'Rechercheur dna' is 30 jaar in dienst

Als de vermoedelijke Utrechtse serieverkrachter deze maand voor de rechter verschijnt, is dat met dank aan de Brit Alec Jeffreys, die dertig jaar geleden dna-sporen in het misdaadonderzoek introduceerde. In die tijd is het misschien wel het belangrijkste opsporingsmiddel van de politie geworden.

Beeld Arjan Benning

Op het oog bevat het kratje in de handen van de politieagent niks bijzonders. Bijna elke dag levert de politie zo'n kratje dat gevuld is met witte doosjes af bij de modernistische blokkendoos van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) in Den Haag. Wat niemand op deze ochtend, begin juli 2014, kan bevroeden, is dat in dit kratje, in een van de doosjes, onzichtbaar aanwezig op enkele wangslijmborsteltjes, de oplossing zit voor een al jaren slepend politieonderzoek, waarover tientallen rechercheurs zich het hoofd hebben gebroken.


Met mondkapjes om en haarnetjes op, om besmetting met eigen dna te voorkomen, openen de NFI-laboranten even later de doosjes met wangslijmborsteltjes. De topjes worden eraf geduwd en in reageerbuisjes met vloeistof gedaan nu zijn de dna-monsters klaar voor de 'dna-straat'. Robots zullen de komende uren het zojuist binnengebrachte onzichtbare erfelijke materiaal van verdachten en recent veroordeelde criminelen isoleren en analyseren. Van elk van hen zal straks een uniek profiel bekend zijn, bestaand uit pieken en cijfers. En dat niet alleen: hun unieke codes worden gestuurd naar de dna-databank voor strafzaken. Daarin worden ze vergeleken met sporenmateriaal dat is verzameld bij slachtoffers en op plaatsen-delict van duizenden onopgeloste zaken.


Elke week leidt dat tot meer dan honderd matches. Meestal, in 90 procent van de gevallen, wordt zo een relatief licht vergrijp opgelost, zoals een diefstal. Maar soms wordt er een overeenkomstig profiel gevonden in een moord-, overval- of verkrachtingszaak. Zoals nu.


'Yes, we got him', zegt Kees van der Beek, zodra hij over de match hoort. 'Praat er met niemand over en bel vlug het Openbaar Ministerie', is zijn reactie.


De beheerder van de dna-databank wordt alleen in bijzondere gevallen op de hoogte gesteld. Zoals in 2008 toen het dna van een pleger van huiselijk geweld matchte met sporen uit de Puttense moordzaak. -Niet eerder was deze Ron P. bij justitie in beeld als verdachte in deze beruchte zaak - zonder de dna-techniek zou de moord op Christel Ambrosius waarschijnlijk nooit zijn opgelost.


Datzelfde geldt voor de moord op Andrea Luten in 1993: na zeventien jaar bleek dat Henk F. het tienermeisje had vermoord en verkracht. Justitie kreeg F. pas in het vizier nadat er 'een lampje ging branden' in de dna-databank. Daarin was F.'s erfelijke materiaal beland na mishandeling van zijn vriendin.


Ook ditmaal, op deze zomerse dag, is het 'rechercheur dna' die justitie aan een verdachte helpt. En waardoor enkele dagen later, op woensdagavond 16 juli, de politie de blauwe deur van een Nieuwegeinse portiekwoning kan intrappen. Daar woont de 51-jarige Gerard T., die zijn wangslijm kort daarvoor had moeten afstaan na het stelen van een fiets; een lokfiets nota bene, die politiemensen hadden neergezet bij een winkelcentrum. Zijn unieke profiel van cijfers en pieken blijkt overeen te komen met dna-sporen die zijn veiliggesteld bij drie verkrachtingen: twee uit 1995 en één uit 2001. En dus weet justitie het vrijwel zeker. Gerard T. is de Utrechtse serieverkrachter, de man die jarenlang vrouwen in en rond Utrecht de stuipen op het lijf heeft gejaagd. Eind deze maand moet T. die tot nu toe heeft gezwegen voor de rechter verschijnen wegens zes verkrachtingen en elf pogingen daartoe.

Beeld eraxion
Beeld eraxion

Basale compositietekening

Dertig jaar na de introductie van dna in de forensische opsporing is het uitgegroeid tot een belangrijk, misschien wel het belangrijkste opsporingsmiddel. Dna wacht geduldig tot het wordt ontdekt en geeft daarna zijn geheimen prijs. Is de dader een man of een vrouw? Uit welk gebied komt hij? Heeft hij blauwe ogen, of bruine? En wat is zijn kleur haar? Deskundigen verwachten zelfs dat op termijn op basis van dna een basale compositietekening gemaakt kan worden. 'Als je ons de vrije hand geeft', aldus Peter de Knijff, 'dan kunnen we vroeg of laat vertellen wat voor eigenschappen iemand heeft.' Hij is directeur van het Leidse Forensisch Laboratorium voor dna-onderzoek. 'Maar het is de vraag of het wenselijk is om ons alle vrijheid te geven.'


In Nederland werd dna voor het eerst gebruikt in de zaak van de zogenoemde WTC-verkrachter. Twee jaar eerder had de Britse geneticus Alec Jeffreys in een 'blinding flash, an absolute eureka moment' ontdekt dat dna een rol zou kunnen vervullen bij opsporingsonderzoeken. Met behulp van zijn dna-vingerafdrukmethode werd het mogelijk de dna-kenmerken van lichaamscellen zichtbaar te maken.


'Op een zaterdagochtend las ik in een NRC-bijlage over de Britse dna-technieken. En ik dacht meteen: dit is het', zegt Cees Korvinus, de advocaat van de WTC-verkrachter en de eerste die in 1986 een dna-onderzoek eiste in Nederland. 'Ik piekerde me namelijk suf: hoe kan ik aantonen dat mijn cliënt het niet heeft gedaan?'


Zijn cliënt was de 21-jarige student Marcel van D., die beschuldigd werd van een reeks verkrachtingen en enkele pogingen daartoe bij het WTC-gebouw in Amsterdam. Hij zou tijdens uitgaansavonden bij meisjes op de bagagedrager zijn gesprongen, hen hebben bedreigd met een mes, hen hebben geblinddoekt en verkracht. Korvinus: 'Ik had piketdienst, Marcel van D. werd aan mij toegewezen. Soms weet je het meteen bij cliënten: hij was onschuldig, dit was de WTC-verkrachter niet. Hij was zo ontredderd.'


In eerste aanleg wordt Korvinus' verzoek om het dna van zijn cliënt te vergelijken met het sperma van de dader afgewezen. Het is nog te experimenteel, oordeelt de rechter. En zijn cliënt wordt veroordeeld tot tweeënhalf jaar cel.


Een jaar later, in hoger beroep, mag het alsnog. In Groot-Brittannië had het dna-onderzoek al in twee zaken succes gehad. 'De NFI-medewerker is toen met Marcels bloed en de sporen die op het slachtoffer waren aangetroffen naar Engeland gegaan', vertelt Korvinus. 'En op een gegeven moment kreeg ik een telefoontje. 'Ik heb goed nieuws', klonk het aan de andere kant van de lijn. 'Marcel van D. blijkt onschuldig. Er is geen spoortje twijfel'.'

Op 10 september 1984 ontwikkelt de Brit Alec Jeffreys een techniek om dna te gebruiken bij misdaadbestrijding

1989 Voor het eerst wordt een verdachte in Nederland vrijgesproken door dna-onderzoek.

1994 De eerste dna-wet wordt van kracht. Voortaan moeten verdachten van ernstige misdrijven, zoals moord en zedenmisdrijven, dna afstaan. Aanleiding zijn de zogenoemde clownspakverkrachtingen.

1997 De dna-databank is een feit.

Vanaf 2001 wordt het ook mogelijk om dna-onderzoek te doen bij bijvoorbeeld inbraken. Verdachten moeten vanaf nu meewerken aan dna-onderzoek bij misdrijven waarop een maximale straf van vier jaar staat. Dat was acht jaar.

2003 Het wordt wettelijk mogelijk voor dna-onderzoekers om ook onderzoek te doen naar uiterlijke persoonskenmerken, zoals de geografische herkomst en het geslacht. Sinds 2012 is het technisch mogelijk om oogkleur vast te stellen, daar komt binnenkort ook haarkleur bij.

2003 Na de moord op een bejaarde vrouw in Sint Philipsland wordt voor het eerst op grote schaal dna afgenomen bij de plaatselijke bevolking.

2005 Veroordeelden van delicten waar een straf van, moeten dna afgeven voor de databank: de eerste grote zaak die daardoor is opgelost, is de Puttense moordzaak.

2005 De verjaring van moord wordt afgeschaft door de opkomst van nieuwe technieken. Een dna-spoor blijft, mits goed bewaard, immers betrouwbaar bewijs. Vanaf 2012 kunnen alle zware misdrijven, waarop 12 jaar cel of meer op staat, niet meer verjaren.

2012 Er mag naar daders worden gezocht op grond van verwantschap, aanleiding is de moord op Marianne Vaatstra. Dit resulteerde in datzelfde jaar tot een grootschalig bevolkingsonderzoek in Friesland: daarbij werd ook gekeken of iemand mogelijk familie was van de dader.

Mysterieus

De eerste jaren na de ontdekking van Alec Jeffreys wordt dna-onderzoek vooral gebruikt om verdachten vrij te pleiten. 'Men vond het vrij mysterieus, begreep het niet echt. Maar als je onschuldig bent en je dat kan bewijzen door middel van dna-onderzoek, werk je wel mee', zegt Lex Meulenbroek, dna-expert van het NFI en auteur van Kroongetuige dna, een overzichtsbundel van 30 jaar forensisch dna-onderzoek in Nederland. Verdachten konden in die jaren nog niet verplicht worden mee te werken: destijds moest er bloed worden afgenomen om een goed profiel te verkrijgen en dat werd beschouwd als een ontoelaatbare aantasting van het lichaam.


Dat verandert na de Limburgse clownspakverkrachtingen. Eind jaren tachtig worden twee meisjes verkracht door een man in een clownspak in de buurt van Heerlen. Al snel komt de politie uit bij twee mogelijke verdachten: twee broers. De een werkt mee en de politie kan hem al snel uitsluiten. De tweede broer weigert daarentegen dna af te staan en wordt uiteindelijk vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs. De zaak leidt tot een fel maatschappelijk debat woedende vriendinnen, kennissen en plaatsgenoten van het tweede, 16-jarige slachtoffer demonstreren zelfs voor de rechtbank in Maastricht.


Mede door deze verontwaardiging komt er een eerste dna-wet. Vanaf 1994 zijn verdachten van zware misdrijven verplicht mee te werken aan vergelijkend onderzoek. En vanaf 1997 worden profielen van veroordeelden voor zware misdrijven opgenomen in de dna-databank.


Het is niet de enige keer dat maatschappelijke onrust na geruchtmakende zaken de dna-wetgeving beïnvloedt. Zo verlegt ook de zaak-Marianne Vaatstra de Friese tiener die in 1999 werd verkracht en vermoord grenzen in het gebruik van dna voor misdaadonderzoek. Als vlak na de moord op het meisje alle vingers beschuldigend wijzen naar het nabijgelegen asielzoekerscentrum, doet dna-onderzoeker Peter de Knijff iets wat wettelijk nog niet mag. De Knijff onderzoekt wat het dna van de dader zegt over zijn geografische achtergrond. Oftewel: kan een asielzoeker worden uitgesloten als verdachte? Ja, de dader bleek 'zeer waarschijnlijk' Noord-Europees, en geen asielzoeker zoals de boze bewoners uit het dorp van Vaatstra dachten.


Inmiddels kan je op basis van dna veel meer over iemands uiterlijk zeggen: sinds 2003 is het als gevolg van de Vaatstra-zaak mogelijk om naar uiterlijke kenmerken te zoeken, zoals kleur van de ogen en geslacht. Binnenkort komt daar de haarkleur bij, en ook huidskleur behoort straks tot de opties. Net als De Knijff verwacht Meulenbroek dat je in de nabije toekomst 'misschien over tien jaar' zelfs een basale compositietekening kunt maken op basis van dna: waaruit bijvoorbeeld ook de afstand tussen de ogen is af te meten. Meulenbroek: 'En de afstand tussen de oren en de ogen, de lengte-breedteverhouding van het gezicht, vroegtijdige kaalheid en sproeten. Je kunt op basis van dna een heel aardig beeld geven van hoe iemand eruitziet. Maar het blijft een indicatie.' De invloed van ziektes, of van buitenaf zoals littekens kun je immers niet achterhalen met behulp van dna-onderzoek.

Beeld Arjan Benning
Beeld Web-upload

Verjaren

Dna maakt het bovendien mogelijk een dader tientallen jaren na het misdrijf op te sporen, zelfs als hij al dood is. Omdat getuigen waarschijnlijk twintig jaar later niet meer precies weten wat ze hebben gezien, konden zware delicten tot voor kort verjaren. Dat is veranderd: een dna-spoor wacht immers geduldig op zijn match.

Zo ook in de zaak van Arthur Ghurahoo. Op een zwaarbewolkte augustusdag in 2005 stonden in witte pakken gehulde forensisch deskundigen op de spoorrails in de buurt van Maarssen. Negentien jaar eerder is de 11-jarige Ghurahoo vermoord. Hij werd half hangend in het prikkeldraad gevonden, en was misbruikt. Hoewel de politie een intensief onderzoek begon, werd de dader nooit gevonden. 'Er komt een tijdstip dat zo'n beetje alles is uitgerechercheerd, ook in een cold case. Je gaat dan kijken wat voor mogelijkheden je hebt. We konden niet uitsluiten dat een moordenaar onder druk van bijvoorbeeld de media zelfmoord zou plegen', aldus rechercheur Rob Boon in Kroongetuige dna.

Dus besloten hij en zijn collega als laatste mogelijkheid om opvallende zelfmoorden in de gaten te houden. En als kort daarna Joop L. zichzelf voor de trein werpt, sturen ze een team met forensische deskundigen naar de plek. Voetbaltrainer L. was een maand eerder opgepakt, omdat hij twee jongens van zijn team indiscrete mailtjes had gestuurd. Meulenbroek: 'Blijkbaar was hij na de mails bang geworden dat men zou ontdekken dat hij nog meer had gedaan en pleegde hij zelfmoord.' En hoewel het lichaam al verwijderd was, hoopte justitie op de rails alsnog L.'s dna te vinden om dat te vergelijken in de zaak van Ghurahoo. 'Er bleek een match. Deze zaak heeft me heel erg aangegrepen.'

De zegeningen van het dna zijn dus groot. Het is immers vrijwel onmogelijk een misdaad te plegen zonder celmateriaal achter te laten. 'Dat lukt je alleen als je een duikpak aantrekt en een latexmasker opzet', zegt De Knijff. 'Maar dan val je op een andere manier wel op.' De dna-deskundige die onder meer verantwoordelijk was voor doorslaggevend onderzoek in de Andrea Luten-zaak vindt echter wel dat rechters kritischer mogen kijken naar dit bewijs. Het gebeurt zelden dat hij wordt doorgezaagd over zijn onderzoeksresultaten. 'De laatste keer was in de Vaatstra-zaak, en dat terwijl tientallen van onze rapporten jaarlijks in de rechtbank belanden. Vooral in de eerste jaren was de rechtbank wel erg onder de indruk van deze voor velen toen onbegrijpelijke techniek. Dna heeft een betrouwbaar imago, het was alsof je het woord van God uitsprak. Maar je moet wel weten welke betekenis je aan het dna-bewijs toekent.'

Soms wordt er te veel waarde aan gehecht. Maar soms ook te weinig alleen omdat het de rechercheurs en het Openbaar Ministerie zo uitkomt. Zo werd Richard Kelly in 2002 gearresteerd. De politie verdacht hem van de moord op Andrea Luten uit 1993. Getuigen hadden jaren later een omschrijving gegeven van een man die op hem lijkt. Aangezien op Andrea's lichaam een schaamhaar was gevonden, wilde de politie Kelly's dna vergelijken met dat uit de haar. 'Ik wist heel weinig van dna-onderzoek. Ik dacht dat ze mijn haar zouden afknippen. Daarom zei ik: ja, hoor, daar heb ik wel een maandje kaalheid voor over. Wist ik veel dat ze alleen wat wangslijm nodig hadden', zegt Kelly nu. Kort daarna kreeg hij de onderzoeksresultaten. Er was geen match. 'Zie je wel, zei ik tegen de politie, ik zei toch dat ik het niet gedaan heb.'

Toch werd hij vervolgd: opeens oordeelde de politie dat de schaamhaar, waarvan tot dan altijd werd gezegd dat hij van de dader moest zijn, toch niet van de moordenaar was. 'Toen ze me arresteerden, bliezen ze hoog van de toren. Ik denk dat ze niet durfden toe te geven dat ze eigenlijk heel weinig tegen me hadden.' Kelly wordt uiteindelijk vrijgesproken en de echte dader duikt acht jaar later via de dna-databank alsnog op.

'Dna alleen zegt niet zo veel', zegt De Knijff. 'Je kunt niet zeggen, zijn sperma ligt hier, dus hij heeft het gedaan. Spermasporen geven alleen aan dat er seks is geweest, maar niet onder welke omstandigheden het daar is terechtgekomen. Is het wel een daderspoor? Die vragen moeten allemaal beantwoord worden.'

Zo probeerde een Britse serieverkrachter de politie om de tuin te leiden door een condoom te dragen tijdens verkrachtingen. Hij liet het sperma van andere mannen achter op het lichaam van zijn slachtoffers. De Knijff: 'Dat sperma verzamelde hij uit condooms die hij vond op afwerkplekken van prostituees. Dit was echter zo'n specifieke modus operandi dat de verkrachter alsnog tegen de lamp liep.'

Kroongetuige dna van Lex Meulenbroek en Paul Poley. Uitgeverij De Bezige Bij, 24,90 euro

Desoxyribonucleïnezuur

Wat is dna? Dna (desoxyribonucleïnezuur), de drager van erfelijke eigenschappen, bestaat uit lange moleculen met 23 chromosoomparen die in de kernen van al onze lichaamscellen zitten. In elke cel zit 5 meter dna opgevouwen onzichtbaar voor het oog. Dna is omhuld met eiwitten, zij zorgen ervoor dat het gevouwen blijft en dat het dna dat overal precies hetzelfde is in het lichaam op die specifieke plek in het lichaam precies doet wat het moet doen, zodat de nier de functie van nier vervult en het oog de functie van oog. Op het dna bevinden zich een groot aantal plaatsen die sterk verschillen per persoon.

Wat is de dna-databank? Dat is een beveiligde ruimte in het Nederlands Forensisch Instituut, een kamer met computers met zo'n 60 duizend profielen van bij misdaden gevonden dna-sporen, wachtend op een 'match'. De databank bevat daarnaast ruim 195 duizend profielen van verdachte en veroordeelde personen (voor misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan). Steeds meer misdaden worden in deze kamer opgelost.

Vanwege de gevoeligheid van de informatie zijn deze computers niet verbonden met de buitenwereld, om hacken te voorkomen. Er is een databank voor strafzaken, en een voor vermiste personen. Profielen van verdachten worden verwijderd zodra ze worden vrijgesproken of als de zaak wordt geseponeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden