Risicofactor: vruchtbaarheid

‘Bij kinderen die na een ivf-behandeling zijn geboren, komen niet vaker aangeboren afwijkingen voor’. Deze geruststellende zin in de IVF-voorlichtingsfolder van de Nederlandse gynaecologenvereniging NVOG kan naar de prullenbak. Uit recent Amerikaans en Zweeds onderzoek blijkt namelijk dat ivf-kinderen wel degelijk een verhoogd risico hebben op een aangeboren afwijking. De boosdoener is niet de ivf-techniek, stellen Europese experts. De oorzaak zit hem in die vruchtbaarheidsproblemen van de ouders.

Het kan raar aflopen met geruststellende zinnetjes in patiëntenfolders. Een maand geleden verschenen verontrustende resultaten van een Amerikaanse ivf-studie in het Europese vakblad Human Reproduction. Uit die studie van de Amerikaanse federale gezondheidsdienst CDC in Atlanta blijkt dat ivf-kinderen een verhoogd risico hebben op een aantal aangeboren afwijkingen als hartafwijkingen en slokdarmvernauwingen.

Een e-mail van een maand geleden aan hoogleraar voortplantingsgeneeskunde Jan Kremer van het UMC St Radboud in Nijmegen – ‘mister’-ivf in Nederland – resulteert in een consultatierondje langs zijn Europese collega’s. Gynaecoloog Kremer is voorzitter van de commissie veiligheid en kwaliteit van de European Society of Human Reproduction and Embryology (ESHRE), een vereniging van Europese gynaecologen en embryologen. Het rondje levert na drie weken een zestienregelige verklaring op die wacht op goedkeuring.

De inhoud: ‘De kans op een aangeboren afwijking is laag, ongeveer 3 procent. Kinderen die worden geboren na een ivf-behandeling, hebben een 40 tot 50 procent hoger risico op een geboorteafwijking. Die verhoging is terug te voeren op vruchtbaarheidsproblemen bij de ouders, niet op de ivf-techniek. Dit blijkt uit Zweeds onderzoek. Het recent gepubliceerde onderzoek van de Amerikaanse CDC bevestigt deze Europese bevindingen.’

Tegen het licht

Ook de landelijke ivf-werkgroep vasn de gynaecologenvereniging NVOG heeft afgelopen week besloten de geruststellende tekst in de folder voor patiënten aan te passen. ‘Een commissie gaat er mee aan de gang’, zegt Kremer, ook voorzitter van deze Nederlandse werkgroep. De ivf-folder, die in eerste versie dateert van 2004, is te lezen op de NVOG-website.

‘De folder zal tegen het licht worden gehouden en aangepast aan jongste stand van de wetenschap’, belooft Kremer die zijn hand in eigen boezem steekt dat dit niet eerder is gebeurd. ‘Die Zweedse studie dateert van twee jaar geleden. In de spreekkamer informeren gynaecologen hun patiënten al wel over dit verhoogde risico.’

Reageerbuisbevruchting is een techniek die al meer dan 25 jaar wordt toepast. Eicellen worden weggezogen uit de eierstokken van de vrouw, na hormoonstimulatie. De zaadcellen worden uit sperma geïsoleerd. Vervolgens worden in het laboratorium in een glazen schaaltje eicellen samengesmolten met zaadcellen. Slaat de bevruchting aan dan worden gevormde embryo’s teruggeplaatst in de baarmoeder.

De afgelopen jaren heeft de techniek diverse malen onder vuur gelegen vanwege vermeende bijwerkingen. Zes jaar geleden ontstond er een mediahype over een mogelijk verhoogd risico op oogkanker bij jonge kinderen. De aanleiding was een publicatie in het gerenommeerde Britse tijdschrift The Lancet, onder meer van het VU Medisch Centrum.

De onderzoekers meldden een verhoogd risico op het zogeheten retinoblastoom, een tumor in het netvlies. De bevinding is bijgeschreven als toeval. Beter uitgevoerde onderzoeken met veel grotere aantallen ivf-kinderen vinden geen significant verband met deze zeldzame vorm van oogkanker.

De vorige maand gepubliceerde Amerikaanse CDC-studie verstoort de jarenlange rust aan het ivf-front. Onderzoekers van het CDC enquêteerden telefonisch moeders van bijna veertienduizend baby’s met een dertigtal verschillende aangeboren afwijkingen. De moeders uit tien Amerikaanse staten werd onder meer gevraagd of de baby na een ivf-behandeling was geboren. Ter controle werden ook moeders van vijfduizend gezonde baby’s geënquêteerd. Resultaten zijn onder meer gecorrigeerd voor leeftijd van de moeder, ras en rookgedrag.

‘Het blijkt dat ivf-kinderen een verhoogd risico hebben op aangeboren afwijkingen’, zegt de verantwoordelijke onderzoeker Jennita Reefhuis vanuit Atlanta. De Nederlandse epidemiologe werkt sinds 2001 bij de CDC. ‘Een aantal afwijkingen springt eruit. Eenlingen geboren na ivf hebben een vijf maal verhoogd risico op slokdarmafsluiting, een vier maal verhoogd risico op rectumafsluiting, een twee maal verhoogd risico op een lipspleet en een twee maal verhoogd risico op een hartkamerafwijking.’

De Nijmeegse hoogleraar bevestigt dit verhoogde ivf-risico op geboorteafwijkingen. ‘Zweeds onderzoek onder ruim 16 duizend ivf-baby’s wijst eveneens op zo’n verhoogd risico. Dat hogere risico geldt echter niet alleen voor ivf-ouders maar voor alle baby’s die worden geboren uit ouders die meer dan een jaar pogingen hebben gedaan een kind te krijgen.’

Onderzoekers van de universiteitskliniek in Lund en van een vruchtbaarheidskliniek in Stockholm houden van zestienduizend ivf-kinderen gezondheidsgegevens bij. Daarmee is een correlatie tussen ivf en een specifieke aandoening boven water te halen, als die redelijk vaak voorkomt. De onderzoeksgroep, die met de jaren wordt uitgebreid, wordt continu gevolgd. De studieaanpak van de Zweden is preciezer, vindt Kremer. Gevolg daarvan is dat pas na eenlange periode significante resultaten zichtbaar worden.

De Zweedse onderzoekers hebben ter vergelijking ook gekeken naar een grote groep ouders uit de gewone populatie. Uit hun analyse blijkt dat onvruchtbare ouders – die langer dan een jaar bezig zijn geweest om zwanger te worden – eveneens een verhoogd risico lopen een kind te krijgen met een aangeboren afwijking.

‘Dat verhoogde risico is niet terug te voeren op de ivf-techniek’, zegt onderzoeker Karl-Gosta Nygren vanaf een congres in Mexico. ‘Ouders met een vruchtbaarheidsprobleem krijgen kinderen met een verhoogd risico op een afwijking. Het heeft iets te maken met de verminderde vruchtbaarheid. Mogelijk speelt erfelijkheid een rol.’

Kort door de bocht

Het kan best zijn dat de oorzaak bij de ouders moet worden gezocht, zegt de Nederlandse epidemiologe Reefhuis van de Amerikaanse CDC. ‘Voorlopig vind ik dit te kort door de bocht. Ouders willen de risico’s weten, de oorzaak is voor hen minder relevant. Uit diverse onderzoeken komen enkele aandoeningen naar voren. Ouders moeten worden geïnformeerd. ’

Nygren van de fertiliteitkliniek in Stockholm is hier niet zeker van. Hij is bezig met een verdere detaillering. ‘Het aantal ivf-baby’s in ons databestand is de afgelopen jaren verder uitgebreid om betere associaties te kunnen vinden met zeldzame aandoeningen. Er zitten nu 31 duizend ivf-kinderen in ons bestand. We zijn bezig die gegevens te analyseren. Over een half jaar verwachten we resultaten.’

Het verhoogde ivf-risico dat zowel de Amerikanen als de Zweden vinden, moet niet worden overschat, meent Kremer. In Nederland worden jaarlijks meer dan 4.600 kinderen geboren na een ivf-behandeling. Een op de 39 kinderen wordt zo geboren.

Van nature – in de algemene populatie – heeft 3 procent van de baby’s een aangeboren afwijking. Het gaat dan om een ernstige levenslange beperking of om een aandoening die operatief ingrijpen noodzakelijk maakt.

Er worden jaarlijks 180 duizend baby’s geboren; 3 procent of 5.400 daarvan hebben een aangeboren afwijking. Kremer: ‘In de ivf-populatie is dit aantal 4,5 procent. Of wel in plaats van de normale 138 baby’s met een aangeboren afwijking worden er in de ivf-populatie ongeveer 69 meer geboren. Het totaal aantal baby’s dat wordt geboren met een aangeboren afwijking ligt daarmee nog steeds laag.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden