RAMPINEREN, EEN MOOI WOORD

> RENÉ APPEL Letterkundige, schrijver en voetbaltaaldeskundige René Appel boog zich afgelopen week over de ‘witte’ en ‘groene’ spelling: ‘Het is goed om te ageren tegen een aantal onzinnigheden.’..

ZATERDAG 10 JUNI

Oranjegekte, oranjehysterie, oranjehype, oranjeverdwazing, oranje-euforie... De chroniqueurs van de nieuwe Nederlandse woorden kunnen hun verzameling voor het bekende eindejaarsstukje weer uitbreiden. Bij mij in de straat is geen spoortje oranje te bekennen. Te beschaafd? Te keurig? Overal lees je verhalen waarin geprobeerd wordt om de overtrokken opwinding te verklaren. Meestal gaat het in de richting van de zoektocht naar een samenbindende factor in onze gefragmenteerde, seculiere samenleving of een vergelijkbaar sociaal-cultureel verantwoord argument. Zou ’t? Is het niet vooral de cultuur van groter en meer, waaraan ook Koninginnedag en de Amsterdamse Uitmarkt ten prooi zijn gevallen? We kennen een vergrotende en een overtreffende trap, maar Nederland lijkt behoefte te hebben aan zoiets als een overtreffendste trap: groot, groter, grootst, groterst.

De zaterdag was verder vooral gevuld met veel taal. Voor mijn archiefje met jongerentaal heb ik nog eens het interview met Postman in de Volkskrant-kunstbijlage nagevlooid. Het stuk stond vol ‘dope shit’ en collega’s die wel ‘lauw’ waren; allemaal positieve kwalificaties, net als in Nederlandse jeugdtaal ‘moeilijk’ en ‘kapot’. Een moeilijke auto is namelijk kapot goed.

ZONDAG 11 JUNI

Vanmorgen twee vrouwen op de fiets. De één tegen de ander: ‘Ontzettend vervelend, zo’n blauwe teen.’ Iets verderop. Een jonge man begroet op de tramhalte een kennelijke vriend. ‘Heb je niks bij je, geen handdoek of zo?’ ‘Shit!’ Wie durft eigenlijk vol te houden dat er op een stille, warme zondagochtend niets te doen is? Het Vondelpark is vol met hardlopers en groepen buitenlanders op huurfietsen. Ooit, in een ver verleden met mijn beste vriend bedacht een bedrijfje met huurfietsen voor toeristen op te zetten. Maar zoals dat gaat met plannen die gestalte krijgen in het café: zelden worden ze werkelijkheid. Anders waren we nu miljonair geweest. Of aan de drank, of beide.

Cruijff was bij Nederland tegen Servië en Montenegro de ‘analist van dienst’, zoals dat wel heet. Hij liet aan Tom Egbers onder meer het volgende weten. ‘Er is maar één bal in het veld, dus zolang jij die heb, kunnen hun niet aanvallen.’ Geen speld tussen te krijgen. En: ‘Een bal is een essentieel onderdeel van het spel.’ Zo had ik er nog niet over nagedacht.

MAANDAG 12 JUNI

Het is verleidelijk en verslavend, en daarom des te beter dat ik vrijdag met vakantie ga.

Wandelen in Umbrië. Gisteravond na de boekpresentatie/verjaardag van Mensje van Keulen dus toch naar Angola tegen Portugal gekeken. Zelfs in de rust overgeschakeld naar Barend en Van Dorp, die in één kwartier minstens vijf keer zeggen dat ze in het plaatsje Titisee zitten, en dat is natuurlijk ook verschrikkelijk leuk. Ali B mocht een paar onverstaanbare dingen zeggen over de wedstrijd. Dat rappen meestal onverstaanbaar is – voor mijn oren in ieder geval – daar ben ik al aan gewend, maar praten, gewoon articuleren, dat moet toch kunnen? Maar goed, de Almeerse Marokkaan of Marokkaanse Almeerder won weer mijn sympathie, toen hij vertelde dat hij na de wedstrijd nog wat zou gaan zingen, om de boel eens flink* ‘te* eh, te rampineren’. Mooi woord. Een kleine zoekactie via Google levert als vindplaats ‘Vanden vos Reynaerde’ op, en het oude Middelnederlandsch Handwoordenboek van Verdam geeft de volgende betekenissen: uitschelden of beschimpen (iemand rampineren) of vernielen (iets rampineren).

Evert ten Napel had het vanmiddag over een gekraakt schot, een afgejaagde bal en een mooie stop van de keeper. Iedereen die dit niet begrijpt moet de cursus Voetbaltaal van Bert Wagendorp maar gaan volgen.

DINSDAG 13 JUNI

Vanmiddag deelgenomen aan een Forum over de nieuwe spelling: ‘appel vs. appèl’. Organisatie: het instituut voor Media en Informatie Management, een hbo-studie die vroeger – onder een andere naam – vooral voor bibliotheekwerk opleidde. De vraag was: wat moeten we onze studenten leren, de groene spelling (van de Taalunie, en dus officieel) of de witte (van het Genootschap Onze Taal, en dus officieus of alternatief)? We waren het er eigenlijk wel over eens dat er weinig verschil zit tussen groen en wit, en dat de regels van ‘wit’ vaak wat eenvoudiger en beter doordacht lijken. Alle Forum-deelnemers, behalve Paul Arnoldussen van Het Parool, raadden aan om op wit te koersen.

Vanwege de geringe verschillen is het eigenlijk veel geschreeuw en weinig wol, als het gaat om de spellingverandering, betoogde Ewoud Sanders. Ook schrijvers hebben er geen last van. Spellingcontrole en een goede redacteur halen de ongerechtigheden wel uit een tekst, en of die daarmee de witte of de groene normen gehoorzaamt, zal velen een zorg zijn.

Toch, en dat heb ik zelf benadrukt, is het goed om te ageren tegen een aantal onzinnigheden in de groene spelling, die door een vreemd soort regelzucht van deels licht bejaarde linguïsten tot stand zijn gekomen. Daarom is het bijvoorbeeld officieel nu ‘re-integratie’, maar ‘reïncarnatie’ geworden. Argument: ‘integratie’ komt ook los voor, en ‘incarnatie’ niet.

De aversie tegen de groene spelling heeft vooral een symboolfunctie: we nemen het niet meer dat een groepje geleerden aan de spelling gaat knutselen, waarbij vertrouwde woordbeelden naar de lexicale schroothoop worden verwezen. De verwachting is dat de Taalunie het wel uit haar hoofd zal laten over een kleine tien jaar weer aan zo’n exercitie te beginnen.

Ter opluistering van het geheel was er een optreden van het rapduo ‘Deadly touch’. Hun slotnummer (of laatste pokoe in jongerentaal) had als belangrijkste tekst: ‘Hou je hoofd cool, en fok de rest.’ Die boodschap kwam niet meer aan bij schrijver Pim Wiersinga, die aan eind verklaarde dat hij ‘totaal in verwarring’ was. Eigenlijk was hij een tegenstander van spellingverandering. Die van 1995 was hem al te veel. ‘Maar nu denk ik dat er toch één spelling moet zijn, en dan moet er dus weer een spellingcommissie komen die voorstellen gaat maken, en dat wil ik juist weer niet.’

WOENSDAG 14 JUNI

Vanochtend in het water van de Kloveniersburgwal weer een mooie ondergelopen boot gezien, met als bonus een meerkoetjesnest erin (ouderpaar plus vier kersverse jonge vogeltjes; lekkere hapjes voor de gretige bek van de waterrat). Ik heb een foto gemaakt om toe te voegen aan mijn digitale collectie ‘verdronken boten’, die nu al tientallen exemplaren bevat. Ja, een bootje in de gracht, bij mooi weer lekker varen, het water op, vrijheid, genieten* Zo is het allemaal ooit begonnen. Nu rest er nog een machteloos, half onder water liggend vaartuig, dat alleen nog dienst kan doen als ondergrond voor een eenden- of meerkoetjesnest. Foto’s van die nesten ‘spaar’ ik overigens ook.

Nu ik toch op de Kloveniersburgwal was, ben ik weer even langsgegaan in ‘The Book Exchange’, de tweedehands boekhandel voor Engelstalige boeken. Voorheen bestierd door Barry, een Amerikaanse wereldreiziger en fotograaf die ooit in Amsterdam was blijven hangen, en anderhalf jaar geleden is overleden. Voor hem was de uitdrukking ‘a deadpan face’ uitgevonden. Gerben Hellinga vertelde me eens dat hij een keer in de winkel stond, en dat een potentiële klant van alles en nog wat vroeg aan Barry over de beschikbaarheid van boeken. Zijn reactie: ‘I don’t like to help people.’ Voor een ouwehoerverhaal over het leven in het algemeen en boeken in het bijzonder was iedereen altijd welkom, maar lastige klanten die van alles willen weten? Schei toch uit. En dan stak Barry weer een sigaret op. Het was tenslotte zijn eigen zaak.

DONDERDAG 15 JUNI

Van de trein afgehaald door een medewerker, en uiteraard weer de traditionele vraag: ‘Goeie reis gehad?’ Als rondreizende schrijver kom je nog eens ergens, en ik was nog nooit eerder in Tiel geweest. Of een mens daar veel aan mist, zou ik niet direct durven beweren. In de Openbare Bibliotheek hadden zich negen belangstellenden verzameld voor mijn lezing over misdaadliteratuur. Of specifieker: over de manier waarop een boek van mij tot stand komt, het kijkje in de keuken van de schrijver. Waar haal ik mijn onderwerpen vandaan, hoe werk ik die uit, wat is het belang van research? Mensen denken bijna altijd dat thrillerauteurs de plot in schema klaar hebben voor ze aan het schrijven beginnen. Ze zijn verbaasd als ik vertel dat ik soms op tweederde van het boek zelf de afloop of de ontknoping nog niet weet. Alle negen aanwezigen waren het erover eens: de thuisblijvers – en zeker de kijkers naar Duitsland - Polen – hadden ongelijk gehad.

VRIJDAG 16 JUNI

De laatste zinnen in dit weeklog. Straks met tram en trein naar Schiphol, en dan naar Italië. Niet meer het wit en groen van de spelling, maar de Italiaanse tricolore: groen, wit en rood.

Verder geen WK meer voor mij, en dat is misschien maar goed ook. Of je ziet alles en gaat helemaal op in roes en euforie (dat kan zonder een oranje klomp op je hoofd te zetten) òf je ziet niets. Als Nederland tegen Ivoorkust speelt, zit ik in Spoleto. Er zijn slechtere plaatsen denkbaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden