dan één glas per dag (voor vrouwen) en twee glazen (voor mannen) vonden drie TNO-onderzoekers dat aan de zuinige kant. 'Een glaasje meer per dag kan best', stelden de drie TNO'ers in hun huisblad. Dat werd TNO niet ingefluisterd door de branche, die het alcoholonderzoek van TNO medefinanciert, benadrukt Henk Hendriks, de huidige alcohol-expert van TNO. 'De branche bemoeit zich niet het de studies. Onze onafhankelijkheid is gewaarborgd.'

De alcoholwaakhond in Nederland, STAP, reageerde furieus toen TNO tegen de Gezondheidsraad in ging. 'De boodschap dat alcohol gezond is, is een fabel. Alcohol is een giftige stof', schreef STAP in een persbericht dat - voor zover valt na te gaan - geen enkele krant haalde.

'Mensen willen graag horen dat wijn goed voor ze is', denkt Sander Kersten, hoogleraar moleculaire voeding in Wageningen - en daar is geen kruid tegen gewassen.

'Publication bias speelt een rol', meent wetenschapsjournalist Hans van Maanen. 'Dat wil zeggen: onderzoekers die effect aantonen, hebben veel meer kans om gepubliceerd te worden in de vaktijdschriften en daarmee in kranten. Ik hoor steeds vaker dat onderzoekers die geen effect vinden, zelfs geen zin meer hebben om hun studie helemaal uit te schrijven. Dat vertekent het beeld.'

'Wetenschapsberichtgeving verwart het publiek', denkt de Amsterdamse hoogleraar voeding Jaap Seidell. 'Ze denken: de een zegt zus en de ander zegt zo. Maar dat is wel de kern van wetenschap: voortschrijdend inzicht.'

Niet-drinkers versus matige drinkers
En het inzicht schrijdt voort. Na de flavonoïden en de resveratrol ligt de beschermende werking van de alcohol zelf onder vuur.

Een aantal wetenschappers, onder wie de Britse biomedicus Gerald Shaper, besloot eind jaren negentig eens te kijken wie die niet-drinkers waren die slechter af waren dan de matige drinkers. Niet-drinkers bleken vaak mensen met een alcoholisch verleden en mensen met een zwakke gezondheid, die om die reden het glas lieten staan. Als voor dit verschijnsel wordt gecorrigeerd - en dat gebeurt tegenwoordig standaard - blijven matige drinkers meestal alsnog in het voordeel. Maar de betrouwbaarheid van het epidemiologisch onderzoek heeft wel een knauw gekregen.

Dat gebeurde opnieuw in 2006 toen de Deense hoogleraar in alcoholonderzoek, Morten Grönbaek, de kassabonnetjes van zijn proefpersonen ging verzamelen. Grönbaek verbaasde zich er namelijk over dat het drinken van wijn meer bescherming bood tegen overlijden en hartproblemen dan andere spiritualiën. De kassabonnen lieten zien dat wijndrinkers vaker gezonde waar als olijven en kaas met een laag vet percentage kochten dan bierdrinkers. Die vergrepen zich liever aan de chips.

Beeld Martin Dijkstra

Gezond imago

Al sinds de oudheid heeft wijn een gezond imago. Wijn zou de eetlust opwekken en de spijsvertering bevorderen. De Romeinen ontdekten bovendien dat alcohol veel veiliger was dan het water in de meeste veroverde gebieden. In het Romeinse leger zou ook wijn gebruikt zijn om wonden te desinfecteren.

In zijn boek Bacchic Medicine beschrijft de Amerikaanse hoogleraar medische geschiedenis en Frankrijkkenner Harry W. Paul de opkomst en de val van de Franse voorliefde voor wijntherapie die volgens de auteur vanaf de 19de eeuw ernstige vormen begon aan te nemen. Artsen werden zowel specialisten in de geneeskunde als in de kennis van wijn. Medisch genootschappen organiseerden debatten over de verdiensten van verschillende soorten wijn. Er werden drie tot zes drinkbekers aanbevolen bij de maaltijd. Aan het einde van de 19de eeuw werd wijn verdrongen door professionele medicamenten.

De wijnindustrie raakte begin 20ste eeuw in het slop. De dokters van Bordeaux en de Société des Médicins in Parijs gingen in de tegenval: de gezondheid zou gediend zijn met hooguit 60 cl wijn per dag aangelengd met water. Het mocht niet baten. Het aureool van medicijn kreeg de wijn niet meer terug. 'Als laatste redmiddel werd de Franse paradox uitgespeeld', aldus Harry Paul, die er weinig van geloofde dat wijn compenseert voor vet eten. 'Als wijn zo goed is, waarom wordt hij dan maar door 28 procent van de Franse burgers gedronken?'

Logisch dat bierdrinkers minder gezond zijn dan wijndrinkers, concludeerde Grönbaek nadat hij 3,5 miljoen aankopen had gescreend. Los daarvan zijn wijndrinkers hoger opgeleid, ze wonen in betere buurten en ze drinken vooral bij het eten. Allemaal zaken waarvoor onderzoeksuitkomsten wel gecorrigeerd worden, maar dat vergroot niet de nauwkeurigheid.

Als klap op de vuurpijl presenteerden Britse en Amerikaanse onderzoekers afgelopen zomer in het vooraanstaande British Medical Journal opnieuw sterke aanwijzingen dat zelfs het drinken van kleine hoeveelheden alcohol niet voordelig, maar juist nadelig is voor hart en bloedvaten. Eén glas wijn of andere alcoholische drank per week vergrootte de kans op hart- en vaatziekten al meetbaar, lieten ze zien door 56 eerdere studies met in totaal meer dan een kwart miljoen mensen door te vlooien. 'Het ziet er naar uit dat zelfs de gezondheid van lichte drinkers erbij gebaat is als ze nog minder gaan drinken', zei de onderzoeksleider en Britse epidemioloog Juan Casas tegen de Britse krant The Independent.

Worden de meeste onderzoeken vertekend doordat wijn drinkende deelnemers rijker zijn en toch al gezonder leven; met een slimme truc besloten Casas en collega's dat te omzeilen. Ze richtten zich speciaal op het smaldeel dat vanwege een genetische aanleg niet goed tegen drank kan - en dus ook vanzelf minder drinkt. En wat bleek: de groep had ongeveer tien procent minder kans op hart- en vaatziekten en beroerte, een gezondere bloeddruk en een gezonder gewicht dat mensen die wel gewoon alcohol kunnen drinken.

Wake-up call
De Wageningse hoogleraar Sander Kersten is onder de indruk, ook al is het nog maar één onderzoek en dus mogelijk een toevalstreffer. Hij hoopt dat deze studie snel wordt gerepliceerd, want het is volgens hem hoog tijd voor een wake-upcall. Ook voedingsexperts als Martijn Katan en Jaap Seidell van de VU vinden het hoog tijd dat na de fabel over de rode wijn ook het alcoholsprookje verdampt.

Want het nieuwste voortschrijdende inzicht is dat bij nader inzien misschien wel geen enkele alcoholische versnapering gezond is, zelfs dat glaasje Cabernet Sauvignon of Bordeaux niet. In geen enkele dosis.

'Het is een heel onprettige boodschap', verontschuldigt Seidell zich beleefd. 'Maar in de discussies wordt vaak vergeten dat alle alcohol de bloeddruk verhoogt en de kans vergroot op verschillende kankers - denk aan lever-, mond- , keel- en slokdarmkanker. Alcohol draagt bovendien bij aan ongeveer 4 procent van de borstkankers. Elk glas vergroot de kans op borstkanker. Er is geen veilige ondergrens.'

Dat alcohol gezond is, zul je ook TNO anno 2014 niet horen zeggen. Daarvoor leidt alcohol te vaak tot problemen. TNO-expert Henk Hendriks houdt erop dat een klein beetje alcohol - mits niet in pieken geconsumeerd - 'geen kwaad kan en in een gezonde levensstijl past'.

Wordt vervolgd.

Beeld -

Wijngezang

Gerard Reve

'De wijsheid in de kan'
Aan zijn stil raamgezeten
als een oudman die lang
geleden leefde
had hij Gods Bloed weer
kwistig in de strot gegoten
en dacht toen alles komt
weer goed:
dat het orkest zou spelen bij
paars licht
en van het lied dat het ging
spelen
zouden demensen telkens
vragen
of het nog eens kon.
De dronk valt slecht. Er zijn
vragen. Hoe lang nog?
Worden wij uitgewist, zodat
wij nooit bestonden?

Hans Faverey
(uit de bundel Chrysanten, roeiers)

Het lokt mij tot zich
en schijnt zich tot mij
te willen lokken:
wat te doen?
Ik sta voormeneer Lipinski,
terwijlmeneer Lipinski
voor mij staat en mij
een zinkenkwartje
overhandigt: 1942?
Wat te doen?
Een miezerige vlucht nemen
en alsnog te pletter lijken
te vallen, zonder zelf
Of een karaf rode wijn
in de gootsteen leeggieten,
en luisteren hoe
de schimmen namurmelen
in de afvoer?

Jan Engelman

Morgen drink ik rooden wijn,

morgen zal mijn lief hier zijn,
in dewarme lampeschijn
zal zij liggen, bleek en fijn.
Wilder dan een springfontein
breek ik uit, en ben weer klein
bij haar leden, zoet satijn,
diepe bedding, dieper pijn.
Morgen drink ik rooden wijn,
morgen zal mijn lief hier zijn.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden