INTERVIEWpsychologen Corona Gedragsunit

RIVM: ‘Drie keer zoenen? Die gewoonte gaan we niet meer terugzien’

Anderhalve meter afstand houden, handen wassen, thuisblijven bij de eerste snotneus. Vraagje aan sociaal-psychologen Reint Jan Renes en Els van Schie van de ‘Corona Gedragsunit’ van het RIVM: hoe gaan we dat volhouden, nu het zonnetje schijnt en het virus zo goed als weg is?

Nu het zomer is en het coronaregime is versoepeld, wordt het moeilijker de regels te volgen, erkent Els van Schie van de RIVM-Corona Gedragsunit: ‘We laten nu best veel vrij, en tegelijkertijd wordt het vanuit communicatieperspectief moeilijker, met al die regels en uitzonderingen.’Beeld Getty Images

In een vergaderzaal bij het RIVM kijken Reint Jan Renes en Els van Schie naar de laptop die de verslaggever heeft opengeslagen. Het leek een goed idee om het gesprek met de ‘gedragsunit’ van het RIVM te voeren aan de hand van wat voorbeelden van datgene wat de eenheid bestudeert: menselijk gedrag in tijden van corona.

En nu zien we twee ingezeepte handen over elkaar wrijven. Een schijnbaar eindeloze één minuut achttien seconden lang:

Wanneer is het voor het laatst dat jullie op deze officiële WHO-manier de handen hebben gewassen?

Van Schie: ‘Zo goed als dit? Niet. Maar die duimen bijvoorbeeld, dat heb ik echt van dit soort filmpjes geleerd.’

Renes: ‘De laatste tijd ben ik wat versoepeld. Maar op een bepaald moment was ik heel fanatiek. Ik heb zelfs nog handcrème gekocht, omdat ik merkte dat het niet meer prettig was, al dat wassen.’

Is het niet onrealistisch om te verwachten dat mensen dit tien keer per dag op deze manier doen?

Renes: ‘Het blijkt dat mensen dat inderdaad moeilijk vinden. Dat zien we in onze gedragsonderzoeken.’

Van Schie: ‘Volgens mij zijn veel mensen wel de handen meer met zeep gaan wassen. Wat ik als sociaal-wetenschapper een interessante vraag vind, is: hoe bereik je het optimale effect? Is het zinnig om het maximale te vragen, zoals in dit filmpje, waarna mensen je een stukje tegemoet komen en in elk geval met zeep gaan wassen? Of is het zo over de top dat men niks meer doet?’

Is ‘je handen stukwassen’, zoals Rutte het steevast noemt, eigenlijk een goede aanmoediging?

Renes, ondeugende lach: ‘Wij hebben hem niet bedacht, laat ik het zo zeggen.’

Van Schie: ‘Op basis van de sociale wetenschappen zou je eerder een positieve boodschap willen afgeven.’

We bekijken een veeg uit de pan die hoogleraar neuropsychologie Victor Lamme begin maart op Twitter postte, tijdens de eerste week van de uitbraak:

Los even van dat er natuurlijk nooit echt een verbod op mondkapjes is geweest: klopt wat Lamme hier beweert, dat het RIVM niets van psychologie snapt?

Renes: ‘Nou, toen ik bij het RIVM aan de slag ging, bleek er juist opvallend veel psychologische kennis aanwezig te zijn, alleen niet gebundeld in een aparte eenheid, met eigen data. Ook ik vond de rol van gedragswetenschappen in de coronacrisis in het begin heel beperkt.’

Raar eigenlijk. De WHO schrijft voor: als er ergens een ziekte-uitbraak is, moet er een multidisciplinair team heen, mét gedragswetenschappers. Omdat het bij epidemieën altijd gaat om het beïnvloeden van gedrag.

Van Schie: ‘Eerlijk gezegd: die gedragswetenschappers zaten tot nu toe niet zo in ons systeem. Het OMT is helemaal medisch. Daar ligt de nadruk op de ziekenhuis- en de zorgkant. We hebben het fantastisch geregeld, met onze GGD’s, onze fijnmazige zorgketen, dat vind ik echt. Maar het is sterk georganiseerd vanuit de infectieziektebeheersing.’

Renes: ‘Toch wil ik een lans breken voor wat hier allemaal gebeurt. Ik ben eigenlijk lector psychologie aan de Hogeschool van Amsterdam, ik was een buitenstaander he? En toch hebben ze me hier in een paar dagen tijd binnengesleept.’

Renes schetst hoe dat ging. Samen met zijn Nijmeegse collega, hoogleraar gezondheidspsychologie Marijn de Bruin, was hij adviseur bij het ‘nationaal kernteam crisiscommicatie’ in Den Haag. Maar bij de coronacrisis kwamen zoveel vragen over gedrag op tafel, dat Renes en De Bruin er zelf onderzoek naar wilde doen.

‘Er gaat een virus rond, er is onrust, en de oplossing zit in gedrag. Ik dacht: dit kan niet vanaf de zijlijn, een beetje meepraten. Hier moeten we gewoon aan meedoen’, zegt Renes. ‘We hadden data nodig om onze adviezen te kunnen onderbouwen.’

Dat werd de Corona Gedragsunit: een eenheid die zelf de stemming en het gedrag in het land peilt met vragenlijstonderzoeken en diepte-interviews, samenvattingen maakt van bestaand onderzoek dat belangrijk is voor het beleid en verkent wat er zoal speelt op sociale media. Allemaal ‘om de kennis en expertise van de gedragswetenschappen beschikbaar te maken voor overheidsbeleid en communicatie’, zoals het formeel heet.

We bekijken een fragment van de toespraak van premier Rutte vanuit het Torentje, op 16 maart. Een toespraak, die nogal wat critici het idee gaf dat het kabinetsbeleid nu was om het virus niet meer te bestrijden, maar het expres te laten rondgaan:

Was dit het moment waarop u als psycholoog dacht: wat onhandig, dit kan zo niet langer?

Renes: ‘Nee, dat merkte ik in mijn eigen community meer bij de persconferentie van een week eerder, waarbij Jaap en Mark elkaar toch nog even de hand gaven. Onder vakgenoten ontstond toen discussie: hebben ze dit nou strategisch doordacht? Dit is zó ontzettend níét wat je wilt. Er was een crisis in het land. En op die persconferentie ging het er allemaal heel ontspannen aan toe.’

Van Schie: ‘De toespraak van Rutte vanuit het Torentje heeft denk ik juist wel de beoogde gedrags- en perceptie-impact gehad. Dat kantoor. Die toon. Je ziet meteen: dit is serieuze business. Hier is echt iets aan de hand.’

Renes: ‘Je moet hem eens naast die persconferentie met Jaap en Mark zetten. En je afvragen: van welke boodschap ga ik me nou anders gedragen?’:

Het volgende fragment. We zien opeengepakte mensen op het strand, op 22 maart, de eerste warme dag van het jaar, een week na het begin van de lockdown:

Renes: ‘Dit was heel interessant. Opeens was er paniek. Dit gebeurde, het was een ongeluk, zoals het kan gebeuren dat je op de snelweg wel eens iets te hard rijdt. Want we zagen ook wel dat we niet ineens massaal het draagvlak voor de maatregelen kwijt waren.

‘Wat wij met onze gedragsunit steeds proberen, is om voorbij de anekdotes te kijken. Door te meten, te monitoren met vragenlijsten. En al snel beseften we: de grote massa is geconcentreerd bezig, die doet juist zijn best. Deze drukte kwam ook doordat men afstand probeerde te houden, dan oogt het sneller vol.’

Inmiddels is het zomer. De maatregelen zijn versoepeld, en toch moeten we anderhalve meter afstand houden. Hoe gaan we dat doen?

Van Schie: ‘Ja, dat gaat een uitdaging worden. We laten nu best veel vrij, en tegelijkertijd wordt het vanuit communicatieperspectief moeilijker, met al die regels en uitzonderingen. Het wordt afwachten hoe die balans uitpakt. Dit is ook een groot gedragswetenschappelijk experiment.’

Renes: ‘Ik snap dat je een kant en klaar antwoord wilt, maar… we zijn nog op zoek. Dit is wetenschap terwijl we nog bezig zijn met nadenken. De winkel is al open, terwijl we zelf nog op zoek zijn waar wat in de schappen ligt.’

Zes op de tien mensen vindt de maatregelen verwarrend, bleek uit onderzoek van uw gedragsunit. Vooral met schijnbaar tegenstrijdige regels hebben mensen het moeilijk.

Renes: ‘Er sluipen op meerdere niveaus tegenstrijdigheden binnen. Bij de maatregelen zelf: hier mag ik wel anderhalve meter, daar ineens niet. Er komen andere experts, die ook ideeën hebben. En er gaan andere belangen meespelen, zoals economische. Eerst was er redelijke consensus: die gezondheid, daar gaan we voor. Dat is nu meer versnipperd.’

