Psychoanalyse 2.0: De tijd dat analytici alles relateren aan Freud is voorbij

Honderd jaar na de introductie van psychoanalyse in Nederland is het prestige van de oertherapie verbleekt - niet meer vergoed, geen verplichte kost meer aan de universiteit. Maar een kleine groep analytici houdt stand en in de literatuur leeft Freud nog altijd voort.

Beeld Rein Janssen

Als Marc Hamburger op een feestje vertelt dat hij psychoanalyticus is, vragen mensen eerst: 'Bestaat dat nog?' En vervolgens: 'Heb je ook zo'n divan staan?' Ja dus.

Honderd jaar na de introductie van de psychoanalyse in Nederland liggen er op jaarbasis zo'n zeshonderd patiënten vier tot vijf keer per week op de sofa op eigen kosten. De divan staat dus niet helemaal bij het grof vuil. Maar het prestige van de psychoanalyse is verbleekt. Op de universiteit is het allang geen verplichte kost meer. En in de instellingen voor geestelijke gezondheidszorg is het analytisch gedachtengoed ook aan het verdwijnen.

Wie tegenwoordig in therapie gaat, krijgt in pakweg acht op de tien gevallen cognitieve gedragstherapie. Een tiental sessies. Snel. Goedkoop. En gericht op een oplossing. Zo kun je een depressie aanpakken door af te rekenen met ziekmakende gedachtenpatronen als: 'mijn leven is toch mislukt' of 'niemand is geïnteresseerd in mij'.

Zo'n aanpak biedt vaak snel resultaat en past goed in de tijdgeest, zegt Frans Schalkwijk, psychoanalyticus in Amsterdam en auteur van het boek Dit is psychoanalyse. 'Het is ook populair bij studenten, want het sluit aan bij de gedachte dat de mens maakbaar is. Als je het gedachtenpatroon doorbreekt waarmee je jezelf telkens de put in praatte, komt alles weer goed. Soms is dat ook zo. Maar psychoanalytici menen dat achter zo'n denkpatroon emotionele patronen zitten die in de vroege kindertijd zijn ingesleten en die het heden kunnen blijven verzieken.'

Eindeloos wroeten in de kindertijd heeft afgedaan. De psychiatrie en psychologie zoeken de oorzaken van psychisch lijden in biologische factoren zoals een hersenstofje te veel of te weinig, genetische aspecten en afwijkende hersenprocessen. Dat los je niet op met praten. Een pil ligt meer voor de hand als je een depressie ziet als een chemische disbalans.

Het voordeel van pillen en kortdurende gedragstherapie is dat je de effectiviteit ervan kunt onderzoeken volgens de huidige wetenschappelijke standaarden. Je geeft twee vergelijkbare groepen patiënten verschillende therapieën en je meet na verloop van tijd wie er het beste voorstaat. Dat is met psychoanalyse niet te doen, zegt Sylvia Janson, psychoanalyticus in Leeuwarden. 'Patiënten willen het niet. Met dit soort onderzoek lopen ze de kans in een controlegroep terecht te komen en dus niet de best denkbare behandeling te krijgen. Daarvoor is hun lijden te groot.'

Sektarische trekjes

Zorgverzekeraars geven de voorkeur aan therapieën die wel bewezen effectief zijn. En dus werd de vergoeding voor de liggende therapie in 2010 afgeschaft.

Dat het effect van psychoanalyse lastig te onderzoeken is, staat buiten kijf. Aan de andere kant is het nauwelijks serieus geprobeerd. Analytici hebben een hekel aan statistiek. Aan meten en weten. Ze hebben de bakens niet tijdig verzet toen er een heel andere wind opstak in de wetenschappelijke wereld waarin je tegenwoordig aan de lopende band moet publiceren, onderzoek moet doen en subsidies moet binnen harken. En dus kent Frans Schalkwijk niet één hoogleraar psychiatrie meer die analyticus is. Pakweg dertig, veertig jaar geleden waren ze het allemaal. En van de hoogleraren psychologie de helft.

Niet alleen de boze buitenwereld heeft de psychoanalyse op achterstand gezet. Dat hebben de analytici ook zelf gedaan. Het is een gezelschap met sektarische trekjes dat harde conflicten uitvocht over wie het meest zuiver in de leer was. 'Dat remde natuurlijk de vooruitgang', aldus Schalkwijk, die nadrukkelijk in de verleden tijd spreekt. 'Als je je bij alles moet afvragen of Freud dat ook zo gezegd zou kunnen hebben. Brrr. Om gek van te worden.' Door al die twisten en afsplitsingen bleef er weinig energie over om de heilzame kanten van de bankanalyse te delen met een breder publiek.

Geen oogcontact

Psychoanalyse is de oudste en meest intensieve vorm van psychotherapie. Aan de wieg ervan staat Sigmund Freud (1856-1939). De patiënt ligt vier tot vijf keer per week op een divan, gemiddeld vijf jaar lang. De psychiater zit achter de patiënt. Zonder oogcontact zou het makkelijker zijn gedachten en gevoelens vrijelijk uit te spreken. In de behandeling staat het persoonlijke verhaal van de patiënt centraal en de relatie tussen de patiënt en de psychiater. De grote bloei van de psychoanalyse in Nederland kwam na de Tweede Wereldoorlog toen in de psychiatrie de psychotherapie centraal kwam te staan. Daarbinnen was psychoanalyse de belangrijkste richting.

De jongere generatie analytici gruwt van dat tumultueuze verleden met botsende ego's. Vooruitlopend op dit jubileumjaar zijn de drie (!) verschillende organisaties voor de pakweg 450 analytici in Nederland gefuseerd. Een klein wondertje. 'Die nieuwe generatie wil zich niet meer door het verleden laten terroriseren', constateert de Amsterdamse analyticus Schalkwijk tevreden.

Daarmee bedoelt hij dat de tijd dat analytici alles relateren aan Freud voorbij is. En dat moet volgens Schalkwijk ook, want veel begrippen van Freud en die uit de psychoanalyse zijn achterhaald. Zoals de visie van Freud op de vrouw: een gemankeerd wezen. Zijn ideeën over homoseksualiteit als het mogelijk gevolg van een verstoorde ontwikkeling hebben ook afgedaan. En de jonge garde analytici heeft zich losgemaakt van de beruchte zienswijze dat alles, maar dan ook alles verklaard kan worden uit seksuele driften.

Wat blijft, is dat psychoanalyse de oermoeder is van alle therapieën. Het was de eerste behandeling van psychisch lijden waarbij naar de patiënten werd geluisterd. Best bijzonder in een tijd waarin psychiatrische patiënten nog veelvuldig werden vastgeketend en gedrogeerd met opiaten en hysterische vrouwen een bekkenmassage kregen.

Alle andere psychotherapieën zijn op de een of andere manier schatplichtig aan de psychoanalyse. Zo twijfelt niemand aan het bestaan van het onbewuste de belangrijkste 'uitvinding' van Freud. Met de begrippen overdracht en tegenoverdracht uit de psychoanalyse wordt ook in andere therapievormen volop gewerkt. Overdracht wil zeggen dat patronen zich herhalen: je reageert op je omgeving op een manier die eigenlijk thuishoort in het verleden. Omdat je moeder je vroeger in de steek heeft gelaten, denk je bij het minste of geringste dat je partner je ook in de steek gaat laten of je beste vriend of je therapeut.

Springlevend is ook de analytische notie dat we in onze kindertijd afweermechanismen ontwikkelen om met nare emoties om te gaan. Dat zijn trucjes die de geest onwillekeurig gebruikt om zich te beschermen tegen verdriet en angst. Een bekend voorbeeld is projectie. Dat is een lastig gevoel uit de weg gaan door het toe te schrijven aan een ander. Bijvoorbeeld: niet aan je partner en jezelf durven opbiechten dat je een hekel aan hem hebt gekregen, maar zeggen: jij hebt de pest aan mij, hè?

Het analytisch gedachtengoed timmert ook aan de weg door de ontwikkeling van nieuwe, kortdurende therapieën waarvan het effect wel is aangetoond. Denk aan de schematherapie. Iemand die iedereen onbewust op afstand houdt, kan bijvoorbeeld op jonge leeftijd een ouder verloren hebben. Het schema is: geen relaties aangaan uit angst weer een geliefd iemand te verliezen.

'Wij-zijn-ons-breinmaffia'

Mentaliserende therapie bouwt eveneens voort op het gedachtengoed van Freud, waarbij de patiënt leert zijn eigen en andermans gedrag te begrijpen vanuit achterliggende gevoelens. Iemand die niet kan mentaliseren komt niet verder dan: Ja, zo ben ik nu eenmaal. De klassieke bankanalyse is voor het over-, overgrote deel van de patiënten een brug te ver. Nu en vroeger. Je moet behoorlijk lijden om vier tot vijf keer per week bij de dokter op de divan te gaan liggen. En dat pakweg vijf jaar lang. Al gauw een onkostenpost van 16duizend euro per jaar, rekent analyticus Sylvia Janson voor. Voor sommige patiënten die wel een analyse nodig hebben maar geen geld, rekenen analytici aangepaste prijzen. 'Ik heb patiënten die een dag extra zijn gaan werken, die nooit op vakantie gaan. Je moet veel tijd en geld investeren. Bereid zijn in jezelf te graven. En de kracht hebben om na elke sessie weer van de bank op te staan en naar je werk te gaan, de draad van het leven weer op te pakken. Dat kan niet iedereen.'

Janson hoopt dat de psychoanalyse er in de toekomst in slaagt terrein terug te winnen. Ze ziet kleine lichtpuntjes. 'Toen ik zes jaar geleden in Leeuwarden een praktijk begon, zeiden de Friezen hier: je moet in Amsterdam gaan zitten. Daar zitten de yuppen die zo nodig in zichzelf willen wroeten en het geld hebben. Maar ik heb in Leeuwarden een bloeiende analyse-praktijk. Ik zit vanaf dag één helemaal vol.'

Ze verwacht dat de 'wij-zijn-ons-breinmaffia' over zijn hoogtepunt heen is, evenals de populariteit van antidepressiva. 'Duurzaamheid is in. Mensen zoeken weer verdieping.' Janson is opgetogen over de grote belangstelling van studenten voor de zomercursussen psychoanalyse ook al levert die Summer University ze nul studiepunten op.

En het kán anders. In Frankrijk is de sofa nooit echt verguisd geweest. In Duitsland wordt psychoanalyse nog steeds deels vergoed. In België roeren vooral psychoanalytici de trom. Zowel aan de universiteit als in het publieke debat.

Maar aan de Nederlandse universiteiten is de teloorgang van de psychoanalyse een feit. Toekomstige hulpverleners worden niet meer ingewijd in het gedachtengoed van de psychoanalyse. En de kans dat psychoanalyse weer verzekerde zorg wordt, is nul.

Verder lezen

100jaarpsychoanalyse.nl

Psychoanalysesummer.nl

Frans Schalkwijk: Dit is psychoanalyse. Boom, 2006, 359 pagina's


Ervaringen kregen woorden

Marc Hamburger (37). Psychoanalyticus in opleiding.

Bij mij sloeg de vonk over toen ik stage ging lopen. Opeens wist ik weer waarom ik psychologie was gaan studeren. Om te begrijpen hoe mensen in elkaar zitten, natuurlijk. En niet om grafieken te maken, onderzoeksopstellingen te bedenken en statistiek te doen. Al dat meten en weten had voor mij niets met psychologie te maken.

'De instelling waar ik stage liep, werkte volgens analytische principes. Ik had toen nog niet echt iets met Freud. Zijn gedachtengoed leefde niet op de Vrije Universiteit er was trouwens ook geen anti-Freudsfeer, zoals je wel van andere universiteiten hoorde. Die stage was dus een eyeopener. Vanwege de veilige en heilzame sfeer waarin patiënten, allemaal zeer beschadigde en getraumatiseerde mensen, steeds meer durfden te gaan praten. Ervaringen kregen woorden. Die aanpak, waarbij de relatie tussen patiënt en therapeut en tussen patiënten onderling centraal stond, paste bij mij. Als iemand zich uithongert, interesseert mij niet in eerste instantie het bedenken van een oplossing, ook al is het nog zo essentieel dat hij zo snel mogelijk weer gaat eten. Mij boeit het vooral waarom iemand zo negatief over zichzelf is gaan denken en stopt met eten.

'Toen ik zelf in analyse ging, dacht ik hoogmoedig: dat ga ik wel even doen. Ik zit immers redelijk gezond in elkaar. Tot je op die bank ligt. Wat ben ik soms kwaad geweest, verdrietig en beschaamd. Ik moest bijvoorbeeld aan mezelf toegeven dat ik soms grootheidsfantasieën had. Maar door ze onder ogen te zien kan je er op een gegeven moment ook om lachen in plaats van je keer op keer gekrenkt te voelen.

'Doordat ik in analyse ben geweest, begrijp ik beter wat anderen doormaken in het leven en op de bank. Ik kan mij beter identificeren met patiënten.'

Beeld Foto: Adrie Mouthaan

Luisteren naar het unieke verhaal

Elke Teuwen (36). Psychoanalyticus in opleiding.

Op mijn zestiende las ik een boekje over een heel schuw jongetje dat nauwelijks sprak en geen contact maakte. Ik was diep geraakt door de geduldige manier waarop zijn therapeut hem wist te bereiken en de ontwikkeling van het kind op gang hielp. Ik wist meteen: dát wil ik ook doen. Niet alleen luisteren naar wat er verteld wordt, maar begrijpen wat er achter die woorden ligt.

'Tijdens mijn opleiding psychotherapie in Amsterdam zeiden studiegenoten: 'Psychoanalyse? Dat heeft toch geen toekomst!' Maar ik heb nooit getwijfeld. Ik wilde niet volgens een stappenplan of protocol werken zoals nu gemeengoed is. Luisteren naar het unieke verhaal van de patiënt en zoeken naar wat iemand onbewust beweegt, dat past beter bij mij. Dat is de kern van psychoanalyse.

'Ik zal je een voorbeeld geven. Onlangs behandelde ik een meisje voor extreme woedeuitbarstingen. Gaandeweg de analyse bleek dat de moeder van het meisje door haar eigen geschiedenis niet met agressie kon omgaan, dat ze radeloos werd van heftig gedrag. Zelfs als haar dochter als baby lag te spartelen in de wieg dacht ze al: o jee, dit gaat de verkeerde kant op. Met als gevolg dat het meisje zelf ook bang werd voor haar heftige gevoelens en zich ging inhouden tot het niet meer uit te houden was.

'Als het probleem zo diepgeworteld is in het leven van een kind en vervlochten is met de geschiedenis van haar moeder, dan kom je er vaak niet door alleen de symptomen te bestrijden. Soms is er tijd en verdieping nodig.'

Beeld Foto: Adrie Mouthaan

Lees verder

In de literatuur is Freuds psychoanalyse nog springlevend

In de psychiatrie mag de psychoanalyse in honderd jaar naar de marge zijn verdreven, in de literatuur is daar geen sprake van (+). Sla de laatste Grunberg er maar op na.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden