psychiatrie

Psychiater Damiaan Denys: ‘Psychologische hulp is een lifestyle-ding geworden, wie is er niet in therapie?’

Damiaan Denys Beeld Erik Smits
Damiaan DenysBeeld Erik Smits

Op de mentale zorg wordt veel te snel een beroep gedaan, betoogt psychiater Damiaan Denys. ‘Er worden gevoelens gepathologiseerd die inderdaad on­gemakkelijk zijn, maar die bij het leven ­horen.’

Evelien van Veen

Een donderdagavond eind september in concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen. Op het podium staat psychiater Damiaan Denys (55), die zojuist anderhalf uur lang in noodtempo de problemen in de Nederlandse geestelijke-gezondheidszorg heeft geschetst. Het systeem barst uit zijn voegen, zegt hij. Er wordt twee keer zoveel geld uitgegeven aan mentale zorg als vijftien jaar geleden, terwijl het aantal mensen met psychische aandoeningen gelijk is gebleven. De oorzaak: iedereen met stress, sombere gevoelens of een burn-out holt naar een hulpverlener, die veelal nog vergoed wordt ook. Psychische zorg is door de marktwerking een product geworden. Patiënten met ernstige psychische problemen zijn de dupe. Voor hen is geen geld meer, zij worden weggezet als ‘verwarde personen’ door de maatschappij.

Een mevrouw in het publiek steekt bedremmeld haar hand op. ‘Ik heb een vraag: vindt u dat mensen met mentale klachten beter geen hulp meer kunnen zoeken? Om de zorg te ontlasten?’ Denys’ boodschap is duidelijk binnengekomen. Hier in de zaal in Nijmegen vraagt men zich na zijn lezing af: wat kan ik zélf doen voor een beter (zorg)klimaat? Geen slecht idee, antwoordt Denys, als het om normaal lijden gaat. Lange wandelingen kunnen ook heilzaam zijn bij somberheid en stress.

Een week later in zijn werkkamer in het Amsterdam UMC, waar hij afdelingshoofd psychiatrie is, gaat Denys dieper in op het begrip ‘normaal lijden’. We zijn het verleerd, zegt hij, om te gaan met alle tegenslag, pijn en verdriet die het leven nu eenmaal biedt. ‘Het aanbod aan psychologen, coaches, mindfulness en e-health-training is onuitputtelijk en nog is het niet genoeg. Het ministerie van VWS heeft campagnes gelanceerd om mensen bewuster te maken van depressie. In Nederland is al 17 procent van de mensen depressief – hoeveel meer wil je er nog? ‘Voel je je niet goed, kun je niet slapen, pas op, kijk uit, misschien heb je een depressie’ waarschuwt die campagne, maar voor wie geldt dat niet in bepaalde periodes? Als 17 procent depressief is, zijn de criteria te ruim. Hier worden gevoelens gepathologiseerd die inderdaad ongemakkelijk zijn, maar die bij het normale leven horen. Maar dat weten we niet meer. Onze zelfreflectie is verstoord.’

Damiaan Denys is naast praktiserend psychiater, gespecialiseerd in angst- en dwangstoornissen en diepe hersenstimulatie, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam en filosoof. Bovendien is hij, Belg van geboorte, in Nederland de laatste jaren een BP’er geworden, een Bekende Psychiater, door alle media-optredens, lezingen en theatercolleges die hij geeft. Vorig jaar verscheen zijn boek Het tekort van het teveel, over ‘de paradox van de mentale zorg’, zoals de ondertitel luidt. Eén van de schijnbare tegenstellingen waarover hij schrijft: hoe beter af de mens, hoe (psychisch) kwetsbaarder, kennelijk, gezien de gestaag stijgende vraag naar mentale zorg in de rijkste en gelukkigste landen ter wereld – Nederland staat daarin niet alleen.

Hoe verklaart u die tegenstelling?

‘Meer geld, meer luxe, beter onderwijs en hogere budgetten voor de zorg betekenen niet: méér mentaal welbevinden. Dat is een misverstand. Ik wil het zelfs omdraaien: voor mentaal welbevinden is het misschien juist nodig om te maken te krijgen met problemen en tekortkomingen, een moeilijke jeugd, een werkelijkheid die niet altijd naar je zin is. Daarvan groei je en word je een weerbaarder persoon.’

U zegt: nul tegenslag is vragen om problemen.

‘Ja, want wat is lijden? De betekenis daarvan is heel breed geworden: het verschil tussen wat je verlangt en wat je krijgt. Je wil je baan houden, maar je wordt ontslagen, je wil een partner, maar die gaat bij je weg, je wil slagen voor een studie, maar het mislukt. Je verlangens botsen met de werkelijkheid en dat resulteert in lijden. Maar juist in die discrepantie schuilt een leerproces, om je verlangens aan te passen, om flexibeler om te gaan met de werkelijkheid. Waarom ben je ontslagen, wat kun je ervan leren? Daarvan word je weerbaarder en wijzer dan door te zeggen: wat een vreselijk lot treft mij, wat een vreselijk bedrijf.’

Dat klinkt als: je komt er sterker uit. Toch blijkt dat mensen na een depressie vaak kwetsbaarder zijn dan ervoor, er is een flinke kans op terugval.

‘Ik zeg niet dat per definitie al het lijden je sterker maakt. Er is een kantelpunt waarop het lijden niet ten voordele is van een persoon. Dan heb je het over abnormaal lijden. Daar vallen psychische stoornissen onder, maar ook lijden dat te zwaar is, te intens, zo ondraaglijk dat het betekenisloos wordt en niet meer als leerproces kan worden gebruikt.’

Damiaan Denys  Beeld Erik Smits
Damiaan DenysBeeld Erik Smits

Hoe bepaal je of je dat kantelpunt hebt bereikt?

‘Dat is ingewikkeld. Ik ben ervan overtuigd dat een mens dat niet in zijn eentje kan bepalen, want je bent zelf onderdeel van het lijden, je kunt er niet los van staan. Daar heb je de blik van een ander voor nodig, een arts bijvoorbeeld. En dan nog: het fluctueert.

‘Ik ken het verhaal van een vrouw die zo ernstig depressief was dat ze zich aanmeldde bij de levenseindekliniek voor euthanasie. In totaal is ze twee jaar bezig om het voor elkaar te krijgen, dan wordt het toegekend. Twee dagen voor de euthanasie belt ze de levenseindekliniek: ik ben verliefd geworden, ik zou nog willen wachten. Het is een extreem voorbeeld natuurlijk, maar vaak lijkt het lijden verpletterend, massief, en komt er toch een kantelpunt waarop mensen weer uitzicht zien.

‘Ik vind dat we het aan onszelf verplicht zijn te onderzoeken: wat betekent het dat ik lijd? Leef ik niet het leven dat bij me past, ben ik jaloers, waarover ben ik verdrietig? Dan kom je bij de kern, niet door maar al die zaken een depressie of een burn-out te noemen.’

In Nijmegen zei u: een paar dagen wegblijven van je werk vanwege een depressie is acceptabel in onze maatschappij, vanwege verdriet niet. Terwijl dat wel zou moeten kunnen.

‘Precies, het normale lijden, verdriet, falen wordt niet meer geaccepteerd. Ik mag niet verdrietig zijn, ik mag niet ontslagen worden, ik mag niet mislukken in mijn studie, ik mag niet lelijk zijn, ik moet stralen aan de bar én de nieuwe Jonathan Franzen lezen én zondag weer op het hockeyveld staan – dat wordt allemaal van ons verwacht en falen is geen optie.

‘Als zelfs een succesvol iemand als dj Avicii, die suïcide pleegde, bezwijkt onder de druk – wat zegt dat over onze maatschappij? De enige legitimatie voor het normale falen is het nog het pathologiseren: ik heb geen verdriet, maar een depressie, mijn zoon is niet vervelend, hij heeft adhd. Zo komen mensen massaal in dat hele ggz-systeem terecht.

‘Psychologische hulp is een lifestyle-ding geworden, wie is er niet in therapie? Je doet als jongere tegenwoordig niet meer gewoon rijexamen, nee, je doet rijexamen met behulp van een coach. De Universiteit van Amsterdam heeft een knuffelkamer ingericht waar studenten puppy’s kunnen aaien om de stress te reduceren voordat ze tentamen doen. We vertrouwen niet meer op onze eigen kracht om met problemen te dealen, nee, we huren er externen voor in.’

Hoe verklaart u dat vooral jongeren zo kampen met mentale problemen?

‘Deels door de opvoeding, denk ik, waarin ze steeds minder geleerd is om te gaan met tegenslag. Maar ook door de complexe samenleving waarin ze zijn terechtgekomen. Als je van de middelbare school komt in Nederland kun je kiezen uit tweeduizend studies. Voor ons was het makkelijker vroeger, je koos uit tien of twintig opties. Er was minder vrijheid, minder autonomie, maar het was wel overzichtelijker. Soms had je niets te kiezen en zeiden vader en moeder: dít ga je doen.’

Met de kans dat je daar erg ongelukkig van werd.

‘Niet per definitie. Nu kampen jongeren die net van het vwo af komen al met een burn-out omdat ze de keuzestress niet aankunnen. Wat is beter? Er zijn ook grote voordelen aan wat minder autonomie.’

U pleit voor mentale gezondheid als schoolvak. Wat zouden jongeren daarin moeten leren?

‘De basisprincipes: wat is het verschil tussen verdriet en depressie? Wat is normale en wat abnormale angst? Wat betekenen signalen van je lichaam als hartkloppingen, hoe ga je om met spanningen, hoe leer je minder impulsief te zijn, hoe deal je met frustraties? Al die dingen die we door schade en schande leren, sommigen pas als ze 50 of 60 zijn.’

Om daarmee te voorkomen dat mensen massaal een beroep doen op de zorg.

‘Begrijp me niet verkeerd, dat is niet mijn doel. Als we in Nederland zeggen: we pompen jaarlijks nog een paar miljard extra in de zorg – prima, als we dat met z’n allen willen. Wat er nu misgaat, is dat de zorg niet terechtkomt bij diegenen die haar het hardst nodig hebben, de mensen met psychische stoornissen, met schizofrenie, met bipolaire stoornissen, die staan op wachtlijsten. Dat zijn de mensen die het zwakst zijn, die niet mondig zijn, die niet voor zichzelf kunnen opkomen in een vercommercialiseerd systeem.’

Tegelijk, zegt Denys, zal al het geld van de wereld niet leiden tot een honderd procent mentaal gezonde bevolking, integendeel. ‘In arme landen worstelen minder mensen met psychisch lijden dan in rijke. Significant, dus niet alleen omdat het daar minder wordt gerapporteerd. Angststoornissen, bijvoorbeeld, komen in een gevaarlijk land als Nigeria veel minder vaak voor dan hier. En in rijke landen zijn het niet de kinderen van arme gezinnen die meer psychische klachten hebben, maar die uit welgestelde families.’ De verklaring? ‘Neem onze verhouding met voedsel, die bizar is: we eten de hele dag door veel te veel rommel en moeten vervolgens continu sporten om het gewicht er weer af te krijgen. Er is te veel aanbod. Ga je naar een armer land waar voedsel schaars is, dan zie je dat er daar veel meer waardering voor is.’

Nu klinkt het alsof u armoede romantiseert.

‘Ik romantiseer niets, ik ben er alleen van overtuigd dat een mens het best functioneert in een situatie waarin er eerder tekorten te zijn dan een tevéél. Het is niet voor niets dat mensen die creatief zijn of die optimale prestaties willen leveren, zichzelf vaak beperkingen opleggen. Kunstenaars die met één kleur verf werken, schrijvers die in afzondering in een hut gaan zitten. Mensen ook, die in de vakantie gaan afzien in de bergen – een tekort ervaren houdt een mens mentaal gezond.’

Het tekort van het teveel is de titel van uw vorige boek, het volgende zal Onze adembenemende autonomie gaan heten. Waarin ‘adembenemend’, vermoed ik, niet positief is bedoeld.

Denys knikt: we lijden ook aan te veel autonomie, is zijn overtuiging. ‘We moeten compleet en totaal onszelf zijn tegenwoordig, authenticiteit is het hoogste gebod. Alles kunnen we zelf bepalen: we kopen gepersonaliseerde schoenen op internet en kunnen zelfs kiezen hoe laat ze worden bezorgd. Maar wat heeft die zelfbeschikking voor consequenties? Het is nu mogelijk dat een ouderpaar vóór de geboorte het geslacht bepaalt van hun baby, voor een meisje kiest en dat dat meisje later een jongen wordt. Er zijn geen grenzen, geen belemmeringen. Maar heeft het ons gelukkiger gemaakt?’

Ja, toch? Is het geen winst als iedereen zichzelf kan zijn?

‘Nee, want we hebben ook veel verloren. We dénken dat we totaal autonoom zijn, maar we zijn afhankelijk van onze telefoons, we zijn in de greep van techbedrijven, verslaafd aan consumeren, banger voor controleverlies dan ooit. Waarom werd het coronavirus een coronacrísis? Omdat het onze illusie van maakbaarheid verstoorde, we bleken kwetsbaar, sterfelijk. En dat mag niet, dat kan niet – stel je voor dat we moeten kíézen wie er naar de ic mag. Die verantwoordelijkheid schuift iedereen af.’

De ultieme vrijheid kent dus veel keerzijden, zegt u.

‘Ja, het individualisme is doorgeslagen. We zijn een gevoel van solidariteit verloren, van collectiviteit, we zijn gedeelde waarden en zekerheden kwijt. Ik wil heus niet terug naar vroeger toen je geloof bepaalde dat je op zondag naar de kerk moest en niet het gras mocht maaien.’

Maar toch ook een beetje wél?

‘Ik denk wel dat het goed is om een deel van die onbegrensde autonomie in te leveren, ja. Om weer te leren rekening houden met anderen. Vrijheid kan ook betekenen: vrij zijn van jezelf, eens even ophouden alleen maar bezig te zijn met je eigen zelfontplooiing, je eigen streven naar succes. We maken deel uit van een groter geheel, van een netwerk aan relaties. Van de natuur ook, die we aan het verwoesten zijn. Maar niet iedere boom is bedoeld om in jouw kachel te stoppen. Die functionalistische manier om naar de wereld te kijken – wat kan ík gebruiken? – is pas driehonderd jaar oud. De Grieken zagen dat elke boom, elke steen, elk water zijn eigen doel had. Het zou ons ook helpen zo respectvol naar de wereld te kijken.’

Wat stelt u voor? Een strippenkaart voor hooguit tien vliegreizen in een mensenleven?

‘U vraagt meteen naar een pragmatische oplossing. Dat is ook weer zo van deze tijd: alles moet maakbaar, makkelijk, snel. Dat is het niet. Mij gaat het om bewustwording. En ook om onze mentale gezondheid: de mens die niet zichzelf vooropstelt, is uiteindelijk beter af.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden