Recensie Boeken

‘Revolutionaire’ theorie over soortvorming van apenkenner Marc van Roosmalen is onwaarschijnlijk (één ster)

Apenkenner Marc van Roosmalen ontvouwt een 'revolutionaire' theorie over soortvorming. Alfamannetjes verdreven verbleekte soortgenoten, die vervolgens nieuwe kolonies stichtten.

Beeld Olivier Heiligers

Waarom de buren nooit deugen

Marc van Roosmalen; Prometheus; 320 pagina’s; € 24,99.

Hoe ontstaan planten- en diersoorten? Charles Darwin leverde in de 19de eeuw het mechanisme daarachter: evolutie door natuurlijke selectie. Wanneer er erfelijke verschillen zijn in kenmerken nodig voor de overleving, blijven die exemplaren over waarvan de kenmerken het best bij hun leefsituatie passen. Komen vooroudersoorten in een nieuw leefgebied terecht, met bijvoorbeeld ander voedsel of een gebied waarin verschillende camouflagekleuren nodig zijn, dan kan evolutionaire ‘aanpassing’ nieuwe soorten opleveren.

Dik 150 jaar na Darwin is de consensus onder biologen dat voor soortvorming een vorm van scheiding nodig is – zeg een rivier of bergketen – tussen exemplaren van een vooroudersoort. Anders wordt die soortvorming gesmoord door paringen waarin erfelijke kenmerken worden uitgewisseld. Onder eveneens door Darwin bedachte ‘seksuele selectie’ kiezen sommige exemplaren (vrouwtjes, meestal) bijvoorbeeld altijd een blauwgekuifde partner, terwijl andere alleen een roodgekuifde blieven. Zo leidt een virtuele barrière de soortvorming in.

In Waarom de buren nooit deugen presenteert de Nederlander Marc van Roosmalen, die decennialang de apensoorten van de oerwouden van het gigantische Amazone-rivierbekken van Zuid-Amerika bestudeerde, een naar eigen zeggen revolutionair soortvormingsproces. Het moet verklaren waarom er binnen families van nauw verwante apensoorten die verspreid door het Amazonegebied gescheiden van elkaar leven, behoorlijke verschillen in vacht- en huidkleur van allerlei lichaamsdelen bestaan. Daarom ook zijn de families ingedeeld in een flink aantal soorten en rassen.

Toch bewonen ze ongeveer gelijke bostypen, eten ze hetzelfde voedsel en kennen ze dezelfde vijanden. Natuurlijke selectie lijkt dus niet in het spel. Seksuele selectie valt ook af, want dan zouden de vacht- en huidkleurverschillen vooral bij mannetjes te zien zijn, wat niet zo is.

Van Roosmalen haalt een uit 1968 stammend principe over zoogdierkleuren aan. De oerkleur is daarin ongeveer die van een wild konijn. Dit verandert via een soort erfelijk verval onherroepelijk in zwart of rood, en van daaruit via ‘verbleking’ naar steeds lichtere tinten daarvan – en uiteindelijk spierwit.

En wat blijkt, stelt Van Roosmalen aan de hand van in zijn boek opgenomen verspreidingskaarten en nogal kleine afbeeldingen van Amazone-aapjes: een aapjessoort of -ras wordt bleker naarmate die verder verwijderd raakt van het Amazonegebied waar het voorvaderaapje leefde (of nog leeft). Het ‘revolutionaire’ zit hem in waaróm aapjes zich gingen verspreiden: doordat alfamannetjes van de in groepen levende apen steevast mannetjes met een door erfelijke verbleking afwijkend uiterlijk verdreven. Zulke ‘outcast’ mannetjes stichtten dan samen met veroverde vrouwtjes nieuwe kolonies. Voilà, de verklaring voor de verschillende vacht- en huidkleuren.

Discriminatie, agressie en sociale uitsluiting vormden de sociale apen oftewel ‘primaten’, is Van Roosmalens huiveringwekkende conclusie.

Helaas voor zijn theorie laten diverse stambomen van zoogdiersoorten die sinds 1968 zijn gemaakt op grond van dna geen enkel verband zien tussen soortvorming en verbleking. Directe waarnemingen van agressieve discriminatie heeft Van Roosmalen nauwelijks. Waarschijnlijker is dat veel van de varianten Amazone-apen voortkomen uit toevallig, door zich verleggende rivierlopen, van elkaar geïsoleerde groepjes voorouders, waarna sterke inteelt optrad.

Van Roosmalen trekt zijn theorie meteen maar door naar de sociale primaat de mens. Zo zouden donkergekleurde primitieve mensen lichtere broeders met geweld hebben weggejaagd uit het Afrika waar mensachtigen ontstonden, en zo verder tot in alle uithoeken van de aardbol.

Dat vroege menssoorten gewelddadig waren, weten paleoantropologen. De verspreiding van huidskleur is al verklaard door natuurlijke selectie (lichtere huid bij lage zonne-intensiteit, vanwege de aanmaak van vitamine D). Vermoeiende herhalingen in Van Roosmalens boek, wetenschappelijke termen wanneer die onnodig zijn, overbodige borstklopperige zijsprongen en een lachwekkend beperkte literatuuropgave bemoeilijken het zicht op waar hij een punt kan hebben en wat vergezocht is, of gewoon apekool.  

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden