Psycholoog buitenspel in Nederlandse topsport

De psycholoog is nog steeds een buitenstaander in de Nederlandse topsport. Ook in de olympische ploeg voor Sydney zal de zieleknijper ontbreken....

De omvangrijke Nederlandse ploeg voor de Olympische Spelen zal 150 begeleiders bevatten, maar het NOCNSF neemt geen enkele sportpsycholoog mee naar Sydney. 'We kiezen alleen voor begeleiders uit de eerste ring', zegt Joop Alberda, teamdirecteur.

De accreditaties voor de staf worden toegewezen aan die eerste lijn: bondscoaches, assistent-trainers, privé-coaches, teamartsen, paramedici, videomensen, scouts, materiaalmensen en managers. Voor de omvang van de begeleidingsstaf geldt de '55 procent regeling'. Met elke honderd atleten mogen van het Internationaal Olympisch Comité 55 begeleiders worden meegestuurd.

De Nederlandse ploeg, nu al 240 atleten groot en het gezelschap zal waarschijnlijk uitgroeien tot een groep van 300, hanteert voor de begeleiding andere maatstaven dan internationaal gebruikelijk is.

Groot-Brittannië, zo betoogde sportpsycholoog Syer onlangs opeen voorlichtingsavond van NOCNSF, zal in vrijwel elke tak van sport gespecialiseerde mentale begeleiders meesturen.

Alberda, sprekend namens het team-de-mission, meent dat mentale begeleiders zoals sportpsychologen in de 'tweede ring' thuishoren. Daar huizen ook fysiologen, haptonomen en optometristen. Voor deze staflieden is tijdens het evenement geen plaats. 'Ruim voordat we het vliegtuig naar Australië instappen, zal het werk op dat vlak gedaan moeten zijn.'

In de olympische topsport in Nederland is slechts een kleine groep sportpsychologen actief. Het NOCNSF werkt met de Groep van Vijf, waarin L. de Ridder-Meijer, H. Menkehorst, F. van den Berg, R. Schuijers en T. Damen actief zijn. De denktank wordt ondersteund door twee collegae: W. Keizer en J. Looman. Op dit moment worden de olympische judoka's, roeiers, waterpolosters en handboogsporters actief begeleid.

Bondscoach Carry van Gool van de olympische handboogploeg is tevreden over het werk van de bij haar bond ('voor een uur per maand') aangestelde Schuijers. 'Acht jaar geleden heb ik bij mijn aanstelling geschreven dat we in Nederland goede schutters hebben, maar dat op het mentale vlak vooruitgang is te boeken. De open ronde ging altijd goed, maar in dual matches kregen onze mensen het zwaar. Daarom staat mentale begeleiding nu standaard in de topsportbegroting van onze bond.'

Om de mentale last van de handboogsport te onderschrijven is sportpsycholoog Schuijers, bekend uit de schaatswereld en taekwondo, zelfs bevorderd tot assistent-coach. Hij was eind maart mee naar het trainingskamp in Cuba, maar zal in september niet meereizen naar Sydney. Van Gool: 'In deze maand, april dus, moet de voorbereiding op dat vlak zijn afgerond.'

Teamdirecteur Alberda gaat ervan uit dat in Sydney de mentale begeleiding als vanouds in handen is van de betrokken bondscoaches. 'Zij zijn de besten van Nederland. Zij kunnen dat aan, zij hebben de basale vaardigheid om goed te handelen.'

De coach is, in de visie van de voormalige volleybalcoach, vooral een mental trainer. 'Van volleybalcoach Arie Selinger tot handbalcoach Bert Bouwer laten onze coaches hun sporters in doelen geloven. Zij hebben de potentie om blokkades weg te werken.'

Alberda is van mening dat niet al het werk van de coach voortdurend in kleinere stukjes gehakt moet worden en dat niet alle arbeid gedelegeerd kan worden. 'Je kunt een videoman wel weer laten assisteren door een snij-expert, maar de coach zal die wedstrijd toch zelf ook geheel op tape moeten zien. Anders raakt de essentie weg.'

Het voortdurende uitdijen van de staf brengt bovendien een groeiend kostencijfer met zich mee. Mentale begeleiding is vooralsnog nauwelijks begroot in de Nederlandse topsport. In de volgende olympiade (2001-2004) zal het een van de vijf aandachtsgebieden worden.

Mede daardoor zal het olympisch voorbereidingsbudget met vijftig procent groeien, naar zestig miljoen. Coach Van Gool kent de praktijk: 'De kosten van een sportpsycholoog zijn toch van een andere schaal dan andere begeleiders. Met andere woorden: op deze post valt snel te snijden.'

Alberda is voor een volgende periode voorstander van meer aandacht voor de mentale kant van de sport. 'Maar in Nederland zijn we nu nog niet zo ver', stelt hij vast. Voorlopig houdt hij vast aan 'versimpelen'. 'Het is: op dat startblok, vijftig meter zwemmen, keren, zwemmen en aantikken.' Simpele dingen 'verrotte goed' doen was altijd Alberda's adagium.

De Groningse NOC'er pleit ook voor volwassenheid in de benadering, in plaats van te vaak handjes vasthouden. 'Er moet straks zelfstandig een prestatie geleverd kunnen worden. De Spelen duren veertien dagen en een gemiddeld olympisch toernooi een week. Dan is er geen tijd meer om balans te zoeken. Die moet er op het beslissende moment al lang zijn. Het zou toch een ramp zijn als we dat allemaal in de eindfase nog voor elkaar moeten boksen.'

De mentale begeleiding en training behoren een lange-termijnproces te zijn. Daarom ziet het team-de-mission niets in het overhaast meenemen van sportpsychologen. Een dergelijke verplichting valt bovendien niet gemakkelijk centraal - lees: door het NOC - op te leggen. Alberda: 'Je kunt niet zomaar kort voor zo'n belangrijk toernooi een hecht begeleidingsteam gaan veranderen.'

De olympische succescoach van 1996 kent de gevaren. 'De Italiaanse volleybalploeg voegde in '96 een stress-psycholoog toe aan de staf voor Atlanta. Elke dag werd het team geconfronteerd met het gegeven dat er stress zou kunnen zijn in het kamp.' De uitkomst: Nederland, met zijn minimale staf, won de olympische volleybalfinale.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.