Van Schie: ‘Daarom is meten wat er leeft in de samenleving zo cruciaal. Als je alleen maar leest wat er wordt geroepen op sociale media, heb je alleen de extremen. Monitoren helpt je een breder beeld te krijgen: hoe zit het eigenlijk echt? Dat was een belangrijk motief om deze unit te starten.’

Renes: ‘We proberen om met onze peilingen problemen bijtijds op het spoor te komen. Zodat je op tijd ziet: dit vinden mensen echt heel moeilijk, als we dat niet goed gaan organiseren, gaat het problemen geven. En langzamerhand wordt het pakket mogelijke maatregelen voor als het toch misgaat groter. Zoals toen de stranden volliepen: een NL Alert uitzenden. Dat was best even een beslissing, kan ik je zeggen.’

Het is ook zuur. Er is een crisis, en iedereen springt in het gelid. En nu het virus minder actief is, zie je gelijk dat men het weer laat verslappen.

Van Schie: ‘Dat ben ik niet met je eens. We gedragen ons echt anders dan voorheen. Kijk hier maar eens om je heen: we geven elkaar geen hand, zitten op afstand van elkaar, en het is hier doodstil, omdat de meeste mensen thuiswerken. Eigenlijk vind ik dat ontzettend interessant. We zijn vier maanden verder en we doen dit nog steeds!’

Renes: ‘Zet het even af tegen vorig jaar: dat was een heel andere wereld. Dat vergeten we.’

Van Schie: ‘We zullen een aantal gewoontes misschien helemaal niet meer terugzien. Dat drie keer zoenen!’

We kijken naar de uitkomst van een informele peiling:

 Ruim een kwart van de mensen die de vraag beantwoordden, praat inderdaad om het scherm heen. Hebben spatschermen wel toekomst?

Renes: ‘O, dat weet ik niet. Bij alle maatregelen zien we dat er een groep is die zich er wat minder naar gedraagt. Je zou moeten uitpuzzelen wat hier precies aan de hand is. Ik zou eerst willen weten: is het wel een representatieve groep die je hier te pakken hebt?’

Wat zijn eigenlijk de lessen van drie maanden gedragsunit?

Van Schie: ‘De allereerste les is denk ik hoe belangrijk het is om gedrag in ogenschouw te nemen. Haast alle maatregelen die we hebben genomen, gaan uiteindelijk over gedrag. Dan zul je toch moeten onderzoeken: welk gedrag is haalbaar en welk gedrag niet, hoe kun je bepaald gedrag vasthouden, wat voor gedachten en motieven zijn hier in het spel?’

Renes: ‘We hebben de Sociaal Economische Raad die voortdurend van alles doorrekent. Maar waar is nou de sociaal-psychologische raad, die beleid doorrekent op de consequenties voor het gedrag? Die is er gewoon niet.’

Tijd voor een laatste fragment:

Meneer Renes, uw specialisme is eigenlijk: duurzaam en klimaatbewust gedrag. Is de les van corona niet ook gewoon: pas als er een ramp gebeurt, veranderen mensen hun gedrag?

Renes: ‘Dat ben ik wel een beetje met je eens. Pas toen de eerste ziektegevallen hier kwamen, kwam de urgentie: dit is echt een probleem. Ik had als gedragswetenschapper niet gedacht dat die pijler urgentie zo essentieel zou zijn.

‘Tegelijkertijd: als we de urgentie eenmaal zien – de kans dat het ons overkomt is groot, en het is bovendien heel ernstig – gaan we ook massaal om. Het is dus zoeken: hoe kunnen we urgentie uitleggen, hoe kunnen we dit gevoel tastbaar maken?

‘Ook interessant: we hadden iets waarop we ons konden richten, een feedback. Elke dag die aantallen ic-patiënten op het journaal. Zien we al iets gebeuren? Als we daar een setje van kunnen maken voor het klimaat…’

Een dashboard voor het klimaat?

Renes: ‘Dashboard drawdown (afname, red.). Het wordt een ander type opgave. Maar die kans gaat komen.’

Dr. Els van Schie is directeur milieu en veiligheid bij het RIVM. Ze promoveerde in 1991 in de sociale psychologie op risicoperceptie en beslissingsgedrag en werkte onder meer aan de Universiteit van Amsterdam en de Universiteit Leiden.

Dr. Reint Jan Renes is lector ‘psychologie voor een duurzame stad’ aan de Hogeschool van Amsterdam. Hij promoveerde in 2005 als sociaal-psycholoog aan de Vrije Universiteit Amsterdam en werkte onder meer aan de Hogeschool Utrecht en de Wageningen Universiteit.

Els van Schie.Beeld Foto Tjitske Sluis
Reint Jan RenesBeeld Ed van Rijswijk
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden