Column Marleen Kamperman

Rob Fruithof van Waku Waku? Ik zie mezelf liever als een eigentijdse Marie Curie

In een overmoedige bui – die heb je soms – mag ik mezelf graag zien als een soort eigentijdse Marie Curie. Vrouw in de chemie, de vergelijking ligt toch voor de hand. Toen ik scheikunde ging studeren, was ik een van een handjevol meisjes, tussen zestig jongens. Met een labjas aan in de weer met erlenmeyers, terwijl mannelijke medestudenten me in de gaten hielden met verwondering die gaandeweg plaatsmaakte voor acceptatie, precies zoals ik me voorstel dat het Marie Curie verging. In de jaren van mijn promotieonderzoek, in Materials Science and Engineering, was de verhouding nog altijd behoorlijk – hoewel iets minder – scheef. In de chemische scene zijn vrouwen nu eenmaal flink in de minderheid. Het heeft me nooit gedeerd, zoals het waarschijnlijk ook mijn beroemde voorgangster weinig deerde. Wij redden ons wel.

Toch is de associatie met madame Curie niet voor iedereen vanzelfsprekend. Wat ik doe wekt bij buitenstaanders reminiscenties aan heel andere beroemdheden, niet per se wetenschappers. Dat blijkt op het schoolplein, waar ik – iets te vroeg – op mijn zoon sta te wachten. Een medeouder, vader van een klasgenoot van mijn zoon, vraagt wat voor werk ik doe. Ik zie je hier niet vaak ’s middags. O, je werkt meestal. Wat doe je precies? We hebben nog zeker vijf minuten, met alleen ‘ik werk bij de universiteit’ kan ik me er onmogelijk van afmaken. Bovendien lijkt hij oprecht geïnteresseerd. Ik ontwikkel nieuwe materialen, vertel ik dus, waarbij ik me laat inspireren door allerlei fenomenen uit de natuur. Gekkopootjes bijvoorbeeld. Hoe kan het dat een gekko aan het plafond blijft hangen, maar toch zijn pootjes moeiteloos optilt om verder te lopen? Spider-Man is er niks bij. Hoe zit dat? Kan ik dat namaken? Of zandkasteelwormen. Wat? Zandkasteelwormen. Die produceren lijm die onder water plakt. Stel je eens voor, als je dat kunt namaken, wat voor toepassingen daar allemaal voor te bedenken zijn. Je hoeft nooit meer te hechten na een operatie, je plakt de boel gewoon intern dicht. Mijn nieuwste rage is de fluweelworm. Superinteressante beesten. Liepen hier al rond voordat er dinosaurussen waren. Sommige fluweelwormen vangen prooien door vloeibare draadjes op ze af te schieten, die in de lucht, dus razendsnel, van vloeibaar naar vast transformeren, en dan als een soort vangnet functioneren, onbreekbaar. Hoe doen ze dat? Wat voor chemische processen vinden daar plaats, en zou ik die processen kunnen kopiëren? Dat soort dingen.

O, zegt de vader, dus je bent de hele dag met dieren bezig. Leuk zeg, geweldig. Een beetje zoals eh, hoe heet hij, Rob Fruithof, van Waku Waku. Die had ook altijd van die gekke beesten. En dan komt zijn zoon naar buiten, gevolgd door die van mij, en het gesprek is ten einde. Zodat ik naar huis fietsend concludeer dat andere mensen mij heel anders zien dan ikzelf. Misschien kan ik voortaan als ik college geef pluchen aapjes meenemen, om uit te delen aan studenten die een goede vraag stellen, of een vraag van mij goed beantwoorden. Maar wat ik sowieso doe, de volgende keer dat ik mijn zoon uit school haal, is een paar minuten later van huis gaan.

Marleen Kamperman is chemicus. Ze is hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen en ontwikkelt nieuwe materialen, waarbij ze zich laat inspireren door de natuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden