Een operatie in Kennemer Gasthuis locatie Zuid
Een operatie in Kennemer Gasthuis locatie Zuid © Capital Photos

Promovendus: matje waarmee liesbreuk verholpen wordt, is vaak boosdoener bij pijn

Jaarlijks hebben een paar honderd patiënten na een liesbreukoperatie zo veel pijn dat ze er niet meer door kunnen werken. Chirurg in opleiding Willem Zwaans ontdekte dat het matje waarmee de liesbreuk wordt verholpen vaak de boosdoener is. Door dat matje weg te halen vermindert of verdwijnt de pijn bij tweederde van de patiënten.

Zwaans, die deels werkzaam is in het Máxima Medisch Centrum (MMC) in Eindhoven, boog zich voor zijn promotieonderzoek over een van de meest voorkomende medische ingrepen bij mannen, de liesbreukoperatie (zo'n dertigduizend per jaar). Hij promoveert vrijdag.

Het gaat om patiënten met een zwakke plek in de buikwand, waardoor buikvlies en buikinhoud kunnen uitstulpen. Dat kan leiden tot een zeurende pijn en soms tot een beklemming van bijvoorbeeld de darmen. Bij de operatie wordt de buikwand verstevigd met een kunststof matje. Die methode is meestal succesvol, maar na de operatie krijgt 2 tot 6 procent van de patiënten ernstige pijnklachten.

Soms is de mat helemaal opgefrommeld en kunnen we die voelen zitten

Velen kampen met zenuwpijn, die ontstaat doordat tijdens de ingreep zenuwen zijn beschadigd of zenuwen aan de mat zijn vastgegroeid. Maar in het centrum voor buikwand- en liespijn van het MMC zagen de chirurgen de afgelopen jaren ook patiënten met een vorm van pijn die daar niet op lijkt.

Zwaans bracht hun klachten in kaart en concludeert dat zij te maken hebben met 'matpijn': ze hebben vooral last bij het buigen van hun heup, bijvoorbeeld bij lang autorijden. 'Ze voelen vaak iets in hun lies zitten wat daar niet hoort. Soms is de mat helemaal opgefrommeld en kunnen we die voelen zitten.' Hij zette alle kenmerken van matpijn op een rij en hoopt daarmee andere chirurgen te helpen bij het herkennen van de complicatie.

Niks beters

Vroeger werd de zwakke plek verholpen door de lagen in de buikwand te hechten

Hoogleraar chirurgie Johan Lange van het Erasmus MC, niet betrokken bij het onderzoek, onderschrijft de bevindingen uit het proefschrift. 'Het matje is niet ideaal', zegt hij, 'maar het probleem is dat we nog niks beters hebben.' Vroeger werd de zwakke plek verholpen door de lagen in de buikwand te hechten, maar daarna kwam de breuk vaak terug.

Zwaans onderzocht of het zinvol is om het matje te verwijderen. Het MMC is een van de weinige ziekenhuizen waar patiënten daarvoor terechtkunnen. Hij volgde 74 patiënten met matpijn en van hen had tweederde na de operatie minder of helemaal geen pijn meer. Patiënten die er niet bij gebaat zijn, hebben vaak last van de indirecte gevolgen van de mat, legt hij uit. Hun schaambot is bijvoorbeeld geïrriteerd geraakt.

Het matje zit ingekapseld in littekenweefsel, dus je moet het zorgvuldig weghalen

Landelijk gezien zouden in Nederland per jaar honderd tot tweehonderd patiënten baat kunnen hebben bij zo'n matverwijdering, becijfert hij. Hoogleraar Lange wijst erop dat het gaat om resultaten uit een gespecialiseerd ziekenhuis. Het is geen goed idee, denkt hij, als chirurgen daar te makkelijk toe overgaan want het gaat om een ingewikkelde operatie. 'Het matje zit ingekapseld in littekenweefsel, tussen de zaadstreng en belangrijke bloedvaten, dus je moet het zorgvuldig weghalen.'

Bovendien is er daarna kans op terugkeer van de breuk, zegt hij. In het onderzoek van Zwaans was die kans slechts 7 procent. Rondom het matje heeft zich vaak bindweefsel gevormd, dat aan elkaar kan worden gehecht, legt hij uit. Lange denkt dat dit percentage op langere termijn nog zal stijgen.