Interview

Radicalisering los je niet op met stages en opleidingen

Ouders spelen nauwelijks rol bij radicalisering

Hoe wordt een tiener een skinhead, links-radicaal, extremistische dierenactivist of moslimfundamentalist? Niet zozeer moeizame familiebanden of slechte sociaal-economische omstandigheden verklaren dat, wel een ontspoorde zoektocht naar de eigen identiteit. Dat concluderen onderzoekers in Nederland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Hun studie naar (de)radicalisering verschijnt dinsdag.

Het protest van Pegida (Demonstranten van Pegida voeren actie tegen de komst van vluchtelingen die moslim zijn) in de Utrechtse binnenstad heeft tot opstootjes geleid nadat tegenstanders van de beweging het Vredenburg probeerden te bereiken. Foto anp

De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid is een van de opdrachtgevers. De Utrechtse pedagogen prof.dr. Micha de Winter en dr. Stijn Sieckelinck coördineerden het internationale onderzoek. 'In de drie landen is gesproken met mensen die hun radicale periode achter zich hebben gelaten én met een familielid', zegt De Winter. 'Deradicalisering betekent niet per se dat ze hun extreme denkbeelden hebben afgezworen, maar ze zijn niet langer bereid geweld of andere ondemocratische middelen te gebruiken.'

Wat drijft de geradicaliseerde ziel?

De Winter: 'Het zijn vaak gepassioneerde persoonlijkheden die een vonk voelen. Wereldverbeteraars, haast modelburgers in de zin dat ze écht betrokken zijn bij wat er gebeurt. Alleen: ze zijn op drift geraakt. De vraag is vervolgens: bieden we ze genoeg ruimte om iets te doen met hun idealen, ook al keuren we die af? Het is te simpel om te zeggen: regel stages, opleiding en werk, dan komt het goed.'

De Britse, Deense en Nederlandse inlichtingendiensten denken verschillend over de vraag of radicalisering leidt tot terrorisme.

Sieckelinck: 'De Britten leggen dat verband heel direct, de AIVD houdt het open. Radicalisering betekent in Nederland dat je afwijkende, extreme idealen nastreeft die de democratische orde kunnen aantasten. Als je je zorgen begint te maken over een radicaliserende jongere, hoeft dus niet meteen het terroristenalarm af te gaan. Het heeft geen zin radicalisering alleen vanuit veiligheidsperspectief te bezien. De pedagogische vraag is: komt de opvoeding thuis en op school in het gedrang?'

MIVD: radicalisering niet altijd zichtbaar

Volgens de MIVD is radicalisering niet altijd zichtbaar. Daarmee reageert Defensie op de waarschijnlijk overgelopen sergeant van de luchtmacht naar Islamitische Staat in Syrië. De militaire inlichtingendienst doet onderzoek naar radicalisering. Daarbij wordt gelet op 'herkenbaar en feitelijk gedrag' van militairen, maar dat gedrag is er niet altijd.

Welke rol speelt opvoeding bij radicalisering?

Sieckelinck: 'Veel geradicaliseerde jongeren komen uit gebroken gezinnen: ouders gescheiden, weinig of helemaal geen contact met de vader. Als je thuis geen warme band voelt, ga je op zoek naar een surrogaatfamilie met warmte, steun, gezag. Maar zelfs in gezinnen met liefhebbende relaties, kan een jongere extreem gedachtengoed ontwikkelen omdat de magnetische kracht van die idealen enorm is. Zo iemand voelt: ik móét iets doen, het is immoreel om niks te doen.

De Winter: 'Toch zijn ouders zelden de rechtstreekse aanleiding voor radicalisering. Vaak lukt het ouders niet om weerwoord te bieden. Ik sprak een voormalige neonazi die op zijn veertiende al Mein Kampf uit zijn hoofd kende. Zijn ouders namen hem mee naar Auschwitz en oorlogsmusea, maar het hielp niets. Islamitische ouders hebben vaak niet in de gaten welk extremistische ideeën hun kinderen opdoen via internet en sociale media.'

Hoe kan zoiets je ontgaan?

Sieckelinck: 'Als je geen idee hebt wat je kinderen drijft, ben je nog geen disfunctioneel gezin. Maar het betekent wel dat je je kinderen dichter op de huid moet zitten. Als je merkt dat het mis gaat, kan je om hulp vragen.'

Signaleren scholen tijdig radicaliseert?

De Winter: 'Lang niet altijd. Na de aanslagen op Charlie Hebdo waren er ook jongetjes die zeiden: als ik een geweer had, zou ik hetzelfde hebben gedaan want ze hebben de profeet beledigd. Veel leerkrachten waren van hun stuk gebracht. Andere docenten zeggen met zoveel woorden: discussies in de klas over Geert Wilders, daar begin ik niet aan. De docenten hebben dus ook een pedagogisch probleem.'

Onderwijs tegen verleiding jihad

Steeds meer scholen worden geconfronteerd met dubieuze uitspraken en provocaties van leerlingen over Islamitische Staat (IS). Vanuit diverse Europese landen vertrekken scholieren (meisjes en jongens) naar het kalifaat om te vechten of te trouwen met een mujahid (strijder). De scholen staan 'in de frontlinie' van de strijd tegen radicalisering. De sleutelfiguren (docenten, decanen, veiligheidsmanagers) hopen dat de ministers zich laten inspireren door personen die met hun poten in de modder staan.

Wat is de oplossing?

Sieckelinck: 'Je moet denken in pedagogische coalities, met ouders, de school, de imam, noem maar op. Het maakt ouders sterker als je samen optrekt, omdat die andere partijen óók een morele autoriteit hebben. Het probleem is te groot voor individuele ouders en leerkrachten. Het voelt voor kinderen anders als ze weten dat ouders en docenten samen over het probleem praten.'

Hebben die echt gezag? Laten jongeren zich niet vooral leiden door sociale media of ronselaars?

Sieckelinck: 'Gezag moet je niet zien als iemand die in alles blind wordt gevolgd. Een 21ste-eeuwse gezagsdrager is benaderbaar, zichtbaar in de gemeenschap. Het gaat niet om een blok autoriteiten die samen de jongeren wel eens mores gaan leren.' De Winter: 'De cultuur moet zijn dat je van alles mag vinden, maar dat het óók heel normaal is dat je wordt tegengesproken. Dat is nog heel lastig op scholen.'

Meer over