Risico's van El Niño zijn beter in te schatten

De verzekeringsbranche, overheden en hulporganisaties zouden bewuster kunnen omspringen met periodiek wisselende weerpatronen. Dat zeggen de auteurs van een studie naar de invloed van de warmwatervloed El Niño op overstromingsrisico's wereldwijd.

Overstromingen in Bolivia in 2007, veroorzaakt door El Niño. Beeld anp

Bijna de helft van de bewoonde wereld voelt van het klimaatfenomeen in de Grote Oceaan afwisselend zowel negatieve als positieve effecten, aldus de studie waarvan hoofdauteur Philip Ward aan de Vrije Universiteit (Instituut voor Milieuvraagstukken) in Amsterdam werkt. De IVM-studie is mede gefinancierd door de verzekeraars, die volgens Ward 'zeker interesse hebben' in de uitkomsten.

El Niño en zijn tegenhanger La Ninã treden afwisselend op in de Pacific, ongeveer om de zeven jaar, en veroorzaken elk op hun eigen manier veranderingen in neerslagpatronen. Bij overstromingen vallen slachtoffers en is de materiële schade groot.

In de modellen van de VU-onderzoekers zijn neerslagberekeningen gekoppeld aan hydrologische modellen, die aangeven wat er met neerslag in een bepaald gebied gebeurt. In sommige gevallen zwellen rivieren en kanalen aan zonder dat risico's veel toenemen, omdat daar weinig mensen wonen of het economisch belang gering is. In andere gebieden zijn die risico's er wel.

Boliviaanse veehouders proberen hun koeien te redden na overstromingen door El Niño in 2007. Beeld anp

Overstromingsrisico

Een van de belangrijkste uitkomsten van de studie, aldus Ward, is dat het risico geen constante in de tijd is, maar een deels voorspelbaar periodiek karakter heeft. 'Dat biedt kansen voor effectief risicomanagement aan de kant van verzekeraars en hulporganisaties.' Het is bijvoorbeeld niet ondenkbaar dat een verzekeraar een risicopakket zal willen verkopen als er een wat riskantere periode nadert. Anderzijds kunnen ook risico-arme periodes interessant zijn voor het verhandelen van portefeuilles.

In El Niño-jaren, laten de berekeningen zien, hebben het oosten van India, Midden-Rusland, het zuidwesten van Australië, de Hoorn van Afrika en het hart van Latijns-Amerika het zwaar te verduren met tot meer dan 50 procent meer overstromingsrisico dan gemiddeld. In die jaren lopen Canada, Zuidelijk Afrika en Oost-Australië juist minder risico's dan gemiddeld.

De kaarten van Ward laten voor het eerst risico's zien van de wisselende neerslagpatronen. Soms leidt dat tot verrassingen. In de VS, bijvoorbeeld, wordt veel neerslag of juist droogte steevast gekoppeld aan El Niño of La Niña. Dat vertaalt zich echter niet in een sterke variatie van het overstromingsrisico, zegt Ward. 'De extra regen daar is lastig, maar dus niet meteen een ramp.'

In La Niña-jaren spelen neerslag en overstromingen juist een sterke rol in het oosten van Australië, Zuidelijk Afrika, en het noordwesten van de VS. West-Europa en het noordoosten van China hebben juist minder problemen.

Voor Nederland, zegt Ward, zijn El Niño en La Niña geen belangrijke factoren in het waterbeheer. Hier is de zogeheten Noord Atlantische Oscillatie (NAO) bepalender, vermoedt hij. Daar wordt nu ook onderzoek naar gedaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.